Lachen

lachen

“Ik lach je niet uit, ik lag je toe.”

Echt…echt…als je mij als kind kwaad wou maken dan kon dat met die zin. Vooral omdat die altijd kwam nadat ik me behoorlijk uitgelachen voelde.

Vandaag de dag kan ik er nog steeds niet tegen. Van hetzelfde nivo als “je hebt geen honger, je hebt trek. Kindjes in Afrika hebben honger.” Bah!

Tijdens het typen zie ik weer de genoegzame gezichten van vervelende volwassenen boven me hangen. Die je dan wel eens even vertellen wat jouw wereldbeeld zou moeten zijn en hoe jij je behoort te voelen. Uhg!

Thuis ben ik als kind altijd bloedserieus genomen. Beide moeders luisterden echt naar me, namen mijn advies aan en praatte normaal met me. Daar ben ik ze eeuwig dankbaar voor en het is iets wat ik met mijn eigen kinderen ook doe. Nadeel is dat het contrast met de buitenwereld erdoor zo groot wordt. Ik wist echt precies wanneer ik niet serieus genomen werd en ik had er een grove hekel aan.

Neem nou die eerste zin. “Ik lach je niet uit, ik lach je toe.” Zullen we die even ontleden?

De eerste boodschap is dat het kind dus niet in staat is uitlachen van toelachen te onderscheiden. Terwijl kinderen van nature meesters zijn in het onderscheiden van emoties. Overigens, en dit heeft me altijd dwars gezeten, wat is toelachen precies? De Van Dale zegt dat het iemand lachend aankijken is. Ik stel me daar dus een milde, vriendelijke glimlach bij voor. Niet echt iets waar een kind over klaagt. Zeker niet snel te verwarren met uitlachen.

De tweede boodschap is zo mogelijk nog erger. Het is het compleet wegvagen van het gevoel van het kind. Stel nou he, stel nou dat Marietje het echt verkeerd had gezien. Dat je moest niezen en dat dat er door een rare genetische afwijking precies uitzag als lachen. Dan zou je alsnog gewoon sorry kunnen zeggen. Niet dat je iets fout deed, maar om haar gevoel te erkennen. “Het spijt me dat ik je dat gevoel gaf, ik bedoelde het niet zo.”

En daar komen we bij de kern van de zaak. Volwassenen kunnen geen sorry zeggen tegen kinderen. Doordat ze hun fouten niet kunnen toegeven marcheren ze lomp over de gevoelens van hun kleine medemens heen. En dat is niet juist, daar ben ik het (is er nog iemand verrast?) niet mee eens.

Kinderen zijn belangrijk, heel belangrijk. Dat snappen we eigenlijk allemaal wel. Zelfs de kinderloze zuurpruim drie huizen verderop beseft dat er een probleem is met het pensioen als er geen volgende generatie komt.

Maar waarom behandelen we kinderen dan alsof ze er niet toe doen?

Primitieve stammen doen dat over het algemeen niet. Kinderen worden daar voor vol aangezien en dat uit zich in ieders geluk. Je mag aannemen dat wij dat ooit ook zo deden. Ergens tijdens de agrarische periode en daarna, tijdens de industriële revolutie, zijn we de weg kwijt geraakt.

We zien kinderen als minder, leren ze af om zelfstandig te zijn en zijn vervolgens boos dat we zoveel voor ze moeten doen. Diezelfde kinderen groeien op tot beschadigde volwassenen en vind je het gek dat we nu met een samenleving zitten waar het ieder voor zich is en we lachen om elkaars pijn. En wat zeggen we dan? “Ik lach je niet uit, ik lach je toe.”

Ik ben er eerlijk gezegd een beetje klaar mee. De oplossing is zo simpel als het moeilijk is. Simpel om naar je kind te kijken en te zien dat daar een persoon staat. Een volwaardig mens met volwaardige gevoelens en een volwaardige mening. Iemand om rekening mee te houden. Moeilijk omdat je weerstand moet bieden tegen een samenleving die je voor gek verklaard. Familie, vrienden, buren, docenten en vergeet het consultatie buro niet. Allemaal volwassenen die het trauma uit hun jeugd proberen te herhalen om zo hun pijn te normaliseren.

 

Kuikentje

kuikentje

Kinderen houden van kuikentjes. Wat zeg ik, iedereen houdt van kuikentjes. Van die lieve, gele, pluisballen. En dat ze dan zo zoet piepen. Of heb je wel eens zo’n kleintje uit een ei zien komen? Zo helemaal nat nog, en dat ie dan uitgeput is en dicht tegen zijn mama aan gaat uitrusten? Zooooo lief!

Kippen zijn ook lief. En koeien, schapen, varkentjes, allemaal hartstikke lief. Zeker in de ogen van een kind.

Hoeveel kinderboerderijen zitten er bij jou in de buurt? In mijn stad zijn er een paar, maar ik woon vlak bij een hele leuke. Kwam ik als kind zelf ook. Bokjes kijken, lammetjes aaien. Zo leuk!

Tegenwoordig vind ik het maar luguber, zo’n kinderboerderij. (Jup, daar ga ik weer. Niets is veilig! Mwahahaha! Laat mij maar even los op die jeugdherinneringen)

Het is niet zozeer de plek zelf hoor. (Niet dat kinderboerderijen diervriendelijk zijn hoor, maar daar gaan we nu niet op in), waar ik het nu over heb zijn de kinderen die er komen. Daar zit echt iets heel donkers aan.

Neem Marietje hier. Marietje heeft een groen jasje, staartjes in en van die rode Jip-en-Janneke laarsjes aan. Ze is een jaar of 3 en houdt haar vader stevig bij de hand. Ze staan in de knuffelweide. 

Ons Marietje is heel dapper en durft de diertjes al te aaien. Papa leert haar hoe ze heten. Koetje en kalfje, schaapje en geitje en ook nog wat lammetjes. Die springen zo leuk. 

Bij de voederbak lopen wat kipjes rond en straks gaan ze binnen bij de kuikentjes kijken. Daar verheugt ze zich op.

Marietje heeft voor ze weggingen een eitje gegeten en een boterham met worst. Vanavond als ze terug zijn mag ze een lamskoteletje. Die zijn zo lekker! En dan als toetje ijs.

Snap je hem? Savvie? Heb je het door? Dat is toch raar?! Die kinderen zijn ook niet achterlijk. Sta je net uit te leggen waar die kuikentjes vandaan komen, gooi je even later een ei op tafel. Lief lammetje aaien, maar vanavond op je bord. Die boodschap rammelt aan alle kanten!

Sterker nog, die boodschap doet schade. We kunnen niet van een kind verwachten dat ze aan de ene kant helemaal wollig worden van een kalfje, om daarna een koe op brood te eten. Dat klopt niet, dat kan niet, dat is geestversplinterend fout.

En splinteren doet die geest dus. Cognitieve dissonantie heet dat.

“In de psychotherapie en psychiatrie wordt ook gesproken van cognitieve dissonantie. Bijvoorbeeld als iemand een langdurig traumatische ervaring heeft moeten ondergaan die volkomen strijdig is met wat algemeen gedacht wordt over wat moreel aanvaardbaar is. Dit kan bij het slachtoffer leiden tot verandering van die algemeen geldende opvatting. Het slachtoffer gaat zonder dat hij (of zij) daar erg in heeft positiever denken over de motieven van de dader aan wie hij of zij onderworpen is.”

Het is, bij de meest kinderen, een van de eerste echte trauma’s die we meemaken. Aan tafel doen papa en mama zo normaal over het eten. Het kind heeft het ook al vaker gegeten maar heeft net pas gehoord wat het is. “Lekker kippetje vandaag schat.”

Dat kan niet. Papa en mama kunnen niet mensen zijn die lieve kippetjes doodmaken en eten. Het kind kan zichzelf ook niet zo zien. Maar tegen de normen van de ouders ingaan kan ook niet. Er ontstaat een innerlijk conflict wat, vrijwel altijd geheel geruisloos, opgelost wordt door een breuk.

We zien het kipje van de boerderij niet meer al hetzelfde kipje wat op het bord ligt. De twee worden gescheiden en zo kan het kind verder.

Dat levert volwassenen op die hele rare waarden hebben. Kijk eens naar dit filmpje. Mensen in de supermarkt willen maar al te graag worst bestellen, tot ze worden geconfronteerd met een biggetje. Dan komen ze in heftige opstand.

Kijk eens naar deze kinderboeken over boerderijen. Zo ziet een boerderij er niet uit. Zo wel (waarschuwing!! Heftige beelden) Maar dat laten we niet aan onze kinderen zien. Geheel terecht, overigens, maar waarom voeren we het resultaat ervan wel aan onze kinderen?

Waarom weten we dat dit, en dit traumatiserend is voor kinderen, maar denken we dat het eten van spek en kaas dat niet is?

Enne, als je het zelf niet kon om die filmpjes te kijken, maar nog geen veganist bent, dan zit de dissonantie bij jou ook flink diep. Zou je zo dapper willen zijn om eens echt te voelen? Om je ogen dicht te doen en even, in een stil moment, te voelen wat het met je doet? Want ik geloof in jou, en ik geloof dat je een goed mens bent. Maar goede mensen doen dat toch niet?

 

 

 

Tufteren

2016-09-02-20.38.31.jpg.jpg
Ik en mijn moeder, zeer elegant aan het pauzeren in de Zwitserse bergen.

Ik zal een jaar of 8 geweest zijn. In die tijd gingen we elk jaar op vakantie naar Zwitserland, om daar prachtige bergtochten te maken. Een aantal van mijn favoriete en vormende jeugdherinneringen vinden plaatst tijdens dat soort tochten.

Dit keer hadden mijn ouders een wandeling op het oog naar het kleine dorpje Tufteren. Daar zouden we dan wat rusten om met de Gondeli terug te gaan. Op de kaart leek het goed te doen.

Bleek even anders. Het hoogteverschil was enorm! Urenlang liepen we een steile berg op, zonder bewoning tegen te komen. Hoe hoger we kwamen, hoe slechter het weer werd. Ik zie nog heel helder voor me hoe we onder een boom even stopten zodat mijn moeders mij en mijn zusje hun regenjassen aan konden doen. Vier vrouwen, in eenzaamheid tegen de berg en de elementen.

Omdat jonge kinderen vooral op motivatie lopen, werden Zusje en ik de berg op gepraat. Tufteren werd het beloofde land. Daar wachtte warme chocomelk, gebak, warmte en al wat we maar konden wensen.

In mijn herinnering liep ik redelijk stoïcijns door en klaagde ik niet. Of dat klopt moet je aan mijn moeder vragen, maar ik behoud me het beeld van het dappere kleine meisje. Ik geloof dat ik er, ondanks de ellende en de kou, het avontuur er wel van inzag.

Maar goed, uiteindelijk, na een lange tocht…..

..bleek Tufteren letterlijk 2 huizen, een schuur en een kerk..meer niet.

Ken je die vermoeidheid en verbijstering die omslaat in lachen? Dat je van verslagenheid de humor inziet? Zo waren we. Of nochtans, zo herinner ik het me.

Mijn ouders, inziend dat we wel echt meer nodig hadden dan een schuur kon bieden, liepen kordaat op de kerk af en vroegen om hulp. Daar werden we binnen gelaten en kregen we thee en ovomaltine. Onze natte spullen mochten over de verwarming en langzaam maar zeker kwamen we wat bij.

Uiteindelijk is mijn ene moeder met mij en Zusje naar de Gondeli gegaan en is mijn andere moeder, geheel uit eigen beweging, terug gaan lopen. Schijnbaar was er nog een steiler pad om te proberen. Friese koppigheid.

Sindsdien is Tufteren een legende in mijn ouderlijk gezin. Elke andere tocht werd er aan afgemeten, elk jaar werd het verhaal opnieuw verteld (en werden de ontberingen iets dieper uitgemeten). Tufteren is deel van onze historie, onze legendes.

(Overigens heb ik net op Google Maps het dorpje opgezocht en in de jaren is het nogal gegroeid. Om de een of andere reden voelt dat niet eerlijk. Hoe durft de ontwikkeling mijn jeugdherinneringen uit te wissen.)

Ieder gezin heeft deze legendes. Onze gedeelde ervaringen, onze avonturen, zijn verweven in de band die ons bij elkaar houdt.

Mijn ouderlijk gezin is uit elkaar gevallen zoals dat bij vrijwel alle gezinnen gaat. We houden zielsveel van elkaar maar we wonen niet meer in hetzelfde huis, soms niet eens meer in hetzelfde land. We zijn gescheiden door afstand, werk, de volgende generatie en helaas ook door de dood. Maar onze gezamenlijke geschiedenis is een draad die ons verbindt.

Als we weer bij elkaar zijn hoeft er maar iemand te vragen “weet je het nog, Tufteren?” en we zijn er weer. Vier vrouwen op een berg, tegen de elementen, niet stuk te krijgen.

Burkini

 hijab

Waarschuwing! Ik ga nu schrijven over iets waar ik boos over ben. Als ik boos ben ga ik schelden. Als je niet tegen schelden kan moet je nu oprotten. 

Ondertussen hebben we het allemaal al gezien. De foto waar een vrouw uit haar kleren wordt gedwongen. Door de politie. Laat dat  even doordringen. Probeer er nog even geen beeld bij te hebben. Of beter nog, stel je eens voor dat het je moeder is. Je moeder ligt op het strand, en de gotverdomde politie komt er aan en dwing haar zich uit te kleden!! En niemand doet iets! Een strand vol mensen en je moeder staat daar, zonder kleren, vernederd door de staat en in de steek gelaten door haar medemens.

Natuurlijk was het dit keer niet jouw moeder. Het was een vrouw in Nice, in een burkini. Vermoedelijk is ze een moslim, geen idee, ik ken haar niet. Maakt ook niets uit.

En nou niet denken dat dat veilig in Frankrijk is en jezelf op de borst slaan dat het hier wel anders is. Want dat valt dus vies tegen. Moet je eens proberen in een burkini naar een zwembad te gaan hier. Ik heb in verschillende zwembaden gewerkt, de meesten verbieden het. Ja, niet openlijk. Zo zijn we niet in Nederland. Openlijk racisme mag niet, het moet verstopt. Dus zijn er regels dat de badkleding niet over de knie en elleboog mag vallen. Wat vrijwel alleen het geval is bij een burkini. Komt dat effe handig uit…..

Ik ben boos over het beleid daar, ik ben boos over het stille racisme hier, maar weet je waar ik nu echt zo giftig van word? Van de omstanders. Van dat stelletje laffe kuddedieren die er naast stonden. Die niets deden. Lafaards!

Ooit, in een ver verleden, heb ik gezworen nooit een omstander te zijn. Als je iets ziet gebeuren, kom je in actie. Als dat hele strand voor die vrouw was gaan staan. Samen, als een volk, dan waren ze daar ook meteen van dat stomme terrorisme en racisme probleem af. Want weet je, als dat nu wel mijn moeder was geweest, of mijn tante, en ik was erg religieus uitgevallen, en ik ging om met wat extreme mensen. Dan kan ik me best nog eens voorstellen dat ik wraak had willen nemen. En zo is de cirkel weer rond, zo draait de hele mallemolen nog een keer en blijven we allemaal op de attractie zitten.

Tijd om af te stappen mensen! Stop hier nu eens mee.

Als nonnen niet eng zijn, en Volendammers dan vallen burkini’s ook wel mee! Hypocriet gelul. Ik ben dat zo zat! Oh, en voor degenen die gaan roepen dat Volendammers zich niet opblazen, de grote meerderheid van aanslagen worden niet door moslims gepleegd, en al helemaal niet door moslima’s. Eigenlijk zijn het alleen maar mannen, dus waarom wordt een kledingstuk voor vrouwen in de ban gedaan? Ga toch moeilijk doen over boxers ofzo! (maar niet echt want ze zitten lekker)

En dan dat flinterdunne sausje van vrouwen bevrijden uit onderdrukking. Lulkoek! Vrouwen bevrijd je niet door ze gedwongen uit te kleden, net zo min als je een lesbienne ‘bekeerd’ door haar te verkrachten. Een hijab is een stuk stof dat bevrijdend of onderdrukkend kan zijn, net als make up, of neptieten.

Waarom moeten ze verdomme altijd vrouwen hebben? Ik ben het zat, zo ontzettend zat! Ik was een slet want mijn rok was te kort, zij is een terrorist want haar pak is te lang. Hou er mee op! Klaar nu! Blijf met je patriarchale klotehandjes van vrouwen af!

(….amen in…adem uit…je computer door de kamer gooien lost niets op…)

Als een Jood wil ik niet dat mijn nicht zo behandeld wordt.

Als een Europeaan wil ik niet dat mijn mede burger zo behandeld wordt

Als een vrouw, eis ik dat jullie mijn zuster behandelen met het respect dat ze verdient!

Ik wil geen omstander zijn. Ik ben geen omstander. Vandaag heb ik een sluier omgedaan. Voor haar, voor al mijn zusters. En ik wil jullie vragen dat ook te doen.

Er is al een #meninhijab. Bij deze begin ik de #meinhijab. Het is niet veel, het is niet genoeg, maar het is een begin. Ik hoop dat het vrouwen in een hijab bereikt, ik hoop dat het haar bereikt. Dat ze weet dat hoewel ze toen alleen was, we nu naast haar staan.

 

Moeders vermist!

_DSC0511

Wereldwijd zijn talloze vakantiefoto’s bestudeerd door een team van experts. Na eindeloze beelden te bekijken van bergen, zeeën, vakantiehuisjes, parken, tenten, bussen, vliegtuigen en bossen komt ons team tot een verbijsterende conclusie: We missen de moeders!

Op de vrolijke kiekjes zijn vaders en kinderen ruim aanwezig. In verschillende gezellige poses laten zij zich rijkelijk fotograferen. Slechts de moeder ontbreekt.

Na hun onthutsende bevindingen te hebben gepresenteerd is er een internationaal Search en Rescue team samengesteld. Doorgewinterde specialisten om onze moeders te lokaliseren. Bij een missie ter plaatse kwam de choquerende waarheid boven tafel.

De moeders bevinden zich achter de camera.

 

Ok. Maar alle gekheid op een stokje nu. Dit is wel een echt ding. Kijk eens naar je eigen vakantie foto’s.  Best kans dat je er amper opstaat. Of alleen als selfie. Graaf ook eens je oude jeugdfoto’s op. Hoe vaak staat jouw eigen moeder op de plaat? Er zijn zeker uitzonderingen, maar  meestal is het redelijk droef gesteld.

Het zal je niet verbazen dat ik dus net terug ben van vakantie. Hartstikke leuk joh, maar er is maar 1 foto waar ik niet met uitgestrekte hand op sta. En toen had ik zelf gevraagd of mijn Officier een foto wou maken. (Wat uiteraard een hint was om dat vaker te doen, wat ie totaal niet heeft opgepakt, wat ook totaal te verwachten was. Dus als je dit leest liefje, of je vaker de camera wil pakken.)

Maar wat zegt dit nu? Wat verteld dit over ons en belangrijker nog, wat moeten we ermee? Ik heb geen pasklare antwoorden. Wel een hoop mijmeringen.

Bijvoorbeeld het opgelaten gevoel wat ik had toen ik vroeg of meneer een foto van me wou maken. Het voelt ijdel, kunstmatig. Maar is het dat? Wat zou het heerlijk bevrijdend zijn als ik zonder bijgevoel om een plaatje kan vragen. Zou ook wel zo zuiver zijn. Ik heb een behoefte (ook af en toe op de foto staan) dus ik geef het aan. Zo ‘hoort’ het wel een beetje.

Toch blijft er een deel van mij wat wil dat het vanzelf gaat. Dat ik er niet om hoef te vragen. Gefotografeerd worden is letterlijk gezien worden. Erkend worden. De ultieme bevestiging dat je er mag zijn.

Wat zou het heerlijk zijn als dat vanzelf gaat. Stiekem zou ik een beetje vakantie-papperazzi wel waarderen.

Of moeten we het zo laten? Zelf in onze eigen behoefte voorzien. Met selfie-stick en zelfontspanner ons moederschap in beeld brengen? Dat geeft wel een bevrijding, een zelfstandigheid. Maar ergens ook een eenzaamheid.

Grappig trouwens, hoe dat veranderd is. Terwijl ik dit schrijf herinner ik me waarom er weinig foto’s van mij als puber en jongvolwassene zijn. De grap die ik maakte dat ik fotograaf werd omdat ik zelf niet op de foto wou. Ergens toen het meisje moeder werd is dat veranderd. Nu is het niet meer zo vreselijk. Waarom vond ik dat ooit zo erg? Geen idee meer. Vast iets met puber existentialisme en angst.

Ergens, ooit, geen idee meer hoe of waar, hoorde ik het verhaal van een moeder die overleden was. Niet heel jong, maar toch droevig. Toen haar kinderen foto’s zochten voor de dienst bleek dat ze er maar twee konden vinden waar zij op staat. Twee foto’s op een heel leven.

Zo droevig is het bij mij nog niet. Maar ergens is dit wel een ding, en ergens heeft het iets te maken met onze onzichtbaarheid. En daar hou ik niet van.

Zullen we met z’n allen op vakantie? Naar zo’n stom huisje? En dan heel veel foto’s van elkaar maken. Lekker gezellig.

Moederzorg

meld

Waar ik jullie meestal toespreek als (dolle) moeder, wil ik vandaag even op de stoel van dochter gaan zitten.

Dat ben ik namelijk ook, dochter. Ik ben de dochter van drie ouders.

Jup. Drie. Altijd baas boven baas. Snelle uitleg: Er waren eens twee vrouwen die werden verliefd. Wat bloemen, chocola en katten later kwamen daar twee kindjes van. Een jeugd later zijn die twee vrouwen liefdevol hun eigen weg gegaan. Na een tijdje kwam er een geweldige man bij die ik vader mag noemen. Helaas is een moeder overleden maar gelukkig had ik een reserve. (wat! beetje donkere humor mag. Het is mijn moeder)

Ok. Ik. Dochter dus. En nu wil ik het even over mijn overgebleven moeder hebben. Ze is voor mij de originele Dolle Moeder. Zonder poeha maakte ze altijd haar eigen weg. Gebaande paden heeft ze nooit aan gedaan. Ze was, en is, een sterke vrouw. Zo’n echte, met hersens, en bij tijd en wijlen een grote mond (nee echt, een keer waren we op een vliegveld in het buitenland en er was een staking dus we kregen onze bagage niet. Na een tijd heel geduldig wachten had mijn moeder er genoeg van, trok flink van leer tegen een medewerker en een minuut later werden onze koffers naar buiten gereden.).

Ken je die spelletjes van “mijn vader kan jouw vader aan.”? Wel…mijn moeder kan iedereen aan. Tijdens haar deeltijd studie heeft ze haar eigen bedrijf opgezet en was ze vier keer zwanger. Ons huis was altijd vol met geredde dieren en mensen. Ze heeft de grand canyon in een dag gelopen, is op een gebroken been de Alpen uit gelopen, is na haar 50e gaan motor rijden, is in haar leven drie keer geëmigreerd, is na haar 60e aan een tweede master studie begonnen en nu wordt ze oud…..

 

Vroeger he, vroeger had ik zelfs twee van die moeders. Onverzettelijk, machtig, groot en eeuwig. Mijn moeders. Twee prachtige feministen die mij in wijsheid, zachtheid en vertrouwen opvoedden. We maakten altijd grapjes. “De een gaat nooit dood, daar heeft ze geen tijd voor, en de ander vindt doodgaan onzin.”

..en toen claimde de zee er een….

Maar! Ik had de ander nog. Letterlijke rots in de branding stond ze sterker dan ooit. We hadden haar nodig en ze was er.

..en nu wordt ze oud.

Jaa..niet overdrijven he. Ze is niet half dood ofzo. Ze schrijft aan haar thesis, loopt elke dag meer dan ik, kookt, past op, geeft les, en rijdt nog steeds op de motor.

Maar laatst was ze haar horloge kwijt. En bij het zoeken vond ik pijnstillers. Niet erg, niets geks, maar ik wist het niet. We praatten er over, ze legde uit dat ze pijn had. Ze had het mij niet verteld omdat ze dacht dat een kind dat toch niet allemaal wou horen. Waarop ik zei dat ik geen kind meer ben.

Mijn moeders hebben altijd voor mij gezorgd. Een is onder de golven. Voor altijd 63 en voor altijd sterk. De ander is 66 en dat is nog niet zo oud. Ze heeft pijn maar nog niet zo heel erg. Langzaam zorg ik een beetje voor haar, maar echt nodig is het nog niet.

Het proces is prachtig om te zien. Ik vind haar prachtig. Al de moederzorg die ze mij gegeven heeft komt nu weer terug. Uit mijn hart geborreld stroomt het naar haar. Zorg en liefde zijn wederkerig.

Waar miep ik dan over? Waarom ben ik zo melancholisch?

Weet je, als fotograaf hou ik heel erg van dingen die zichzelf niet meer zijn. Een ingestorte schuur, een huis wat afgebroken wordt, een vergeten terrein. Binnen wordt buiten, de functie wordt anders, stiller.

Langzaam, heel langzaam, wordt mijn moeder anders. Haar functie veranderd. Ze is niet meer de grote onverzettelijke, ze is een kleine, beetje kwetsbare vrouw. En ik, ik verander ook. Niet meer het kind wat in vol vertrouwen leeft. Nu de vrouw, ook kwetsbaar, die vertrouwen schenkt.

We zijn niet meer wie we waren. We groeien, op of neer. Dat is mooi. Zo hoort dat. Al het leven stroomt.

 

 

Over brelfies en selfies.

This slideshow requires JavaScript.

Moederschap en feminisme. Twee zo verweven onderwerpen die lang niet altijd hand in hand gaan.

De tweede feministische golf beoogde de vrouw te bevrijden van het juk der moederschap. Om vrouwen tot het nivo van de man te verheffen werd het mannelijke vaak geëmuleerd. Denk aan de zware parfums en de grote schouders. Als gevolg van deze stroming is moeder bijna een vies woord geworden.

Begrijp me niet verkeerd. De grote vrouwen uit deze tijd zijn helden. Veel van de vrijheden die ik geniet zijn door deze groep bevochten. Met de kennis en (on)mogelijkheden van toen hebben ze hun best gedaan en ons een betere wereld achtergelaten. Toch blijft het jammer dat we nu het moederschap als tweederangskeuze zien.

Ik mag graag het idee hebben dat we daar weer van terug komen. Sterke, bewuste mommybloggers  laten ons zien hoe het ook anders kan.

Maar goed. Selfies. Die kennen we allemaal. Dat je je telefoon trekt, de voorwaardse camera activeert en een leuk gezicht trekt. Maar ken je het concept selfie-shaming ook? Jawel, dat ken je wel. Denk duckfaces, en Kim Kardshian. Denk wat de wereld ervan te zeggen had. Yeah…niet zo leuk.

Ik hou wel van selfies. Ze komen regelmatig langs in mijn telefoon en dat maakt me best blij. Vrienden zien is leuk, vrienden leuke gezichten zien trekken is nog leuker. Maar selfies dienen ook een doel anders dan zelfpromotie. Het is een tegen geluid naar de overweldigende lading gladgeshopte media beelden die we de hele dag zien. Selfies zijn, ja, ook met filters, echt. Wij zijn het, letterlijk, zelf. Met selfies nemen vrouwen en mannen hun plek in de wereld terug.

Een sub categorie van de selfie is de brelfie.

Brelfie: De daad waarbij een vrouw zich in onmogelijke bochten wringt om tijdens het borstvoeden een zelfportret te maken. Een samenstelling van het woord “breast”en “selfie”.

Brelfies. Je houdt er van of je haat het. Er lijkt geen tussenweg te zijn. Drie keer raden wat ik vind (snap ie? drie keer? want er zijn maar twee keuzes? leuk grapje van mij!)

Bij deze verklaar ik mijn officiele liefde voor de brelfie. Het normaliseert het borstvoeden, het de-seksualiseert de borst, het toont de realiteit van een moeder, het bevrijd de tepel (free the nipple!!!!!!!!!!!) en we kunnen extra goed genieten van die heerlijke dikke baby wangetjes.

De U.N. en de WHO roepen op tot het plaatsen van brelfies op sociale media. En daar ben ik het echt ontzettend mee eens. Als meer mensen borstvoeding zien, gaan meer mensen borstvoeding geven, steunen en aanmoedigen. Als er meer kinderen borstvoeding krijgen gaan er minder kinderen dood. Enigzins belangrijk.

Deze week is het World Breastfeeding Week. Mooi moment om die brelfie te plaatsen. Wel even opletten dat de tepel goed in de mond van je kind zit, Facebook is nogal preuts. Want vrouwentepels zijn hardstikke eng man!

Uiteindelijk gaan selfies, in alle vormen en maten, voor mij om macht. Het model neemt het portretrecht terug. Wij bepalen hoe we gezien worden en we zijn  terecht trots.

Met name vrouwen zijn lang afgestraft voor trots en van die groep wordt met name moeders verteld dat ze zich moeten schamen. Nooit goed genoeg, nooit mooi genoeg en zeker niet meer strak genoeg. De ‘dad bod’ is in, maar de ‘mommy-makover‘ wordt goed verkocht door plastisch chirurgen. (“goedemorgen! Ik heb hier een pakket met twee maten voor u, zal ik het op het aanrecht zetten?”)

Dus kom op met die zelfportretten! Met getuite lip, met melk borst en met laag uitgesneden shirt. Met buikspieren, met je nieuwe phone en met aaaallllle filters.

Open brief aan moeders die op internet teveel uitroeptekens gebruiken.

boos

Kokosolie!!!

Slaaptraining!!!!

Draagdoek!!!!!

Wasbare billendoekjes!!!!!!!!

 

Lieve moeders die graag uitroeptekens gebruiken.

Na het baren van kind en placenta wordt ook een mening geboren. En wat voor een. Nu jij moeder bent valt jou een flinke portie vooringenomenheid ten deel. Met baby vastgesnoerd op de buik worden internetfora en social media de plaatsen waar jij je wijsheid deelt.

Waar timidere vrouwen dan jij voorzichtig vragen of er nog tips zijn voor rode billen, ga jij meteen naar de kern van de zaak. Zinnen en argumentatie worden overgeslagen! Daar is hier geen tijd voor. Die billen zijn rood en jij weet wat er op moet!

Of dan de moeder die vertwijfeld is over het advies van haar sm (jaahaa, jij spreekt vloeiend de taal der mamma-afkortingen. Sm is voor jou geen slaapkamer activiteit. Dat is de SchoonMoeder. Distributeur van slecht advies en bemoeienissen). Jouw over gepunctueerde kreet maakt in een woord duidelijk wat je vind, en wat zij uiteraard ook moeten vinden..

Strijdend blader je het internet door. Als een ridder, nee, als een Paladijn, kreet je te hulp waar je dat nodig acht. Het uitroepteken als zwaard voor je uit gestuwd. Bronvermelding, uitleg, argumentatie. Pah! Daar ben jij voorbij. Je bent immers moeder. Jij weet waar je het over hebt.

In het zeldzame geval dat een andere moeder het waagt het met je oneens te zijn verklaar je de strijd. Elk!!! Woord!!! Gevolgd!! Door!!! Uitroeptekens!!!!111!!!11!!!!!!!! Jij hebt gelijk! Jij! Omdat, gewoon omdat!!!!!

Nadat de site moderator de discussie heeft gesloten verklaar je de overwinning. Gloeiend in je gelijk zet je een kopje thee, dat heb je wel verdient. Witte thee uiteraard. Met lotusbloesem uit het diepe Andes gebergte. Want…….Cafeïne!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

 

Eerlijk zullen we alles delen.

melon klein

Stel, je zit aan tafel. Een grote tafel, met veel mensen er aan maar meer dan genoeg eten er op. Wat zou je er dan van vinden als een deel van de groep veruit het meeste eten pakt?

Maakt het dan uit als het familie is, aan tafel? Of onbekenden, is het dan ok? Stel je nu eens voor dat je de andere mensen niet kan zien, maakt dat het ok? Dat er tien broden liggen en je weet dat er tien mensen zijn. Hoeveel broden zou je dan pakken?

Gekke vergelijking natuurlijk. Dat doen we immers niet. Sterker nog, hoe vaak gebeurt het dat je de laatste portie niet opschept terwijl je dat eigenlijk graag wilt? Ken je dat? En dat je dan die dans moet doen van “Nee, neem jij het maar, ik zit vol.” “nee joh, jij mag het.” en dat je het dan uiteindelijk maar door de helft snijdt?

Zo beleefd zijn we. Zo belangrijk vinden we het om eerlijk te delen aan tafel………

…of niet….

Ongeveer 795 miljoen mensen lijden honger over de hele wereld. Dat is ongeveer 1 op elke 9 mensen. Ja, niet hier….die mensen zijn ver weg. In Azië en Afrika. Maar wij hebben er wel wat mee te maken.

Wat zou je zeggen als ik je vertel dat er meer dan genoeg eten is op aarde voor iedereen? De tafel is vol, het is een kwestie van goed verdelen. En daar gaat het fout. Er is een groep die teveel neemt.

Niet Amerikanen nee. Ook niet Europeanen. Niet de westerse wereld.

Carnisten. Mensen die het vlees en de uitscheidingen van andere dieren eten.

Het kost ongeveer 16 kilo graan om 1 kilo vlees te maken. Van dat graan kunnen 20 mensen een maaltijd maken, van dat vlees maar 2. Vlees is ontzettend inefficiënt. Melk ook overigens.

Het land wat we gebruiken om veevoer te verbouwen kan veel beter gebruikt worden om mensvoer te verbouwen.

Het is niet ‘de politiek’ die er wat aan moet doen. Niet de ander, de winkel, de buurman.

Jij.

Jij kan iets doen. Stop. Alsjeblieft hou op. Pak voortaan niet meer dan jouw deel. Zie de wereld als een tafel en deel eerlijk.

Plantaardig voedsel is gezond, geschikt voor iedereen, lekker en vrij verkrijgbaar. Het kost je niets behalve een klein beetje moeite. Je moet tijdelijk wat meer opletten met boodschappen doen, misschien een paar nieuwe recepten leren. Dat is het eigenlijk wel. Er is hulp, steun, oneindig veel tips. Mensen die je met open armen verwelkomen.

Er is geen enkele goede reden om door te gaan met het eten van spieren, ingewanden, borstvoeding van een ander dier, ongesteldheid en kots. (leuk spel! Match de woorden met de eufemismen. Melk, vlees, vlees, honing en ei)

Er zijn heel, heel veel goede redenen om ermee te stoppen. Vandaag vraag ik het je omdat het niet jouw eten is. Het is van een ander. Iemand die, ergens ver weg, met honger naar bed is gegaan en met honger op zal staan.

Eet smakelijk.

Rapport!


Het gebeurt nu overal om me heen. Kinderen hebben hun rapport van school meegekregen en trotse ouders delen dat via het internet met elkaar.

Leuk toch? Zien dat je neefje een 8 voor wiskunde had, of de dochter van je vriendin een ruim voldoende voor spelling. Doet het ook goed bij oma, die geeft er nog wel eens een centje voor (nou ja, centje, tegenwoordig gaan daar harde euro’s tegenaan).

Mijn jongens hebben de map ook weer meegekregen. De laatste keer van deze school want na de vakantie beginnen ze ergens anders. (En blij dat ik daarmee ben, maar goed, dat is een ander verhaal).

Ik heb hun rapport nog nooit gedeeld, eigenlijk voornamelijk omdat ik geen tabak kan maken van dat kloteding. Er staan woorden zoals “ruim voldoende”, en staan letters van A tot E, er staan romijnse cijfers, meestal in combinatie met de letters, maar niet altijd, en er zijn wat grafiekjes waar ik al helemaal niets van kan maken (nou ja, papier mache moet nog wel lukken denk ik). Het zal allemaal wel. Het interesseert me eigenlijk ook niet zo.

Ja echt, ik vind het niet zo boeiend hoe mijn kinderen ‘het doen’ op school. Ze leren, ik merk duidelijk dat ze vaardigheden opdoen. Exact op welk nivo en hoe snel, is dat nu echt heel noemenswaardig?

Weet je wat mij dan zo opvalt. Dat diezelfde ouders, of alle andere volwassenen in mijn telefoon, nou nooit hun eigen ‘rapport’ delen. Ik zie nooit een functioneringsverslag voorbij komen, of een evaluatie. Ik heb ook zelf nooit enige neiging gehad om die van mij te delen. (En even een zij puntje. Wie hier is er ook zo ontzettend klaar met “En, hoe vind jij dat het gaat?” Wat een ontzettende, voorspelbare, klotevraag.)

Ik snap ook prima waarom je die niet deelt. Een dergelijk oordeel is erg prive. Er zijn best uitzonderingen hoor, maar de meeste mensen vinden het niet leuk om zo te kijk te staan.

Tja, en dan nu de vraag…..als wij het niet leuk vinden, vinden onze kinderen dat dan wel?

Dat hele krijgen van een rapport lijkt me dus al naar. Als kind kon ik er niets mee. Mijn school had een kartonnen, uitvouwbare kaart met handgetekende grafieken. Mooi hoor, maar ja, niet alle grafieken waren goed en dat ging mijn moeder dan zitten bespreken met mijn leerkracht. Heel lief hoor, maar wel over mijn hoofd.

Ik ben zelf nog nooit een evaluatiegesprek ingegaan met een huppeltje, ook niet als ik zeker wist dat het goed zou zijn. Iemand hier die het leuk vindt? Die er naar uitkijkt?

Even een gewetensvraag he, en echt een vraag want ik heb geen idee. Als je dit nou leest nadat je het rapport van je kind gedeelt hebt, had je het van te voren gevraagd aan dat kind? En hoe zou het zijn als je werkgever jouw verslag deelt? Met toestemming? Zonder?

Anyhow. Mijn punt is wel duidelijk denk ik. Het is eigenlijk gewoon raar, dat delen van prestaties. Het zegt iets tegen je kind en ik weet niet of dat nou wel zo leuk is, ook al doe je het omdat je trots bent op alle resultaten.

Vind ik nou dat je een slechte ouder bent als je het wel doet? Nou….nee. Even heel eerlijk, als ik nou een mooi, begrijpelijk, rapport had gekregen van school, misschien had ik het dan ook wel eens gedaan. Zonder er al te veel bij na te denken.

Uiteindelijk is dat het enige wat ik nu zou willen bewerkstelligen. Als nu over een tijdje weer zo’n te groot rapport in een te kleine schooltas vind, denk er dan eventjes over na. Praat even met je kind. En deel het misschien niet.