Wanneer is vaste voeding belangrijk voor een baby?

Nou…niet. Je bent, volgens onze normen, een baby van je eerste tot je driehondervijfenzestigste dag. En in die tijd is vaste voeding niet echt belangrijk. Melk wel, liefst uit een borst.

Maar op welk punt moet je je zorgen gaan maken? Wanneer hoort je dreumes of peuter een bord leeg te eten? Want er zit nogal een verschil in het moment dat kinderen daar zin in hebben.

Eerst even een disclaimer: Ik ben geen lactatie kundige, geen voedingsdeskundige en zeker geen arts. Ik ben een moeder van de zeer geïnformeerde soort. Met name dit stuk is mijn mening, mijn observatie van drie eigen en heel veel dichtbij staande kinderen. Waar ik een bron heb geef ik een link. Het is aan jou, lieve lezer, om lekker zelf uit te zoeken hoeveel van wat ik roep toepasbaar is op jouw leven en gezin. (Is het dat niet eigenlijk altijd?)

Mijn eigen ervaring.

De kinderen van  mijn zus zijn echte eters. Vanaf de introductie van vast voedsel (wat overigens heel netjes via de methode van Stefan Kleintjes ging) stouwen ze lekker wat weg.

Mijn eigen jongste dochter niet. Ook zij kreeg meteen stukjes en vond dat heel erg leuk, maar het stouwen bleef uit. Op dit moment is ze bijna twee en tot een paar weken geleden haalde ze ongeveer 90% van haar voeding bij mij. Nu lijkt ze de vaste voeding wat belangrijker te vinden en is het misschien 50/50. Ze houdt zich wat dat betreft dus niet echt aan ‘de regels’ (wat die dan ook mogen zijn).

Toch zijn al deze kinderen prima gezond. Zowel de neefjes als mijn dochter vallen ruim onder het ‘Hollands welvaren’.

Hoe zit dat dan? Hoe kan dat, als je bang wordt gemaakt dat je kind niet genoeg krijgt?

Nogmaals, dit is mijn conclusie. Ik kan er niet echt onderzoek naar vinden.

Ik denk dus dat het niet echt uitmaakt. Dat kinderen prima zelf weten wat ze doen. Dat, zolang een gezond kind vrij toegang heeft tot de borst, je je echt geen zorgen hoeft te maken over de hoeveelheid die ze eten.

In mijn omgeving zijn er meer kinderen die het regelen zoals mijn dochter. Lekker lang, lekker veel melk, en daar helemaal prima op groeien. Geen tekorten, geen achterstand, lekkere vetjes om te zoenen en de kleertjes raken op een mooi tempo te klein. Als het echt zo essentieel zou zijn dat kinderen met een jaar drie aardappels, twee boterhammen, een appel en een boon per dag verwerken, waarom zijn al die kinderen dan zo gezond?

Hoe zit dat dan met ijzer?

Jaaa, dat kan allemaal wel. Maar na zes maanden is de ijzer voorraad van je kind op hoor. Ze moeten dan echt ijzer hebben hoor!!!!!!

Oh hoi, ben jij er ook weer? Leuk! En dit keer breng je een belangrijk punt op.

Echt? Oh…eeehhh….ok. Nou, geen dank dan maar. En nu? 

Nu ga ik iets vertellen over bevallingen. Dat heeft er namelijk mee te maken. Bevallingen en bekkens.

Ons bekken in namelijk smal. Dat moet wel, anders kunnen we niet rechtop lopen. Het moet ook stevig zijn, er steunt nogal wat op. Het gat in het midden moet niet te groot. En dat is lastig bij bevallen. Want een baby moet er wel door passen.

Dat heeft tot een aantal compromissen geleid. De welbekende losse schedelplaten bijvoorbeeld. Ook worden onze baby’s eigenlijk prematuur geboren. Het vierde trimester is echt een ding. Verder wordt tot 1/3 van het bloed van de baby in de placenta bewaard tijdens de geboorte. Hartstikke slim allemaal.

Maar wat doen we? Baby geboren, hup! Navelstreng doorknippen! Lekker handig, dan kan je meteen vanalles doen. Maar niet handig voor de baby dus. Door deze grote aderlating (en dat is het) worden veel baby’s geboren met een te lage Hb waarde. Dat gaat even goed (soort van, waarom denk je dat geelzucht zo’n probleem is), maar met een maand of zes wreekt zich dat.

Dus wat zeggen de heren artsen? Baby’s worden geboren met een ijzervoorraad voor zes maanden. Want wij doen uiteraard niets fout! Het ligt aan die baby’s, en hun moeders. Aan die enge vrouwen lijven! Ingrijpen! Protocol! Sectioooooooooooooooo…!!!!! (Ok, dat is hoe het gaat in mijn hoofd…in het echt is het vast wat subtieler, maar niets minder patriarchaal en schadelijk)

Als de navelstreng ongestoord mag uitkloppen (en dat duurt langer dan een minuut of drie) dan start de kleine het leven met een volledige hoeveelheid bloed, en dus ook ijzer. Dan is er geen sluimerend tekort en dus ook geen haast met aanvullen.

Whodunit?

Even iets heel anders. Ken je van die detective series? Ik ben er geen fan van, maar Officier Pappa wel dus ik zie ze ook zo af en toe. Als er dan een misdaad wordt gepleegd kijken ze altijd naar de partij die er voordeel bij heeft. Daar vind je meestal de schuldige (degene die erft ofzo).

Wie heeft er nu voordeel bij de mythe dat een kind zo snel mogelijk moet gaan eten? Juistem! De producenten van speciaal baby eten! Super handig, een onzinnig product uitvinden (want we hebben net zoveel nut aan baby eten als aan baby wc papier) en er dan vervolgens een enorme markt voor creëren. Baby potjes, peuter melk, groei maaltijden. Allemaal onzin! Maar ja, aan borstvoeding valt niet genoeg te verdienen en een dreumes die af en toe wat van vaders bord pakt is nu eenmaal geen brave consument.

Voedingswaarde.

Maaaaarrrrrrr! Na een tijdje verliest je melk voedingswaarde. Dan is het niet meer genoeg. 

Nope. dat is niet zo. Na het verdwijnen van colostrum veranderd de melk niet significant van samenstelling, ongeacht hoe lang je voed (wel in de details, om beter afgestemd te zijn op het kind wat drinkt, maar dat heeft geen negatieve invloed op de kwaliteit of voedingswaarde). Sterker nog, op geen punt in de ontwikkeling van een mens heb je ineens iets nodig wat niet in moedermelk zit. Ik wil zelfs beweren dat, zolang je lactose in lactase kan omzetten, een volwassene prima kan leven op borstvoeding. Het is niet efficiënt voor de ene volwassene om alle calorieën te eten voor de andere, maar het kan.

In concusie.

Is jouw kindje gezond? Groeit ie lekker, lacht ze vaak? Leert ze nieuwe dingen en willen er mensen in zijn wangen knijpen? Maak je dan geen zorgen. Of je kleintje nu met zeven maanden een boterham wegwerkt, of als peuter nog voornamelijk aan de borst hangt. Ik stel dat kinderen heel goed zelf weten wat ze doen en in de afwezigheid van dwang en drang, heel prima groot worden, op hun eigen manier.

 

Tepels

_dsc0015

Recentelijk weer het verhaal gehoord van een moeder die ergens is weggestuurd omdat ze haar kind wou voeden. Nou vind ik dat voeden overal moet kunnen waar moeder en kind mogen zijn, maar deze vrouw zat snotverdulleme in een strandtent! Waar mannen topless binnen kunnen sjouwen, maar gutegutegut, er zal eens een vrouwentepel te zien zijn. Oh wacht, zelfs dat kan wel. Op het strand zelf wordt ook nu nog wel eens door vrouwen met de borsten bloot gelegen. Dus een zonnende borst zien tijdens het eten van dure patat kan wel, maar een voedende borst mag niet?

Zullen we het beestje gewoon eens bij de naam noemen? We draaien hier al heel lang omheen hè?

Dit is gewoon discriminatie. Ja, echt. Kijk, dit is wat het college van de rechten van de mens als definitie geeft:

Discriminatie is het ongelijk behandelen, achterstellen of uitsluiten van mensen op basis van (persoonlijke) kenmerken. Er kan bijvoorbeeld onderscheid worden gemaakt op afkomst, sekse, huidskleur, seksuele voorkeur, leeftijd, religie, handicap of chronische ziekte.

Nou, even analyseren: iemand wegsturen terwijl anderen mogen blijven zitten is uitsluiten. De moeder in het voorbeeld werd uitgesloten van het deelnemen aan een maaltijd. Het onderscheid werd gemaakt op sekse. Mannentepels worden gewoon getolereerd.

Discriminatie dus, en dat mag niet.

Blootlopen overigens ook niet hoor, en na wat gestoei met het Nederlands wetboek kom ik er niet goed uit of topless nu onder bloot valt. In de praktijk lijkt dat voor vrouwen wel te gelden en voor mannen niet. Probeer als volwassen vrouw maar eens in alleen een heren zwembroek een zwembad binnen te komen……

En mag ik dan nog even iets uitleggen over het mechanisme van borstvoeden? Want ik heb het idee dat dat niet altijd begrepen wordt. Ok, gaan we.

Doe je shirt uit en bekijk je tepel. De melk komt uit te bovenkant, uit dat hele korte brandslangetje zeg maar. Ga nu eens naar de spiegel en vind je mond. Doe maar open. Kijk daar gaat melk in. Oftewel: de mond van de baby gaat over de tepel heen! Savvie?

Nou heb ik een hekel aan het concept ‘discreet voeden’. Daar gaan we later wel eens op in. Maar ik wil het verschil even benadrukken:

Een mannentepel, volledig onbedekt en trots rondparaderend, is helemaal prima.

Een vrouwentepel, met een baby er omheen, is op de een of andere manier zo walgelijk dat andere mensen er tegen beschermd moeten worden!

Ik ben daar zo klaar mee! Zo gruwelijk klaar mee! Die onzinnige patriarchale onderdrukking van het vrouwenlichaam! Moet je bij mij echt niet mee aankomen. Klote tepel politie!

Het is discriminatie, en het moet nu maar eens over zijn. De Calvijnse onzin waarbij willekeurige delen van een lichaam als eng worden gezien is oud, stoffig, gedaan en heel, heel schadelijk.

Maar ja, wat doen we er aan?

Om te beginnen hoop ik dat voedende vrouwen zich niet meer laten wegsturen. Maar dat is nog niet zo makkelijk. Jaren geleden gebeurde het mij ook. In het moment ben je zo verbouwereerd….

Ook hier hebben we ons dorp nodig. Zie je ooit een vrouw die lastiggevallen wordt, sta dan op! Maak geluid! Sta haar bij!

Net als met alle pestkoppen houdt het pas op als we er samen voor gaan staan.

_dsc0021

De juf woont op school.

_dsc0091

Kleine kinderen denken altijd dat de juf (of meester) op school woont. Ik ben een juf geweest en het is ontzettend vreemd voor een kind van een jaar of vier om je dan in de supermarkt tegen te komen. Ze kunnen je niet plaatsen. De juf hoort op school, of in het zwembad (ik was badjuf.)

Bovenstaande heeft niets te maken met waar ik over wil schrijven, maar in mijn vreemde hoofd hoort het bij elkaar. Misschien vinden we nog een verband.

Waar ik dan wel weer over wil praten is de obsessie die we hebben met lesgeven. Het idee dat een kind niets leert tenzij we ze daartoe dwingen. Op een school, door een juf, of een meester.

Terwijl datzelfde kind de eerste vier jaar overvloedig bewijs heeft gegeven zelfstandig te kunnen leren. Draaien, kruipen, lopen, rennen, klimmen, springen, minstens één taal en een groot assortiment feiten over de wereld worden zonder lessen, boeken, lokalen of rapporten eigen gemaakt. Zijn lezen, schrijven en wiskunde zulke andere vaardigheden?

Meer en meer denk ik dus van niet. Na een kind bijna zien breken door het schoolsysteem ben ik me eens goed gaan inlezen. Hoe is het ontstaan? Waarom? En heeft het nog wel bestaansrecht?

Een paar goede boeken en heel, heel veel artikelen later is mijn antwoord nee. Nee, ons huidige schoolsysteem heeft geen bestaansrecht meer. Het is een zichzelf in stand houdende instantie die zijn doel volledig voorbij streeft.

Zie het zo. Je bent juf, of meester. Je staat daar voor een klas en daar wordt je voor betaald. Uiteraard vind je dat je dus ook iets moet doen voor je geld. Dus doe je dat. Opdrachten en leerstof en oh zo leuke leerzame spelletjes worden bedacht. Dat moet natuurlijk wel bijgehouden dus men verzint testen, rapporten en voortgangsgesprekken.

Als dan blijkt dat met al die moeite de resultaten niet naar wens zijn doe je meer. Meer opdrachten, meer leerstof, langer in de kring. Duwen en trekken en praten en schrijven. Meer en meer en meer en meer. Een ellendige draaimolen waar je niet van af kan stappen.

Maar wat als je dat nu toch deed, dat afstappen? Wat als je zou vertrouwen. Gewoon vertrouwen dat een kind, een mens, leren kan. Dat we niets meer nodig hebben dan een rijke omgeving. Boeken, papier, bouwmateriaal, inspiratie. Wat zou er gebeuren als we geloven dat elk kind, op een geheel eigen en unieke manier, vanzelf leert lezen, schrijven, optellen, delen?

Tja. Wat moet je dan als juf. Waarom ben je dan nog meester? Hoe moet je je bestaansrecht dan verklaren en wat moet je met al die leuke leerbladen?

Uiteraard is dit allemaal al eens uitgeprobeerd. Wat blijkt? Kinderen leren heel prima zelf.

Er zijn, verspreid over de wereld, een aantal scholen waar er geen les wordt gegeven, maar wel wordt geleerd. Er zijn, ook verspreid over de wereld, gezinnen waar aan Unschooling gedaan wordt. Deze kinderen gaan niet naar school maar leren op een natuurlijke manier binnen het gezin. En wat blijkt? Kinderen uit beide categorieën komen prima terecht. Ze leren vanzelf en worden prima volwassen leden van onze maatschappij. Vaak erg zelfstandig, niet heel volgzaam, maar wel heel gemotiveerd.

Kinderen zijn van nature nieuwsgierig. Ze willen leren, ze willen alles weten soms tot vermoeidheid van de ouders. Maar iedereen leert op een eigen manier en in een eigen tempo. Op een school wordt meestal geen gehoor gegeven aan dat eigen tempo. Er wordt van te voren bepaald wanneer, op welke manier en hoeveel de lesstof aangeboden wordt. Het kind wat daarvan afwijkt functioneert niet. En als je maar vaak genoeg te horen krijgt dat je het niet kan, hoe lief dat ook gezegd wordt, ja, dan ga je dat best geloven.

Ik heb zo’n kind. Een geweldig, leergierig, slim, sociaal kind maar anders-dan-anders kind. Samen spenderen we uren met het uitzoeken hoe de wereld werkt. Hij houdt van machines, kristallen en filosofie. We hebben diepe gesprekken. Maar zijn eerste school snapte hem niet en kon hem geen lesgeven. Nu zit hij op een betere school en het gaat al wat vooruit. Maar het blijft een compromis, hoe erg hij en zijn juffen ook hun best doen. Helaas kan een kind in Nederland, als het eenmaal aan een school is begonnen, geen vrijstelling meer krijgen. (Dat is kort door de bocht, maar daar komt het voor ons op neer)

De juf woont op school omdat school voor een kind niets te maken heeft met de echte wereld. In de supermarkt is een kind druk bezig met leren, op school wordt gereproduceerd.

Zoete kinderen

_dsc0003

Dat je je kind komt ophalen en te horen krijgt dat ie toch zoooooo zoet was. Ken je dat? Dat je dan naar je kleine monstertje kijkt en je afvraagt of het echt wel over jouw kind gaat.

Dan heeft jouw kind gewenst gedrag vertoond, en dat is heel normaal.

Soms gebeurt het al eerder. Dan heeft jouw kleine nachtbraker bij oma ineens wel een hele nacht zoet geslapen, of ging mevrouwtje ‘drie liedjes, half uur borst en alleen met mamma er naast’ bij de opvang wel zo liggen. Dat is ook gewenst gedrag en heel normaal. Maar zo voelt dat soms niet.

Je zal de eerste moeder niet zijn die zich vertwijfeld afvraagt of ze überhaupt wel geschikt is om een mens op te voeden, als die stomme leidster van 19 jaar het zo makkelijk even doet. Of te horen krijgen dat je je kind verwent met al die aandacht, dat je gemanipuleerd wordt, aangezien de uk het wel bij oma kon.

Allemaal gewenst gedrag. Allemaal heel normaal. Gezond zelfs. (Dat wil zeggen, het gedrag van het kind is normaal. Mensen die beweren dat kleine kinderen manipuleren vind ik dan weer niet zo normaal)

Weet je dat jij het ook doet? Gewenst gedrag vertonen. Echt waar, jij en je partner en de buurvrouw en iedereen.

Denk maar eens terug aan dat feestje waar je geen zin in had. Toen je van te voren stik chagerijnig was, zat te stomen in de auto maar eenmaal daar toch je best deed en het zowaar nog wel ok was. Of die keer dat je knallende hoofdpijn had maar een belangrijke dag op werk. Niemand die het aan je zag. Of als je gewoon niet zo lekker in je vel zit en geen zin hebt om dat te laten merken aan de vrienden waar je bij op bezoek bent. Allemaal normaal, iedereen doet dat.

Je hebt een thuis-jij en een buiten-jij. Thuis-jij is echter, rauwer, ongefilterd. Buiten-jij is ook echt jij, maar dan wel een aangepaste versie, met een mooi laagje er over.

Jouw kind heeft dat ook. Bij jou voelt ze zich echt veilig, van alle zekerheden in de wereld staat helemaal bovenaan dat mamma altijd van haar houdt. Dus bij jou komt het thuis-kind naar boven.

Bij oma, oppas of vriendjes speelt het buiten-kind. Een beetje aangepast. En natuurlijk komen de ‘moeilijke’emoties echt wel naar boven als de nood hoog genoeg is (weet je nog die keer dat je in de supermarkt hebt staan huilen?).

Lang geleden was ik die leidster op het kinderdagverblijf. Soms als ouders hun kind op kwamen halen, wou dat kind helemaal niet mee. “Nee! Nog even spelen! Je moet weg mamma!”

Mamma met grote ogen, beetje bleek. Wat betekent dat?

Meestal nam ik die ouder even apart, gingen we even praten over hechting en dat alleen een veilig gehecht kind een ouder kan afwijzen. Sloeg de schaamte zomaar om in trots.

Dat je kind thuis ‘moeilijk’ doet is hetzelfde mechanisme waardoor jouw partner soms de volle laag krijgt van jouw stress. We zijn daar veilig.

Het enige probleem is, en ik voel me een beetje een gebroken plaat hier, de buitenwereld. Er is echt niets mis met een kind wat thuis kan ontladen. Er is een hoop mis met een maatschappij die verwacht dat kinderen altijd aan de absurd hoge verwachtingen voldoen die gesteld worden. Dat kan me niet snel genoeg ophouden.

Geheelontslaping

geheelontslaping

In Amerika is abstinence only seksuele voorlichting heel normaal. Kort beschreven wordt tieners dan verteld dat ze geen seks mogen hebben voor het huwelijk….en verder niets…   Uiteraard werkt dat niet. Seks gebeurt toch, alleen is er nu geen kennis van en toegang tot voorbehoedsmiddelen. Resultaat is een flinke groep tiener moeders en een heule hoop SOA’s.

In Nederland doen wij ook zoiets. Ja, niet met seks, daar doen we normaal over…nou ja….normaler dan in de VS dan. Hier doen we raar over baby’s en waar ze slapen. Net als het genie wat ooit seks aan zwangerschappen en SOA’s verbond, heeft een andere slimmerik bed sharing (je baby bij je in bed nemen) aan wiegendood verbonden. (Opmerkelijk verschil is wel dat als je echt, echt geen seks hebt, je ook echt niet zwanger wordt, maar dat er toch ook kindjes in een wiegje sterven, maar goed.)

In beide gevallen werd de baby, zo hup!, met het badwater het raam uit gesmeten. Geen seks en niet samen slapen, dan komt het wel goed met de wereld.

Seks kan ook veilig. Dat weten wij in ons koude kikkerlandje best. Met condooms, pillen en nuva ringen kunnen tieners heerlijk op ontdekkingstocht. We genieten hier dan ook van een erg laag cijfer voor ongewenste zwangerschappen en SOA’s.

Bed sharing kan ook veilig. Mits goed gedaan is het zelfs veiliger dan een wiegje op een eigen kamer. Maar er is nog een overeenkomst. Bed sharing is onvermijdelijk. Elke ouder valt wel eens samen met een baby in slaap. S’nachts op bed, of overdag op de bank. Het gebeurt. We zijn nu eenmaal moe, kleine kinderen snappen nog niets van nachtrust en al helemaal niets van vroege wekkers. Het gebeurt.

Daarmee kan je dus stellen dat onze geheelonthoudende voorlichting wat betreft de slaapplek van een baby niet werkt. Maar tegelijkertijd hebben veel ouders geen toegang tot kennis over en hulpmiddelen voor veilig samen slapen. Dat is een dodelijke combinatie.

Ik ben er van overtuigd dat, hoe goedbedoeld ook, campagnes die ouders vertellen dat een kind nooit bij hun in bed mag wiegendood juist in de hand werken.

De cijfers die worden gegeven kloppen ook niet. Als een kind bij wiegendood in het ouderlijk bed is gevonden, wordt de schuld meteen bij het bed sharing gelegd. Er wordt niet gekeken naar andere oorzaken en naar het gedrag van de ouders. Bot gezegd; als een moeder stomdronken in bed kruipt en op haar baby gaat liggen, krijgt het samen slapen de schuld en niet de alcohol. En dat vind ik dus een hele gevaarlijke situatie. Zo worden verkeerde conclusies getrokken die leiden tot verkeerd advies.

Hier wordt dat wat uitgebreider uitgelegd.

Het wordt hoog tijd voor nieuwe voorlichting. De overheid, de verloskundige, de kraamzorg en het consultatieburo moeten ouders vertellen hoe het wèl kan. Hoe ze hun kindje in elke situatie veilig houden. Dan kan in elk gezin een echte, weloverwogen keuze gemaakt worden.

Mocht je meer willen weten over samen slapen, kijk dan eens rond bij Dr James McKenna (dat is die vent van dat filmpje net.) Hulp, steun en informatie in het Nederlands is te vinden op de Facebook groep Veilig Samen Slapen.

En ben je iemand of ken je iemand die beleid maakt bij Sire, het consultatieburo of welk orgaan van de overheid zich dan ook bemoeit met onze opvoeding, geef mijn naam door wil je? Ik zou graag eens komen praten. Heel vriendelijk, met thee en wetenschappelijk onderzoek.

 

Lachen

lachen

“Ik lach je niet uit, ik lag je toe.”

Echt…echt…als je mij als kind kwaad wou maken dan kon dat met die zin. Vooral omdat die altijd kwam nadat ik me behoorlijk uitgelachen voelde.

Vandaag de dag kan ik er nog steeds niet tegen. Van hetzelfde nivo als “je hebt geen honger, je hebt trek. Kindjes in Afrika hebben honger.” Bah!

Tijdens het typen zie ik weer de genoegzame gezichten van vervelende volwassenen boven me hangen. Die je dan wel eens even vertellen wat jouw wereldbeeld zou moeten zijn en hoe jij je behoort te voelen. Uhg!

Thuis ben ik als kind altijd bloedserieus genomen. Beide moeders luisterden echt naar me, namen mijn advies aan en praatte normaal met me. Daar ben ik ze eeuwig dankbaar voor en het is iets wat ik met mijn eigen kinderen ook doe. Nadeel is dat het contrast met de buitenwereld erdoor zo groot wordt. Ik wist echt precies wanneer ik niet serieus genomen werd en ik had er een grove hekel aan.

Neem nou die eerste zin. “Ik lach je niet uit, ik lach je toe.” Zullen we die even ontleden?

De eerste boodschap is dat het kind dus niet in staat is uitlachen van toelachen te onderscheiden. Terwijl kinderen van nature meesters zijn in het onderscheiden van emoties. Overigens, en dit heeft me altijd dwars gezeten, wat is toelachen precies? De Van Dale zegt dat het iemand lachend aankijken is. Ik stel me daar dus een milde, vriendelijke glimlach bij voor. Niet echt iets waar een kind over klaagt. Zeker niet snel te verwarren met uitlachen.

De tweede boodschap is zo mogelijk nog erger. Het is het compleet wegvagen van het gevoel van het kind. Stel nou he, stel nou dat Marietje het echt verkeerd had gezien. Dat je moest niezen en dat dat er door een rare genetische afwijking precies uitzag als lachen. Dan zou je alsnog gewoon sorry kunnen zeggen. Niet dat je iets fout deed, maar om haar gevoel te erkennen. “Het spijt me dat ik je dat gevoel gaf, ik bedoelde het niet zo.”

En daar komen we bij de kern van de zaak. Volwassenen kunnen geen sorry zeggen tegen kinderen. Doordat ze hun fouten niet kunnen toegeven marcheren ze lomp over de gevoelens van hun kleine medemens heen. En dat is niet juist, daar ben ik het (is er nog iemand verrast?) niet mee eens.

Kinderen zijn belangrijk, heel belangrijk. Dat snappen we eigenlijk allemaal wel. Zelfs de kinderloze zuurpruim drie huizen verderop beseft dat er een probleem is met het pensioen als er geen volgende generatie komt.

Maar waarom behandelen we kinderen dan alsof ze er niet toe doen?

Primitieve stammen doen dat over het algemeen niet. Kinderen worden daar voor vol aangezien en dat uit zich in ieders geluk. Je mag aannemen dat wij dat ooit ook zo deden. Ergens tijdens de agrarische periode en daarna, tijdens de industriële revolutie, zijn we de weg kwijt geraakt.

We zien kinderen als minder, leren ze af om zelfstandig te zijn en zijn vervolgens boos dat we zoveel voor ze moeten doen. Diezelfde kinderen groeien op tot beschadigde volwassenen en vind je het gek dat we nu met een samenleving zitten waar het ieder voor zich is en we lachen om elkaars pijn. En wat zeggen we dan? “Ik lach je niet uit, ik lach je toe.”

Ik ben er eerlijk gezegd een beetje klaar mee. De oplossing is zo simpel als het moeilijk is. Simpel om naar je kind te kijken en te zien dat daar een persoon staat. Een volwaardig mens met volwaardige gevoelens en een volwaardige mening. Iemand om rekening mee te houden. Moeilijk omdat je weerstand moet bieden tegen een samenleving die je voor gek verklaard. Familie, vrienden, buren, docenten en vergeet het consultatie buro niet. Allemaal volwassenen die het trauma uit hun jeugd proberen te herhalen om zo hun pijn te normaliseren.

 

Kuikentje

kuikentje

Kinderen houden van kuikentjes. Wat zeg ik, iedereen houdt van kuikentjes. Van die lieve, gele, pluisballen. En dat ze dan zo zoet piepen. Of heb je wel eens zo’n kleintje uit een ei zien komen? Zo helemaal nat nog, en dat ie dan uitgeput is en dicht tegen zijn mama aan gaat uitrusten? Zooooo lief!

Kippen zijn ook lief. En koeien, schapen, varkentjes, allemaal hartstikke lief. Zeker in de ogen van een kind.

Hoeveel kinderboerderijen zitten er bij jou in de buurt? In mijn stad zijn er een paar, maar ik woon vlak bij een hele leuke. Kwam ik als kind zelf ook. Bokjes kijken, lammetjes aaien. Zo leuk!

Tegenwoordig vind ik het maar luguber, zo’n kinderboerderij. (Jup, daar ga ik weer. Niets is veilig! Mwahahaha! Laat mij maar even los op die jeugdherinneringen)

Het is niet zozeer de plek zelf hoor. (Niet dat kinderboerderijen diervriendelijk zijn hoor, maar daar gaan we nu niet op in), waar ik het nu over heb zijn de kinderen die er komen. Daar zit echt iets heel donkers aan.

Neem Marietje hier. Marietje heeft een groen jasje, staartjes in en van die rode Jip-en-Janneke laarsjes aan. Ze is een jaar of 3 en houdt haar vader stevig bij de hand. Ze staan in de knuffelweide. 

Ons Marietje is heel dapper en durft de diertjes al te aaien. Papa leert haar hoe ze heten. Koetje en kalfje, schaapje en geitje en ook nog wat lammetjes. Die springen zo leuk. 

Bij de voederbak lopen wat kipjes rond en straks gaan ze binnen bij de kuikentjes kijken. Daar verheugt ze zich op.

Marietje heeft voor ze weggingen een eitje gegeten en een boterham met worst. Vanavond als ze terug zijn mag ze een lamskoteletje. Die zijn zo lekker! En dan als toetje ijs.

Snap je hem? Savvie? Heb je het door? Dat is toch raar?! Die kinderen zijn ook niet achterlijk. Sta je net uit te leggen waar die kuikentjes vandaan komen, gooi je even later een ei op tafel. Lief lammetje aaien, maar vanavond op je bord. Die boodschap rammelt aan alle kanten!

Sterker nog, die boodschap doet schade. We kunnen niet van een kind verwachten dat ze aan de ene kant helemaal wollig worden van een kalfje, om daarna een koe op brood te eten. Dat klopt niet, dat kan niet, dat is geestversplinterend fout.

En splinteren doet die geest dus. Cognitieve dissonantie heet dat.

“In de psychotherapie en psychiatrie wordt ook gesproken van cognitieve dissonantie. Bijvoorbeeld als iemand een langdurig traumatische ervaring heeft moeten ondergaan die volkomen strijdig is met wat algemeen gedacht wordt over wat moreel aanvaardbaar is. Dit kan bij het slachtoffer leiden tot verandering van die algemeen geldende opvatting. Het slachtoffer gaat zonder dat hij (of zij) daar erg in heeft positiever denken over de motieven van de dader aan wie hij of zij onderworpen is.”

Het is, bij de meest kinderen, een van de eerste echte trauma’s die we meemaken. Aan tafel doen papa en mama zo normaal over het eten. Het kind heeft het ook al vaker gegeten maar heeft net pas gehoord wat het is. “Lekker kippetje vandaag schat.”

Dat kan niet. Papa en mama kunnen niet mensen zijn die lieve kippetjes doodmaken en eten. Het kind kan zichzelf ook niet zo zien. Maar tegen de normen van de ouders ingaan kan ook niet. Er ontstaat een innerlijk conflict wat, vrijwel altijd geheel geruisloos, opgelost wordt door een breuk.

We zien het kipje van de boerderij niet meer al hetzelfde kipje wat op het bord ligt. De twee worden gescheiden en zo kan het kind verder.

Dat levert volwassenen op die hele rare waarden hebben. Kijk eens naar dit filmpje. Mensen in de supermarkt willen maar al te graag worst bestellen, tot ze worden geconfronteerd met een biggetje. Dan komen ze in heftige opstand.

Kijk eens naar deze kinderboeken over boerderijen. Zo ziet een boerderij er niet uit. Zo wel (waarschuwing!! Heftige beelden) Maar dat laten we niet aan onze kinderen zien. Geheel terecht, overigens, maar waarom voeren we het resultaat ervan wel aan onze kinderen?

Waarom weten we dat dit, en dit traumatiserend is voor kinderen, maar denken we dat het eten van spek en kaas dat niet is?

Enne, als je het zelf niet kon om die filmpjes te kijken, maar nog geen veganist bent, dan zit de dissonantie bij jou ook flink diep. Zou je zo dapper willen zijn om eens echt te voelen? Om je ogen dicht te doen en even, in een stil moment, te voelen wat het met je doet? Want ik geloof in jou, en ik geloof dat je een goed mens bent. Maar goede mensen doen dat toch niet?

 

 

 

Tufteren

2016-09-02-20.38.31.jpg.jpg
Ik en mijn moeder, zeer elegant aan het pauzeren in de Zwitserse bergen.

Ik zal een jaar of 8 geweest zijn. In die tijd gingen we elk jaar op vakantie naar Zwitserland, om daar prachtige bergtochten te maken. Een aantal van mijn favoriete en vormende jeugdherinneringen vinden plaatst tijdens dat soort tochten.

Dit keer hadden mijn ouders een wandeling op het oog naar het kleine dorpje Tufteren. Daar zouden we dan wat rusten om met de Gondeli terug te gaan. Op de kaart leek het goed te doen.

Bleek even anders. Het hoogteverschil was enorm! Urenlang liepen we een steile berg op, zonder bewoning tegen te komen. Hoe hoger we kwamen, hoe slechter het weer werd. Ik zie nog heel helder voor me hoe we onder een boom even stopten zodat mijn moeders mij en mijn zusje hun regenjassen aan konden doen. Vier vrouwen, in eenzaamheid tegen de berg en de elementen.

Omdat jonge kinderen vooral op motivatie lopen, werden Zusje en ik de berg op gepraat. Tufteren werd het beloofde land. Daar wachtte warme chocomelk, gebak, warmte en al wat we maar konden wensen.

In mijn herinnering liep ik redelijk stoïcijns door en klaagde ik niet. Of dat klopt moet je aan mijn moeder vragen, maar ik behoud me het beeld van het dappere kleine meisje. Ik geloof dat ik er, ondanks de ellende en de kou, het avontuur er wel van inzag.

Maar goed, uiteindelijk, na een lange tocht…..

..bleek Tufteren letterlijk 2 huizen, een schuur en een kerk..meer niet.

Ken je die vermoeidheid en verbijstering die omslaat in lachen? Dat je van verslagenheid de humor inziet? Zo waren we. Of nochtans, zo herinner ik het me.

Mijn ouders, inziend dat we wel echt meer nodig hadden dan een schuur kon bieden, liepen kordaat op de kerk af en vroegen om hulp. Daar werden we binnen gelaten en kregen we thee en ovomaltine. Onze natte spullen mochten over de verwarming en langzaam maar zeker kwamen we wat bij.

Uiteindelijk is mijn ene moeder met mij en Zusje naar de Gondeli gegaan en is mijn andere moeder, geheel uit eigen beweging, terug gaan lopen. Schijnbaar was er nog een steiler pad om te proberen. Friese koppigheid.

Sindsdien is Tufteren een legende in mijn ouderlijk gezin. Elke andere tocht werd er aan afgemeten, elk jaar werd het verhaal opnieuw verteld (en werden de ontberingen iets dieper uitgemeten). Tufteren is deel van onze historie, onze legendes.

(Overigens heb ik net op Google Maps het dorpje opgezocht en in de jaren is het nogal gegroeid. Om de een of andere reden voelt dat niet eerlijk. Hoe durft de ontwikkeling mijn jeugdherinneringen uit te wissen.)

Ieder gezin heeft deze legendes. Onze gedeelde ervaringen, onze avonturen, zijn verweven in de band die ons bij elkaar houdt.

Mijn ouderlijk gezin is uit elkaar gevallen zoals dat bij vrijwel alle gezinnen gaat. We houden zielsveel van elkaar maar we wonen niet meer in hetzelfde huis, soms niet eens meer in hetzelfde land. We zijn gescheiden door afstand, werk, de volgende generatie en helaas ook door de dood. Maar onze gezamenlijke geschiedenis is een draad die ons verbindt.

Als we weer bij elkaar zijn hoeft er maar iemand te vragen “weet je het nog, Tufteren?” en we zijn er weer. Vier vrouwen op een berg, tegen de elementen, niet stuk te krijgen.

Burkini

 hijab

Waarschuwing! Ik ga nu schrijven over iets waar ik boos over ben. Als ik boos ben ga ik schelden. Als je niet tegen schelden kan moet je nu oprotten. 

Ondertussen hebben we het allemaal al gezien. De foto waar een vrouw uit haar kleren wordt gedwongen. Door de politie. Laat dat  even doordringen. Probeer er nog even geen beeld bij te hebben. Of beter nog, stel je eens voor dat het je moeder is. Je moeder ligt op het strand, en de gotverdomde politie komt er aan en dwing haar zich uit te kleden!! En niemand doet iets! Een strand vol mensen en je moeder staat daar, zonder kleren, vernederd door de staat en in de steek gelaten door haar medemens.

Natuurlijk was het dit keer niet jouw moeder. Het was een vrouw in Nice, in een burkini. Vermoedelijk is ze een moslim, geen idee, ik ken haar niet. Maakt ook niets uit.

En nou niet denken dat dat veilig in Frankrijk is en jezelf op de borst slaan dat het hier wel anders is. Want dat valt dus vies tegen. Moet je eens proberen in een burkini naar een zwembad te gaan hier. Ik heb in verschillende zwembaden gewerkt, de meesten verbieden het. Ja, niet openlijk. Zo zijn we niet in Nederland. Openlijk racisme mag niet, het moet verstopt. Dus zijn er regels dat de badkleding niet over de knie en elleboog mag vallen. Wat vrijwel alleen het geval is bij een burkini. Komt dat effe handig uit…..

Ik ben boos over het beleid daar, ik ben boos over het stille racisme hier, maar weet je waar ik nu echt zo giftig van word? Van de omstanders. Van dat stelletje laffe kuddedieren die er naast stonden. Die niets deden. Lafaards!

Ooit, in een ver verleden, heb ik gezworen nooit een omstander te zijn. Als je iets ziet gebeuren, kom je in actie. Als dat hele strand voor die vrouw was gaan staan. Samen, als een volk, dan waren ze daar ook meteen van dat stomme terrorisme en racisme probleem af. Want weet je, als dat nu wel mijn moeder was geweest, of mijn tante, en ik was erg religieus uitgevallen, en ik ging om met wat extreme mensen. Dan kan ik me best nog eens voorstellen dat ik wraak had willen nemen. En zo is de cirkel weer rond, zo draait de hele mallemolen nog een keer en blijven we allemaal op de attractie zitten.

Tijd om af te stappen mensen! Stop hier nu eens mee.

Als nonnen niet eng zijn, en Volendammers dan vallen burkini’s ook wel mee! Hypocriet gelul. Ik ben dat zo zat! Oh, en voor degenen die gaan roepen dat Volendammers zich niet opblazen, de grote meerderheid van aanslagen worden niet door moslims gepleegd, en al helemaal niet door moslima’s. Eigenlijk zijn het alleen maar mannen, dus waarom wordt een kledingstuk voor vrouwen in de ban gedaan? Ga toch moeilijk doen over boxers ofzo! (maar niet echt want ze zitten lekker)

En dan dat flinterdunne sausje van vrouwen bevrijden uit onderdrukking. Lulkoek! Vrouwen bevrijd je niet door ze gedwongen uit te kleden, net zo min als je een lesbienne ‘bekeerd’ door haar te verkrachten. Een hijab is een stuk stof dat bevrijdend of onderdrukkend kan zijn, net als make up, of neptieten.

Waarom moeten ze verdomme altijd vrouwen hebben? Ik ben het zat, zo ontzettend zat! Ik was een slet want mijn rok was te kort, zij is een terrorist want haar pak is te lang. Hou er mee op! Klaar nu! Blijf met je patriarchale klotehandjes van vrouwen af!

(….amen in…adem uit…je computer door de kamer gooien lost niets op…)

Als een Jood wil ik niet dat mijn nicht zo behandeld wordt.

Als een Europeaan wil ik niet dat mijn mede burger zo behandeld wordt

Als een vrouw, eis ik dat jullie mijn zuster behandelen met het respect dat ze verdient!

Ik wil geen omstander zijn. Ik ben geen omstander. Vandaag heb ik een sluier omgedaan. Voor haar, voor al mijn zusters. En ik wil jullie vragen dat ook te doen.

Er is al een #meninhijab. Bij deze begin ik de #meinhijab. Het is niet veel, het is niet genoeg, maar het is een begin. Ik hoop dat het vrouwen in een hijab bereikt, ik hoop dat het haar bereikt. Dat ze weet dat hoewel ze toen alleen was, we nu naast haar staan.

 

Moeders vermist!

_DSC0511

Wereldwijd zijn talloze vakantiefoto’s bestudeerd door een team van experts. Na eindeloze beelden te bekijken van bergen, zeeën, vakantiehuisjes, parken, tenten, bussen, vliegtuigen en bossen komt ons team tot een verbijsterende conclusie: We missen de moeders!

Op de vrolijke kiekjes zijn vaders en kinderen ruim aanwezig. In verschillende gezellige poses laten zij zich rijkelijk fotograferen. Slechts de moeder ontbreekt.

Na hun onthutsende bevindingen te hebben gepresenteerd is er een internationaal Search en Rescue team samengesteld. Doorgewinterde specialisten om onze moeders te lokaliseren. Bij een missie ter plaatse kwam de choquerende waarheid boven tafel.

De moeders bevinden zich achter de camera.

 

Ok. Maar alle gekheid op een stokje nu. Dit is wel een echt ding. Kijk eens naar je eigen vakantie foto’s.  Best kans dat je er amper opstaat. Of alleen als selfie. Graaf ook eens je oude jeugdfoto’s op. Hoe vaak staat jouw eigen moeder op de plaat? Er zijn zeker uitzonderingen, maar  meestal is het redelijk droef gesteld.

Het zal je niet verbazen dat ik dus net terug ben van vakantie. Hartstikke leuk joh, maar er is maar 1 foto waar ik niet met uitgestrekte hand op sta. En toen had ik zelf gevraagd of mijn Officier een foto wou maken. (Wat uiteraard een hint was om dat vaker te doen, wat ie totaal niet heeft opgepakt, wat ook totaal te verwachten was. Dus als je dit leest liefje, of je vaker de camera wil pakken.)

Maar wat zegt dit nu? Wat verteld dit over ons en belangrijker nog, wat moeten we ermee? Ik heb geen pasklare antwoorden. Wel een hoop mijmeringen.

Bijvoorbeeld het opgelaten gevoel wat ik had toen ik vroeg of meneer een foto van me wou maken. Het voelt ijdel, kunstmatig. Maar is het dat? Wat zou het heerlijk bevrijdend zijn als ik zonder bijgevoel om een plaatje kan vragen. Zou ook wel zo zuiver zijn. Ik heb een behoefte (ook af en toe op de foto staan) dus ik geef het aan. Zo ‘hoort’ het wel een beetje.

Toch blijft er een deel van mij wat wil dat het vanzelf gaat. Dat ik er niet om hoef te vragen. Gefotografeerd worden is letterlijk gezien worden. Erkend worden. De ultieme bevestiging dat je er mag zijn.

Wat zou het heerlijk zijn als dat vanzelf gaat. Stiekem zou ik een beetje vakantie-papperazzi wel waarderen.

Of moeten we het zo laten? Zelf in onze eigen behoefte voorzien. Met selfie-stick en zelfontspanner ons moederschap in beeld brengen? Dat geeft wel een bevrijding, een zelfstandigheid. Maar ergens ook een eenzaamheid.

Grappig trouwens, hoe dat veranderd is. Terwijl ik dit schrijf herinner ik me waarom er weinig foto’s van mij als puber en jongvolwassene zijn. De grap die ik maakte dat ik fotograaf werd omdat ik zelf niet op de foto wou. Ergens toen het meisje moeder werd is dat veranderd. Nu is het niet meer zo vreselijk. Waarom vond ik dat ooit zo erg? Geen idee meer. Vast iets met puber existentialisme en angst.

Ergens, ooit, geen idee meer hoe of waar, hoorde ik het verhaal van een moeder die overleden was. Niet heel jong, maar toch droevig. Toen haar kinderen foto’s zochten voor de dienst bleek dat ze er maar twee konden vinden waar zij op staat. Twee foto’s op een heel leven.

Zo droevig is het bij mij nog niet. Maar ergens is dit wel een ding, en ergens heeft het iets te maken met onze onzichtbaarheid. En daar hou ik niet van.

Zullen we met z’n allen op vakantie? Naar zo’n stom huisje? En dan heel veel foto’s van elkaar maken. Lekker gezellig.