Boek: The Power.

Een tijdje geleden werd mij het boek “The Power” door Naomi Alderman aangeraden. En met “aangeraden” bedoel ik dat een of ander social media algoritme dacht dat ik een dystopische , feministische roman wel kon waarderen.

Nu hebben die algoritmes lang niet altijd gelijk, maar dit keer absoluut wel. The Power is een fascinerend boek wat heerlijk wegleest en je achterlaat met een aantal diepe vragen over onze maatschappij.

Samenvatting.

Vrouwen over de hele wereld komen er in korte tijd achter dat ze, via een nieuw orgaan, elektriciteit uit hun handen kunnen schieten. Heel snel heeft vrijwel elke vrouw dit overwicht over mannen, waardoor de machtsbalans verschuift. Een revolutie is het gevolg waarbij in hoog tempo nieuwe wereldmachten en een nieuwe religie ontstaan.

Via een raamvertelling volgt het boek een jonge vrouw die een heilige wordt, een jonge man die journalist wordt, de dochter van een maffiabaas die haar kracht vindt en een vrouw die politieke macht verwerft. Over heel de aarde zien we de diepe verschuiving die fysiek overwicht met zich mee brengt.

In plaats van het cliché dat een wereld geregeerd door vrouwen zachtaardig zou zijn, zien we geweld, misbruik, angst en de vreselijke gevolgen daar van. Toch is het geen horror verhaal. Uiteindelijk is het liefde wat de karakters voortdrijft, liefde voor familie, land of kennis. Alderman weet zo het boek licht en leesbaar te houden.

Willen feministen fysieke macht?

Laten we eerst even duidelijk maken dat dit boek absoluut niet bedoeld is als een feministisch wensenlijstje. The Power is een parodie, een wisseling van rollen die een fel licht zet op de scheve patronen in onze huidige maatschappij.

Waar de revolutie eerst een gevoel van hoop geeft, ontaard het snel in wreedheden die heel bekend zijn, maar nieuw vormgegeven door dader en slachtoffer om te wisselen. Zo is het land waar mannen niet meer alleen mogen reizen, een vrouwelijke voogd nodig hebben en onderdanig dienen te zijn maar al te herkenbaar.

Ook onze, westerse, maatschappij ontsnapt niet aan kritiek. Met name de verhaallijn van de oudere politicus toont de subtiele maar verwoestende onderdrukking die we hier kennen. Hoe ze (je dacht aan een man hè? Ik ook. Dat zegt wat over ons) door de interne realisatie van haar fysieke macht de overhand krijgt op een mannelijke concurrent wordt heel treffend beschreven.

Toch is mijn favoriete rode draad die van de verslaggevers. Het typisch Amerikaanse team van een jonge, aantrekkelijke vrouw die een aangever is voor een oudere man veranderd langzaam. Wanneer zij wordt gevraagd haar bril te dragen om er geleerder uit te zien en hij vervangen wordt door een jonger exemplaar is de transformatie compleet.

Is het wel fictie?

Voor mij dreunde de laatste zin van het boek (die ik hier niet ga onthullen maar het lezen zo ontzettend waard is) de waarheid op zijn plek; niets van dit boek is fictie. Vervang vrouw door man en elektriciteit door spiermassa en je hebt een samenvatting van de opkomst van ons politieke en religieuze systeem. Alles in dit verhaal is ergens in de wereld of geschiedenis wel gebeurt. Sterker nog, het meeste gebeurt nu nog. We zijn er alleen zo aan gewend dat het amper meer nieuwswaardig is.

En dat is de briljante vondst van Alderman. Door de rollen om te keren toont ze de belachelijkheid, maar ook de onvermijdelijkheid, van overheersing door fysieke macht. Ze steekt de woede om het geweld waar we zo aan gewend zijn met een simpele wisseling weer aan. Maar belangrijker nog, ze toont de subtiele manier waarop macht zich verschuilt achter betutteling.

Tja, en wat moet je dan, als je de laatste pagina hebt omgeslagen. The Power liet me met een diep gevoel van onbehagen achter, maar dat is absoluut geen kritiek. We zijn te comfortabel, te gewend geraakt. Alderman schokt je met een elektrische stoot uit je comfortzone en daar ben ik haar zeer dankbaar voor.

Zoals altijd; als je het boek via een link uit mijn blog koopt (deze bijvoorbeeld), krijg ik een beetje geld. Kost jou niets extra, maar het is wel erg leuk voor mij. Zo kan ik sparen voor een nieuwe winterjas. Mijn klappertanden zijn je dankbaar.

Consent is meer dan de afwezigheid van “nee”.

Time Magazine heeft recent de mensen van de #MeToo beweging aangewezen als People of the year 2017 en dat zegt wel iets over de aardverschuiving die het veroorzaakt. Er is eindelijk een platform voor slachtoffers om naar voren te komen.

We praten nu, seksueel misbruik is onderwerp van gesprek. In plaats van een schaamte die begraven dient te worden is er een conversatie en dat is waar echte verandering begint. Die conversatie is, zeker in het begin, niet altijd makkelijk. We kennen de taal nog niet, worstelen met beschroomdheid en zeggen soms pijnlijke dingen die achteraf toch heel belangrijk blijken.

Zo stond ik laatst, wijntje in mijn hand, een beetje te kletsen met mensen die mij een paar uur geleden nog totaal onbekend waren. Via het onderwerp seks (want wat is er verder nog interessant in de wereld) kwamen we bij #MeToo. Naast mij stond een man van de alpha overtuiging. Geen klassiek haantje, maar toch wel erg zeker van zichzelf. Niet geheel beseffende naast wat voor feminist hij stond begon hij het “ja maar sommige situaties zijn ook erg verwarrend” verhaal. Je kent het wel, dat idee dat de dader toch eeeecht dacht dat het slachtoffer de betreffende daad wel ok vond, omdat er niet luidkeels “Neeeeeeee!” geroepen werd.

En daar brengt meneer alpha een belangrijk punt op. (Oh, had je verwacht dat ik hem aan literaire stukjes ging scheuren?) We weten niet echt wat consent is.

Wat is consent dan?

Consent is gewoon het Engelse woord voor toestemming. Toch vind ik het ook een term op zichzelf. In dit geval gaat het namelijk om toestemming geven voor een seksuele of medische handeling.

Hopelijk kennen we dit filmpje ondertussen allemaal. Hier wordt seksuele consent uitgelegd met thee. Dat doen ze heel goed en heel grappig maar toch mist er wat mij betreft een punt. Wat consent allemaal niet is en het enige wat het wel is. Ik snap dat dat onduidelijk is, geef me effe.

Consent is niets minder dan een enthousiast, duidelijk en overtuigd “Ja!” Echt letterlijk dat. “Ja, ik heb echt zin in seks met jou, lijkt me heerlijk!” Niets minder dan dat voldoet.

Consent is niet:

  • Misschien
  • Meh
  • Eeeehhh
  • Nou…
  • Ik denk..
  • Als jij dat zegt…

En het is snotverdulleme zeker geen stilte!

Over echte consent bestaat geen verwarring. Als je in de war bent was er dus geen consent.

Consent is niets minder dan een enthousiast, duidelijk en overtuigd “Ja!” Echt letterlijk dat. “Ja, ik heb echt zin in seks met jou, lijkt me heerlijk!” Niets minder dan dat voldoet.

Waarom doen we het dan zo?

De volgende tegenwerping van meneer alpha was het spelletje. “Ja maar vrouwen willen het spelletje spelen.” Nogmaals vind ik dat meneer hier een goed punt had.

Met dat spelletje wordt het idee van veroveren bedoeld. Ergens zijn we vrouwen als bezit gaan zien, en bezit kan veroverd worden. In dit geval behoort dat bezit ook nog eens onwillig te zijn en zo is de schadelijke mythe van “No means yes”geboren.

Oh, en voor wie denkt dat we daar nu wel voorbij zijn als cultuur, ga eens een film kijken. Het is nog steeds overal om ons heen. Van James Bond tot 50 tinten grijs, overal de sterke man die de initiële onwil van de schone dame overwint.

Niet alleen leren jongens zo dat ze over de grenzen van vrouwen kunnen en zelfs moeten gaan, ook het kleine prinsesje leert te hopen op haar vasthoudende prins. In een samenleving waar we kinderen dit soort beelden met een Disney lepel ingieten kunnen we niet verbaasd zijn wanneer we volwassenen creëren met ongezonde verwachtingen.

Volwassen zijn betekend verantwoordelijkheid nemen. Bewust worden van de patronen uit je jeugd en ze kritisch sorteren. Dit is een patroon wat direct de prullenbak in mag. Stop met veroveren en stop met wachten op een veroveraar!

Wordt flirten dan niet saai?

Stel je eens voor dat je niet meer kan Ganzenborden. Ga je dan maar saai op de bank zitten? Natuurlijk niet! Dan ga je Monopoly spelen, of Mens Erger Je Niet, of…nou ja, je snapt het.

Juist waar seksuele partners elkaar gelijkwaardig benaderen ontstaan de beste spelletjes. Hoe geweldig is sexting! Of alleen al oogcontact maken.

Wel zit er een voorwaarde aan die gelijkwaardigheid. De laagdrempelige mogelijkheid om nee te kunnen zeggen. Het is niet erg om afgewezen te worden. Ok, niemand vind het leuk, maar het hoeft niet persoonlijk te zijn. Juist als we die verover mentaliteit los laten is een afwijzing geen falen meer. Het is gewoon iemand die op dat moment geen thee met je wil drinken.

Ik ben zelf altijd een assertieve flirter geweest. Buiten dat je dan als vagina bezitter een dikke huid moet hebben (want je krijgt een hoop commentaar) ontstaan er hele leuke ontmoetingen. Je geeft degene tegenover je de mogelijkheid om eens uit het bekende te stappen. Niet iedereen kan of wil dat, maar als de klik er is wordt het wel extra leuk.

Wat ik eigenlijk, met heel veel woorden, probeer te vragen is of we nu alsjeblieft die doortastende prins en onwillige maagd achter ons kunnen laten. Of we elkaar op het seksuele vlak nu eindelijk als gelijkwaardig kunnen benaderen. Weet je wat je daar namelijk van krijgt? Betere seks. Nee, niet alleen betere seks, heerlijke seks. Ik stem voor een wereld met heerlijke seks.

Ziekmelden voor moeders.

Ik en mijn zieke aapje, midden in de nacht.

Uuuuhhhhhhggggnnnnn….dus. Ik ben ziek. Al een hele tijd, het doet pijn en de dokter weet niet wat het is. Nogal klote zeg maar.

Maar goed, met de hulp van wat niet hippie-proof pijnstillers kan ik weer aardig functioneren. Uiteindelijk zou die huisarts van me toch wel over de goede diagnose struikelen…toch?…

Dan leef je dus al een paar weken (ok, maanden) op dat punt waar je het allemaal nog net volhoudt. Het jongleren ziet er niet heel mooi meer uit, het circuspak is ongewassen, maar de ballen zijn nog in de lucht. En dan wordt je peuter ziek….

Ja, kan dat arme kind ook niets aan doen. Gewoon ziek, zoals kleine kinderen dat zijn. Koorts die komt en gaat, af en toe wat spugen, maar verder niet echt een virus of bacterie. Meestal zijn dat soort ziektes een teken van groei. Komen ze er eenmaal uit, dan mag je grotere kleren kopen en hebben ze ineens nieuwe vaardigheden. Kortom, niet geheel een negatief iets..voor haar dan.

Voor mij betekend het dat er een warm, slap, aapje over me heen hangt, dag en nacht. Een aapje wat het liefst de hele tijd aangekoppeld aan de borst langzaam slokjes melk en mijn geduld wegzuigt. Echt waar, ik neem haar niets kwalijk, ze doet gewoon wat ze moet doen, maar lieve mensen..waar kan ik me ziekmelden?

Het is teveel werk.

Daar kletteren de jongleer ballen op de grond. De show is over, het publiek teleurgesteld. Ik kan veel, maar echt niet alles. Dan voel je weer even heel goed wat ik, als een gebroken plaat, maar blijf herhalen. Het is nooit de bedoeling geweest dat je dit alleen (of met z’n tweeën) doet. We horen een stam te hebben. Bij een stam kan je je ziekmelden. Dan heb je familie om je heen die eventuele zieke aapjes kunnen overnemen. Of je op z’n minst kopjes thee brengen terwijl ze je was doen ofzo.

Niet dat ik mag klagen hoor. Officier Pappa doet zijn best met het aapje en de thee. Maar de generaal op zijn werk kan hem niet eindeloos missen en aangezien de borstvoeding bij hem niet zo wil lukken, hangt de peuter toch liever op mij. Daarbij wordt hij ondertussen ook best moe, zelfs stoere officieren hebben wel eens rust nodig.

Nou, en daarom hebben jullie vandaag dit blog. Geen inzichtelijke geschiedenis van Sinterklaas tradities, geen feministisch relaas over een nieuw boek. Nope, jullie mogen het doen met een lekkere klaag tirade. Schrijft ook wel fijn weg zo.

Ziekmeldlijn.

Zo af en toe fantaseer ik over een ziekmeldlijn voor ouders. Dat je die kan bellen als je het niet meer trekt. En dat er dan een uurtje later een liefdevolle maar kordate dame op de stoep staat, die je dan naar bed stuurt en alles van je over neemt en je thee brengt. Wat lijkt me dat heerlijk.

Kunnen we dat niet opzetten met z’n allen? Als ik de minister president niet aan het verstand krijg dat dit in de basis verzekering moet, dan praat ik wel even met zijn moeder. Zij snapt het vast wel. (En als ik dan toch heel eventjes feministisch mag zijn, wordt het snotverdulleme nu niet eens hoog tijd voor een vrouwelijke minister president!)

Als je er even over nadenkt is het totaal belachelijk dat we werkomstandigheden kneiter hard vastleggen in een CAO en ARBO wetten, maar thuisblijfouders maar aan laten modderen. Natuurlijk kan je geen verplichte pauze tijden voor moeders afdwingen, maar het zegt iets over de waardering van arbeid buitenshuis vs binnenshuis. Er is niet eens echt begrip voor de oververmoeide en zieke ouder, laat staan dat we er een oplossing voor verzinnen.

Heb ik met mijn vermoeide hoofd toch nog een maatschappij kritisch blog geschreven…huh….wat zeg je daar van. Mag ik nu mijn multitasking diploma?

Herfst perikelen: hoe krijg ik mijn kind een muts op.

Het is weer herfst! Ja, volgens de kalender al een tijdje maar dat was de instagram herfst. Je weet wel, van die mooie dagen met warm licht en prachtig gekleurde blaadjes overal. De aangewezen tijd om selfies te maken waar je onder schrijft hoeveel je van de herfst houdt.

Nu is het echte herfst. De soort waarbij die mooie blaadjes voornamelijk op de grond liggen en niet meer zo mooi zijn. Waarbij het regent, heel veel regent. Dat geen haar op je hoofd er aan denkt om een herfstwandeling te maken. Die herfst.

(Overigens begint na Sinterklaas ook de instagram winter. Dan maak je selfies met warme chocolade melk, bij gebrek aan sneeuw. Op de eerste dag van januari begint de echte winter pas.)

Met het snertweer komt ook een prachtige, Nederlandse, traditie terug. Elk jaar opnieuw kan je het meemaken. Het worstelen van een onwillig kind in een jas, handschoenen, muts en sjaal. Door heel ons land rennen wanhopige ouders achter hun peuter aan met zorgvuldig uitgekozen wantjes. Hele discussies worden gevoerd met een baby die nog niet kan praten maar op de een of andere manier wel de strakgestrikte muts van het hoofd weet te wurmen….voor de vijfde keer…terwijl je toch al te laat bent.

(En als je me nu zegt dat jouw kind juist graag mutsen draagt, dan vind ik je een vervelend mens en moet je je mond maar houden met je perfecte leven en je perfect gemutste kind. Ga toch een herfstwandeling maken ofzo!)

Door de ogen van een kind.

Ergens snap ik het wel. Die winter accessoires zitten überhaupt al niet heel lekker. Zeker wanten. Oh, ze zijn absoluut warm hoor, maar om nu je hand in te ruilen voor een vormloos pootje…

Wij ouders werken ook graag preventief. De zooi wordt aangehesen op het moment dat het betreffende kind nog lekker warm is. Ik smoor ook zachtjes weg als ik in de huiskamer sta met winterjas al dichtgetrokken. Kinderen zijn nogal van het hier en nu. Die kou ligt nog in de toekomst, toegegeven, het is de nabije toekomst, maar goed, daar heeft de gemiddelde mini burger geen boodschap aan.

Stukje eigen wil komt er ook bij kijken, zeker vanaf de peuter leeftijd. Was je de trotse ouder van een meewerkende dreumes, na de tweede verjaardag kan die sterke persoonlijkheid ineens alle ruimte krijgen.

Hoe harder we als ouder roepen dat iets moet, hoe harder een kind in verzet gaat. Juist op het moment dat we bijna in paniek raken van het idee dat ons kind sjaalloos achterop de fiets zit, worden er kleine hakken stevig in het zand gezet.

Hoe gaat dat bij mij thuis?

Ik ben de trotse moeder van drie hele koppige kinderen. Vind ik meestal erg leuk en als we haast hebben niet. Het hele geen jas/muts/sjaal/handschoenen aan willen is bekende strategie bij mij thuis. Daar heb ik een heel makkelijk antwoord op gevonden. Ok, zit je goed? Komt ie: “Dan doe je geen muts op.”

Het hele idee is dat ik de dwang opgeef en met mijn kind mee beweeg. Klinkt simpel, is het ook. Ik durf te wedden dat ongeveer de helft van jullie nu iets denkt als “Wel..duhhh. Dat is toch gewoon?”. Die groep kan lekker verder lezen terwijl ze geheel gevalideerd worden in hun mening. Dat is af en toe erg fijn.

Ik wil eventjes kletsen met de andere helft. De ouders die nu iets in de trant van “Ja maar dan vriezen de oortjes er van af!!!!11!!! Dat kan toch zomaar niet?!” roepen.

Stukje geruststelling, er is nog een stap in mijn strategie. Ik pak namelijk het afgewezen kledingstuk en stopt het in mijn tas. Zelfs de jas kan opgeborgen als het desbetreffend kind er geen zin in heeft. Zolang ik de boel maar mee neem. Eenmaal buiten en koud vragen ze er meestal zelf wel om. Doen ze dat niet, dan hadden ze het toch niet zo koud als ik dacht.

Want weet je, een gezond kind laat zich echt niet bevriezen. Voordat die vingertjes zwart worden mag er echt wel een wantje om, beloofd. Het is in onze maatschappij helaas een zeldzaam begrip, maar kinderen weten zelf wel wat hun lijf nodig heeft, als we ze maar de kans geven om dat te uiten.

Dat gezegd hebbende wil ik wel waarschuwen. Als er in het verleden dwang is gebruikt, of je gewoon de trotse ouder bent van een extra koppig kind, dan kan de kroost het best lang uithouden met koude oren. Misschien wel tot het punt van traantjes. Dat is niet erg. Mijn taak als ouder is om tranen te troosten, niet voorkomen. Een krachtige ervaring geeft een kind des te meer inzicht. Het vertrouwen wat ik in ze toon, zelfs als ze in mijn ogen een vergissing maken, helpt ze om in hun eigen wijsheid te blijven.

Oh, en de woorden “ik zei het toch” zijn absoluut en te allen tijde verboden. Ik weet dat het moeilijk is. Hou je in.

Grote tassen, grenzen en autonomie.

Nadeel is wel dat ik altijd rondsleep met een grote tas. Gelukkig zijn linnen tassen in. (Eeeehhh, denk ik. Anders begin ik de trend wel..ofzo) De ironie is dat ik mijn eigen moeder ben geworden. (Waar denk je dat ik deze truc heb geleerd?) Ook uit haar tas kwam vroeger alles wat we achteraf toch misten. Hele garderobes en voedselvoorraden sleepte ze mee.

Oh, en omdat mensen altijd de extremen opzoeken…nee, ik laat mijn kinderen niet bloot een sneeuwstorm in lopen. Overigens geldt daar echt wel hetzelfde principe voor hoor. Binnen vijf meter is het niet leuk meer. Punt is dat het ook niet leuk is om een kind in een sneeuwstorm aan te kleden. Voordeel van vertrouwen geven is dat je het ook terug krijgt. Wanneer ik dringend advies geef wordt er eigenlijk altijd wel geluisterd.

In onze maatschappij geven wij kinderen heel weinig autonomie. Volgens de standaard jeugdzorg opvoeding bepaal je eigenlijk alles. Slaap, eten, kleding, the works. Het idee dat een klein mens zelf weet wanneer ze moe, hongerig of koud is lijkt bijna revolutionair. Toch kunnen ze dat net zo goed als jij en ik, sterker nog, ze kunnen dat waarschijnlijk veel beter aangezien het de meeste volwassenen afgeleerd is.

Ook dit is weer zo’n staaltje rare verwachtingen. We willen passieve, meewerkende kinderen die dan assertieve en zelfstandige volwassenen moeten worden. Zo werkt dat niet. Ik wil lastige kinderen, uitdagende en brutale kinderen. Want als mijn kinderen niet tegen mij, hun eigen moeder, in durven, hoe moeten ze later omgaan met een bazige baas of vervelende buur?

Waarom ik overdag op de bank hang (en me daar nog schuldig over voel ook).

Moeders zijn over het algemeen goed in een hoop dingen. Boterhammen smeren, troosten, kinder conflicten oplossen en je schuldig voelen. Zeker dat laatste, dat is echt een speciaal talent. Er zullen vast wat geweldige vrouwen aan die ellende ontstegen zijn, maar de meeste moeders zitten bij tijd en wijle propvol schuldgevoel.

Dat de kinderen er niet als fotomodelletjes bij lopen, dat de lunch geen bento box is, dat je zelf niet als een kekke mamma op het schoolplein staat of dat je huis niet magazine ready is.. Kortom; dat je niet genoeg doet.

Vroeger had ik naast moeder zijn ook een andere baan. Ik mocht lekker in een zwembad werken en dat vond ik heel leuk. In een aantal mappen kon ik heel duidelijk teruglezen wat mijn taken waren, hoe ik die diende uit te voeren en wanneer ik daarmee klaar was. Ik had er lol in om altijd net wat meer te doen dan er op papier stond. Als ik dan een dag wat minder deed voelde ik me daar totaal niet schuldig over en wanneer de dienst er op zat kon ik lekker naar huis.

Mijn bekentenis.

Ik moet jullie iets bekennen. Overdag, als alleen ik en de peuter thuis zijn, zit ik wel eens op de bank. En dan niet even, nee, soms wel twee uur, of (gasp!) drie. Niet dagelijks hoor, dat lukt bij lange na niet. Er zijn nog best wat dagen bij dat ik amper tijd heb om eten in mijn mond te proppen (voor de peuter het steelt). Toch gebeurt het wel eens, dat we zo samen hangen, ieder achter een scherm.

Daar kan ik me erg schuldig over voelen. Alsof ik mijn werk niet doe. Vroeger in het zwembad kon je geen minuut teveel op de wc zitten, laat staan uren rond hangen. Ik word dus regelmatig geplaagd met gedachten over wat ik allemaal wel niet gedaan kan krijgen als ik thuis net zo hard doorwerk als ik in het zwembad deed.

Het helpt als ik mezelf even herinner aan de verschillen. Want naast wat ik dus soms wel doe (bankhangen overdag) zijn er ook een hoop dingen die ik niet doe.

  • Om vijf uur klaar zijn.
  • Überhaupt ooit klaar zijn.
  • Ononderbroken slapen (ik heb al bijna drie jaar achter elkaar nacht dienst).
  • Na het eten de rest van de avond lekker zitten.
  • Een maaltijd lang blijven zitten.
  • Een uur waarin niemand me aanraakt.
  • Extra betaald worden voor avond- en nachtdiensten. (Hahaha! Dat is een grap. Ik word überhaupt niet betaald.)

Oh, en die bankhangtijd mag dan wel lang duren, er gebeurt wel een hoop tussendoor. Tenzij er sprake is van een dutje sta ik alsnog zo om de tien minuten op om aan de een of andere absoluut zeer dringende peuter eis te voldoen. (Een speelgoedje oppakken wat ze voor haar voeten heeft laten vallen ofzo.)

Nu ik er even over nadenk, ik doe helemaal niet niks. Ik beperk me dan tijdelijk tot de taak van opvoeden en laat alleen de huishoudelijke taken voor wat ze zijn. Soort van pauze achter je buro zeg maar.

Kan het ook anders?

Ik heb het in het verleden ook wel eens anders geprobeerd. Dan ging ik dus wel de hele dag door en mocht ik van mijzelf niet langer dan een kwartiertje gaan zitten. Soort toegeven aan dat schuldgevoel.

Grote grap; mijn huis werd er dus amper schoner van. Ja, de keuken kastjes glommen ietsje meer, maar de vloer lag nog net zo vol met speelgoed en koekkruimels. Die worden er namelijk sneller gedeponeerd dan dat ik ze kan weghalen.

Weet je wat ik er wel van kreeg? Een burn-out, dat kreeg ik.

Geestelijke gezondheid.

Dus probeer ik een soort balans te vinden. Genoeg in het huishouden doen om niet te vervuilen, genoeg buitenshuis doen om niet te vereenzamen en genoeg bankhangen om niet gek te worden.

Het lukt niet altijd hoor, dat evenwicht. Ik sla nog al eens de ene of andere kant op door. Maar goed, dat is ook een soort van balans…toch?

Geen klootzak zijn; een handleiding.

Na smeerlap Weinstein hebben onze zuiderburen nu ook een echte, eigen, tv viezerik. Bart de Pauw stuurt al jaren gore smsjes naar vrouwelijke collega’s en wordt daar nu mee geconfronteerd. Tot grote ontsteltenis van mijnheer heeft zijn smeerlapperij nog gevolgen ook en is hij nu zijn baan kwijt. Voorzichtig durf ik te hopen dat het tij gaat keren. Dat we, eindelijk, grensoverschrijdend gedrag gaan aanpakken. En dat maakt nogal wat reacties los.

Droevige reacties van mensen die aan de ontvangende kant hebben gezeten, hoopvolle reacties van mensen die het niet meer pikken en dan de…nou ja….klagende reacties van mannen die liever niet op hun woorden willen letten.

“Je kan ook niets meer zeggen.” en “Moet ik nu op elk woord gaan letten?” Dat soort geneuzel, zeg maar.

Vandaag wil ik deze heren van een reactie voorzien. En die kan best kort: Ja.

Ja, het is inderdaad de bedoeling dat je let op wat je zegt en doet. Daar ben je namelijk verantwoordelijk voor. Heel gek dat.

Nu snap ik dat dat nieuw is voor de heren, maar gelukkig is de kennis in onze samenleving ruim aanwezig. Mocht je moeite hebben met het idee dat je geen ongepaste grapjes en opmerkingen meer kan maken, wend je dan tot een vrouw. Maakt niet echt uit welke, misschien liever eentje die je in het verleden niet hebt beledigd…dus…je moeder ofzo.

Vrouwen letten al lang op.

Zie je, vrouwen zijn al sinds jaar en dag gewend om alles wat ze zeggen of doen op een gouden schaaltje te leggen. Te vriendelijk tegen je mannelijke medemens? Dan ben je aan het flirten en heeft hij alle recht om je te stalken. Doe je te koud dan ben je weer een Bitch. Ergens in het midden moet je dus zijn.

Zelfs als je dan dat fijne, ongrijpbare, middelpunt hebt gevonden, kan je daar niet te lang blijven. Dan heb je namelijk als vrouw een man in de friendzone gezet. (Nu dacht ik dat dat de bedoeling was bij vrienden, maar ja, ik heb een vagina dus wat weet ik er nu van.) De friendzone is een vreselijk plek waar mannen zitten die seks willen met vrouwen die dat niet willen. Dat de betreffende vrouw reageert met vriendelijkheid in plaats van een ferme afwijzing is natuurlijk ontzettend vervelend voor de betreffende man. Dan heeft hij een platonische vriendin en dat was niet de bedoeling.

Oh, maar die afwijzing brengt wel een risico op verbaal of fysiek geweld. Dan ben je immers weer een Bitch. Niet afwijzen is ook weer geen optie. Dan ben je een slet en dat is ‘asking for it’. Voor wat? Verkrachting. Gezellig hè?

Wat doe je aan?

Kleding is weer zo’n puntje. Als vrouw dien je niet alleen constant uiterst bewust te zijn van alles wat je zegt, inclusief lichaamstaal. Ook je kleding is weer zo’n koorddans act.

Niet te kort, niet te lang. Niet te sletterig, niet te preuts. Volgens de laatste mode, maar je moet wel bescheiden blijven. Oh, en natuurlijk op elke gelegenheid exact de geschikte outfit. En nooit twee keer hetzelfde, dat kan echt niet.

Het maakt als vrouw niet uit wat je zegt of doet, het is je uiterlijk waar je op afgerekend wordt. Mannen niet, die kunnen een carrière doorkomen op een enkel pak.

Hoewel onderzoek echt al heel, heel lang heeft uitgewezen dat seksueel geweld niets met uiterlijk te maken heeft, wordt nog steeds van vrouwen gevraagd wat ze aan hadden toen ze werden misbruikt. Verder zijn kledingregels op scholen en in bedrijven vrijwel altijd geschreven voor vrouwen. De boodschap is duidelijk en elke meid staat elke ochtend kritisch voor haar kledingkast.

Wat moeten mannen doen?

Voordat je schrikt, mijn klagende vent. (Klagende vent, wat heeft u nu geleerd!?) Het is absoluut niet nodig dat jij je aan dezelfde, onmogelijke, standaarden houdt. Echt, niemand die dat van je verwacht. Die ellende is gereserveerd voor mensen van de vrouwelijke overtuiging.

Wat je dan wel moet doen? Ok, komt ie: geen ‘grapjes’ maken over vrouwen, toestemming vragen voor alle seksuele handelingen en ophouden als iemand dat van je vraagt. That’s it. Daar komt het op neer. Er zijn zeker punten te verdienen met extra details, maar als je je aan die drie kernpunten houdt dan ben je geen viezerik en gaat het helemaal goed komen.

Ik snap dat je dan op je woorden moet letten. Ik snap zelfs dat je nog af en toe de fout in gaat. Daar heb ik zelfs een plan voor opgesteld. Let op, het is nieuwe kost voor je; sorry zeggen en het niet weer doen. Ik weet…ik weet…dat is totaal onbekend. Verantwoordelijk zijn voor je eigen gedrag is eng, maar ik beloof je, er staat een grote beloning tegenover. Geen egoïstische klootzak meer zijn.

Tadaaaaaaa!

(Oh, en willen de mannen die nu heel hard roepen dat dit niet over hen gaat en dat dit een hetze is en dat ik heeeel oneerlijk ben naar alle mannen toe even dit stukje lezen? Dank je)

Mijn zelf-maak werkt bij alles smeersel recept.

Ken je dat? Dat er ineens een gek plekje op je kind of op jezelf zit? Geen idee wat het is en zeker geen idee wat je er aan kan doen. Ga je naar de dokter, dan krijg je een vaag smeerseltje waarvan je eigenlijk niet goed weet wat het is en hoe het werkt. Oh, en meestal werkt het ook niet zo heel goed.

Dit is mijn smeerseltje. Het werkt bij vrijwel alles en je weet precies wat er in zit. Ik ga zelfs een goede poging doen om je uit te leggen waarom het werkt. En om het helemaal leuk te maken kost het je minder tijd en een stuk minder geld dan een doktersbezoek.

Waar is het voor?

Alle gekke, jeukende, pijnlijke, rode, getatoeëerde, droge of anderszins ongewenste plekken op je huid. De enige voorwaarde is dat de huid dicht moet zijn. Niet gaan smeren op een open wond. Wachten tot er een goede korst op zit en dan mag je los.

Wat heb je nodig?

Een pot kokosvet. Het goede spul. Staat iets van “extra vergine” of “extra vierge” op. Het hoort nog naar kokos te ruiken en als het goedkoop was dan is het verdacht.

Tea tree olie. Nogmaals, goed spul graag. Anders heb je alleen het geurtje en daar doen we het niet voor.

Een aloë vera plant of een tube aloë vera gel. Ik heb een flinke voorkeur voor de plant aangezien je weer niet precies weet hoe die gel is gemaakt.

Optioneel: moedermelk. Als je het direct van de bron kan krijgen is het een super booster. Alleen niet gebruiken wanneer je een schimmel vermoed. Die vindt de suikers in de melk namelijk erg lekker.

Hoe maak je het?

Meng in een potje ongeveer twee eetlepels kokosvet (in de winter eerst even laten smelten) met zes druppels tea tree olie en een eetlepel aloë vera. Het komt niet heel nauw en uiteraard kan je meer of minder maken. Dit zijn zo ongeveer de verhoudingen.

Als je het hebt kan je een spuit moedermelk recht uit de bron in je potje mikken.

Nou, en dan ga je mengen. Eeeennn, dan is het. Als je een min of meer homogeen, maar enigszins slijmerig prutje hebt, dan kun je vrolijk smerend los.

Zonder moedermelk is het een week of twee houdbaar in de koelkast. Met melk een week (ook in de koelkast) maar de effectiviteit gaat dan wel snel achteruit. Als ik moedermelk gebruik doe ik het er meestal bij op mijn hand, vlak voor gebruik.

Waarom werkt het?

Kokosvet bevat Laurinezuur, wat leuk spul is om bacteriën, virussen en schimmels mee te bevechten. Het lost de buitenkant van de micro organismen op, wat niet goed voor ze is, maar wel leuk voor jou. Verder kan het de huid zacht en soepel houden zonder af te sluiten, wat wel gebeurt bij smeersels op basis van minerale olie (vaseline, zeg maar).

Ook tea tree olie heeft een sterk antibacteriële, anti virale en anti schimmel werking. Dat komt vooral door terpineen-4-ol (geen idee hoe je dat uitspreekt joh. Maar het is leuk spul en zit in tea tree olie dus). Het is wat te sterk om zo onverdund op je huid te mikken, dus ideaal om te verwerken in een smeersel.

Aloë vera is leuk spul. Ik kan niet precies vinden wat het actieve deel ervan is, oftewel, het onderzoek spreekt elkaar nogal tegen. Toch heb ik zelf best vaak gezien hoe goed het werkt. Het helpt je huid genezen, zowel bij (dichte) wondjes als bij een verbrande huid.

Moedermelk is echt fantastisch. Ondanks wat mensen tegenwoordig denken is de primaire functie ervan niet voeding (ondanks dat het die rol toch ontzettend goed vervuld) maar bescherming. Kort door de bocht is het anti-alles-wat-je-kwaad-doet. In eerste instantie natuurlijk voor onze kinderen en van binnenuit, maar ook in te zetten op de huid.

Zo bij elkaar gemengd krijg je een krachtige zalf die helpt tegen, nou ja, vrijwel alles dus. Super handig en veel beter voor je dan de dokter versie. Smeer ze!

Boek: Over giraffen, jakhalzen en geweldloze communicatie.

Een paar maanden geleden was ik eens op een beurs. Misschien ken je ze wel, van die beurzen voor hippie ouders. Met workshops, lezingen en zalen vol stands waar je meer geld kan uitgeven dan je van te voren had afgesproken. Nu is dat vrij standaard voor een beurs, maar hier ging het dan om stands met draagdoeken (die je dan zo lekker kan voelen), lezingen over attachement parenting en onder ander een workshop over geweldloze communicatie.

En vooral dat laatste trok me wel. Ik had er al over gehoord en het is zeker een vlak waarin ik wat ontwikkeling kan gebruiken. (Vooral ‘s ochtends..als we haast hebben…en er weer eens een schoen kwijt is. Beetje zoals dit.)

Dus zit ik daar braaf op te letten tijdens de uitleg en kocht ik zelfs achteraf het boek. Grappig genoeg niet eens een dik boek, vrij dun zelfs. Ik was sceptisch dat zo’n nieuw concept in zo weinig pagina’s behandeld kon worden.

Overigens, het gaat om dit boek. De Giraf en de Jakhals in ons, door Justine Mol. En daar wil ik dus vandaag een recensie over schrijven. Voor de duidelijkheid; als je via de link (deze link) het boek besteld dan kost het jou niets meer en krijg ik er een paar centen voor. En dat is handig, want dan kan ik pannenkoeken maken voor mijn kinderen. Doe het voor de pannenkoeken.

Het boek.

Mevrouw Mol legt ons uit (via een leuk beeldend verhaal) dat wij allemaal een giraf en een jakhals in ons hebben. De giraf is rustig, liefdevol, begripvol. De giraf vertaald en begrijpt en heeft geduld. De jakhals is het tegenovergestelde. Hij komt voor ons op, wordt boos, maakt heel duidelijk waar je grenzen liggen en hoe je gevoel zit.

De truc, zo wordt ons uitgelegd, is beide kanten de ruimte geven. Je kan niet alleen een giraf zijn en van alleen jakhalzen wordt iedereen ongelukkig. Het is luisteren naar de agressieve kant door een filter van de geduldige kant.

Mol neemt ons mee in voorbeelden waar het soms wel of juist niet handig is om een bepaalde kant naar voren te roepen. Ook krijg je een hoop praktisch tips om met je giraf en jakhals om te gaan. Het boek leest vlot, wordt niet saai (wat mij te vaak gebeurt in zelfhulp boeken) maar weet wel de benodigde informatie over te brengen. En daar ben ik nog best van onder de indruk.

Mijn favoriete stuk is waar je wordt aangeleerd om een situatie van vier kanten te bekijken. De buitengekeerde jakhals (het oordeel wat je hoort van een ander), de binnengekeerde jakhals (het oordeel wat je hebt over jezelf), de binnengekeerde giraf (begrip hebben voor jezelf) en de buitengekeerde giraf (je verplaatsen in de ander).

Ja, dat is in het begin echt ontzettend langzaam en onhandig. Ik oefen nu vooral nog bij online gesprekken, omdat je daar makkelijk tijd kan nemen om te antwoorden. Maar het gaat steeds sneller en het idee is dat je het uiteindelijk vanzelf doet.

Mijn mening.

Mocht het nog niet duidelijk zijn, ik ben best enthousiast over dit boek. Het heeft absoluut een ‘zweverige’ inslag in de zin dat het gevoelens een stem geeft. Maar de werkwijze is heel praktisch en de toepasbaarheid is groot. In mijn eerste onhandige pogingen merk ik al dat je veel meer tot elkaar komt, in plaats van te verzanden in een “welles-nietes” strijd.

De verschillende aspecten van een mens zo simpel uitbeelden (met twee dieren) lijkt in eerste instantie bijna kinderlijk. Maar het mooie van kinderlijke concepten is dat we het allemaal snappen. Jip en Janneke taal, zeg maar.

Ken je de uitspraak dat als je iets niet uit kan leggen aan een zesjarige, je het concept eigenlijk zelf niet snapt? Justine Mol snapt waar ze het over heeft en weet het in duidelijke taal uit te leggen.

Het enige wat ik echt niet voor mekaar krijg is midden in een ruzie mijn handen op mijn hoofd te leggen en “giraffenoren” te maken. Ik kan me echt helemaal voorstellen dat een conflict dan snel ontaard in gegiechel, maar mijn trots staat me nog wat in de weg. (Om eerlijk te zijn, ze suggereert dat met je handen even in een andere kamer te doen, maar nog steeds zie ik mijn boze zelf niet zo zitten.) Ik heb duidelijk nog wel wat te leren, maar uiteindelijk ben ik ook nog maar een baby girafje, dus wie weet wat nog komt.

Hoe dan ook, ik vind het een aanrader die je zo wegleest en waar je nog wat aan hebt ook.

Enthousiast geworden? Hier kan je bestellen. Giraf ze! (Maar vergeet je jakhals niet.)

#MeToo

Er gaat op het moment een nieuwe # rond op social media. Met #MeToo geeft iemand aan seksueel geweld te hebben ervaren. Er wordt verder geen onderscheid gemaakt in vormen en gradaties.

Uiteraard is dit een antwoord op de ellende met Weinstein. Een manier om duidelijk te maken dat zijn houding en daden geen incident zijn maar een ziekte die heel diep verspreid is in onze samenleving. Shockerend veel mensen krijgen wel eens zo’n engerd voor de kiezen. Zeker de opmerkingen en aanrakingen zijn zo belachelijk veelvoorkomend dat het vaak afgedaan wordt als normaal gedrag. (Wat het snotverdomme niet is!)

En hoewel deze actie me diep raakt is het net niet helemaal waar ik het over wil hebben. Er is al ontzettend veel over gezegd en beter dan ik dat kan. Waar ik nu over wil praten is een reactie die ik al een paar keer heb gezien; de verontwaardigde man. De man die diep beledigd uitroept dat hij zoiets toch niet doet en dat dit neerkomt op verbaal geweld jegens zijn geslacht. Oftewel; the nice guy.

Er bestaan aardige mannen.

Laten we eerst even vaststellen dat er absoluut mannen bestaan die andere mensen met oprecht respect behandelen. Ze zijn er, ik ken er een paar, het is helaas wel een minderheid. Maar..ze bestaan.

Laten we dan ook wel even eerlijk toegeven dat zelfs die geweldige mannen profiteren van het systeem wat iedereen die geen cisgender man is onderdrukt. Ook al doe je er niets mee, als man heb je betere kansen, hoe lief je ook bent.

En zullen we dan meteen ook even vaststellen dat niets in deze # beweging mannen aanwijst als de dader. Mag ik even zeggen dat ik het best raar vind dat deze lieve mannen zich zo sterk aangesproken voelen? Als #BlackLivesMatter weer eens (heel terecht) langskomt ga ik toch ook niet hard roepen dat ik als blanke niet racistisch ben? Dan houd ik mijn mond, want dit gaat niet over mij.

Dit gaat niet over jou.

En daar komen we bij de kern van de zaak. Nice guys, luister goed; #MeToo gaat niet over jou. Ik ben echt blij dat jij geen klootzak bent, maar je verdient geen lintje voor normaal gedrag.

Deze actie gaat over seksueel geweld, in alle vormen. Dit gaat over het monster uit de schaduw halen, over de enormiteit van het probleem zichtbaar maken en overlevenden laten zien dat ze niet alleen zijn. Ben je geen onderdeel van het probleem, dan past je nederigheid en dankbare stilte. Een poging doen om ook dit verhaal weer om jou te laten draaien spreekt van een ego waar je misschien even mee aan de slag moet.

Toon politie.

En dan als uitsmijter, omdat ik het niet laten kan, even een antwoord op de kritiek dat dit niets oplost en dat we toch maar lief tegen elkaar moeten zijn.

Kop dicht, dat is tone policing.

Natuurlijk gaat een # niet in een keer het immense probleem van seksueel geweld oplossen. Niets kan dat. Daar zijn veel stappen en helaas ook veel tijd voor nodig. Dit maakt een begin, dit is een kleine beweging in de juiste richting. Iets zichtbaar en bespreekbaar maken is noodzakelijk om een verandering te bewerkstelligen. Noem het een interventie.

De hele “dit is niet gepast” en “we kunnen elkaar beter knuffelen” houding is een manier om ook deze pijn onder het tapijt te houden. Overlevenden hinderen in het uitspreken betekent dat je het probleem in stand houdt.

Je hoeft er niet aan mee te doen, je hoeft er het nut niet van in te zien, maar je moet de stemmen die nu opgaan wel de ruimte en het respect geven wat ze verdienen. Soms doe je dat het beste door gewoon zelf stil te zijn.

#MeToo

10 Mythes over slaap en kinderen, deel 2.

Zo, na een week wachten is hier eindelijk deel twee. Mocht je het eerste deel gemist hebben, begin dan hier met lezen, anders val je er zo middenin. Maar goed, bij deze dus; die volgende vijf mythes over kinderen en slaap. Dit keer gaat er zelfs eentje over jou! (Spoiler, de laatste.)

6, Een kind hoort van zeven tot zeven te slapen.

Er gaan van die tabelletjes rond waarin je mooi kan opzoeken hoe veel en hoe laat je kind hoort te slapen. Heel Hollands is van zeven uur ‘s avonds tot zeven uur ‘s ochtends. En dan het liefst aan één stuk uiteraard.

Ook hier gaan we totaal voorbij aan de individualiteit van elk mens en de verschillende behoeften van elk gezin. Niemand roept dat elke volwassene om tien uur naar bed hoort te gaan en om zes uur op moet. De een is een nachtuil en de ander een ochtendmens. Grappig genoeg werken kleine mensjes ook zo.

Daarbij zou het bij ons wel erg jammer zijn als de koters strak om zeven uur op stok liggen. Officier Pappa komt vaak pas rond die tijd thuis. Dan zien ze hem dus alleen in het weekend. (Wie is toch die man die op zondag altijd de tofu komt snijden?) Niet heel bevorderlijk voor de band en zo.

Hoewel je ook best kan zeggen hoeveel slaap iemand ongeveer nodig heeft, is dat ook maar een gemiddelde. Het ene kind heeft met een jaar echt wel zestien uur slaap nodig, maar het andere kan met een uur of twaalf af. Dat scheelt zo maar een flinke dut. Nergens is er enig bewijs dat die slaap zich tussen hele specifieke uren moet afspelen. Zolang het grootste deel ergens in de nacht gebeurt mag er flink wat variatie in zitten.

7, Na een bepaalde tijd heeft een kind geen voeding meer nodig in de nacht.

Ook weer zo eentje die neerkomt op doorslapen. In het begin hebben alle baby’s nachtvoedingen nodig, maar weer zijn er allerlei mensen die je zeggen wanneer dat nu eens over moet zijn. Als je langer dan een bepaald aantal weken of maanden je kind in de nacht van melk voorziet doe je het verkeerd. Dat kind houdt je voor de gek en je moet als ouder nu maar eens duidelijk gaan maken dat jij wel even bepaald wat hun lichaam nodig heeft.

Echt, hoe meer van dit soort onzin ik opschrijf hoe sarcastischer ik word. Kan ik niets aan doen, het is sarcasme of huilen en tranen zijn niet goed voor mijn toetsenbord.

Een kind kan om verschillende redenen wakker worden ‘s nachts. Zeker met borstvoeding koppel je ze eigenlijk automatisch aan. Maar stel nu dat je kleintje wakker wordt omdat het koud is, is het dan verkeerd om er een tepel bij te houden?

Nou, nee dus. Het mooie van borstvoeding is dat een kind zelf de controle houdt en dat het meerdere functies naast voeding heeft. Een hongerige spruit zal flink drinken, maar een koter met koude voeten wat minder. Het kind dat van diepe naar ondiepe slaap navigeert neemt misschien een enkel slokje en valt weer weg. Je mag er gewoon op vertrouwen dat je kleintje zelf weet wat ze nodig heeft en dat ook zelf regelt. Als ze vol zitten kan je duwen wat je wilt, maar die tepel komt er echt niet in hoor.

Er is ook geen bepaalde leeftijd waarop ze ‘s nachts geen honger meer hebben. Dat verschilt gewoon enorm per kind en per fase waar ze in zitten. Die ontwikkeling is nu eenmaal niet voorspelbaar en zeker niet lineair. Maar ik beloof je dat het helemaal vanzelf gaat. Geen puber die nog nachtvoedingen wil.

Ik ben me er erg van bewust dat ik het nu niet over fleskinderen heb. Hoewel ik weet dat ook die kinderen op hun eigen tempo ontwikkelen en verschillende behoeften hebben, weet ik gewoon niet hoe dat dan moet met een fles. Maar ook daar denk ik dat je niet een enkele regel kan maken die voor iedereen geldt.

8, Een papfles helpt met doorslapen.

Dit is de laatste over doorslapen. (Beloofd.) Het idee dat als je een baby vlak voor het slapen gaan heel vol propt met zware voeding ze dan langer stil blijven. Zodra er enige wallen onder je ogen verschijnen (en dat is enigszins onvermijdelijk) komt dit advies je van alle kanten tegemoet. Iedereen lijkt het er over eens, er wordt zelfs reclame voor gemaakt (van die pyjamapapje onzin) dus dan moet het wel waar zijn toch?

Eeehhhhhhhuuuuhhhhuhuh…nee.

Ten eerste even het boerenverstand er bij. Heb je zelf wel eens een grote maaltijd te laat in de avond gegeten? Weet je nog hoe je in bed lag? Niet echt lekker he? Onrustige nacht, last van je maag en rare dromen. Het toeval wil dat baby’s en peuters best wel op jou lijken, we zijn immers allemaal mensen. Hele grote kans dat ook een klein mens niet lekker slaapt op een volgepropte maag.

Niet overtuigd? Boerenverstand niet genoeg voor je? Ik geef je groot gelijk. Bij deze dan een stukje wetenschap…en nog wat, en hier nog een. Oh, en een leuk artikel wat het samenvat. Geen zin om wetenschappelijke lectuur door te pluizen? Komt hier de samenvatting: het maakt geen donder uit wat je een kind voert, ze worden ongeveer even vaak wakker ‘s nachts. De enige verschillen zijn dat moeders die exclusief borstvoeding geven gemiddeld 40 minuten meer slaap krijgen in een nacht en dat kinderen die overdag en in de avond vol gepropt worden een groter risico op obesitas hebben. (Goh…hoe zou dat nu komen?)

9, Een kind moet op een stille kamer slapen.

Sssssssttt! De baby slaapt! (Op harde fluistertoon lezen.)

Het idee is hier dat een baby op een geluid (en soms ook licht) dichte kamer hoort te liggen en het hele huis er omheen moet sluipen. Het minste geluidje maakt de kleine wakker.

Het valse van deze mythe is dat ie zichzelf waarmaakt. Als je een kind leert onder stille omstandigheden te slapen, wordt het vanzelf nodig. Maar van nature hebben baby’s echt geen stilte nodig om te slapen. Sterker nog, dat werkt averechts. In de buik was het ook niet stil. Een moederlijf maakt een hoop geluid en een zwangere vrouw gaat niet op de slaapkamer zitten zodra de baby even niet schopt. Er is geen enkele reden dat dat aan de andere kant van de vagina ineens anders moet.

Natuurlijk kan een kind schrikken van een plots hard geluid. Maar zal ik je eens wat verklappen, waar ze wakker van worden is vrijwel altijd jouw reactie op het geluid, niet het lawaai zelf. (Ja, er zijn uitzonderingen. Nee, dat zijn er niet zo veel als je denkt.) Als je het voor elkaar krijgt om geen schrik reactie te vertonen, blijft de kleine meestal door tukken.

Bekende geluiden zijn prettig, een soort white noise. Het gezin wat draait, stemmen die rustig praten, verkeer terwijl je buiten loopt. De meeste kinderen slapen er juist goed op. Als je je baby vanaf het begin gewoon tussen de dagelijkse geluiden laat slapen geef je ze zelfs een heel mooi kado mee. Als volwassene kunnen ze dan ook door luide buren en toeterende auto’s heen slapen, en daar ben ik best jaloers op.

10, Je hebt acht uur ononderbroken slaap nodig om een goede nachtrust te hebben.

We kennen allemaal de oude slaap adviezen wel. Acht uur slaap anders gebeuren er vreselijke dingen. En dan moet je vooral dóórslapen. Een paar keer naar de WC en je bent de volgende dag een zombie.

En voor veel volwassenen klopt dat, maar dat is niet omdat we dat vanuit onze biologie nodig hebben. Net als met in stilte slapen is het aangeleerd gedrag. Omdat we liefdevol of streng hebben geleerd om lange stukken stil op onze kamer te liggen, zijn we het nodig gaan hebben.

Maar als we terug gaan naar onze voorouders, niet eens zo heel lang geleden, dan zien we een heel ander beeld. Voordat we elektrisch licht hadden sliepen we waakzaam en naar alle waarschijnlijkheid in twee delen.

Waakzaam omdat we op onze omgeving moesten letten. Even een oog open om het (haard)vuur aan te porren, even half wakker om te kijken wat daar beweegt om dan zonder moeite weer verder te slapen.

En ja, er zijn aanwijzingen dat we in twee delen sliepen. Dat we bij zonsondergang een eerste blok maakten, om dan een paar uur wakker te zijn alvorens het tweede deel te slapen. Hier wordt dat uitgebreider verteld.

Het idee dat je acht uur in coma moet klopt van alle kanten niet en baby’s weten dat nog heel goed. Maar ja, wat moet je als geslaaptrainde volwassene?

Het goede nieuws is dat elke training ook weer omgekeerd kan. Slecht nieuws is dat het vooral doorzetten betekend. Het is ellendig zwaar in het begin, maar uiteindelijk wen je er weer aan om een paar keer (half) wakker te worden in de nacht. Zeker als je kindje naast je ligt en makkelijk kan aankoppelen.

Zijn er meer mythes?

Zo, hèhè, we zijn er door heen. Dat waren de tien grote mythes die ik ken over het slaapgedrag van kinderen. Maar misschien weet jij er nog meer. Vertel!Ik wil ze graag horen. Roept jouw buurvrouw, schoonmoeder of huisarts iets wat ik niet heb genoemd? Wat is jouw favoriete slaap mythe? Ik lees ze allemaal in bed en val dan heerlijk in slaap.