Hoe vind je een goede kinderopvang?

door | jun 27, 2018 | Opvoeden | 2 reacties

Dan heb je dus zo’n kind, je weet wel, klein, leuk en knuffelig. Voor veel mensen komt er een moment dat je structureel een ander nodig hebt om een paar uur voor dat kind te zorgen. Kortom; je hebt kinderopvang nodig. Vandaag wil ik wat tips en trucs geven om een plek te vinden waar jouw kroost goed terecht kan en jij met een gerust hart kan doen wat je moet doen. (Werken, meestal.)

De eerste twee jaar thuis.

We beginnen meteen lekker nuttig. Ik ben van mening (en die mening is gestaafd door onderzoek) dat kinderen in ieder geval de eerste twee jaar full time bij een ouder of stamlid horen.

Voordat je boos wordt of je een mislukking voelt, ik vind ook dat de plicht om dat mogelijk te maken bij onze gemeenschap als groep ligt en niet bij de individuele ouders. Kortom, ik weet dat het soms gewoon niet mogelijk is en ik ben van mening dat we als maatschappij daar verandering in moeten brengen. Ja, dat is een investering maar het is er eentje die zeker weten grote winst maakt. Investeren in de volgende generatie is een beetje het punt van een samenleving. Helaas zijn we nog niet zo ver en heb je soms echt opvang nodig voor je jonge kind.

Kinderopvang onder de twee jaar.

Denk kleinschalig. Zo klein mogelijk. Een gastouder heeft mijn absolute voorkeur. Die worden als het goed is een verlenging van het gezin. Als je geen gastouder in je omgeving kan vinden (die aan jouw eisen voldoet) dan zijn er ook kinderopvang centra met maar een of twee groepen. Groter dan dat zou ik liever niet gaan voor een klein kind.

Het probleem met een grote opvang is teveel volwassenen. Ze roepen allemaal dat er vaste gezichten op de groep zijn en dat betekent vrijwel altijd weinig. Wisselingen komen heel vaak voor en zijn funest voor het hechtingsproces. Zeker bij een baby of dreumes ben je op zoek naar een secundaire hechtingsfiguur. Denk ingehuurde tante.

Bij kleine groepen zijn wisselingen minder frequent. Vraag voor de zekerheid eens aan de leidsters hoe lang ze al op deze groep staan.

Kinderopvang boven de twee jaar.

Niet dat je je peuter in een kinderfabriek achter wil laten, maar iets groter is hier wat minder vervelend. Het gaat nu meer om hoe ze de groepen hebben ingedeeld. Is er een plekje en rust voor elk lokaal? Of loopt alles in elkaar over?

Nog steeds heeft een gastouder mijn voorkeur, maar voor een groter kind kan een beetje drukte best leuk zijn. Speelmaatjes worden nu belangrijk. Let wel op of er voldoende vrij spel is. Georganiseerde activiteiten zijn best leuk zo af en toe, maar de dag hoeft er niet mee gevuld.

Een gastouder vinden.

Oké, die gastouder had de voorkeur, dus daar beginnen we mee. Waar moet je op letten bij een goede gastouder?

Eigenlijk gaat het voor het overgrote deel om de klik die met met haar (ik ga nu even uit van een vrouw, er zijn helaas weinig mannen) hebt. Ja, het huis moet prettig zijn, ze moet een tuin of andere buitenruimte dichtbij hebben en het juiste speelgoed en apparatuur is belangrijk. Toch is de persoonlijke band de beslissende factor. Je bent een nieuw lid van jullie familie aan het zoeken en dit keer heb je een keuze.

In een formeel gesprekje van tien minuten zie je veel te weinig van iemands karakter. Ik zou zelf zeker een uurtje op de thee willen en eigenlijk heel graag terwijl er kinderen aanwezig zijn. Zo zie je haar in actie.

Verder is het op gevoel. Vraag naar toekomstplannen (je wil liever niet dat ze volgend jaar ineens iets anders gaat doen) en laat haar over zichzelf vertellen. Wat je zoekt is een fijne omgang, iemand die bij jou past.

Een kinderopvang centrum vinden.

Een kinderopvang centrum is vaak beter bekend als een crèche of een kinderdagverblijf. Soms doen ze ook aan tussenschoolse en naschoolse opvang. Of je dat vervelend vind hangt erg af van jouw kind. Hoeveel drukte kan je hebben?

Een rondleiding wordt vrijwel altijd gegeven door de directrice. Dat is leuk om de ruimtes te zien, maar zegt je heel weinig over de eigenlijke opvang. Probeer met de pedagogisch medewerkers (de leidsters dus) te praten. Management gaat jouw kind niet knuffelen, zij wel. Vraag hier dus hoe lang ze al op de groep staan, of ze bereid zijn rekening te houden met de gebruiksaanwijzing van jouw kind en wat hun pedagogische visie is. (Oftewel, hoe ze over kinderen in het algemeen denken.)

Tijdens die rondleiding kan je wel het een en ander afleiden aan de inrichting van de ruimtes. Een grote focus op een tafel met kinderstoelen er omheen is een rode vlag. Dan zitten ze daar te veel in. Wat je zoekt zijn ruimtes die multifunctioneel aanvoelen met voldoende vloer ruimte. Iets wat op een organische manier aan te passen is aan de behoeften van de kinderen.

Het speelgoed geeft ook hints. Is het meeste multifunctioneel en creatief? Denk, blokken, simpele verkleedkleren en leeg papier. Of is het vooral voorgeschreven? Puzzels, knopjes met geluid en kleurplaten.

De buitenruimte is een ander belangrijk ding. Is het groot genoeg? Staat er leuk speelgoed? Ziet het er uit alsof ie vaak gebruikt wordt? Meestal voel je dat wel aan.

Qua personeel zie ik het liefst een mix van leeftijden. Alleen jonge meiden is ook een rode vlag. Dan kan het zijn dat ze hun personeel vaak roteren.

Een heel groot pluspunt is als je een proef dagdeel mag komen met je kind. Dan kan je alles in actie zien. Nemen ze de emoties van kinderen serieus? Spelen de leidsters in op de energie van de dag of willen ze alles bepalen? Mag een kind nee zeggen tegen een activiteit?

De administratie.

Voor elke vorm van kinderopvang geld dat er administratie achter zit. Dat wil nog wel eens niet heel vlot gaan. Hoe er gereageerd wordt op mails en telefonische vragen is een goede voorspelling van hoe ze later omgaan met administratieve zaken.

Zelf vind ik dit een secundair punt. De Peuter zit toevallig op een geweldige opvang waar de papieren zaken altijd wat rommelig zijn. Daar hou ik rekening mee door er goed bovenop te zitten. Dat ze liefdevol voor mijn kind zorgen vind ik belangrijker dan een paar keer achter een contract aan bellen.

Wees je er gewoon van bewust dat het een punt is en dat het, zeker met de kinderopvangtoeslag, voor wat werk kan zorgen.

Laatste tips.

Even nog twee tips die ik nergens anders kwijt kan. Beide gaan over de mensen om je heen. Die kan je namelijk goed gebruiken. Het liefst in de vorm van opvang.

Het lukt niet vaak, maar opvang door familie of goede vrienden heeft meestal mijn voorkeur boven professionele opvang. Zitten wel wat voorwaarden aan. Uiteraard moeten het geliefden zijn waar je heel goed mee kan opschieten (dus niet die rare neef) en in wiens opvoed methodes je vertrouwen hebt. Ten tweede moet je wel sterk genoeg in je schoenen staan om (liefdevolle) feedback te geven.

De Jongens werden in het eerste begin door oma’s en een tante opgevangen. Die kregen een gebruiksaanwijzing mee. Nee, geen geintje, ik had een echte gebruiksaanwijzing geschreven. Niet kort ook. De eerste versie was volgens mij twee (getypte) a4-tjes lang. Gelukkig ging mijn familie daar ontzettend goed mee om. Ze hebben altijd hun best gedaan om mijn instructies op te volgen en begrip te hebben voor een overbezorgde jonge moeder. (Overigens gaf ik de Peuter aan familie mee met een korte demonstratie over de katoenen luiers en een succeswens. Die overbezorgdheid is er wel af .)

Dit soort begrip, geduld en communicatie is hard nodig wanneer je voor informele opvang gaat. Als je bang bent om te zeggen dat jouw kroost geen vijf koekjes per dag mag is dit niet de vorm voor jullie.

Als je geen stam opvang kan regelen vraag dan wel eens rond in je kring. Andere ouders hebben misschien wel een goede tip voor opvang in de buurt. Die kunnen je dan uitgebreid de ins en outs vertellen. Met wat geluk komt jouw koter op een leuke plek terecht met een kind of twee die al bekend zijn.

print

2 Reacties

  1. Sara

    Ik zou ook absoluut de voorkeur geven aan een gastouder tov een kinderopvang.

    Helaas zie ik tot nog toe vooral dat gastouders met 3 baby’s (dus tot zeker 18 maanden) omkomen in de tranen van baby’s in sprongetjes en de grote behoefte aan contact van zo’n kleintje. Er worden véél tranen vergoten bij de gastouders waar ik ben geweest. De kindjes boven de 2 die zich enigszins kunnen redden, lijken wat ‘vergeten’ naast de baby’s die alle zorg van één enkele gastouder nodig hebben.

    Eén persoon op 5 kinderen onder de vier vind ik erg krap en niet aan te raden.

    Een alternatief weet ik ook niet, naast gewoon thuisblijven en je baby/dreumes geven wat hij nodig heeft: contact met z’n moeder.

    Antwoord
  2. Ellen

    Als reactie op Sara: daarom wil ik als gasouder maar één baby tegelijk en ook geen 5 kinderen onder de 4 jaar.
    1 baby + 1-2 peuters + 2-3 bso vind ik een leuke combi.
    Voldoende aandacht en rust voor de kleintjes. Na schooltijd gezellige drukte met meer kinderen. Net zoals in een groot gezin eigenlijk.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik lees:

KokenKoken

Onderwerpen

SelectSelect

Het Archief

SpeelgoedSpeelgoed