Samen Slapen: instincten deel 2

10455847_1039621806082766_4363838500454532339_n

Ik wil praten over slapen. Beter gezegd, ik wil praten over slapen met kinderen. Maar voordat ik begin even een disclaimer: ik ben hier niet om andere gezinnen te veroordelen. Ja, ik heb een grote mond en wat ik zeg (schrijf) kan flink hard overkomen. Had ik maar een man moeten zijn, die mogen namelijk wel hard roepen, maar als vrouw niet natuurlijk.
Maar goed, we verdwijnen in feminisme en ik wil het hebben over babies. Mijn disclaimer; dit is mijn eigen, onderbouwde, mening over een slaappatroon van babies. Dit is niet, nooit, bedoeld om te veroordelen hoe jij en je baby slapen! Ieder gezin doet hun best met de informatie die ze hebben. Dat is het enige waar ik wat aan wil doen. Informatie. Zodat gezinnen een goede keuze kunnen maken die werkt voor hen.

In mijn vorige stuk heb ik gepraat over instincten en de babies die er mee geboren worden. Via die instincten kan een baby overleven in een wereld die nog flink vijandig voor haar is. Ook onze moderne wereld waar roofdieren tot het verleden behoren. Kou, warmte, eenzaamheid en honger zijn hier en nu nog echte gevaren. Gelukkig weten kleine mensen heel goed waar de oplossing is voor al die gevaren. Dat zijn de ouders en daar moet je dus in de buurt blijven. Een baby hoort, dag en nacht, in de veilige armen van een volwassene of ouder kind (jup. Oudere kinderen zijn heel goed in staat om overdag voor jongere kinderen te zorgen).

Daar is al heel, heel veel over geschreven. Dus wil ik een beetje inzoomen, op de baby die rustig alleen lijkt te slapen. Soms zijn er kleintjes die ogenschijnlijk beter slapen als ze alleen zijn. Bij mamma en pappa op de kamer slapen ze dan onrustig en in hun eigen kamertje zo de hele nacht door.

“Ik volg mijn kind” hoor ik dan van verschillende moeders. En dat snap ik. Het lijkt er echt op dat de baby zo gelukkiger is. Toch heb ik daar een ander inzicht in. Dan moet ik wel even wat achtergrond informatie geven. En voor alle duidelijkheid, ik praat over kinderen van 0 tot 2 jaar, die nog niet met woorden kunnen aangeven dat ze een eigen bed willen.

Ok..daar gaan we. Informatie:

Fight, flight or freeze.

Heb je wel een iets ernstigs meegemaakt? Iets wat heftig en onverwacht was? Of anders gezien op het nieuws? Dan heb je misschien opgemerkt dat er eigenlijk drie soorten reacties zijn. Denk even aan een ongeluk. Er is iets ergs gebeurt en er staan mensen omheen.

Fight. Dit is degene die er op af rent. Degene die actie onderneemt, tussen mensen in springt of snel EHBO gaat verlenen.

Flight. Dit is degene die snel doorloopt of zelfs letterlijk wegrent. Geen teken van lafheid maar een instinct. Soms zullen deze mensen zichzelf ervan overtuigen dat ze niets hebben gezien of gehoord. Negeren is ook een vlucht.

Freeze. Degene die stilstaat. In afschuw lijkt te kijken maar niets doet. Vaak tot een ander ze aantikt of aanspreekt.

Alleen gelaten worden is voor een baby net zo erg als een ongeluk voor ons. Het kind voelt zich extreem onveilig. Gevaar! Nu komt dus de instinctieve reactie. Flight is geen optie dus er zijn twee mogelijkheden. De meeste kinderen kiezen Fight. (Zie je al een baby voor je met bokshandschoenen? Ik wel. Leuk joh, beelddenker zijn) Dat uit zich in het welbekende huilen. Alarmsignaal! Rood hoofd, bewegende ledematen. “Doe iets!!!” Hardstikke duidelijk.

Als het alarmsignaal niets oplevert gaat een kind uiteindelijk naar de Freeze reactie. “Ik hou me stil zodat het gevaar me niet ziet” Maar, en nu komt het, er zijn kinderen die meteen in deze fase schieten. Dat kind is dus niet rustig. Dat kind is in gevaar!

Wat volgt bij deze ‘freeze kinderen’ is een onnatuurlijk diepe slaap. Een afsluiten van gevaar wat psychologische schade doet, zeker op de lange termijn. Buiten dat geeft deze diepe slaap een grotere kans op wiegendood. Een baby kan dan stoppen met ademen en zonder externe prikkel niet weer starten.

Dan de andere situatie: onrustig slapend bij de ouders. “Dat is toch ook niet goed” zegt de vertwijfelde moeder tegen haarzelf. We hebben immers geleerd dat kinderen diepe, lange, slaap nodig hebben om te groeien. En daar maken we dus een verkeerde aanname; dat onrustige slaap slecht is.

Wij zijn groepsdieren. Geprogrammeerd om geluid om ons heen te hebben. Het idee dat we acht uur lang in coma moeten liggen klopt totaal niet. Slaap mag in stukjes komen. Even waker worden, om je heen kijken, het vuur aanporren en weer gaan slapen. Dat is wat onze voorouders altijd deden.

Als tegengeluid hoor ik dan vaak dat het kind chagrijnig is na zo’n onrustige nacht. Dan moet het wel verkeerd zijn toch? Meestal is die slechte bui meer van de ouders afkomstig. Kinderen nemen je gevoel en stemming heel makkelijk over.

Het komt er dus op neer dat we moeten herleren wat gezonde slaap is. Waakzame en onderbroken slaap in een veilige omgeving (bij de ouders) is beter dan een onnatuurlijk diepe slaap in een voor een baby onveilige omgeving.

Blijft er nog een probleem over; je eigen slaap. Wij zijn vaak opgevoed met het idee dat je dus wel die acht uur aan een stuk nodig hebt. Daar is ons lichaam aan gewend geraakt en zonder dat hebben we het idee een slaapgebrek te hebben. Hoe leren we dat weer af?

Kort antwoord: volhouden.

Lang antwoord: ga ik een stukje aan wijden. Maar niet meteen. Volgende keer gaan we namelijk praten over melk….dodelijke melk….

1459109_917117858333162_6595301474742317398_n

 

Ouderwetse opvoedkunde: instincten deel 1

_DSC0181Ik weet nog dat ik op jonge leeftijd inzag dat mensen een diersoort zijn. Vlak daarna zag ik in dat de meesten van mijn leeftijdsgenootjes dat niet vonden. Een flink aantal volwassenen ook niet.

“Er zijn dieren en mensen.”  werd er gezegd, en toch is het zo. Geen kwestie van mening maar een kwestie van feit. Wij zijn dieren. Aapachtige zoogdieren. Groepsdieren. Prooidieren.

Ook hebben we, vanuit onze dierlijke aard, nog een aantal instincten en behoeften. Nergens wordt dat meer duidelijk als bij een baby. Een klein mensje wat nog niet heeft gehoord van beschaving, tv en WiFi. Uiteraard moet dat zo snel mogelijk de kop in gedrukt. De denkende mens, de geëvolueerde mens, de wetenschappelijke mens, is er een die zijn instincten overwonnen heeft. Met lichaam als ongemakkelijk voertuig voor de geprijsde hersenen struikelen we door het leven, nieuwe ontdekkingen achterna.

Voel je al dat ik hier een mening over heb? (Oh Shit! Een vrouw met een mening! )

Ok. Babies. Instincten. Stukje je geschiedenis. (Zet bril op, pakt aanwijsstok)

In het pre industriële tijdperk was het gezin een economische eenheid. Er werd samen geleefd en samen gewerkt. Al het werk was huiswerk (werk wat je thuis doet om het gezin draaiende te houden. Of dat nu schoonmaken of oogsten is). Toen gebeurde er twee dingen.

Ten eerste: fabrieken. Er kwamen fabrieken, mensen verhuisden meer naar de stad en “Liefje ik ga naar mijn werk” was geboren. Zoals absoluut elk gezin met kinderen heel grondig beseft is dat moeilijk te combineren met zorg voor de kleintjes.

Ten tweede: John B Watson en zijn onfrisse ideeën over kinderen en opvoeding. Jannetje is de vader van het behaviorism. Kort samengevat: de psyche van een mens is als een machine. Geprogrammeerd door voorgaande ervaringen en dus ook opnieuw te programmeren. Klinkt misschien niet zo heel erg, maar dit experiment is erg verhelderend (ga even kijken, echt..ik wacht wel….ben je er weer?…erg hè..)

Janneman hield zich onder andere bezig met het opvoeden van kinderen. Nou ja, met de theorie daarvan. Dat was tot nog toe overgelaten aan moeders en hun instincten. Uiteraard moest dat snel rechtgezet worden met de ferme hand der wetenschap! Opvoeden ging volgens hem over het creëren van een goede burger. Dat ging met zo min mogelijk affectie. Een kind mocht de ouder nimmer tot last zijn en de moeder mocht niet al te veel aandacht geven. Zal het je verbazen dat zijn eigen kinderen niet echt goed geëindigd zijn? Zelfs zijn kleindochter heeft naar eigen zeggen schade opgelopen door zijn opvoedmethodes.

Toch is veel van wat deze man heeft bedacht in onze maatschappij doordrongen. Ken je de term “Rust, Reinheid en Regelmaat”. Vast wel. Het hele laten huilen, strenge, hij-moet-zelf-leren-slapen opvoeden komt bij de goede meneer Watson vandaan.

En zo zijn generaties aan kennis weggevaagd. Van moeder op dochter, eeuwenlang, werd wijsheid doorgegeven, om uitgewist te worden door de strenge heren wetenschappers. Nu komen we langzaam daarvan terug maar voelen we het gemis. We zijn zo ver van onze eigen dierlijke aard dat we er niet meer op durven vertrouwen. De stem van instinct is zacht en snel overstemd. Ja, ouders voelen vaak nog wel hoe de natuur het wilt, maar worden ook snel onzeker. Dus wat dan? Mijn voorstel is driedeling, met aan het eind een spannende twist.

Ten eerste:

Vertrouw op je kind. Een pasgeboren baby weet nog niets van beschaving en opvoedkunde. Haar innerlijke stem is luid en duidelijk. Ze uit verlangen naar de dingen die ze echt nodig heeft en geeft weerstand tegen moderne verzinsels. Helaas vinden we het tegenwoordig zelfs nog moeilijk om naar de luide stem van een baby te luisteren. Of we willen wel, maar weten echt niet meer wat de behoefte is. Vandaar….

Ten tweede:

Leer van de primitieve stammen die er nog zijn. Zoek plekken zonder beschaving waar mensen van alle leeftijden gelukkig zijn. Niet genoeg airmiles voor een retourtje jungle? Gelukkig heeft deze dame het werk al gedaan. Haar boek The Continuüm Concept is een verhelderende aanrader. Ontwaak je innerlijke jungle ouder. Gepaste kledij is optioneel.

Ten derde: (en nu de twist)

Luister naar de wetenschap. Wat! Diezelfde wetenschap die de boel in het begin zo verpest heeft? Niet helemaal. Gelukkig is er wel het een en ander veranderd in de rangen der onderzoekers. Hoewel nog steeds een patriarchaal bolwerk is in ieder geval de kwaliteit van de data vooruit gegaan. En wat blijkt? Opvoeden met liefde is goed. Liefde is het ingrediënt waardoor jonge hersenen groeien. De wetenschap begint eindelijk, eindelijk, uit te vinden wat onze voormoeders al heel lang wisten.

Babies moet je knuffelen. Zo veel mogelijk.

In de komende weken wil ik wat dieper ingaan op de instinctieve behoeften van kinderen. Volgende keer: slapen in gezelschap.

 

 

Recept: plantenburger

_DSC0087

Ik hou erg van flexibele recepten. Of beter gezegd; ik ben gewoon niet zo goed in het volgen van precieze aanwijzingen. Nooit geweest ook. Te koppig of gewoon te slordig, zal ook wel niet meer veranderen.

Gelukkig zijn er ook recepten die meer bewegingsruimte hebben, die je een beetje op gevoel maakt. Zo heb ik ook leren koken; op gevoel. Als je aan mijn moeder een recept vraagt krijg je een hoop handjes en beetjes te horen.

Deze plantaardige burger is precies waar ik van hou. Een gerecht dat je op gevoel maakt, en waar ook nog eens al je overgebleven restjes groenten in kunnen. Dat stukje slappe bloemkool? Prima! Die ene aardappel? Gooi er maar in! En dat blikje rare bonen achterin de kast is ook welkom. Het eindresultaat is er alleen maar beter door. Oh, en dat eindresultaat is ook nog eens aan te passen in vorm. Het hoeft geen burger te zijn. Balletjes mogen ook, of nuggets, of iets heel anders als je zo creatief bent.

Wat heb je nodig:
  • Een (zoete) aardappel, wortel of andere stevige knol.
  • Groenten. Wat je over hebt. Broccoli, aubergine, mais. Vanalles kan. Kwestie van proberen wat je lekker vind.
  • Ui en knoflook.
  • Kruiden: vleeskruiden zijn een makkelijke winnaar. Garam Masala doet het ook goed.
  • Bonen. Uit blik of glas of zelf voorgekookt. Mag van alles zijn. Rode Kidney bonen leveren ijzer. Witte bonen zijn goed om geen-kip nuggets mee te maken (neem dan ook lichtgekleurde groenten)
  • Havermout.
  • Chia zaad.
  • Olie.

Snij alle groenten en knollen van te voren in kleine stukjes. Warm de olie op in een koekepan en fruit de ui en knoflook. Dan de knolgroente erbij en na een paar minuten de rest van de groenten (of je flikkert alles gewoon in de pan. Doe ik ook vaak zat). Bonen erop, kruiden erbij, even roeren en afdekken met een deksel (had ik al gezegd dat je een koekenpan met deksel moet hebben? Nee? Niets erg, heb ik ook niet. Pak gewoon het deksel van die grote braadpan die je nooit gebruikt.) Zo mag je het een tijdje laten pruttelen. Tot de knol zacht is. Geen idee hoe lang dat gaat zijn, dat hangt af van jouw knol, en jouw snijwerk.

Doe ongeveer twee koppen havermout in de blender of haal de staafmixer er doorheen (stuif!). Dat geeft een soort havermout meel. Het is moeilijk van te voren te zeggen hoeveel je nodig hebt en meer maken gaat lastig straks want dan is je blender vies (met groenteprut, kom ik zo bij). Ik maak dus altijd ruim en zet wat over is weg voor de volgende keer.

Nadat je een rustig boekje hebt gelezen op de bank (whahahahaha!!! ok, ok. even een grapje. Nadat je de was hebt opgehangen en de baby drie keer van een wisse dood door lego hebt gered) is je groente wel zacht. Schep het in de blender en maak het fijn. Nu mag het chia zaad er doorheen. (hoeveel? eeehhhh, een handje, ok? Twee eetlepels. Zoiets. Het is gezond spul dus lekker gul zijn.) Dan ga je het havermoutmeel er door doen. Eerst de helft en dan langzaam steeds meer. Tot je een dikke, klei achtige, substantie hebt. Je moet het kunnen kneden en vormen, maar het moet niet te droog zijn. Laat het even afkoelen, je zal merken dat het dan nog iets dikker wordt.

Nou, en dan ga je het dus kneden en vormen. Tot burgers, of balletjes, of gekke nugget vormpjes in een wanhopige er-moeten-toch-wat-groenten-in-dat-kind poging. De gemaakte kunstwerkjes doe je in de koekepan (even snel tussendoor afwassen). Kan zo in het vet, of met een krokant laagje er over heen (paneermeel of wat meer havermout).

Hoppa! Jij blij dat je van je groenterestjes af bent, de kinderen blij omdat ze burgers eten (probeer niet stiekem te gniffelen maar kijk gelaten alsof je hebt geaccepteerd dat ze nu eenmaal nooit iets gezonds eten) en de andere volwassenen aan tafel tevreden aan het smullen want dit zijn echt heeeeele lekkere burgers.

En dan de afwas maar…

2016-04-07-20.00.48.jpg.jpeg

 

 

 

 

Generaties in mij

_DSC0039

Als kind was ik een dromer. Met een jaar of 11 had mijn school leraar uitstekend door dat ik niet naast een raam kon zitten. Staarde ik zo de hele dag naar buiten. Ik had wilde plannen, verzon andere werelden bij elkaar en bedacht hoe ik deze kon verbeteren.

Van de andere kinderen snapte ik niet zo veel en dat kon nog wel eens een botsing opleveren. Gelukkig was ik gezegend met een warm gezin. Een plek waar ik werkelijk welkom was. Thuis luisterde mijn moeder naar mijn verhalen tot haar oren er (zo riep ze dan) bijna afvielen.

Als tiener viel mijn mooie wereld in elkaar. Ik kwam meer in aanraking met de schaduwkant van mensen en de daarop volgende desillusie heeft lang geduurd. Ik was wild, sterk en ongetemd. Ik zocht grenzen op en ging er soms overheen. Ik was vooral heel jong.

Een generatie of wat geleden was het vrij duidelijk wanneer die wilde fase over was. Ergens rond de 20 ging je werken, trouwen, kindjes maken. Dan was je Volwassen, met de grote V. Zo zag ik mijn ouders ook, als echt Volwassen. Die hadden het allemaal onder controle en wisten hoe het leven werkt.

In mijn generatie is die overgang naar volwassenheid niet zo duidelijk gedefinieerd. Kinderen krijgen gebeurt later, jong blijven is een ideaal op zich. Meisjes zijn tegenwoordig dertig jaar oud.

Ik had het idee dat het wel vanzelf zou komen. Dat die wilde kant rustig zou worden en een wijsheid zou achterlaten die door mijn huid heen zou schijnen. Toen dat maar niet gebeurde begon ik maar van buitenaf. Een man en kind, een huis. Dan lijkt het net echt en zal het gevoel wel volgen toch?

Het zag er inderdaad heel aardig uit, als je van buiten keek (wel een beetje met je ogen knijpen graag) maar in mijn hoofd bleef ik dat meisje van een jaar of zestien. Een flink geval van Imposter Syndrome was geboren.

Tja, en toen was ik negenentwintig..en gescheiden…en had ik nou niet echt een baan om trots op te zijn….ennee…..bijna dertig.

Dertig. Dan wordt je dus dertig. Zonder ook maar iets van prestaties om dat leed te verzachten. Nou ja, zo dacht ik toen he. En hoewel het allemaal ontzettend arbitrair is en leeftijd echt maar een nummer, wat dertig worden een van de meest bevrijdende gebeurtenissen uit mijn leven. Dat was namelijk het begin van de volgende fase. De fase waarin ik niet meer ging wachten. Dan was ik maar een onvolwassen volwassene. Dat meisje van zestien mocht in mijn hoofd leven tot ik tachtig was!

Een heerlijke bevrijding en een beeld wat ik nodig heb gehad om uit een slechte periode te komen. Maar nu…wat nu?

Het is allemaal nog niet zo lang geleden hoor. Ik ben nu vierendertig. Toch is er een hoop veranderd. Nog een kind, vooral. Lilly maakt mij nu driedubbel moeder. En dit keer komt er een verandering van binnenuit. Het meisje van zestien is klaar. Het is tijd om te groeien. Maar hoe doe je dat? Hoe wordt een meisje een vrouw?

Dat is de reis die ik nu maak. Eerlijk gezegd ben ik al een eindje hoor. Ik voel me echt geen zestien meer. Maar ook niet echt halverwege de dertig en de veertig. Ik voel me vooral onderweg. Dat is mooi, want dat is precies wat ik ben.

Mijn lichaam veranderd al lang. Ik vindt dat mooi om te zien. Het is bijna heiligschennis, maar ik ben zo blij met mijn lijf! Er hangt en beweegt vanalles, ik heb een paar rimpels en een hoop grijze haren. Mijn huid is zacht en mijn rondingen ook. Ik ben een moeder en moeders zijn mooi.

Ik denk dat dat een belangrijk deel van de reis is. Genieten van de verandering, nieuwsgierig zijn naar wat er komt, weten dat je onderweg bent.

Al gezellig weg schrijvend kom ik tot een mooi inzicht. Uiteindelijk gaat volwassen worden misschien wel over van jezelf houden zoals je bent. Mijn lichaam ben ik al trots op, mijn geest, mijn ziel, daar moet ik nog wat mee knuffelen. Ik heb wat knauwen gehad, dat laat zo wat deukjes achter. Zelfvertrouwen is een moeilijk begrip.

Excuseer. Ik ga even een date regelen, met mijzelf. Ik ben namelijk een heel leuk mens, ziet u, en dat verdient aandacht.

Vaginale mijmeringen

_DSC0015

Ik mag graag foto’s maken. Dat is mooi aangezien er een diploma aan mijn muur hangt die zegt dat ik daar buitenproportioneel veel tijd en geld aan heb besteed.

Nu mag ik ook vrouwen graag zien. En dan niet alleen omdat ik er zelf eentje ben en ook niet alleen omdat ik graag blote grote-mensen-dingen met ze doe. Ik heb iets met ‘das Weib’ en das Weib heeft dan weer een vagina (meestal dan).

Geweldige dingen, vagina’s. Komen in alle soorten en maten, kan je vanalles mee doen. Goed voor uuuuuren speelplezier. Heerlijk.

Zo af en toe komen deze twee liefdes samen en mag ik een vagina fotograferen. Zo ook voor mijn vorige stukje. Twee trotse dozen prijken daar boven mijn geschrijf.

Gevolg: Facebook boos en in een online groep over bevallingen een hooglopende discussie. Had ik met mijn naïeve hoofd natuurlijk helemaal niet voorzien. Buiten dat ik van bloot hou vind ik het namelijk ook heel gewoon. Ik snap dat dus niet, vagina angst.

Penis angst bestaat ook natuurlijk, maar daar hebben we het nu niet over. Nu wil ik me even uitgebreid verwonderen over de paniek reacties die een plotseling verschijnende vagina oproept. En dan met name de reacties van andere vrouwen, want daar heb ik dan weer wat mee.

Zo komen we uit bij mijn hoofdvraag: Waarom hebben sommige vrouwen last van vagina angst? We hebben het hier immers over bezitters van het orgaan.

Een rondje vragen langs vrienden levert interessante antwoorden op. Boosheid komt niet zo vaak voor, wel een gevoel van “moet dat nou”. Ook lijkt de context van de vagina belangrijk. Een barende vagina ‘mag’ een uitdagende liever niet.

Toch heeft ook de porno vagina een plek in onze maatschappij. Waar ik vooral op uitkom is dat een vagina functioneel moet zijn om bestaansrecht te hebben. Een actief barende of neukende vagina snappen we. Maar wat nu als ze er gewoon ‘is’?

Dat was het probleem van mijn eerdere foto’s. Die gingen over het litteken erboven en dus kreeg ik om mijn oren dat de dozen niets “toevoegen”. Gek is dat hè, als ik een serie over hoeden maak mag de neus daar vast bij. Handen, benen, ruggen en monden worden niet geweerd van een foto. Borsten worden verwelkomd zelfs! Nou ja, sommige borsten. Sexy borsten. Koop-nou-deze-burger-borsten. Melkborsten dan weer niet. Daar is ook iets mee mis. Maar goed, daar gaan we niet op in.

Feit blijft dat je een auto mag verkopen met borsten maar niet mag praten over littekens met een vagina. Hoe komt dat? Waar begint dat?

Een rondje langs de huidige seksuele voorlichting geeft een aanwijzing. Mocht je je echt eens twintig minuten lang willen ergeren dan kan ik van harte de Dokter Corrie Show aanbevelen. Een leuk bedoeld maar de plank echt volledig misslaand school programma, waar kinderen tegenwoordig moeten leren over de bloemetjes en bijtjes.

Ik zette de aflevering over zelfbevrediging op. De boodschap was vooral dat je het normaal moest noemen, maar het toch wel raar was. Oh, en dat maar 20% van de meisjes het doet tegenover 80% van de jongens. Eeehhhh….hoe komen ze aan die getallen? Gingen ze klas naar klas en vroegen ze om je hand op te steken als je wel eens aan je kut zat?

Verder kwam er een alleraardigst geanimeerd stukje langs. Van geslachtsdelen want die moet je tekenen. Echt is natuurlijk raar.

Eerst de penis. Er was een mannenlijf getekend zoals ook mijn foto’s zijn afgesneden. Benen, billen, penis en buik. De onderdelen werden benoemd en er werd verteld wat er gebeurt bij opwinding. Netjes.

Dan de vagina…..die….zweefde. De suggestie van benen werd gemaakt, maar meer ook niet. Een vagina aan een vrouwenlijf zou dus vreemd zijn. Ook hier werden de onderdelen benoemd en…..niets. Verder niets. Geen geanimeerd woord over opwinding en wat er dan gebeurt. (En dat is een hoop). Jammer, heel jammer.

Zo staat er ook op de site van JMouders dat tussen de 9 en 12 jaar meisjes geinformeerd moeten zijn over hun eerste menstruatie en jongens over hun eerste zaadlozing….

…..dussss. Mis jij ook wat? Ik wel namelijk.

Laat ik even duidelijk zijn. Ik leg hier niet de schuld bij de makers van de Dokter Corrie Show of de schrijvers van JMouders. Dat zijn vast allemaal leuke mensen die het beste voor hebben. Maar hun maaksels vertellen ons iets over hoe we praten over vrouwen, en dan met name hun geslacht. Dat de vagina toch nog raar is, iets wat niet echt bij een vrouw hoort en waar je ook niet echt alles over hoeft te weten.

Zullen we daar gewoon mee ophouden? Een vagina is een vagina. Ze mag er zijn. Barend, opgewonden maar ook in rust. Ik ben erg blij met mijn vagina, altijd al geweest. We hebben samen avonturen beleefd en heel veel plezier gehad. Ze was er voor me toen ik het moeilijk had en ze heeft samen met mij drie kinderen gebaard. Als ik naar haar luister kom ik veel te weten over mijzelf.

Mijn derde kind heeft ook een vagina. Omdat ze nog te jong is om het me te vertellen gaan we er voor het gemak van uit dat dat betekend dat ze een meisje is. Ik wil heel graag dat ze opgroeit tot een trotse doos. Een blije doos. Een sterke doos. Maar daar heb ik ook jullie hulp bij nodig.

Als we nu met z’n allen afspreken dat vagina’s leuk zijn, en dat de bezitters van zo’n onderdeel geluk hebben, dan hebben we over een jaar of 20 een hele mooie generatie vrouwen.

Onze vagina is onze kern, ons centrum. Vanuit de vagina komt nieuw leven, en dood. Uit de vagina komt verandering. Kan je je voorstellen wat er gebeurt als je van haar gaat houden? Als je trots op haar bent?

Oh, en voor degene die nieuwsgierig zijn, hier is ze. Mijn vagina. Mooi hè.

_DSC0032

Gedwongen gered

De gedwongen keizersnede (ks). Er is al aardig wat over geschreven. Voorstanders en tegenstanders.

De beroepsverenigingen hebben zich er over gebogen en heel het internet heeft een mening.

Maar kort samengevat:

Een kleine groep mannen heeft bedacht dat een barende vrouw die een keizersnede weigert gedwongen kan worden. Als de gynaecoloog vind dat het kind in nood is kan de vrouw via een juridische spoedprocedure verplicht worden een ks te ondergaan. Oh, en die procedure kan eventueel ook achteraf……voelen we hem al…?

Op de basisschool leren we allemaal dat je “Stop! Hou op!” moet roepen als er iemand ongewenst aan je zit en het Europees recht is het daar mee eens. Je mag altijd, elke behandeling weigeren. Ook als die levensreddend is voor een ander. Denk anders maar aan gedwongen orgaandonatie. Dat vinden we allemaal heel vreemd. Zelfs een gedwongen bloed donatie willen we niet aan. Maar een gedwongen ks zou wel mogen?

Ik geloof dat mijn mening over deze zaak al duidelijk is he? Maar om het nog even helder te zeggen; ik vind dat de oude heren met hun patriarchale handjes van vrouwen af moeten blijven! Dit is vies en heeft een zeer mysoginistisch smaakje.

Maar goed, dat hebben meer mensen dan ik beter dan ik kan al opgeschreven.

Ik wil een kant belichten die ik tot nog toe mis in dit debat. De stem van het ongeboren kind. De heren die voor het snijden zonder toestemming zijn zeggen de stem van het kind te willen zijn. In het belang van de foetus te handelen.

Wat een ontzettende aanmatigheid! Wat een arrogantie! Alleen die zin al zou heel duidelijk moeten maken dat het feminisme nog niet klaar is.

De hoge heren willen de stem van het kind zijn die de egoïstische moeder negeert. Suuuuurre!

Die stem he, van dat ongeboren babietje, weet je wie die stem hoort? Ja, die vrouw die je daar even aan de kant denkt te schuiven. Die vrouw, die het kind draagt, voelt, kent. Dat egoïstische wijf waar je niet naar wilt luisteren! Die ja! (adem in…..adem uit…..dit ligt me nogal aan het hart….even rustig worden……)

De stem van het ongeboren kind wordt juridisch, medisch, moreel en spiritueel gehoord en doorgegeven door de moeder. Zij weet, zij voelt, zij hoort. Geen enkel meetapparaat kan daar tegenop.

Medisch advies is precies wat ik zeg; advies. Niet meer en niet minder. Artsen en specialisten in een ziekenhuis zouden er goed aan doen wat nederigheid te tonen. In aanwezigheid van een barende vrouw zijn wij allen klein, en zo hoort dat.zasxz]

 

De geboorte van Lilly

Zaterdag avond 21 februari 2015. Ik heb al weken oefenweeen, vooral s’avonds. We hebben zelfs al een paar keer gedacht dat de bevalling begon, om teleurgesteld te zijn als de weeën weer wegtrekken in de loop van de nacht. Gerard en ik zijn heel erg klaar voor de bevalling en we hopen dat het nu snel begint.

Ook deze avond heb ik flinke voor weeën Ook nu hopen we dat het door zet. Gerard zou de volgende ochtend naar de sauna gaan en in bed bespreken we de kansen dat het doorgaat. Uiteindelijk besluiten we dat het niet uitmaakt. Een bevalling is een goed excuus om een reservering af te zeggen.

Helaas trekken in de loop van de nacht de weeën weer weg.

Zondag overdag verloopt rustig. Gerard is met een goede vriend naar de sauna, ik en Loki van 6 en Roan van 5 hangen thuis rond. Ik voel me goed, sterk zelfs. Ik zit er wel enorm tegen op te kijken dat Gerard maandag moet werken. Ik wil hem thuis hebben!

Die avond eten we bij mijn moeder. Weer beginnen er sterke oefen weeën Ik moet me er echt even op concentreren. Toch probeer ik nergens op te rekenen.

De kinderen logeren bij oma dus we hebben het rustig s’avonds thuis.

De oefen weeën zetten door in echte weeën We proberen wel nog naar bed te gaan. Ik slaap nog een uurtje maar wordt om de 10 minuten wakker van een wee. Dat is wel naar. Ze zijn nog niet enorm pijnlijk, maar als ik me niet kan concentreren wordt ik er een beetje door overvallen.

Ik laat Gerard zo lang mogelijk liggen en ga naar beneden. Kijk een serie op Netflix, zit op de bal, loop rond. De weeën komen onregelmatig, maar ze blijven wel. Ik ben blij en glimlach bij elke samentrekking.

Rond een uurtje of drie ga ik weer even boven liggen. Ik lees en draai en woel. Ik stuur bericht naar mijn moeder dat de kinderen bij haar kunnen blijven en laat mijn zusje weten dat het gaat beginnen. Ze staat op stand-by om, als ik daar behoefte aan heb, te komen helpen.

Uiteindelijk val ik weer een uurtje in slaap. Weer is het onprettig wakker te worden van de weeën

Tegen een uur of vijf maak ik Gerard wakker. Het lijkt echt door te zetten en de weeën worden fel. Ik wil nu graag dat hij mij helpt.

Een paar uur zitten we beneden. We kijken een serie, ik loop weer wat en adem de weeën weg. We zijn blij en hebben er zin in.

Het is negen uur als het mis gaat. Het is licht buiten, de dag is begonnen en ik voel me niet meer veilig. Baren is voor mij iets wat je s’nachts doet. Plots blijven de weeën weg.

Ik probeer me geen zorgen te maken. We hebben tijd, het zal zo terug komen. Maar niets mag baten. We wandelen buiten, heel fijn en ik voel weer wat in mijn buik, maar eenmaal thuis doet het niets. Ik douche, we vrijen en ik ga even slapen. Gerard komt bij me, we praten en ik huil. Hij is lief en steunend en begrijpend. De hulptroepen over de app zijn ook liefdevol.

Rond een uurtje of drie heb ik er genoeg van. Ik huil het uit en verklaar deze bevalling tot valse start. Ik voel me schuldig naar iedereen die ik in de startblokken heb gezet. We spreken af dat de hele bende bij ons komt eten. Mijn moeder, de kinderen, mijn zusje en mijn neefje van twee. Gerard maakt een grote pan erwtensoep.

Het is gezellig en ik kan genieten van mijn familie om me heen. Ik ontspan en langzaam komen de weeën weer. Toch besluit ik nu om het geen bevalling te noemen.

Als mijn moeder en zus vertrekken brengen we de jongens naar bed. Ondertussen nemen de weeën langzaam in kracht toe. Ik stuur Gerard naar bed. Hij is moe en we hebben geen idee hoe lang dit gaat duren.

Ik zit beneden op de fitnessbal. Rustig en ademend kom ik in een soort trance. Het lukt me om de weeën als sensaties te zien, en niet als pijn. Het is alsof ik in een groot meer zwem. Het water zijn de weeën en ik ben omringt. Groot en zwart en warm.

Langzaam wordt het meer steeds groter, ik merk dat dat me een beetje bang maakt. Ik wordt onrustig en val wat uit mijn trance.

Om een uur of 1 besluit ik Gerard wakker te maken. Ik wil niet meer alleen zijn. Dat levert stress op, want hij wil niet wakker worden (hij heeft altijd een ochtendhumeur, zeker s’nachts)

In paniek bel ik mijn zus, die niet opneemt, en dan maar mijn moeder. Ik heb toch iemand nodig.

Terwijl ik met een verwarde moeder aan de lijn zit komt Gerard naar beneden. Het duurde heel even, maar hij is er. Ik poeier moeders af en we gaan samen verder.

Nu komen de yogalessen die we samen hebben gevolgd erg van pas. Omdat we de houdingen eerder hebben geoefend bewegen we moeiteloos samen. Dat meer van eerder kan ik niet meer vinden. De weeën doen nu gewoon pijn. Ook heb ik, net als bij mijn twee eerdere bevallingen, geen echte pauze tussen de weeën De pijn wordt minder en meer, maar is nooit weg.

Dat is iets waarvan ik had gehoopt dat het anders zou zijn, maar het is ok dat het nu zo is. Ik accepteer het, zo bevalt mijn lijf. Het past ook bij mijn karakter.

We bewegen van houding naar houding. Ik zit op de bal, op een stoel, hang aan een draagdoek aan de deur (die is erg prettig) en we gaan onder de douche. Af en toe voel ik bij mijzelf hoe ver ik ben. Ik voel het hoofdje maar nog niet enorm veel ontsluiting (ongeveer half open). De vliezen zijn nog intact.

Om een of andere reden begin ik bezeten te raken van het idee dat die vliezen stuk moeten. De angsten van mijn vorige bevallingen (die traumatisch waren) beginnen er uit te komen. Ik probeer zelf mijn vliezen te breken maar dat lukt niet.

Om een uur of drie bel ik mijn zus. Zij is ook bij mijn eerdere bevallingen geweest en ik heb behoefte aan haar. Ze neemt op en komt snel.

Tegen de tijd dat ze er is ben ik bang. Bang dat ik weer blijf hangen op 4 cm. Bang dat ik het niet kan. Zus is lief en kalm en steunend. We gaan weer onder de douche, zus blijft bij me en Gerard rust even.

Onder de douche wordt het echt zwaar. De ene wee na de andere spoelt over me heen en ik hou het niet meer bij. Ik roep dat ik het niet kan. Zus spreekt, keer op keer, de onvergetelijke woorden “Je doet het al”. Tijdens een wee gooi ik zelfs zo hard mijn hand tegen de muur, dat later blijkt dat mijn vinger een beetje gebroken is. Op dat moment voel ik het niet.

We gaan de douche uit. Ik ben moe, bang, verdrietig. Ik probeer even op bed te liggen, maar dat is niets. Veel te veel pijn. We gaan maar naar beneden.

Mijn angst om bij 4 cm te blijven wordt groter en groter. Ik moet weten ‘waar ik ben’. Ik begin rare dingen te roepen. (achteraf was dit zo duidelijk de transitie fase)

We besluiten de verloskundige te bellen, met het idee dat ze kan toucheren en weer weg gaan.

Ik hang op de vloer. Instinct neemt over en ik merk dat ik ga persen. Ik voel en merk dat ik veel verder ontsloten ben, maar ik voel ook nog een rand. “het maakt me niet meer uit, ik ga toch persen” schiet door mijn hoofd.

Ik wil op de baarkruk die naast me staat. Zus zorgt voor een handdoek en Gerard gaat voor me zitten. Ik klamp me aan hem vast en roep nog iets dat ze er een kussen onder moeten leggen. Zus verzekerd me dat daar nog tijd voor is en dat dat echt wel goed komt.

De verloskundige komt binnen en ze probeert over te nemen. “ik wil echt even naar het hartje luisteren”. Tijdens de zwangerschap had ik aangegeven dat niet te willen. Ik wil op mijn eigen instincten bevallen.

Aangezien ik Gerard voor me in een doodgreep vast heb roep ik sarcastisch “prima, als je er bij kan”. Dat vat ze serieus op en pakt de doptone.

Dan voel ik het. Dat meer van veel eerder is een waterval geworden, een enorme rivier die met een oergeweld over me heen stort. Mijn hoofd klinkt een enorm kabaal en het enige wat ik kan roepen is “Baby!”

De vliezen breken (en sproeien Gerard helemaal onder) en dan komt ze. In een keer uit me. Van helemaal boven naar beneden. Ik kan de omtrek van haar lijf in me voelen, tot haar nageltjes aan toe. Het gevoel is zo groot, zo enorm. Het is voorbij pijn of plezier. Het is allesoverweldigend en machtig. Aan dit gevoel denk ik na de bevalling nog heel vaak terug.

Met een donderende stilte schiet ze uit me….en beland met een bonk op de vloer. Iedereen verstijft. Ik roep “Oh! Oh! Oh!” en zie haar, een meisje. Lilly. Ze huilt en klinkt als een meisje.

Zus roept me om haar op te pakken wat ik doe. Ik huil “Het is me gelukt. Ik heb het zelf gedaan”

De verloskundige staat wat verloren met een doptone in haar hand…

Lilly is geboren op 24-02-2015 om 05:58.

Ik beschouw deze bevalling als een UC (Unassisted Childbirth), omdat de verloskundige niets heeft gedaan of toegevoegd. Helaas heeft ze zich toch met het laatste stuk bemoeid. Ze bedoelde het goed, maar snapt in mijn ogen weinig van het instinct van een moeder.

Ik voel geen wens om op te staan van de baarkruk. De verloskundige suggereert dat ik wel op de bank kan gaan liggen dus dat doe ik.

Ik geniet van Lilly en ze vraagt toestemming om even naar mijn vagina te kijken. Precies het stukje wat bij mijn eerste bevalling slecht gehecht was is gescheurd. Niet veel maar ze wil het graag hechten. Dat sta ik toe.

En dan komt de placenta niet. Het was allemaal niet erg, ze was enorm respectvol. Overlegde met mij en liet me zien wat ze zag (dat mijn buik vol liep met bloed). Ik had geen weeën meer dus ze trok voorzichtig en duwde op mijn buik. De placenta kwam er uit.

Op zich allemaal geen probleem, maar pas later realiseerde ik me dat mijn instinct zei dat ik op de baarkruk moest blijven zitten. Dat had natuurlijk een hoop geholpen met het baren van de placenta.

Instincten zijn een zacht stemmetje, al met de meest voorzichtige suggestie overstemd. De vriendelijke en goed bedoelende verloskundige zag dat niet en dat was jammer. Maar ook niet meer dan dat.

Even na de geboorte van de placenta is de navelstreng doorgeknipt. De placenta hebben we in de vriezer bewaard, en later in een prachtig ritueel begraven onder een lavendel plant.

Lilly is niet gewogen en niet vastgehouden door iemand ander dan ik, Gerard en haar broers die eerste dag.

Haar bevalling was prachtig, helend. Juist omdat het moeilijk was. Natuurlijk hoopte ik op een pijnloze, snelle bevalling, maar achteraf vind ik het mooier zo. Weer duurde het lang, weer had ik geen pauze tussen de weeën, maar dit keer kon ik op mijn eigen voorwaarden aan mijzelf bewijzen dat ik het kan. Ik heb me nog nooit zo sterk gevoeld!