Ziekmelden voor moeders.

Ik en mijn zieke aapje, midden in de nacht.

Uuuuhhhhhhggggnnnnn….dus. Ik ben ziek. Al een hele tijd, het doet pijn en de dokter weet niet wat het is. Nogal klote zeg maar.

Maar goed, met de hulp van wat niet hippie-proof pijnstillers kan ik weer aardig functioneren. Uiteindelijk zou die huisarts van me toch wel over de goede diagnose struikelen…toch?…

Dan leef je dus al een paar weken (ok, maanden) op dat punt waar je het allemaal nog net volhoudt. Het jongleren ziet er niet heel mooi meer uit, het circuspak is ongewassen, maar de ballen zijn nog in de lucht. En dan wordt je peuter ziek….

Ja, kan dat arme kind ook niets aan doen. Gewoon ziek, zoals kleine kinderen dat zijn. Koorts die komt en gaat, af en toe wat spugen, maar verder niet echt een virus of bacterie. Meestal zijn dat soort ziektes een teken van groei. Komen ze er eenmaal uit, dan mag je grotere kleren kopen en hebben ze ineens nieuwe vaardigheden. Kortom, niet geheel een negatief iets..voor haar dan.

Voor mij betekend het dat er een warm, slap, aapje over me heen hangt, dag en nacht. Een aapje wat het liefst de hele tijd aangekoppeld aan de borst langzaam slokjes melk en mijn geduld wegzuigt. Echt waar, ik neem haar niets kwalijk, ze doet gewoon wat ze moet doen, maar lieve mensen..waar kan ik me ziekmelden?

Het is teveel werk.

Daar kletteren de jongleer ballen op de grond. De show is over, het publiek teleurgesteld. Ik kan veel, maar echt niet alles. Dan voel je weer even heel goed wat ik, als een gebroken plaat, maar blijf herhalen. Het is nooit de bedoeling geweest dat je dit alleen (of met z’n tweeën) doet. We horen een stam te hebben. Bij een stam kan je je ziekmelden. Dan heb je familie om je heen die eventuele zieke aapjes kunnen overnemen. Of je op z’n minst kopjes thee brengen terwijl ze je was doen ofzo.

Niet dat ik mag klagen hoor. Officier Pappa doet zijn best met het aapje en de thee. Maar de generaal op zijn werk kan hem niet eindeloos missen en aangezien de borstvoeding bij hem niet zo wil lukken, hangt de peuter toch liever op mij. Daarbij wordt hij ondertussen ook best moe, zelfs stoere officieren hebben wel eens rust nodig.

Nou, en daarom hebben jullie vandaag dit blog. Geen inzichtelijke geschiedenis van Sinterklaas tradities, geen feministisch relaas over een nieuw boek. Nope, jullie mogen het doen met een lekkere klaag tirade. Schrijft ook wel fijn weg zo.

Ziekmeldlijn.

Zo af en toe fantaseer ik over een ziekmeldlijn voor ouders. Dat je die kan bellen als je het niet meer trekt. En dat er dan een uurtje later een liefdevolle maar kordate dame op de stoep staat, die je dan naar bed stuurt en alles van je over neemt en je thee brengt. Wat lijkt me dat heerlijk.

Kunnen we dat niet opzetten met z’n allen? Als ik de minister president niet aan het verstand krijg dat dit in de basis verzekering moet, dan praat ik wel even met zijn moeder. Zij snapt het vast wel. (En als ik dan toch heel eventjes feministisch mag zijn, wordt het snotverdulleme nu niet eens hoog tijd voor een vrouwelijke minister president!)

Als je er even over nadenkt is het totaal belachelijk dat we werkomstandigheden kneiter hard vastleggen in een CAO en ARBO wetten, maar thuisblijfouders maar aan laten modderen. Natuurlijk kan je geen verplichte pauze tijden voor moeders afdwingen, maar het zegt iets over de waardering van arbeid buitenshuis vs binnenshuis. Er is niet eens echt begrip voor de oververmoeide en zieke ouder, laat staan dat we er een oplossing voor verzinnen.

Heb ik met mijn vermoeide hoofd toch nog een maatschappij kritisch blog geschreven…huh….wat zeg je daar van. Mag ik nu mijn multitasking diploma?

Zijn we telefoonzombies geworden?

De zombie apocalyps is hier! Dom vooruitstarend beweegt de massa zich voort, met schuifelende voeten en lege blik gericht op een klein scherm. Het was al voorspeld en nu gebeurt het, smartphones eten onze hersens op! Ren voor je leven!

Ok, maar ff serieus. Er wordt nogal veel kritiek gegeven op mensen die zich vermaken met hun zakcomputer (aka de smartphone). We zouden geen contact meer hebben met elkaar en niet meer op of om kijken. Als je kinderen hebt is het uiteraard helemaal erg! Ouders die langs de speeltuin verdiept zijn in Facebook in plaats van de capriolen van hun kind. De horror!

Ja, zie je, en daar kom ik dan weer met mijn menig. Ik vind dus dat het allemaal wel meevalt. Of beter gezegd, dat het ten eerste lang zo erg niet is als wordt beweerd en ten tweede nog een doel heeft ook. Maar dan wil ik het eerst even over de geschiedenis hebben, en prikkels.

Vroeger was alles beter.

Prikkels. Vroeger hadden we er daar niet zo veel van. Vroeger zat je met je reet op de grond een mand te vlechten met dezelfde twintig tot vijftig personen om je heen die je je hele leven zag. Als je opkijkt zie je natuur, wat hutten en wat spulletjes. Af en toe gebeurt er wat, maar dat is ook snel weer over. Het leven is niet saai, maar wel bekend. Je maakt lol, liefde en je deelt wat je hebt.

Even later gingen we in steden wonen. Daar zijn al meer van die prikkels. Er dendert een kar voorbij, stemmen roepen hard en je ziet veel mensen die je niet kent. Het is nog wel te doen, maar echt wel anders.

Met de uitvinding van de print pers worden boeken en kranten voor steeds meer mensen beschikbaar. Er wordt zelfs lezend over straat gelopen. Men spreekt wel van een invasie der stommen. Verdiept in dat boek, zonder contact te maken met een ander. De schedel inhoud zal nog rotten! (Herkenbaar?)

Nu is het anders.

En dan is het ineens nu. Nu is alles anders. Om je heen een nooit aflatende barrage van kleuren en geluiden. Toeters, reclame, muziek en geuren. Meer en meer en meer en meer. In je leven mag je heel blij zijn als je een mens of vier weet te behouden. De rest komt en gaat, een constante stroom van onbekenden die vrienden worden, om dan weer als vreemden weg te gaan.

We zijn niet gemaakt voor zoveel prikkels. Onze hersenen slaan op tilt. We hebben wel een systeem voor paniek situaties, maar dat is nooit bedoeld om als OS te draaien. (Operating System, voor de technycapten onder ons. Windows, zeg maar)

Ik denk dat we daarom in die telefoon zitten. Puur afsluiten. Even alleen de prikkels die je kiest, in plaats van degenen die worden opgedrongen. Zo is het in ieder geval voor mij. Zijn we op vakantie, op een plek waar het groen is en rustig, dan taal ik amper naar dat gekke ding. Maar in de stad, pffff, ja dan heb ik het ook nodig. Een soort pauze knop.

Ouders die op hun kinderen letten.

Ik noemde het net al even, maar vooral ouders krijgen kritiek als ze niet constant adorerend naar hun kroost staren. Maar weet je, die kroost heeft dat helemaal niet nodig. Willen ze ook niet. Kinderen horen lekker buiten het zicht van volwassenen te experimenteren. Kan je je voorstellen dat je manager de hele tijd meekijkt? Dan wordt je helemaal kriegel!

Komt er bij dat het juist ouders van jonge kinderen zijn die die uit-knop hard nodig hebben. De mandenwever uit ons eerdere voorbeeld had een hele stam om samen de kinderen mee op te voeden. Dat hebben wij niet. Nu wordt alles wat ooit met twintig man werd gedaan van twee oververmoeide zombies gevraagd (of zelfs van maar eentje). Geen wonder dat dat niet gaat.

Natuurlijk moet je vaak genoeg opkijken om op het ergste gevaar te letten. Twee van mijn kinderen zijn weglopers en daar heb ik zeker de helft van mijn grijze haren mee verdiend. Maar je kan echt wel even een spelletje spelen, of op instagram ofzo.

De verdwijning van echt contact.

Ik hoor nogal eens roepen dat mensen geen echt contact meer hebben door de digitale revolutie. Dat we niet meer met elkaar praten. Daar wil ik even wat kritische punten bij neerzetten.

Ten eerste hebben we inderdaad minder echt contact. Maar dat heeft niets met smartphones te maken. Ik zei het net al, vroeger bleef je stam min of meer intact gedurende je leven. Soms ging er iemand dood, soms werd er iemand geboren en heel soms was er wat migratie. Maar dat was langzaam. Nu is dat compleet anders. De hele dag zitten we tussen vreemden. Zelfs onze collega’s kennen we niet echt goed en we verwachten zeker niet dat ze ons hele leven bij ons blijven.

Op al dat komen en gaan is onze psyche niet ingericht. Het doet wat met je om constant in mensen te investeren om ze dan weer te verliezen. Kort gezegd, met vreemden praten kost energie waarvan het erg onwaarschijnlijk is dat je het terug krijgt. We doen het wel, maar selectief en zeker niet elke treinreis.

En dan het digitale contact. Wie heeft er eigenlijk bepaald dat dat niet echt is? Ik heb mensen in mijn leven die ik zelden of zelfs nooit in het echt zie, maar waar ik toch veel mee praat en mijn leven mee deel. Waarom zou dat niet waardevol zijn?

Zelfs mijn beste vrienden spreek ik veel vaker over de app dan dat ik ze zie. Als we het van bezoekjes alleen moeten hebben zou er niet veel over blijven van de vriendschap. Toch kan ik bij ze terecht als er iets is en wordt ik vrolijk als ik over hun dag lees.

En dan de social media. Absoluut een compleet andere manier van contact. Als ik iets post is dat algemeen gericht, niet naar een enkel individu. Ik vertel iets zonder een specifiek antwoord te verwachten. Toch is het waardevol. Zonder social media zou ik me niet betrokken voelen bij het leven van mijn nicht aan de andere kant van de wereld. Zelfs mijn zus woont nu op een tropisch eiland. Op Facebook zie ik haar leven voorbij komen en zo mis ik haar een stukje minder.

Verslaafd.

Wel ben ik de eerste die toegeeft dat ik bij tijd en wijlen wat tè verslaafd ben aan mijn telefoon. Het blijft belangrijk om het ding af en toe neer te leggen. Hoe die balans zit in je eigen leven moet je zelf bepalen en dat is niet altijd makkelijk.

Maar het beeld wat je ziet in de trein, speeltuin of op straat is een momentopname. Je weet niet hoe diegene haar leven heeft ingedeeld. En je weet al helemaal niet wat ze doen op dat ding. Dus probeer niet te oordelen. In deze gestoorde wereld zoeken we houvast. Soms zijn we dat voor elkaar, en soms zijn dat de vrienden die in de digitale wereld wonen.