Eerlijk zullen we alles delen.

melon klein

Stel, je zit aan tafel. Een grote tafel, met veel mensen er aan maar meer dan genoeg eten er op. Wat zou je er dan van vinden als een deel van de groep veruit het meeste eten pakt?

Maakt het dan uit als het familie is, aan tafel? Of onbekenden, is het dan ok? Stel je nu eens voor dat je de andere mensen niet kan zien, maakt dat het ok? Dat er tien broden liggen en je weet dat er tien mensen zijn. Hoeveel broden zou je dan pakken?

Gekke vergelijking natuurlijk. Dat doen we immers niet. Sterker nog, hoe vaak gebeurt het dat je de laatste portie niet opschept terwijl je dat eigenlijk graag wilt? Ken je dat? En dat je dan die dans moet doen van “Nee, neem jij het maar, ik zit vol.” “nee joh, jij mag het.” en dat je het dan uiteindelijk maar door de helft snijdt?

Zo beleefd zijn we. Zo belangrijk vinden we het om eerlijk te delen aan tafel………

…of niet….

Ongeveer 795 miljoen mensen lijden honger over de hele wereld. Dat is ongeveer 1 op elke 9 mensen. Ja, niet hier….die mensen zijn ver weg. In Azië en Afrika. Maar wij hebben er wel wat mee te maken.

Wat zou je zeggen als ik je vertel dat er meer dan genoeg eten is op aarde voor iedereen? De tafel is vol, het is een kwestie van goed verdelen. En daar gaat het fout. Er is een groep die teveel neemt.

Niet Amerikanen nee. Ook niet Europeanen. Niet de westerse wereld.

Carnisten. Mensen die het vlees en de uitscheidingen van andere dieren eten.

Het kost ongeveer 16 kilo graan om 1 kilo vlees te maken. Van dat graan kunnen 20 mensen een maaltijd maken, van dat vlees maar 2. Vlees is ontzettend inefficiënt. Melk ook overigens.

Het land wat we gebruiken om veevoer te verbouwen kan veel beter gebruikt worden om mensvoer te verbouwen.

Het is niet ‘de politiek’ die er wat aan moet doen. Niet de ander, de winkel, de buurman.

Jij.

Jij kan iets doen. Stop. Alsjeblieft hou op. Pak voortaan niet meer dan jouw deel. Zie de wereld als een tafel en deel eerlijk.

Plantaardig voedsel is gezond, geschikt voor iedereen, lekker en vrij verkrijgbaar. Het kost je niets behalve een klein beetje moeite. Je moet tijdelijk wat meer opletten met boodschappen doen, misschien een paar nieuwe recepten leren. Dat is het eigenlijk wel. Er is hulp, steun, oneindig veel tips. Mensen die je met open armen verwelkomen.

Er is geen enkele goede reden om door te gaan met het eten van spieren, ingewanden, borstvoeding van een ander dier, ongesteldheid en kots. (leuk spel! Match de woorden met de eufemismen. Melk, vlees, vlees, honing en ei)

Er zijn heel, heel veel goede redenen om ermee te stoppen. Vandaag vraag ik het je omdat het niet jouw eten is. Het is van een ander. Iemand die, ergens ver weg, met honger naar bed is gegaan en met honger op zal staan.

Eet smakelijk.

Rapport!


Het gebeurt nu overal om me heen. Kinderen hebben hun rapport van school meegekregen en trotse ouders delen dat via het internet met elkaar.

Leuk toch? Zien dat je neefje een 8 voor wiskunde had, of de dochter van je vriendin een ruim voldoende voor spelling. Doet het ook goed bij oma, die geeft er nog wel eens een centje voor (nou ja, centje, tegenwoordig gaan daar harde euro’s tegenaan).

Mijn jongens hebben de map ook weer meegekregen. De laatste keer van deze school want na de vakantie beginnen ze ergens anders. (En blij dat ik daarmee ben, maar goed, dat is een ander verhaal).

Ik heb hun rapport nog nooit gedeeld, eigenlijk voornamelijk omdat ik geen tabak kan maken van dat kloteding. Er staan woorden zoals “ruim voldoende”, en staan letters van A tot E, er staan romijnse cijfers, meestal in combinatie met de letters, maar niet altijd, en er zijn wat grafiekjes waar ik al helemaal niets van kan maken (nou ja, papier mache moet nog wel lukken denk ik). Het zal allemaal wel. Het interesseert me eigenlijk ook niet zo.

Ja echt, ik vind het niet zo boeiend hoe mijn kinderen ‘het doen’ op school. Ze leren, ik merk duidelijk dat ze vaardigheden opdoen. Exact op welk nivo en hoe snel, is dat nu echt heel noemenswaardig?

Weet je wat mij dan zo opvalt. Dat diezelfde ouders, of alle andere volwassenen in mijn telefoon, nou nooit hun eigen ‘rapport’ delen. Ik zie nooit een functioneringsverslag voorbij komen, of een evaluatie. Ik heb ook zelf nooit enige neiging gehad om die van mij te delen. (En even een zij puntje. Wie hier is er ook zo ontzettend klaar met “En, hoe vind jij dat het gaat?” Wat een ontzettende, voorspelbare, klotevraag.)

Ik snap ook prima waarom je die niet deelt. Een dergelijk oordeel is erg prive. Er zijn best uitzonderingen hoor, maar de meeste mensen vinden het niet leuk om zo te kijk te staan.

Tja, en dan nu de vraag…..als wij het niet leuk vinden, vinden onze kinderen dat dan wel?

Dat hele krijgen van een rapport lijkt me dus al naar. Als kind kon ik er niets mee. Mijn school had een kartonnen, uitvouwbare kaart met handgetekende grafieken. Mooi hoor, maar ja, niet alle grafieken waren goed en dat ging mijn moeder dan zitten bespreken met mijn leerkracht. Heel lief hoor, maar wel over mijn hoofd.

Ik ben zelf nog nooit een evaluatiegesprek ingegaan met een huppeltje, ook niet als ik zeker wist dat het goed zou zijn. Iemand hier die het leuk vindt? Die er naar uitkijkt?

Even een gewetensvraag he, en echt een vraag want ik heb geen idee. Als je dit nou leest nadat je het rapport van je kind gedeelt hebt, had je het van te voren gevraagd aan dat kind? En hoe zou het zijn als je werkgever jouw verslag deelt? Met toestemming? Zonder?

Anyhow. Mijn punt is wel duidelijk denk ik. Het is eigenlijk gewoon raar, dat delen van prestaties. Het zegt iets tegen je kind en ik weet niet of dat nou wel zo leuk is, ook al doe je het omdat je trots bent op alle resultaten.

Vind ik nou dat je een slechte ouder bent als je het wel doet? Nou….nee. Even heel eerlijk, als ik nou een mooi, begrijpelijk, rapport had gekregen van school, misschien had ik het dan ook wel eens gedaan. Zonder er al te veel bij na te denken.

Uiteindelijk is dat het enige wat ik nu zou willen bewerkstelligen. Als nu over een tijdje weer zo’n te groot rapport in een te kleine schooltas vind, denk er dan eventjes over na. Praat even met je kind. En deel het misschien niet.

Waarom ik mijn dreumes laat traplopen

trap1

Dit is mijn dreumes. Mijn wild, heerlijk, grappig, ongetemd kind.

Het witte bij haar hand is verband. Een paar dagen geleden is haar duim kei- en keihard tussen de deur gekomen. Ik ben niet vaak onder de indruk maar dit keer heb ik haar opgepakt en ben zo snel mogelijk naar het ziekenhuis gereden.

Vrijwel elke ouder kent dat misselijkmakende gevoel van je kind wat pijn heeft. Ergens in je onderbuik houdt het het midden tussen pijn en kots. Een mooi trucje van de natuur waardoor we onze kinderen beschermen. En dat doen we.. veel te goed.

Als geen ander weet ik vandaag weer dat ik mijn kind niet tegen alles kan beschermen. Ik weet dat er af en toe ongelukken gebeuren en ik weet dat er dingen mis kunnen gaan.

Toch laat ik haar traplopen. En klimmen, en op blote voeten buiten lopen, en wild met haar grote broers spelen. Daar heeft ze namelijk recht op vind ik.

Ja, ze kan vallen. Ja, ze kan zich pijn doen. Ja, ik weet zelfs dat het echt verkeerd kan aflopen. En toch vind ik dat ze er recht op heeft.

Weet je dat sommige dierenartsen aanbevelen om katten binnen te houden? Hun levensverwachting stijgt daardoor enorm. Geloof ik best, de wereld is gevaarlijk voor een kat. Voor een mens ook wel. Ik denk dat mijn levensverwachting ook stijgt als ik niet verder ga dan mijn tuin. Maar wat voor leven is dat?

Als ik mijn wilde dochter probeer te beschermen tegen alles, weet ik zeker dat ik haar beschadig. Bij elke “niet doen” en elke “pas op” vertel ik haar dat ze zwak is, dat ze het niet kan, dat ik niet in haar geloof. En uiteindelijk gelooft ze dat.

Dus vertrouw ik haar. Ook op de hoge, steile trap.

En nee, dat is niet grenzenloos. Ik laat haar niet de weg op rennen. Er staat een hekje boven aan de trap en voor de stopcontacten zit een plug. Oh ja, en die ellendige deur, daar gaan strips op.

Door mijn vertrouwen blijft ze sterk, blijft ze in zichzelf geloven. Uiteindelijk geeft dat veel meer veiligheid dan mijn bemoeienissen. Nu al merk ik dat ze ontzettend capabel is en ook heel goed zelf risico’s kan inschatten. Zo gaat ze die trap wel op, maar nog niet af. Dat oefent ze op stoelen en op de tripp trapp.

Bij ons in huis hebben we een gezegde: “Van vallen leer je fietsen.” Geboren, overduidelijk, toen de jongens leerde fietsen en wel eens van die ondingen af vielen. Ondertussen gebruiken we het voor vanalles. Zonder vallen leer je niet.

Dus pleit ik voor blauwe plekken, en bulten, en schaafwonden. Voor klimmen en rennen en vallen en opstaan. Ik ben er werkelijk van overtuigd dat kinderen dat nodig hebben om groot te worden, om sterk te worden.

Die duim geneest heel aardig. Er was gelukkig niets gebroken en de zuster heeft het heel mooi ingepakt. In de drie dagen sinds het gebeurt is heeft ze geleerd om zelf op de tafel te klimmen en zelf het tuinhekje open te maken. Met een ingepakte hand.

Soms vraag ik me af wie van ons twee nu groot is en wie klein.

 

De Vaderrevolutie

vader.jpg

Staakt! Staakt! Staakt!

Vaders der Nederlanden, verenig u! Laat uw belang niet door den overheid ontkennen.

Ok. Maar even serieus nu. Het is toch hemeltergend droef? Met die twee dagen vaderschapsverlof. Dagje bevalling doen, even kindje aangeven en daarna mag je op je vakantiedagen interen, of terug naar werk. Ja, of onbetaald verlof opnemen. Dat is ook zo’n lekkere trap na. Een soort geheel onverzorgde voetreis naar Rome winnen.

Meestal praat en schrijf ik over en voor moeders. Das Weib is zeg maar een beetje mijn ding. Ik ben er zelf ook eentje (min of meer dan, maar daar hebben we het nog wel eens over). Maar mijn moeder-fascinatie betekent niet dat ik de andere helft van de weegschaal niet zie; de vader.

Eindeloos wordt er geklaagd over die vader. Dat ie niet genoeg doet, dat ie het niet ziet, niet kan en ergs van alles, dat ie niet wil oppassen op de kleine.

Als je mij dus helemaal over de zeik wil hebben moet je suggereren dat een vader oppast. Het is gewoon zijn kind ja! Dat heet geen oppassen, dat heet ouderschap!!!@##@!!

(oookeee…het wordt zo’n stukje. Geef me even. Ik kom zo weer op het spoor)

Ja. Vaders. Hartstikke belangrijk man. Maar dat wordt niet gereflecteerd in de wetten en voorzieningen die we hebben. Die miezerige twee dagen verlof. Dat gezeur met de verschoontafel die steeds in het vrouwen toilet zit en ja, ook dat opgehemel over een “pappa-dag” (ook zo’n lekkere irritatiefactor). Het is gatnondeju geen pappa-dag! Het is gewoon een ouder, die bij zijn kind is, dat heet gewoon maandag ja! (of dinsdag…je snapt me wel.)

Dus vind ik het tijd voor een Vaderrevolutie. Met de grote V. Als de dolle Mina’s waar ik mijn naam aan ontleen hoop ik op vaders op de barricade’s. Stakende vaders, sit-ins op dat stomme vrouwentoilet met die verschoontafel.

Het is zo enorm belangrijk om bij je kinderen te zijn, er echt te zijn en niet alleen buiten kantoortijden. De wetenschap heeft dat heel mooi aangetoond. Kinderen van betrokken vaders zijn cognitief meer competent en doen het beter op school. (en dat is even heel kort door de bocht).

Het is ook voor vaders belangrijk. Ik praat veel over vrouwelijke kracht en vrouwen die daar in staan, maar er is ook een mannelijke tegenhanger. Mannen hebben hun eigen kracht en een man die daar in staat is prachtig. Maar ook dat zie je niet vaak meer.

Een betrokken vader, een gehechte vader, die staat in zijn kracht. Dat is geen wijven gedoe, maar juist heel uniek mannelijk. Een mooi voorbeeld vind ik de Praktijkvader. Leuke vent joh! Hij is vaak op beurzen en opvoed-festivals. Moet je eens kijken wat hij uitstraalt.

Decennia lang zijn vrouwen gekleineerd. Iets waar we pas nu, heel langzaam van helen. Maar mannen zijn in dat proces ook beschadigd. Er is een balans kwijt geraakt. Het is hoog tijd dat mannen hun deel weer terug gaan pakken. Daarom hoop ik zo op een revolutie.

Dus vaders verenigt u! De overheid wil jullie wegmoffelen, heel het vaderschap maar twee dagen erkenning geven. In de publieke ruimte krijgen jullie, letterlijk, geen ruimte. In de media geen juist beeld. Ik wil jullie zien! Ik wil jullie horen! Ik wil zo ontzettend graag dat jullie het gewoon niet meer pikken!

Pak de kinderwagen, de draagdoek, of slinger die kleine op je schouders en op naar het binnenhof! En dan allemaal de luiers verschonen op het buro van de ministers.

Mijn visie op gezondheid

gezondheid

Denk eens aan een stad. Een mooie, met een muur. Die van mij ligt ergens in Zwitserland pittoresk te zijn aan de voet van een berg. Jouw stad is je lijf. De muur is je huid. In de muur zitten poorten, en daar komt vanalles naar binnen en naar buiten. Binnen in de stad wordt hard gewerkt. Om de stad, in de grote, enge wereld, zijn onbetrouwbare sujetten die constant op de loer liggen om binnen te dringen. Dan kunnen er ook nog natuurrampen gebeuren dus het is best een spannende bedoeling.

Gelukkig is jouw stad sterk. De muur is dik, er staan wachters bij de poorten en de huizen zijn stevig gebouwd. Tuurlijk, overal gebeurt wel eens iets, maar in jouw stad komen ze er snel weer bovenop.

Gezond zijn is die mooie, schone en goed werkende stad. Ongezond zijn is een vieze, drabbige stad met criminelen op straat. Wat interessant is, is hoe die twee steden verschillen.

Mijn mening: Invoer en moraal.

Invoer

Wat jij zelf door je poort stuurt (in je mond propt) maakt veel, heel veel verschil in hoe je stad werkt. Grondstoffen mensen! Iedereen weet dat je met goede grondstoffen goede producten maakt. Of beter andersom, met slechte grondstoffen maak je nooit kwaliteit. Als je suiker, rottend vlees (en al het vlees rot), pusgevulde melkproducten (ok, ok, ongeveer een druppel pus per glas…maar toch..bah!) en chemicaliën stuurt om je stad te voeden wordt er niet efficient gewerkt. De wachters bij de poort slapen en als er iets stuk gaat duurt het lang voor het weer opgebouwd is.

Maar! Als je goede, gezonde producten inslaat, dan is er energie. Dan kan er gewerkt worden. Groenten, fruit, noten, zaden, volkoren granen. Echt spul, en veel ervan. Dan komen er geen indringers binnen, dan wordt er hard gewerkt aan reparaties en gaat er zowieso minder stuk. Het is immers van goed materiaal gebouwd.

Moraal

Deze is wat meer tricky. Voedsel snappen de meeste mensen nog wel. Er is vooral verschil over wat nu precies gezond eten is en een flink stuk suiker verslavings problematiek. Maar moraal?

Ok, denk aan die stad. Alles is mooi en de invoer is top. Maar…er komt een vijandig leger dus moet er verdedigd worden. Al die goed gevoede soldaten worden aangestuurd door…..een lapzwans…een slappe generaal die er eigenlijk niet zo in geloofd. Of erger nog. Er is helemaal geen aanval, maar de bevelhebber is zo’n ontzettend zenuwachtig type wat overal gevaar ziet. Constant oefeningen aan het doen. Dan zijn de troepen doodop als ze voor een echte vijand staan.

Het placebo effect is allang aangetoond en meestal wordt er in de medische wereld nogal minachtend over gedaan. Ben ik het niet mee eens. Onze geest, ons moraal, is het sterkste wapen wat we hebben in de strijd om gezondheid. Negatieve gedachten zijn onze grootste vijand. Het is niet zo dat iemand die ziek wordt dat zelf heeft veroorzaakt. Dat geloof ik niet. Ik geloof dat elke stad dezelfde bedreigen kan meemaken. Indringers (bacteriën en virussen) en natuurrampen (een val, een ongeluk). Wat daarna gebeurt, dat is je eigen creatie.

Maar dat is geen populaire mening. Eigen verantwoordelijkheid. Dat willen we niet meer. Het is makkelijker om daar een ander voor aan te stellen. De dokter bijvoorbeeld. In mijn stedelijke vergelijking vindt ik de dokter een soort hele grote brandslang die op het vuil wordt gezet. Ja, de ellende spoelt weg, maar de goede dingen ook en de oorzaak is totaal niet aangepakt. Een arts leert heel veel over waar die bandslang dan moet, of welke zeep er door het water moet. Maar vrijwel niets over waarom iets niet werkt, waarom een wijk steeds vuil wordt, waarom die indringers binnen komen. Dat moet ook helemaal niet. Dit is geen oproep voor andere artsen. Die bestaan allang. Homeopaten, natuurartsen, antroposofische artsen. Die kunnen je een eind op de goede weg helpen, maar uiteindelijk moet je het zelf doen.

Dit is een oproep voor zelfstandigheid, voor eigen verantwoording. Jouw stad, jouw leven, jij bepaalt. Ga lezen, ga zoeken, vraag je dingen af, wees toch kritisch! En vooral, ga groene parken planten. Dat heb je nodig.

Recept: Schuld vrije pannekoeken

Pannekoeken

In de categorie simpele maar geweldige recepten staat deze bij mij helemaal bovenaan. Dit zijn totaal gezonde, plantaardige, suikervrije, glutenvrije en toch ontzettend voedzame en lekkere pannenkoeken.

Ik maak ze vaak voor ontbijt of lunch. Je kan ze oppimpen met nootjes, of fruit, of minder gezonde dingen. Maar in de basis zijn ze totaal, compromisloos gezond. Oh, en mijn ongelofelijk kritische, kieskeurige, “mam wat is dat spikkeltje nu lust ik het niet” kinderen eten dit graag…sterker nog, ze zeuren er om.

Ok. Komt ie:

Benodigdheden:

  • 1 banaan
  • 2 bekers havermout
  • ongeveer 1 a 2 bekers water (moet je een beetje aanvoelen en komt ook niet heel nauw)
  • beetje vet om in te bakken. Choose your poison. Ik hou wel van kokosvet hiervoor.
  • Blender of staafmixer
  • Pan
  • Lepel (Sjulepel doet het goed)
  • eeeehhh, spatel is ook wel handig ja.

 

Gooi de in ingrediënten in de blender (ok, pel de banaan eerst.) en blend (is dat een woord?) het samen tot een beslag. Het mag nu best een beetje waterig zijn. De havermout gaat uitzetten en maakt het dikker.

Zet je pan op het vuur en laat goed heet worden (en als je rookmelders hebt, doe de deur open…..of is dat alleen bij mij..). Vet in de pan en je staat er klaar voor.

Met je sju lepel maak je ongeveer drie kleine pannenkoekjes in de pan (of twee, ik weet niet hoe groot jouw pan is. Hou ze klein, een centimeter of 10 in doorsnee. Dat werkt makkelijker). Even wachten, even keren en herhaal, ad infinitum, ad nauseum. Af en toe een beetje nieuw vet in de pan.

Je kan nootjes of fruit door het beslag doen. Of superfood naar keuze (tarwegras voor groene pannenkoeken!). Of wat bevroren fruit op het vuur laten indikken als beleg. Of iets heel anders. Pannenkoekkunst werkt dan weer niet zo goed met dit recept.

 

Ik vind havermout echt geweldig spul. Het is een goede bron van ijzer, magnesium en andere mineralen. Het levert eiwit en vult goed. Al met al een mooi ontbijt.

Slaap kindje slaap

10394054_910970705614544_2701931877615687388_n

Slaapproblemen.

ooooohhhh boy…slaapproblemen. Van alle kinder kwesties is dit de meest slopende, een van de meest voorkomende, de meest besproken en de meest wanhopig makende van allemaal.

Omdat ik zo ondertussen bekend sta om mijn boude uitspraken, gooien we er maar meteen eentje in:

Waar een gezin een slaapprobleem heeft ligt dat in 90% van de gevallen aan de ouders en niet aan het kind.

Zo, hoppaaa! Die zit er weer in. Mag ik nu even nuanceren?

Een kind word geboren met bepaalde instincten. Dat hoort bij onze biologie en onze soort. Die instincten kloppen altijd en zijn geheel zoals het hoort. Ook het wakker blijven en wakker worden en niet slapen en al die ellende.

Het zijn de ouders met hun nieuwerwetse gewoontes die het gedrag van hun kind problematisch maken.

Hmmm…ok, dat is niet echt een nuancering he. Volgens mij heb ik het nu erger gemaakt. Ok, poging twee. Nu wat langer.

Slaapproblemen bestaan in een aantal categorieën. Hieronder volg een lijst van de meest voorkomende:

  • Niet inslapen
  • Niet doorslapen
  • Vaak drinken
  • Woelen en draaien
  • Kruipen en uit bed vallen
  • Huilen s’nachts

Ik ga ze straks punt voor punt af, met oplossingen. Maar nu eerst een algemeen gedeelte.

Jouw baby, dreumes, peuter of kind wil ook niet de halve nacht wakker zijn. Ze doen dit niet expres en zeker niet om jou te pesten. Er is iets ‘mis’, iets klopt niet en de truc is om samen een oplossing te vinden.

Je bent nu hier. Ik ga je helpen. Met een stappenplan (nou ja, nochtans met stappen en iets van een plan). Je staat open voor oplossingen en je bent op zoek naar hulp. Dat is al het halve werk. Dan gaan we nu naar:

Stap 1

Je moet slapen. Ik weet, ik weet. Dat klinkt als een paradox. Maar tenzij je er echt vroeg bij bent, of je dit preventief leest (goed zo!) ben je nu echt te moe om creatief te zijn. En laat me je vertellen, ouderschap vereist een hoop creativiteit.

Dus, slaap. Hoe kom je er nu aan? Vooral door dit probleem serieus te nemen, en vrij, dat moet je ook nemen. Jij en/of je partner mogen je hiervoor best een dag afmelden op werk. Vakantiedag, ziekteverlof, verzin het maar. Je hebt een paar dagen tijd nodig voor deze stap.

En hulp. Je partner is al een mooi begin, maar als je een oppas, crèche, familie of vriend kan inschakelen is dat des te beter. En dan gaat er dus even een paar uur iemand anders voor je kindje zorgen terwijl jij slaapt. Overdag is prima, doe het in de ochtend anders lig je straks zelf wakker. Maar regel slaap! Minstens 2 dagen een paar uur achter elkaar.

Ok, dan ben je nu klaar voor:

Stap 2:

Uitvinden waar het probleem zit. Hierom moest je echt eerst slapen. Met je zombie hoofd kom je niet verder dan “Omdat mijn kind een duivels wisselkind is wat op deze aarde gezet is om mij te martelen en gewoon niet wil slapen waar is de koffie g*&^%%*^^^me!”

Dussss. Met je uitgeruste (Ok, beetje uitgeruste) hoofd kunnen we rustig naar dit lijstje kijken. Dit zijn de meest voorkomende oorzaken van slaapproblemen.

  • Onze culturele verwachting van slaap
  • Moderne gewoontes
  • Verwerking emoties
  • Lichamelijke / Medische problemen

 

Korte toelichting bij elk punt:

Verwachtingen: We hebben het idee dat alleen 8 uur ononderbroken op bed liggen een goede slaap is. Dat is niet zo, en zeker niet voor een klein kind. In dit artikel ga ik daar een stuk dieper op in. Het komt er op neer dat we gemaakt zijn om wakker te worden, om alert te slapen. We zijn het alleen niet meer gewend.

Moderne gewoontes: Zoals naar je werk moeten, geen stam om je heen hebben, een kind in een aparte kamer willen leggen en laat op willen blijven. Ons moderne leven is eigenlijk niet afgestemd op het ritme van een kind. Dat veroorzaakt wrijving. Heb ik al genoemd dat ik niet vind dat een kind op een aparte kamer hoort? Co slapen is belangrijk, en bewezen nodig.

Verwerking emoties: Kleine kinderen kunnen grote emoties hebben. Dingen als een geboorte trauma (dat gebeurt heel vaak tegenwoordig), scheiding ouders, spanning thuis of naar de opvang moeten kan heel heftig zijn voor een kleintje. Dat verwerken ze nogal eens s’nachts. Het vervelende van deze categorie is dat er niet altijd veel aan te doen is. Begrip helpt, praten ook (ja echt, praten met een baby. Over wat er gebeurt of gebeurt is, of waarom dingen nodig zijn). Soms is de praktische situatie wat aan te pakken (dag minder naar de opvang, het uitpraten van spanning tussen ouders) en soms ook gewoon niet. Als er ruimte is voor de emoties zullen ze zich uiteindelijk uitwerken. Het kan alleen even duren.

Lichamelijk/Medisch: Er kan natuurlijk ook gewoon iets pijn doen. Met pijn slaap je niet goed maar een baby kan moeilijk aangeven waar het zit en bij een peuter is vaak alles buikpijn. Het is niet gek om bij slaapproblemen je kind even te laten nakijken. De oren en neus kunnen verstopt zitten, er kan een allergie spelen of een gewricht vast zitten. De huisarts, osteopaat of homeopaat kunnen veel voor je betekenen. Bij trekkende benen, moeilijke ontlasting en/of een onrustige huid kan je ook eens de bekende allergenen uit het dieet van het kind en de borstvoedende moeder halen. Denk dierlijke melk, schaal en schelpdieren, soja, gluten, noten en nachtschade. Een voor een twee weken weghalen en kijken wat het doet. Of alles in een keer en dan langzaam terug introduceren.

 

 

Ok. Dit wordt een lang stuk. Mag ook wel, slaap is belangrijk, en ingewikkeld.

Je hebt nu een flink stuk achtergrond informatie. Misschien heb je al een idee wat bij jullie een oplossing kan zijn. Zo niet, dan haal ik er nog even ons eerste lijstje bij en gaan we ze nu af met oplossingen:

Stap 3:

Praktische oplossingen bij:

Niet inslapen: Kan onder het kopje verwachtingen vallen of onder het kopje verwerking emoties.

De verwachting dat een kind rond zeven uur naar bed gaat werkt lang niet voor elk kind. Iedereen heeft een ander ritme. Het loslaten van bedtijden kan heel veel stress schelen. Pas naar bed brengen als ze moe zijn lijkt een inkopper maar wordt helaas maar weinig gedaan.

Maar soms heeft het meer te maken met de verwerking van emoties. Als een kind de hele dag op de opvang is geweest heb je best kans dat die kleine het ‘herstellen’ van de band met de ouders een hogere prioriteit geeft dan slaap. En dat is een flink lastig probleem.

Als het lukt je kindje eerder van de opvang te halen is dat heel mooi, maar dat gaat niet altijd. Probeer het toch. Praat eens met elkaar en met je baas. Kijk eens of opvang aan huis mogelijk is, dat is soms minder belastend. Hier komt dus echt een stukje creativiteit bij kijken.

Lukt dat echt niet dan helpt acceptatie ook. Je kindje heeft je nodig, probeer er dan te zijn. Eet op de bank met je kind op schoot, geef aandacht. Gooi die kleine bij het ophalen meteen in de draagdoek en laat ze daar tot het eten klaar is. Knuffel, zing, speel. Je bent nodig nu.

Niet doorslapen: Dit is er dus zo eentje waarbij het probleem echt bij de ouders ligt. Een kind hoort echt niet door te slapen (mijn artikel al gelezen?) Jij eigenlijk ook niet. Het is vaak de frustratie erover die tot slaapproblemen lijdt. Probeer het los te laten. Ga een uurtje eerder naar bed, slaap uit in het weekend (om en om met je partner). Ik weet dat dit frustrerend klinkt. Ik weet dat tien keer wakker worden in de nacht echt niet fijn is. Maar ik beloof je dat als het je lukt om je houding hier tegenover te veranderen, het probleem vanzelf verdwijnt.

Oh, en ken je het concept borstslapen al? Zo kan je in een op elkaar afgestemd ritme komen waarbij jullie samen van diepe naar ondiepe slaap navigeren. Klinkt goed he.

Verder even praktisch. Als de borstvoedende partner de nachten doet is het echt niet onredelijk dat de andere partner je in het weekend laat uitslapen. (Ja, ook als hij ‘al elke dag vroeg op moet voor zijn werk’ dat doe jij immers ook. Hij kan elke nacht doorslapen, jij niet. Vraag om de ochtend in het weekend, dat is echt geen grote opoffering). Geef je kunstvoeding dan kan je af en toe een nacht afwisselen. Heb je geen partner probeer dan familie in te schakelen. Een vaste zaterdagochtend bij oma is misschien wel voor alle partijen leuk.

Vaak drinken: Dat is eigenlijk gewoon niet doorslapen. Toch wil ik dit nog even apart noemen. Een baby of klein kind hoort echt nachtvoedingen te hebben als ze daar om vraagt (geen zorgen maken als je kindje vanzelf blijft slapen. Na de eerste paar weken is dat echt prima). Ons lichaam en onze melk is gemaakt voor frequente voedingen. Dat is hoe het hoort en heeft veel voordelen. Luister alsjeblieft niet naar de arts, buurvrouw of oma die roept dat het niet nodig is. Jouw baby en gelukkig ook de wetenschap weten beter. Kijk ook even hier.

Woelen en draaien: Sommige kinderen bewegen gewoon veel in hun slaap. Gemiddeld genomen liggen kinderen die borstvoeding krijgen en borstslapen met hun moeder vrij stil. Maar soms zijn de omstandigheden anders of heeft jouw kleintje het concept van gemiddelden niet zo goed door.

Woelen en draaien kan wijzen op een probleem. Er kan iets onprettig zijn aan de kamer, aan het bed of in het lijfje van het kind. Probeer eens verschillende omstandigheden uit. Een andere deken, raam open of dicht, een andere kamer of zelfs een ander huis (vakantiehuisje!). Het kan van alles zijn dus het is handig om een dagboekje bij te houden. In combinatie met trekkende benen, moeilijk poepen of stinkende ontlasting kan je op de voeding gaan letten.

Soms is er niets aan de hand, of kan je de oorzaak niet vinden. Op zich is woelen niet slecht voor het kind zelf. Ze slapen er wel doorheen. Het zijn de ouders die er wakker van worden. Een groot bed biedt dan uitkomst. Een groot matras op lattenbodems op de vloer of op een paar pellets hoeft niet duur te zijn. En het is nog veilig ook. Je kindje kan er niet uit vallen. Op een bed van 2x2m of meer kan iedereen een eigen plekje vinden.

Kruipen en uit bed vallen: Dit is meestal alleen een dutjes probleem. Het is voor ouder en kind veruit het beste als er altijd samen geslapen wordt, ook overdag. Helaas is dat in onze cultuur niet altijd haalbaar. Dus ligt een kind nog wel eens alleen op de slaapkamer, in het grote bed of de co sleeper.

Als de kleine na een paar maanden het kruipen machtig is kan dat wel eens tot bulten leiden.

Dan ga ik eerst in typische Dolle Moeder stijl lekker rellen door te vragen of dat überhaupt erg is. Van een bult krijgt een kindje niet zoveel. Nou ja, een bult dus, en een waardevolle ervaring. Zou je zelfs niet kunnen stellen dat een kind het recht heeft om af en toe te vallen? Dat het nodig is voor een goede ontwikkeling?

Mocht je daar echt niet mee kunnen leven, of een bed hebben wat zodanig hoog is dat het niet bij een bult blijft, dan zal je er toch iets mee moeten. De meest simpele oplossing is het bed wegdoen. Hou de lattenbodems en het matras en leg de ombouw op zolder. Zo is het bed laag en het hele probleem opgelost. Ik heb zelfs een beetje weerstand tegen andere oplossingen bieden. Mag ik bekennen dat ik er moeite mee heb als je je bed of het uiterlijk van je slaapkamer belangrijk vind dan je kind?

Maarrrr, ik ben ook echt hele legitieme redenen tegengekomen waarom het matras niet op de grond kan, dus we gaan er toch even op in.

Bedhekjes, desnoods rondom het hele bed. Of schuif het meubilair tegen het bed aan om zo een soort bedstede te maken. Er zijn co sleepers die ook dicht kunnen. Wees creatief maar (!) wees ook veilig. Constructies van kussens, dekens of andere zachte dingen op bed zijn gevaarlijk! De co sleeper met stof dichtmaken ook.

Huilen s’nachts:  Het laatste probleem is meteen de moeilijkste. Een kind wat veel huilt is ongelooflijk zwaar. Zeker s’nachts. Als dit jouw categorie is wil ik je nog eens wijzen op stap 1. Doe stap 1! Doe het twee keer! Slaap! Regel voordat je wat dan ook gaat doen slaap, en hulp. Je hebt echt, echt hulp nodig. In de vorm van liefdevolle familie of vrienden. En een partner die achter je staat.

Ik ben van het vaste geloof dat kinderen nooit, nooit huilen zonder reden. Alleen is die reden soms moeilijk te vinden. Kijk of je er achter kan komen. Is er sprake van een trauma tijdens de zwangerschap of bevalling? Is er een medische reden? Is er een voedsel gevoeligheid? (Waar je echt alleen achter komt door dingen uit je dieet weg te halen. Er zijn geen testen die een dokter kan doen die betrouwbaar zijn.) Heeft je kind pijn?

Loop elke specialist plat, dwing ze te kijken.Geef niet op.

En regel hulp. Structureel, totdat je op een dag de reden vindt en er rust is. Of totdat het vanzelf overgaat (en dat gaat het uiteindelijk).

Maar mag ik je alsjeblieft ook zeggen wat je niet moet doen? En echt hier smeek ik je om. Ga niet in zee met de “richtlijn excessief huilen“. Als een dokter, of het consultatieburo, of de buurvrouw er mee aankomt, wijs het dan beleefd af. Ik weet dat je wanhopig bent nu, maar de slaap die je er misschien mee afdwingt is de gebroken band tussen ouder en kind niet waard. Ook al denk je van niet, dit gaat over. Dit is uiteindelijk maar een fractie van het leven van je kind. Vertrouwen duurt een leven lang.

 

Ten laatste wil ik alle ouders nog die ultieme, frustrerende maar oh zo ware mantra meegeven:

Het is een fase, het is een fase, het is een fase.

Welterusten.

Humaan

klembord

“Goedemorgen!”

Stralend geeft ze me een hand. Die ik even vergeet aan te pakken. Mijn baan is niet altijd leuk, sterker nog, meestal is het vooral saai. Maar soms, soms breekt de zon door. Vandaag schijnt het in haar lach. Heerlijk!

“Wilt u mij volgen?”

Ik volg je overal. Maar dat kan ik nu niet zeggen. Klembord stevig in haar armen geklemd draait ze kordaat om en begint te lopen. Ik schud kort met mijn hoofd. Nu even de gedachten bij de rondleiding. Ik zal straks een rapport moeten schrijven en een ode aan deze dame word vast niet gewaardeerd. Achter haar aan loop ik naar binnen. De geur slaat me in mijn gezicht. Na al die tijd kan ik er niet aan wennen. Stront en angst.

“Het vee, ja, sorry voor de term, komt hier binnen. Ze zijn dan wel een tijdje op transport geweest dus vaak zijn ze wat suf. We moeten ze dan wat helpen met de laadplank. Dat doen deze twee mannen. Vroeger ging dat dus met prikstokken, maar dat mag niet meer. Dus gebruiken we een zweep of knuppel. Voelen ze niet veel van hoor, je moest eens zien wat een moeite we soms hebben om ze in beweging te krijgen.”

Weer die lach. Een blonde lok aan haar staart ontsnapt.

“Als ze binnen zijn gaan we eerst de lijsten af. Even de presentie nemen, zeg maar. Als iedereen er is dan gaan we verwerken. Dat doen we snel, we willen immers niet dat ze onnodig lijden. Kijk uit waar je stapt, het is hier wat vies.”

Als ik naar de vloer kijk zie ik dat de waarschuwing te laat kwam. Mijn schoenen zijn voorzien van een stinkende plak. Ik frons. Een man in mijn functie hoort er goed uit te zien.

“We gaan nu de verwerkingsvloer op. We hebben met meerdere methodes geëxperimenteerd maar gas is toch het meest humaan gebleken. Ze worden verzameld in deze kamers en gaan eigenlijk rustig slapen. Oh kijk, we hebben geluk. Ziet u die man daar? Die draait net het ventiel open.”

We blijven even staan. Vanachter de dikke deur komt gebonk. Als ik goed luister hoor ik gedempt geschreeuw. Het klinkt niet als slapen..

“Zo. Met een minuut of 5 gepiept. Soms duurt het wat langer hoor, maar die van vandaag waren erg suf. De werkers slaan nu haken in de poten en slepen ze weg.”

Uhg. Het blijft een naar gezicht. Het bloed flink (ik kijk nu wel uit dat het niet op mijn schoenen komt) en ik zie er een paar die nog niet helemaal weg zijn. De werkers slaan er geen acht op. Het kost veel tijd om de gaskamer weer aan te zetten. Humaan is leuk, snelheid is leuker.

“Via de deur daar gaan ze naar buiten. Voor nu hebben we greppels net buiten de faciliteit. Later zullen we verder buiten het terrein moeten graven.”

Ik geef haar een hand. Net had ik haar nog wat willen vragen, een drankje, misschien eten. De rondleiding heeft me de lust benomen. Zakelijk is wat ik nu kan opbrengen.

Terwijl ik terug loop naar mijn auto kijk ik om. De grote poort is wel indrukwekkend. Hoop op zo’n hopeloze plek. “Werk zal u bevrijden” Prachtige spreuk.

 

Op veel plekken en in veel tijden hebben mensen elkaar vermoord. Maar nooit is de vreselijke efficiëntie van de nazi kampen geëvenaard.  Geïndustrialiseerde moord.

Het is dan misschien ook niet vreemd dat toen de agrarische sector een industrie werd, er naar deze kampen gekeken werd bij het ontwerpen van slachthuizen.

Laat me dat nog eens zeggen: de moderne slachthuizen zijn gebaseerd op de vernietigingskampen van de nazi’s. 

Ik ben opgegroeid in een familie met missende leden. Verdwenen in de oorlog, efficiënt vernietigd. Ik heb dat verdriet altijd geproefd, gevoeld. 

Er zijn mensen die het heel erg vinden om dat verdriet te vergelijken met het slachten van dieren. Toch is het voor mij hetzelfde. Maakt dat het verdriet om de mensen holocaust minder? Nee. Misschien zelfs wel groter.  Maakt dat Nazi’s van ons? Nee. Maar het zet ons wel voor een keuze.

Open je hart. Open je ogen. Het is niet nodig om dieren te doden. Niet voor voedsel, niet voor kleding, nergens voor. Je hoeft niets op te geven, alleen wat dingen te vervangen.

 

 

Onder water

12106963_1031244850253795_300988752265511528_n

Voordat ik de dolle moeder werd, ben ik zeven jaar lang zwemjuf geweest. En dat was heel erg leuk. Betaald worden om met kinderen in een zwembad te spelen is niet slecht.

Ja, natuurlijk is het meer dan dat. Je moet er ook echt werken. Maar het zou niet meer moeten  zijn. Zwemmen is spelenderwijs aan te leren, zonder dwang en met een hoop plezier. Dat weet ik omdat ik dat dus deed.

Ik ga vandaag even klokkenluider spelen. En dat vind ik best spannend. Er is namelijk nogal wat mis, in zwemlesland. Het word daar normaal gevonden om kinderen te mishandelen.

(eeennnnn…dit is het punt waarop mensen boos worden. Maar ik neem het niet terug. Wel ga ik het uitleggen)

Kijk. zwemles gaat zo. Eerst vertel je een kind vier jaar lang dat ze moeten oppassen in het water en niet met vreemden mee mogen. Dan neem je ze mee naar een zwembad, geef je ze aan een vreemde die vervolgens zegt dat je onder water moet. Vind jij het gek dat veel kinderen dat niet trekken?

Die kinderen zijn dus bang, die willen niet onderwater. Maar dat moet. Want er wordt per les betaald dus moet een beetje snel en angst is niet snel, angst is langzaam. En dat is het grote probleem.

Er worden wat spelletjes gedaan, er wordt een leuk verhaal verteld, er wordt misschien zelfs wat gezongen, maar uiteindelijk is de koek op. Van de tien kindertjes die begonnen zijn er nu nog zo’n drie bang en die hebben pech. Deze les gaan we onder water. In het diepe want dan hoeft de leraar niet zo te duwen.

Nu staat er dus een rijtje kleine kindjes te blauwbekken op de rand van het diepe, de zwemdocent staat in het water. Een voor een springen de kindjes er in en worden vakkundig zo opgevangen dat ze onder water gaan maar niet verzuipen. Dat leer je op de opleiding.

Natuurlijk zijn de drie bange kindjes als laatst. De juf of mees gaat nu overtuigen. Eerst lief, dat werkt bij een kindje. Dan streng, dat werkt bij de volgende. Proestend en met een traantje komen ze boven maar ze zijn gegaan. Blijft de derde over. Die wil echt niet. Echt, echt, echt niet. Niet lief, niet streng, gewoon helemaal niet. Die huilt. Dus klimt de volwassene er uit, pakt het kind er gooit het er in. Huppaaa!! Zo, dat klusje is geklaard. Het kind is onder water geweest.

……….dus…..

Ok. Ik geef het nu een snelle versie weer. De werkelijkheid bevat variaties. Maar weet je wat ze gemeen hebben? Dwang. Er ik vind dat een kind onder water dwingen niet ok is! Dat is verdorie mishandeling! Probeer het eens bij een volwassene en kijk hoe snel de politie erbij komt.

Maar het is voor een goed doel toch? Ze moeten leren zwemmen. Eigen bestwil en zo. Tough love.

Nee.

Zo ziet (ok zag) een zwemles er bij mij uit. Diezelfde tien kindjes komen binnen. Het eerste wat ze van mij te horen krijgen is dat er bij mij niets moet. Dat ik graag wil dat ze in het water of op de kant blijven. Zodat ik ze kan zien. Verder niets! That’s it! Geen geintje, als ze de hele les op de kant met de beentjes in het water willen zitten vind ik dat prima.

Zo voelt een kind controle. Zo voelt een kind veiligheid. En zo word ik vanzelf geen vreemde meer, maar iemand die te vertrouwen is.

Als ik dan vraag (nadruk op vraag) of dat kind misschien mee wil lopen, of een oefening mee willen doen, dat gaan ze dat vanzelf doen. Elke keer. Zonder uitzondering. Dat kan een paar minuten duren of een paar lessen, maar ze komen.

Het is niet, nooit, nodig om een kind te dwingen. Zelfs een kind wat al gedwongen is kan je met dit simpele trucje weer vertrouwen geven.

Toch gebeurt dwingen vaak, en overal waar ik ben geweest. Niet door elke zwemdocent, maar wel in elk zwembad. Waar de ouders vaak bijzitten.

Wanneer zijn we het normaal gaan vinden dat onze kinderen zo behandeld worden? Wanneer zijn we dwang gaan toestaan onder het mom van leren? Hoe komen we er bij dat je onder dwang überhaupt iets kan leren?

Misschien vind jij het klein, maar ik vind het groot. Een kind leert zo dat volwassenen niet te vertrouwen zijn, dat geweld en dwang bij liefde horen. Dat is echt niet ok. En misschien ben jij er ook groot mee geworden en ben je “prima terechtgekomen”, maar ik gun mijn kinderen meer dan prima.

Bevalt het?

birth

 

In de jaren 60 hebben we hard gevochten om baas te zijn in eigen buik. Recht op anticonceptie, recht op abortus. Vrouwenrecht! En terecht.

Weet je wat het is met onkruid? Net als je denkt dat je het onder controle hebt, blijkt er toch een zaadje te liggen en voor je het weet stap je je tuin in en staan je aardbeien vol distels.

Bevallen. Iets wat alleen gebeurt met mensen die geboren zijn met vrouwelijke geslachtsdelen. Voor het gemak praat ik nu over vrouwen, mij wel bewust dat daar ook uitzonderingen op bestaan.

Vrouwen bevallen dus, met hun buik, waar ze zogenaamd baas over zijn. Maar niet echt dus, want bazige vrouwen zijn eng. Die moeten onder controle, en dat kan vandaag de dag niet meer met wetten, dus doen we het maar met angst en taal. In je favoriete tv serie, uit de mond van de dokter, de buurvrouw en helaas soms ook de verloskundige komt angst. Angst en een heel giftig taalgebruik. “Ik moet in het ziekenhuis bevallen” “Ik moest een knip” Je moet verdorie niets! Elke andere zorgverlener geeft opties en overlegt, behalve als het om bevallen gaat. Dan ‘moet’ je ineens vanalles.

En nu staan we op het punt iets heel belangrijks te verliezen. De thuisbevalling. Want thuis voelen vrouwen zich sterk en dat kunnen we niet hebben. Dus verzinnen we dat het gevaarlijk is, dat thuisbevallen. Worden zwangere vrouwen heel professioneel het ziekenhuis in betuttelt. In 2014 beviel slechts 13.4% van de vrouwen thuis. Dat is echt heel weinig. Te weinig. Een thuisbevalling is belangrijk, dat is geen geneuzel in de marge, dat gaat over kracht, over een goed en veilig begin voor moeder en kind (jup! een thuisbevalling is veilig, dat is bewezen, wat niet bewezen is, maar in mijn optiek wel waar, is dat een ziekenhuis in 90% van de gevallen niet veilig is. Meer kans op onnodige ingrepen en veel, veel meer kans op psychologisch trauma).

Maar goed, uiteindelijk vind ik, en dat vind ik echt, dat een vrouw moet bevallen waar ze zich het meest veilig voelt. (Dat dat gevoel van veiligheid vaak gebaseerd is op onjuiste informatie is een andere kwestie). We staan op het punt die keuze te verliezen. Niet meer baas in eigen buik, baas over eigen bevalling, maar verplicht naar het ziekenhuis waar je je verplicht (niet wettelijk, oh nee, maar wel met druk, en chantage en desnoods geweld) aan de protocollen moet houden.

Er wordt hier, op een heel achterbakse manier, getornd aan vrouwenrechten, aan mensenrechten! En ik mis verdorie de publieke verontwaardiging! Waar zijn de grote feministen? Waar blijft de redactie van de Opzij? Waar zijn de boze massa’s?

Deze strijd wordt gevochten door gynaecologen die geld ruiken (jup, ik zeg het! Maar zij zijn de enigen die er mee opschieten als er meer bevallingen medisch worden) en verloskundigen, moeders en doula’s die uit alle macht proberen om een lawine tegen te houden. Maar dit gaat iedereen aan. Jou, mij en zeker, vooral, onze dochters.

Ik heb een dochter. En ik  ben bang. Bang voor haar. Bang voor haar toekomst. Wat voor keuzes gaat zij hebben? Hoe zal zij baren?

Maar ja, wat kan ik doen? Anders dan boos zijn? Anders dan schrijven en jullie boos maken? Ik weet het niet. Er is een petitie. Er is een stichting. Maar om dit tij te keren hebben we meer nodig. Veel meer.