Waarom ik overdag op de bank hang (en me daar nog schuldig over voel ook).

Moeders zijn over het algemeen goed in een hoop dingen. Boterhammen smeren, troosten, kinder conflicten oplossen en je schuldig voelen. Zeker dat laatste, dat is echt een speciaal talent. Er zullen vast wat geweldige vrouwen aan die ellende ontstegen zijn, maar de meeste moeders zitten bij tijd en wijle propvol schuldgevoel.

Dat de kinderen er niet als fotomodelletjes bij lopen, dat de lunch geen bento box is, dat je zelf niet als een kekke mamma op het schoolplein staat of dat je huis niet magazine ready is.. Kortom; dat je niet genoeg doet.

Vroeger had ik naast moeder zijn ook een andere baan. Ik mocht lekker in een zwembad werken en dat vond ik heel leuk. In een aantal mappen kon ik heel duidelijk teruglezen wat mijn taken waren, hoe ik die diende uit te voeren en wanneer ik daarmee klaar was. Ik had er lol in om altijd net wat meer te doen dan er op papier stond. Als ik dan een dag wat minder deed voelde ik me daar totaal niet schuldig over en wanneer de dienst er op zat kon ik lekker naar huis.

Mijn bekentenis.

Ik moet jullie iets bekennen. Overdag, als alleen ik en de peuter thuis zijn, zit ik wel eens op de bank. En dan niet even, nee, soms wel twee uur, of (gasp!) drie. Niet dagelijks hoor, dat lukt bij lange na niet. Er zijn nog best wat dagen bij dat ik amper tijd heb om eten in mijn mond te proppen (voor de peuter het steelt). Toch gebeurt het wel eens, dat we zo samen hangen, ieder achter een scherm.

Daar kan ik me erg schuldig over voelen. Alsof ik mijn werk niet doe. Vroeger in het zwembad kon je geen minuut teveel op de wc zitten, laat staan uren rond hangen. Ik word dus regelmatig geplaagd met gedachten over wat ik allemaal wel niet gedaan kan krijgen als ik thuis net zo hard doorwerk als ik in het zwembad deed.

Het helpt als ik mezelf even herinner aan de verschillen. Want naast wat ik dus soms wel doe (bankhangen overdag) zijn er ook een hoop dingen die ik niet doe.

  • Om vijf uur klaar zijn.
  • Überhaupt ooit klaar zijn.
  • Ononderbroken slapen (ik heb al bijna drie jaar achter elkaar nacht dienst).
  • Na het eten de rest van de avond lekker zitten.
  • Een maaltijd lang blijven zitten.
  • Een uur waarin niemand me aanraakt.
  • Extra betaald worden voor avond- en nachtdiensten. (Hahaha! Dat is een grap. Ik word überhaupt niet betaald.)

Oh, en die bankhangtijd mag dan wel lang duren, er gebeurt wel een hoop tussendoor. Tenzij er sprake is van een dutje sta ik alsnog zo om de tien minuten op om aan de een of andere absoluut zeer dringende peuter eis te voldoen. (Een speelgoedje oppakken wat ze voor haar voeten heeft laten vallen ofzo.)

Nu ik er even over nadenk, ik doe helemaal niet niks. Ik beperk me dan tijdelijk tot de taak van opvoeden en laat alleen de huishoudelijke taken voor wat ze zijn. Soort van pauze achter je buro zeg maar.

Kan het ook anders?

Ik heb het in het verleden ook wel eens anders geprobeerd. Dan ging ik dus wel de hele dag door en mocht ik van mijzelf niet langer dan een kwartiertje gaan zitten. Soort toegeven aan dat schuldgevoel.

Grote grap; mijn huis werd er dus amper schoner van. Ja, de keuken kastjes glommen ietsje meer, maar de vloer lag nog net zo vol met speelgoed en koekkruimels. Die worden er namelijk sneller gedeponeerd dan dat ik ze kan weghalen.

Weet je wat ik er wel van kreeg? Een burn-out, dat kreeg ik.

Geestelijke gezondheid.

Dus probeer ik een soort balans te vinden. Genoeg in het huishouden doen om niet te vervuilen, genoeg buitenshuis doen om niet te vereenzamen en genoeg bankhangen om niet gek te worden.

Het lukt niet altijd hoor, dat evenwicht. Ik sla nog al eens de ene of andere kant op door. Maar goed, dat is ook een soort van balans…toch?

Ik ben oud! En dat is best leuk.

Ik ben oud. Niet rollator-oud, maar dan toch zeker wel middelbare-leeftijd-oud. Ik ben nu vijfendertig, maar mijn volgende verjaardag komt er alweer snel aan. En voor wie leeftijd maar een cijfer vindt, ik heb grijze haren, rimpels, kraaienpootjes, uitgezakte delen en als je goed kijkt ook van die vlekken op mijn handen. Niet bepaald jong meer te noemen.

Nu wil het toeval dat ik ook van de vrouwelijke overtuiging ben, dus behoor ik dat oud worden heel erg te vinden, zo veel mogelijk uit te stellen of toch in ieder geval hard te ontkennen. (“Je bent zo oud als je je voehoelt!!) Mensen van de mannelijke overtuiging hoeven dat uiteraard niet. Die worden ‘silver foxes’. Hypocriet much?

Zoals de titel van dit stuk al verraad doe ik dus niet mee aan die ongein. Dat hele oud worden bevalt me tot nu toe wel, ook de fysieke manifestaties daarvan. Mijn lijf is in continue flux en daarom nooit saai. En wie heeft er bepaald dat grijs haar niet mooi is?

Goed voorbeeld doet goed volgen.

Nu heb ik ook twee hele mooie voorbeelden gehad in mijn jeugd. Mijn eigen moeders, echte dolle moeders pur sang. Twee geweldige potten die lekker samen uitzakten. Niet dat het uiterlijk geen rol speelde. Het haar zat goed, de kleren leuk en van de een heb ik een voorkeur voor dure sieraden geërfd. Maar het vlotgekapte grijze haar werd niet geverfd, de rimpels niet dichtgeplamuurd en de borsten niet omhoog getakeld.

Ik heb het voorrecht gehad om op te groeien met twee grootheden en daar ben ik dan ook dankbaar voor. Hun leefwijze heeftg prachtige sporen achtergelaten op mijn ziel. Ze hebben me acceptatie en verwondering geleerd.

Maar een goed voorbeeld is niet genoeg. Onderzoek wijst uit dat een zeventien jarig meisje gemiddeld is blootgesteld aan 250 000 beelden van beauty campagnes. Biedt daar maar eens weerstand tegen.

Onze jeugdcultuur.

Reclame verteld veel over een cultuur. Niet over hoe ze zijn, maar wel over wat ze willen. Een blik op onze reclames verteld je vooral dat we jong willen zijn. De jeugd als ideaal. Gek eigenlijk, dat is lang niet altijd zo geweest. In tijden waar het een privilege was om oud te worden, werd ouderdom geëerd. Nu niet meer. Nu moet alles strak, glad en stralend. Nou ja, als je vrouw bent dan. Dat hadden we al vastgesteld.

Als vrouw tel je mee zo ongeveer vanaf je zestiende tot je dertigste levensjaar. Een paar jaar ben je ‘on top’ om dan aan de grote aftakeling te beginnen. Je wordt afgeschreven, mag hopen dat je een man en carrière hebt verzekerd, want op je mooie snoetje krijg je niets meer. Het grote smeren der ouderdomscremmetjes is begonnen.

Dat is heel fijn, al drie smeersels. Ja, niet voor het smerend voorwerp, maar wel voor de economie. Behoorlijk wat mensen verdienen behoorlijk wat geld aan de rimpelangst van langzaam verouderende dames. Zo ook producenten van haarverf en make-up.

Het is ook fijn voor het patriarchaat. Je weet wel, die groep mensen die vinden dat vrouwen niet mee tellen. Een korte houdbaarheidsdatum betekent dat je mensen die jij zo toevallig ongewenst vindt lekker snel kan afschrijven.

Verwondering van verandering.

Ik schreef het eerder al, mijn lichaam is continu in flux. Altijd al zo geweest. Alle lichamen zijn dat. Een van de meest geweldige mindfucks die je jezelf kan geven is naar een heel oud iemand kijken, zo eentje die al echt goed aangerimpeld is, en je dan realiseren dat ze ooit een baby’tje is geweest. Omgekeerd werkt ie ook. Dat jouw kindje ooit hoogbejaard zal zijn, en hoe dat er dan uit ziet.

Maar goed, ik dwaal af. Lichamen veranderen. En dat vind ik eigenlijk wel leuk, ook als het mijn exemplaar betreft. Ik merk dat ik met verwondering naar het proces kan kijken. Ik ben best wel trots op mijn grijze haren, ze staan mooi.

Niet dat ik zo’n heilig ‘mijn lichaam is een tempel’ boontje ben hoor. Na jarenlang zeer fysiek actief te zijn geweest zit ik nu al een tijdje wat meer dan me lief is op mijn gestaag groeiende reet. Die verandering vind ik dan weer wat minder. Ik zie mijn lijf graag als sterk en fit. Maar het proces van ouder worden vind ik dan toevallig wel leuk.

Los van de normen.

Ik merk dat ik zo met de jaren langzaam los kom van de opgelegde schoonheidsnorm. Van een zelfbewuste tiener die niet zonder een dikke laag make-up naar buiten durfde ben ik nu een vrolijk uitgezakt middelbaar wijf. Zo eentje die rustig met raar haar en zonder bh de kinderen naar school brengt. Elk jaar laat ik weer wat los.

En ik schrijf er dan misschien over alsof ik het wiel heb uitgevonden, maar het meest geweldige is dat ik bij lange na niet alleen ben. Ik zie ze steeds meer. Vrije vrouwen. Wild grijs of wit haar, een eigen kleding stijl en een sterke blik. Dat is nou een norm waar ik wel bij wil horen.

Het geeft me hoop voor de toekomst. Zie je, ik heb een dochter. Ook zij gaat oud worden (hello mindfuck!) en ik gun haar plezier in dat proces. Ik gun haar wapperende grijze haren in de wind, heel veel lachrimpels en mooie, bruine vlekken op haar handen. Ik gun haar vrijheid.

Het verhaal van een naaimachine en impostor syndrome.

 

Hoi. Ik ben Charly en ik heb impostor syndrome.

Groep: Hoi Charly!

Ken je dat, dat gevoel dat je maar nep doet? Dat je eigenlijk niet zo goed bent als mensen denken? Gefeliciteerd! Dan hoor je bij een verrassend grote groep mensen. Vooral vrouwen, maar er zitten ook genoeg anderen bij. Ik ben er absoluut een van. Pff, wat zeg ik, ik ben die ene vaste klant in de groep, diegene die er zo vaak is dat ze meubilair is geworden.

Oh, en verder kan ik niet naaien. (Met lappen stof en naalden enzo. In bed doe ik het heel aardig) Op het eerste gezicht zijn dat twee ongerelateerde onderwerpen, maar vandaag bouwen we een bruggetje.

Ik voel me een oplichter.

Eerst even een stukje educatie. Wat is impostor syndrome nou eigenlijk. Hier staat een uitleg, maar kort door de bocht is het dat idee dat je maar doet alsof en het gevoel dat mensen elk moment kunnen uitvinden dat je eigenlijk maar nep bent. Uiteraard moet het niet echt zo zijn. Doe je een Leo van Catch me if you can dan ben je gewoon een impostor, zonder syndroom.

Voor mij betekend het dat ik me vaak nog een jaar of zestien voel. Geen volwassene, maar een kind wat doet alsof. Het is soms moeilijk om mijzelf als schrijver en fotograaf serieus te nemen. Terwijl ik ergens ook best weet dat ik niet uit mijn nek sta te lullen.

Impostor syndrome komt erg vaak voor, zoals ik al zei vooral onder vrouwen. Best begrijpelijk, als je opgroeit in een maatschappij die je constant verteld dat je minder bent en jouw prestaties devalueert. Uiteindelijk ga je dat geloven, al is het alleen maar onderbewust.

Kleren maken met mijn moeder.

Mijn moeder kon wel naaien. Als kind had ik best veel zelfgemaakte kleren. Was ik nog trots op ook. Ik heb een hele warme herinnering aan een mooi blauw jurkje met witte print.

Toen ik wat ouder was wou ik het ook graag leren. Moeders en ik hebben samen het een en ander in elkaar geprutst, maar wat vooral bleek is dat ik er geen talent voor heb. Ik kon geen overzicht houden en had moeite met secuur werken. Al snel bleven de projectjes liggen.

Jaren later heb ik dezelfde naaimachine in huis waar mijn moeder ooit achter zat. Het ding stond heel lang stof te vergaren. Ik wil nog steeds graag leren naaien, maar het bleef te moeilijk, te beangstigend zelfs.

Deze week ben ik echt begonnen. Ik heb het ding van de plank gepakt en ben gaan prutsen. Het resultaat zijn twee broekjes voor mijn dochter. Echt, het meest simpele patroon dat je kan voorstellen, maar ik heb ze gemaakt en ze zien er best leuk uit. (Mits je de binnenkant niet bekijkt dan.)

Hoe komen we er aan en hoe komen we er weer af?

Ik ben vijfendertig en om me heen zie ik een constante stroom van mensen die jonger, mooier en succesvoller zijn dan ik. Soms in het echte leven, maar vooral online. Iedereen is geweldig, iedereen kan alles heel goed, leercurves bestaan niet en zwakheden worden verstopt. Maar met mijn eigen fouten wordt ik dagelijks geconfronteerd. Automatisch ga ik mijn leven naast dat van een ander leggen en meestal kom ik niet heel goed uit die vergelijking. Alleen van mijn meest dierbare vrienden mag ik de angsten en het falen zien. En dan nog oordeel ik zoveel vriendelijker over een ander dan over mijzelf.

Vandaar dat ik vandaag over het naaien praat. Niet omdat ik wil laten zien dat ik het kan, maar juist omdat ik wil laten zien dat ik het niet kan. Niet echt goed in ieder geval. Ik ben het aan het leren. Op dit moment kan ik met een hoop moeite iets in elkaar zetten. Maar verwacht geen rechte zomen ofzo. (En over enge dingen als ritsen en mouwen wil ik het nog niet hebben)

Ik leer, ik faal en ik doe mijn best om weer op te staan. Mocht je me over een jaar of wat spreken, en mocht ik dan zo ver zijn dat ik redelijk moeiteloos een leuk jurkje in elkaar draai, weet dan dat daar een flinke leercurve aan vooral ging. Zo’n langzaam stijgende.

Op jouw beurt wil ik dan iets van je vragen. Zou je, naast alle gave en geweldige dingen, ook eens de keer willen delen dat je op je bek ging? Of toen er iets moeilijk voor je was? Beter nog, zullen we met elkaar delen dat ook de dingen waar we goed in zijn nog wel eens eng zijn?

Hoi, ik ben Charly en ik heb impostor syndrome. Bij elk blog wat ik schrijf ben ik bang dat het vreselijk is. Bij elke foto die ik neem denk ik dat het prutswerk is. Maar dat zie je aan de buitenkant niet.

Ik heb twee moeders; vragen aan de dochter van een lesbisch stel.

Ik als peuter, met moeders en baby zusje.

Ik heb dus twee moeders. Maar ik heb ook een moeder en een vader. Heel tegenstrijdig allemaal. Als mensen naar mijn familie vragen is mijn reactie steevast “Heb je even?”.

Ok, kort overzicht: Ik ben de dochter van een lesbisch stel. Dat was heel leuk. Minder was het toen ze uit elkaar gingen (heel vriendelijk en ik was al een puber, dus uiteindelijk viel het best mee). Eentje bleef alleen, de ander ging (voor de afwisseling) maar eens aan een vent. Die man is dus mijn vader geworden.

Een aantal jaar geleden is mijn moeder (degene zonder vent) overleden. Dat was niet fijn, gaan we nu niet verder op in.

Verder heb ik het een en ander aan zussen, geen enkele gelijk en allemaal anders aan mij verwant. Gaaf joh!

Hoe dan ook, ik kreeg en krijg vaak vragen over mijn ouders. Het leek me dus wel leuk om de meest gestelde op een rij te zetten. Met antwoorden natuurlijk, anders heb je er nog niets aan.

 

Was je ene moeder eerst met een man getrouwd?

Nee.

Hoe hebben ze elkaar dan ontmoet?

Het is een vrij traditioneel verhaal eigenlijk. Ze werkten op dezelfde plek (kindertehuis). Toen is er iets gebeurt met rozen en chocolade en de relatie was een feit. Precies weet ik het niet, ik was er niet bij. Ik ben pas geboren nadat ze een aantal jaar bij elkaar waren.

Hoe ben je dan verwekt?

De ene vrouw wou zwanger worden, de ander niet. Dus dat kwam wel mooi uit. Via kunstmatige inseminatie en een donor kwam ik er. Ik weet wie mijn donor was, maar heb geen contact meer met hem.

Wie is dan je echte moeder?

Dat vind ik altijd de meest vervelende vraag. Ik snap wel wat er mee bedoeld wordt hoor, maar de vraagstelling is nogal kwetsend. Ze zijn namelijk beide mijn echte moeder. Ze waren er bij toen ik mijn eerste adem nam, ze hebben mijn vieze billen verschoond, ze zijn s’nachts wakker geweest en hebben mij mijn eerste woordjes horen zeggen.

Maar goed, wat er gevraagd wordt is wie mij gedragen heeft en hoe je dan die andere kan aanduiden. De niet zwangere moeder wordt vaak de mee-moeder genoemd. Dat vind ik een mooie term. Voor de ander kan je biologische moeder gebruiken. Wie wie is, is in deze context niet belangrijk.

Miste je dan geen vader?

Nou, eeehh, nee. Niet echt nee. Ik ben opgegroeid met twee geweldige ouders, die er altijd voor me zijn en ontzettend veel van me houden. Ik heb het geluk gehad van een prachtige, warme en rijke jeugd. Dat dat helaas een privilege is, was ik me al heel jong van bewust. Dat er in ons huis toevallig geen piemelbezitter woonde was voor mij maar een kleinigheid.

Heb je er dan niets aan over gehouden?

Jawel hoor. Een diep besef dat wat anderen raar vinden meestal heel gewoon is voor de mensen die het meemaken. Dat ‘raar’ dus eigenlijk niet echt bestaat.

Verder kan ik vragen naar iemands moeder en eigenlijk beide ouders bedoelen. Het heeft wat langer geduurd voordat “vader” in mijn spreektaal kwam. Oh, en ik noem mijn ouders bij hun voornaam. Dat is geen teken van afstand, dat is gewoon praktisch. Vroeger riep je “mamma” als het niet uitmaakte en een naam als je een specifieke ouder nodig had.

Ook zou het zomaar kunnen dat mijn feministische inslag iets te maken heeft met opgroeien tussen sterke vrouwen.

Was er een verschil tussen je moeders?

Ja, natuurlijk was er een verschil. Het zijn twee heel verschillende vrouwen. Ze hadden beide een geheel eigen manier van moeder zijn, wat elkaar heel mooi aanvulde. Maar dat is eigenlijk niet wat hier gevraagd wordt. In de lompere vorm wordt me gevraagd of ik toch niet van de een meer hou dan van de ander. Niemand die dat ooit zou vragen bij hetero ouders, maar goed.

Mijn biologische moeder zei het altijd heel leuk tegen mij en mijn zusje: “Ik hou van jullie allebei het meeste.” Er is, in dit soort situaties, geen rangorde. Je houdt van elk van je kinderen met heel je hart en zo houden je kinderen van jou.

Wie was ‘het mannetje’?

…..ja….die vraag dus. Mensen die een cisgender hetero gecentreerd wereldbeeld niet los kunnen laten. Of even in simpele woorden…ze waren beide ‘het vrouwtje’, dat is namelijk het punt van een lesbische relatie.

Door mensen in dit soort categorieën weg te zetten ga je voorbij aan hun unieke persoonlijkheden. Dat is totaal los van hun geaardheid en met wie ze samen leven. Ook in hetero relaties zou er veel gewonnen worden als we die rollenpatronen weglaten.

Wat vond je er van om zo op te groeien?

Ik kijk enorm goed terug op mijn jeugd. Ik heb niets gemist en veel gekregen. Dus ja, ik ben er enorm voorstander van als twee mensen, ongeacht hun geslacht, in liefde een kind krijgen als ze dat willen. Het idee dat een kind een vader en moeder nodig heeft is totale onzin. Een kind heeft een stam nodig, mensen die dichtbij staan en blijven. Wie die mensen precies zijn maakt echt geen reet uit.

Het enige waar ik op tegen ben, en gelukkig gebeurt het niet meer, is anonieme donatie. Ik heb van dichtbij gezien dat het belangrijk is om te weten waar je in genetisch opzicht vandaan komt. Hoe die behoefte zich uit is voor iedereen anders, maar elk kind hoort zelf die keuze te hebben.

Aan de volgende generatie.

Als laatste wil ik me richten tot het jonge homo stel. Twee mensen die misschien overwegen om kinderen te nemen.

Laat je vooral niet aanpraten dat je iets verkeerd doet of je kind iets ontzegd. Hou van elkaar en hou van de kinderen die komen, hoe ze dan ook komen. Dat is uiteindelijk het enige wat er toe doet.

Waarom mijn zonen onbesneden zijn.

Ik heb twee zoons en die zijn onbesneden. Omdat ik het niet ok vind om op cosmetische basis delen van mijn kinderen af te hakken.

Zo, dat was het. Kort blog vandaag. Moet ook wel eens kunnen toch?

Religieuze redenen.

Ja maar je bent Joods! Dan hoort het er nu eenmaal bij. Alle Joodse jongens zijn besneden!

…..Zucht..ok. Een moment. Ik leg het uit.

Ja, ik ben Joods. En ja, het is in het Joodse geloof gebruikelijk om jongens te besnijden. Net zoals het binnen een paar andere geloven gebruikelijk is. Uiteraard zijn niet alle Joodse jongens besneden, ik ken er persoonlijk twee.

Er zijn in het verleden heel veel dingen gedaan uit naam van een religie die we nu niet meer ok vinden. Dat heet vooruitgang en ik ben er erg blij mee. Zo kan ik mijn hoofd onbedekt laten, raak ik vrijelijk mensen aan als ik ongesteld ben en wordt ik gelukkig niet gestenigd omdat ik kleding draag van twee verschillende stoffen.

Er waren ooit, in een ver verleden, een paar hygiënische en sociale voordelen aan besnijden. Maar als die redenen ooit al genoeg waren, nu is het onzin geworden. Het enige wat overblijft is het beeld van een opperwezen wat boos wordt als je het niet doet. Niets van wat ik ooit meegemaakt heb of geloof leidt mij er toe dat er een hogere macht is die wil dat ik de penis van mijn zoon vermink.

Geloof het of niet, ik ben vrij religieus. Ik heb een band met onze schepper en voel me een onderdeel van het Joodse volk. Maar dat betekend niet dat ik elke regel die volgens de geruchten ooit ´van boven´is gekomen ga volgen. Als mijn schepper mij gemaakt heeft, dan is dat inclusief het vermogen om zelf te beslissen wat juist is. Het vermogen om te groeien en te veranderen, ook als spiritueel wezen.

Medische redenen.

Besneden mannen krijgen ander minder snel HIV, ze zijn schoner en houden het langer vol in bed. Het heeft ook voordelen hoor!

Er is hier sprake van een enorme confirmation bias. Een cultuur die aan besnijden doet zal heel gemotiveerd zijn om daar voordelen van te vinden. Laten we even naar elk zogenaamd voordeel apart kijken.

Het is een mythe dat besneden mannen minder snel HIV krijgen. Maar stel nu dat het wel zo zou zijn. We hebben het dan over een lichaamsdeel afhakken om een paar procenten bescherming te verwerven. Iets wat een condoom veel en veel beter kan. Je weet wel, condooms, die dingen die goedkoop zijn en je zo weer af kan doen en niets te maken hebben met het verminken van piepkleine baby penissen!

Een besneden piemel is niet schoner, een schone piemel is schoon. Punt uit. Zo kan je ook wel de nagels uit baby vingertjes gaat trekken omdat er misschien vuil onder kan zitten.

Een besneden eikel is wel ongevoeliger. Dat klopt. En wie er ooit bedacht heeft dat het ongevoelig maken van een prachtig en sensitief lichaamsdeel een voordeel is mag van mij poep eten ofzo. Iedereen die ooit seks heeft gehad met een piemeldragend persoon weet dat gevoeligheid leuk is. Het is snotverdomme de basis van goede seks! Dat argument mag lekker zelf besneden worden!

Zijn we er nu? Mag ik nu ophouden? Het lijkt me nu toch wel door en door duidelijk.

First, do no harm.

Ja, maar het kan ook geen kwaad. Zo’n babietje voelt er niets van, soms slapen ze er zelfs doorheen!

Wacht even….wacht eens heel even…Ik moet even rustig worden. Tel ff tot tien ofzo terwijl ik tegen een deur ga schoppen.

…………..

Ok. Het gaat weer.

Hoe iemand er ooit bijkomt dat het geen kwaad kan om een van de meest gevoelige stukjes huid die een mens heeft er bij een baby of kind af te snijden….ik heb geen idee. Echt.

Wist je dat de voorhuid en de eikel aan elkaar vast zitten bij een kind? Wist je dat die bij een besnijdenis van elkaar af gescheurd worden? En dat is nog voor het snijden.

Bovenstaande is als alles goed gaat….wat het uiteraard niet altijd gaat. Dit is de minst shockerende pagina die ik kon vinden. Er staan geen foto’s, alleen korte beschrijvingen.

Wat betreft het erdoorheen slapen. Dat is geen slaap. Dat is shock of een freeze reactie op een enorme hoeveelheid stress. Het is zelfbescherming.

Er zijn filmpjes op internet te vinden waar je een besnijdenis ziet. Ik ga geen link geven, dat betekend namelijk dat het filmpje gaat spelen en dat kan ik niet aan. Google het op eigen risico en kom me dan vertellen of het geen kwaad kan.

Vrouwen.

En weet je, nu we hier toch zijn, wil ik het ook even over vrouwen besnijdenis hebben.

Ja, maar dat is echt iets heel anders! Je kan die twee dingen niet met elkaar vergelijken hoor. Bij vrouwen is het echt veel erger.

Nou, nee, niet altijd.

En begrijp me niet verkeerd, ik probeer absoluut niets af te doen aan de verschrikking die vrouwenbesnijdenis is. Ik probeer te zeggen dat er wat interessante vergelijkingen zijn.

Ten eerste zijn er verschillende vormen van vrouwenbesnijdenis en mannenbesnijdenis. Ik vind elke vorm verkeerd, maar er is absoluut een verschil tussen het wegsnijden van de uitwendige clitoris en een sneetje maken in een schaamlip. Net zoals er een verschil is tussen het in tweeën splitsen van de eikel met een roestig mes en het gebruik van de Plastibell procedure.

We hebben de neiging om de ergste vorm van vrouwenbesnijdenis te vergelijken met de minst erge vorm van de mannelijke tegenhanger. Dat klopt niet.

Maar nu de interessante vergelijkingen. Het valt namelijk op dat de redenen en voordelen die genoemd worden voor een mannenbesnijdenis exact dezelfde zijn als die worden aangevoerd bij culturen die hun vrouwen besnijden! Toch vinden wij in Nederland de een verwerpelijk en de ander acceptabel. En dat klopt niet.

Een uitweg uit depressie

1656190_240584312793866_2073644896_n

Ergens rond het jaar 2010 ben ik depressief geweest. En omdat ik nooit iets half doe was ik dan ook maar meteen echt kneiterdepressief. Om even aan te geven; ik was er van overtuigd dat ik nog een half jaar te leven had en dat vond ik eigenlijk wel een opluchting. Als moeder van (toen nog) twee jonge kinderen ben je dan echt heel ver weg.

2010 Is een hele tijd geleden. Het is een tijdje heel goed met me gegaan, maar het gaat de laatste tijd een stuk minder. In het kader van eerlijkheid…ik heb dus nu een burn out.

Geen paniek, ik ben ok. Gek genoeg brengt de depressie van ooit dit in perspectief. Hoe klote ik me nu ook voel, het is niet zo erg als toen en dat heb ik ook overleefd.

Toch denk ik de laatste tijd veel na over 2010 en de tijd daarna. Ik ben er uit gekomen, maar hoe ook al weer? En gaan die trucjes me nu ook helpen?

In dit stuk wil ik de uitgang die ik vond met jullie delen. Misschien vooral voor mijzelf, misschien ook wel omdat ik weet dat er nog mensen rondlopen in het donker.  Punt is alleen, dit was mijn uitgang, mijn genezing. Die van jou kan er heel anders uitzien. Maar jouw verhaal kan ik niet vertellen, het mijne wel.

Hulp

Ik zocht hulp. De professionele soort. Het ellendige van depressief zijn is dat een geliefde je niet kan helpen. Het is teveel en depressies zijn ook nog eens besmettelijk.

Hulp zoeken was niet makkelijk. Het was zelfs gevaarlijk moeilijk. Ik kwam op wachtlijsten, werd afgewezen en kwam in eerste instantie bij een behandelaar die totaal niet geschikt voor mij was. Ik zal nooit snappen waarom we zo omgaan met mensen die doodziek zijn. Kan je je voorstellen dat je met kanker niet terecht kan bij een ziekenhuis?

Medicatie

Toen ik eenmaal een goede behandelaar had gevonden werd ik aan de antidepressiva gezet. Dat was niet leuk en niet makkelijk, maar voor mij wel nodig. Het is niet voor iedereen en de bijwerkingen zijn echt flink klote, maar die rotpillen hebben me wel gered.

Komt wel een heel venijnig puntje bij kijken. Het duurt gemiddeld vier weken voordat antidepressiva gaan werken…en in die weken wordt de depressie vaak erger.

….het was erg….het was echt heel erg….

Mijn moeder maakte met mijn vrienden een rooster zodat ik nooit alleen was. Zo erg was het.

Tot op een dag het licht aanging. Ineens, zomaar. Ik stond op en was ok. Nou ja, een soort van ok. Je goed voelen van pillen is niet echt goed, het is een suikerspin. Lekker, zoet, maar chemisch en nep en niet fijn voor elke dag. Maar alles, alles was beter dan in het donker zitten.

Ik kon een therapie sessie doorkomen zonder de hele tijd te huilen. Ik voelde me niet meer zo vreselijk dood van binnen. Ik was er weer.

Toch is dit niet de uitweg waar ik het over had. Die is veel langer, duurde jaren, en had niets te maken met pillen. De antidepressiva waren pijnstillers waardoor ik kon functioneren. Maar daar onder was nog steeds de duisternis.

Het grote gevaar van de huidige behandelingen is dat ze vaak hier stoppen. Pilletje er in en het poppetje loopt weer. Dat is niet ok, je bent er nog niet, nog lang niet.

Hardlopen

Ik ging hardlopen. Buiten, alleen. Kleine stukjes eerst. Op het strand want dat was vlakbij werk toen.

Voelen dat ik beter werd, langer kon rennen, was enorm helend. Een lichamelijke metafoor voor het helen van mijn geest.

Ik kocht echte hardloopschoenen en merkte hoe belangrijk die zijn. Ik maakte voor het eerst een runners high mee. Liep ik daar, in de herfst, in een bos, armen wijd, voor het eerst sinds heel lang echt gelukkig.

Door het hardlopen kon ik stoppen met de medicatie, wat wel heel fijn was. Een van de bijwerkingen is het vermogen verliezen om een orgasme te hebben. Dat was…frustrerend…om het zachtjes te zeggen.

Jarenlang heb ik drie a vier keer per week een flink stuk gehobbeld. Niet dat ik er goed in ben hoor. Daar gaat het ook niet om. Aan mijn kinderen heb ik altijd verteld dat ik een wedstrijd loop niet met anderen, maar met mijzelf. Dat ik win als ik het volhoud, of zelfs beter doe dan de vorige keer.

Zonnebank

Ja echt…zonnebank. Fantaseer even met me mee: je ligt, in een prachtig schone omgeving, met fijne muziek, ongeveer 20 minuten niets te doen terwijl je lijf een enorme boost vitamine D aanmaakt. Oh, en je krijgt achteraf complimenten. Het werkt.

Ik bedoel, je moet niet elke dag gaan, het zijn de jaren 90 niet meer. Maar een paar keer per maand is wel heel fijn.

 

Tijd

Therapie, pillen, rennen en een hoogtezon hebben heel, heel veel verschil gemaakt. Toch heb ik nog jaren rond gelopen met het plan om niet verder te leven dan 65. Ik was niet meer zo vreselijk ongelukkig, maar doodgaan leek me toch een heerlijke opluchting. Het was mijn pensioenplan, zeg maar. Dan zijn de kinderen groot en mag ik eindelijk voor mijzelf kiezen.

Ik kan je niet precies zeggen wanneer dat plan is verdwenen. Na een jaar of drie, vier, was het weg.

De huidige geestelijke gezondheidszorg lijkt heel erg gefocust op de korte termijn. Je hebt een probleem, krijgt een diagnose en met hoogstens een sessie of 12 wordt je geacht weer beter te zijn.

Zo werkt het niet. In ieder geval niet voor mij. De weg terug was lang, jarenlang. Ik weet nog dat ik tijdens het dieptepunt echt alle hoop, zelfs alle wil, om beter te worden kwijt was. Ik hield vol, met de vreemde, cynische, gedachte dat aangezien iedereen zei dat het beter zou gaan, het wel lullig was als ik zou opgeven en dan zou blijken dat ze gelijk hadden. (Geen idee hoe dat dan had moeten blijken hoor, maar goed, logica is geen onderdeel van een depressie)

Als je dit leest, en als je er nog middenin zit. Hou vol. Je hoeft het niet te geloven, je hoeft het niet eens te willen. Hou gewoon toch maar vol. Gewoon omdat.

De foto bovenaan dit stuk heb ik geschoten tijdens mijn depressie. Een visuele uitwerking van hoe ik me voelde op dat moment. Ik verdween.

Erectie angst!

erectie_1

Toen ik een tiener was sliep ik eens met een jongen in een bed. Ik had geen relatie met hem, we hadden geen seks, we sliepen gewoon samen in een bed omdat er na een feestje niet genoeg bedden waren.

Hij vroeg of het ok was dat hij zijn broek uit deed. Vond ik best normaal, een spijkerbroek slaapt niet heel lekker. Verlegen legde hij uit dat ik dan wel eens zijn erectie kon voelen. Op dat moment leerde ik twee dingen: 1, ik heb geen enkel probleem met erecties en 2, mannen krijgen schijnbaar de boodschap dat ze dat wel moeten hebben.

Jaren later werd ik naturist. Heerlijk, die vrijheid. Maar toch zijn er veel regels. Mijn vriend van toen was in die cultuur opgegroeid en vertelde me hoe het moest. Onder andere dat mannen daar geen zichtbare erectie mogen hebben. Hij had een hoop trucjes om dat te vermijden.

Mannen mogen geen erectie hebben. Of nee, mannen behoren complete controle te hebben over hun erectie. De penis behoort te presteren tijdens de seks, maar rustig te blijven in beschaafd gezelschap. En als je dat niet lukt ben je een perverseling.

Ik ben, in ieder geval wat mijn lichaam betreft, een vrouw. Ik heb geen penis en weet niet hoe het voelt als ie stijf wordt. Ik weet wel dat mannen om allerlei redenen een erectie kunnen krijgen. Opwinding, hitte, volle blaas, spanning of gewoon zomaar. Het betekend eigenlijk niet echt iets. Toch worden ze er hard op afgerekend. Jongens wordt verteld dat ze zich moeten schamen.

Een oud klasgenoot vertelde me ooit wat het betekend als een jongen in de klas zijn trui op een bepaalde manier naar beneden trekt. Dat het daarom handig is om een trui met zakken te dragen. Uit aangeleerde schaamte voor hun erectie moeten ze dus hun kleding aanpassen. Goh…dat doet me denken aan meisjes die worden verteld dat hun borsten te groot zijn om een v hals te dragen….hoe boos worden we daarover als dat weer eens in het nieuws is? (En terecht trouwens.)

Uiteraard zijn er mannen die ongepaste dingen met hun erectie doen. Die hem laten zien of er aan zitten waar dat niet hoort. Dat is niet ok. Maar dat is ook echt iets heel anders dan een man die toevallig een bobbel in zijn broek heeft.

Meer dan dat is het niet hè, een bobbel. Gewoon een tijdelijke ronding in een broek. Waarom moeten mannen zich daarvoor schamen? Waarom wordt elke stijve gelijk gesteld aan een potloodventer?

Als we af willen van toxic masculinity moeten stoppen met schaamte aanleren voor een lichaamsdeel. Als we willen dat mannen hun penis niet meer als wapen zien, moeten wij stoppen met hem zo behandelen.

Kan je je een wereld voorstellen waarin mannen een gezonde, zelfs liefdevolle, band hebben met hun pik? Lijkt mij geweldig! Maar dan moeten we dus echt stoppen met schaamte aanleren, met eisen dat jongens hun erectie kunnen domineren.

Wat mij betreft is het hoog tijd dat Willie eens bevrijd wordt. Het is namelijk best een heel leuk ding hoor, zo’n pielemuis.

 

Nawoord:

Als beeld voor dit stuk had ik het plan om de foto’s van mijn blog over vagina’s te hercreëren, maar dan met een penis natuurlijk. 

De foto’s eenmaal op mijn laptop zag ik een probleem. Gevoelsmatig klopt het niet om een foto van een erectie te plaatsen. 

Uiteindelijk ben ik er niet helemaal uit waarom niet. Het voelt te agressief. Mijn theorie is dat een penis nog te vaak als letterlijk of metaforisch wapen gebruikt wordt. Dus zit ik nu toch ook met een  restrictie en dat vind ik niet leuk. 

Wat vinden jullie? Had ik de foto kunnen plaatsen denk je? Wat had je er van gevonden als je onder aan dit stuk geconfronteerd werd met een erecte penis? En als ik bovenaan een waarschuwing geplaatst had? Maakt dat het anders? 

Perfect opvoeden

perfect

Die moeder van mij hè, die zei laatst iets slims. Doet ze ook zo af en toe, niet te vaak. (grapje mam, hou van je).

Je hoeft het niet perfect te doen, je moet het gewoon niet verkloten.

Sowieso een pracht zin. Toepasbaar op vrijwel alles, maar in context nog veel mooier. We waren namelijk aan het praten over het opvoeden van kinderen. Of nee, nu moet ik eerlijk zijn, we waren aan het praten over hoe ik mijn kinderen opvoed.

Mijn moeder is mijn grootste fan, van haar heb ik heel veel van mijn denkbeelden geleerd. Maar laatst had ze een klein puntje kritiek op me wat heel diep binnen kwam. Ze zei dat ik de lat zo ontzettend hoog leg, dat ik zo fel kan zijn in mijn wens het perfect te doen. Dat dat dus niet altijd nodig is. En verdomt, ze heeft gelijk.

Het is iets wat ik ook vaak om me heen zie. Moeders die zichzelf veel kwalijk nemen, eindeloos twijfelen over de kleinste dingen. Doen we Rapley of de Kleintjes methode? Attachement parenting of Onvoorwaardelijk Ouderschap? Keuzes die heel dicht bij elkaar liggen, en eigenlijk allemaal wel goed zijn. Maar zo voelt dat soms niet. Het nadeel van goed ingelezen zijn is de keuzestress. Het idee dat de verkeerde beslissing tot een volledig ontaard kind leidt.

Hier maak ik mij zelf ook schuldig aan (vandaar de liefdevolle vermaning van mijn OG moeder). Met name naar mijn twee oudere jongens kan ik me flink schuldig voelen. Ik ben het niet meer altijd eens met de keuzes die ik maakte toen ze klein waren. Soms betrap ik me er op dat ik hun persoonlijkheid zit uit te pluizen om te herleiden welke ‘fouten’ komen door de ‘fouten’ die ik toen maakte…….ja…niet echt het meest gezonde gedrag.

Dus bij deze nogmaals, voor mij en voor jou (say it with me!):

Je hoeft het niet perfect te doen, je moet het gewoon niet verkloten.

Kinderen zijn heel flexibel. Uit behoorlijk slechte omstandigheden komen toch liefdevolle, prachtige mensen tevoorschijn. De geest past zich aan.

Ja, ik blijf mijn best doen. Ik wil ze de beste kansen geven, ik wil leren en vertellen. Maar ik moet ook onthouden dat het ok is. Ik ben best goed bezig, ik heb drie geweldige kinderen die het prima doen. Zolang ik oprecht van ze hou, en geen rare dingen doe, komt het wel goed met ze.

Bij deze mijn voornemen: af en toe laat ik die stomme lat gewoon lekker voor wat ie is en drink ik een kopje thee, op de bank, met drie kinderen om me heen. En als ze geluk hebben lees ik ook nog wat voor ook.

 

 

 

Tufteren

2016-09-02-20.38.31.jpg.jpg
Ik en mijn moeder, zeer elegant aan het pauzeren in de Zwitserse bergen.

Ik zal een jaar of 8 geweest zijn. In die tijd gingen we elk jaar op vakantie naar Zwitserland, om daar prachtige bergtochten te maken. Een aantal van mijn favoriete en vormende jeugdherinneringen vinden plaatst tijdens dat soort tochten.

Dit keer hadden mijn ouders een wandeling op het oog naar het kleine dorpje Tufteren. Daar zouden we dan wat rusten om met de Gondeli terug te gaan. Op de kaart leek het goed te doen.

Bleek even anders. Het hoogteverschil was enorm! Urenlang liepen we een steile berg op, zonder bewoning tegen te komen. Hoe hoger we kwamen, hoe slechter het weer werd. Ik zie nog heel helder voor me hoe we onder een boom even stopten zodat mijn moeders mij en mijn zusje hun regenjassen aan konden doen. Vier vrouwen, in eenzaamheid tegen de berg en de elementen.

Omdat jonge kinderen vooral op motivatie lopen, werden Zusje en ik de berg op gepraat. Tufteren werd het beloofde land. Daar wachtte warme chocomelk, gebak, warmte en al wat we maar konden wensen.

In mijn herinnering liep ik redelijk stoïcijns door en klaagde ik niet. Of dat klopt moet je aan mijn moeder vragen, maar ik behoud me het beeld van het dappere kleine meisje. Ik geloof dat ik er, ondanks de ellende en de kou, het avontuur er wel van inzag.

Maar goed, uiteindelijk, na een lange tocht…..

..bleek Tufteren letterlijk 2 huizen, een schuur en een kerk..meer niet.

Ken je die vermoeidheid en verbijstering die omslaat in lachen? Dat je van verslagenheid de humor inziet? Zo waren we. Of nochtans, zo herinner ik het me.

Mijn ouders, inziend dat we wel echt meer nodig hadden dan een schuur kon bieden, liepen kordaat op de kerk af en vroegen om hulp. Daar werden we binnen gelaten en kregen we thee en ovomaltine. Onze natte spullen mochten over de verwarming en langzaam maar zeker kwamen we wat bij.

Uiteindelijk is mijn ene moeder met mij en Zusje naar de Gondeli gegaan en is mijn andere moeder, geheel uit eigen beweging, terug gaan lopen. Schijnbaar was er nog een steiler pad om te proberen. Friese koppigheid.

Sindsdien is Tufteren een legende in mijn ouderlijk gezin. Elke andere tocht werd er aan afgemeten, elk jaar werd het verhaal opnieuw verteld (en werden de ontberingen iets dieper uitgemeten). Tufteren is deel van onze historie, onze legendes.

(Overigens heb ik net op Google Maps het dorpje opgezocht en in de jaren is het nogal gegroeid. Om de een of andere reden voelt dat niet eerlijk. Hoe durft de ontwikkeling mijn jeugdherinneringen uit te wissen.)

Ieder gezin heeft deze legendes. Onze gedeelde ervaringen, onze avonturen, zijn verweven in de band die ons bij elkaar houdt.

Mijn ouderlijk gezin is uit elkaar gevallen zoals dat bij vrijwel alle gezinnen gaat. We houden zielsveel van elkaar maar we wonen niet meer in hetzelfde huis, soms niet eens meer in hetzelfde land. We zijn gescheiden door afstand, werk, de volgende generatie en helaas ook door de dood. Maar onze gezamenlijke geschiedenis is een draad die ons verbindt.

Als we weer bij elkaar zijn hoeft er maar iemand te vragen “weet je het nog, Tufteren?” en we zijn er weer. Vier vrouwen op een berg, tegen de elementen, niet stuk te krijgen.

Moeders vermist!

_DSC0511

Wereldwijd zijn talloze vakantiefoto’s bestudeerd door een team van experts. Na eindeloze beelden te bekijken van bergen, zeeën, vakantiehuisjes, parken, tenten, bussen, vliegtuigen en bossen komt ons team tot een verbijsterende conclusie: We missen de moeders!

Op de vrolijke kiekjes zijn vaders en kinderen ruim aanwezig. In verschillende gezellige poses laten zij zich rijkelijk fotograferen. Slechts de moeder ontbreekt.

Na hun onthutsende bevindingen te hebben gepresenteerd is er een internationaal Search en Rescue team samengesteld. Doorgewinterde specialisten om onze moeders te lokaliseren. Bij een missie ter plaatse kwam de choquerende waarheid boven tafel.

De moeders bevinden zich achter de camera.

 

Ok. Maar alle gekheid op een stokje nu. Dit is wel een echt ding. Kijk eens naar je eigen vakantie foto’s.  Best kans dat je er amper opstaat. Of alleen als selfie. Graaf ook eens je oude jeugdfoto’s op. Hoe vaak staat jouw eigen moeder op de plaat? Er zijn zeker uitzonderingen, maar  meestal is het redelijk droef gesteld.

Het zal je niet verbazen dat ik dus net terug ben van vakantie. Hartstikke leuk joh, maar er is maar 1 foto waar ik niet met uitgestrekte hand op sta. En toen had ik zelf gevraagd of mijn Officier een foto wou maken. (Wat uiteraard een hint was om dat vaker te doen, wat ie totaal niet heeft opgepakt, wat ook totaal te verwachten was. Dus als je dit leest liefje, of je vaker de camera wil pakken.)

Maar wat zegt dit nu? Wat verteld dit over ons en belangrijker nog, wat moeten we ermee? Ik heb geen pasklare antwoorden. Wel een hoop mijmeringen.

Bijvoorbeeld het opgelaten gevoel wat ik had toen ik vroeg of meneer een foto van me wou maken. Het voelt ijdel, kunstmatig. Maar is het dat? Wat zou het heerlijk bevrijdend zijn als ik zonder bijgevoel om een plaatje kan vragen. Zou ook wel zo zuiver zijn. Ik heb een behoefte (ook af en toe op de foto staan) dus ik geef het aan. Zo ‘hoort’ het wel een beetje.

Toch blijft er een deel van mij wat wil dat het vanzelf gaat. Dat ik er niet om hoef te vragen. Gefotografeerd worden is letterlijk gezien worden. Erkend worden. De ultieme bevestiging dat je er mag zijn.

Wat zou het heerlijk zijn als dat vanzelf gaat. Stiekem zou ik een beetje vakantie-papperazzi wel waarderen.

Of moeten we het zo laten? Zelf in onze eigen behoefte voorzien. Met selfie-stick en zelfontspanner ons moederschap in beeld brengen? Dat geeft wel een bevrijding, een zelfstandigheid. Maar ergens ook een eenzaamheid.

Grappig trouwens, hoe dat veranderd is. Terwijl ik dit schrijf herinner ik me waarom er weinig foto’s van mij als puber en jongvolwassene zijn. De grap die ik maakte dat ik fotograaf werd omdat ik zelf niet op de foto wou. Ergens toen het meisje moeder werd is dat veranderd. Nu is het niet meer zo vreselijk. Waarom vond ik dat ooit zo erg? Geen idee meer. Vast iets met puber existentialisme en angst.

Ergens, ooit, geen idee meer hoe of waar, hoorde ik het verhaal van een moeder die overleden was. Niet heel jong, maar toch droevig. Toen haar kinderen foto’s zochten voor de dienst bleek dat ze er maar twee konden vinden waar zij op staat. Twee foto’s op een heel leven.

Zo droevig is het bij mij nog niet. Maar ergens is dit wel een ding, en ergens heeft het iets te maken met onze onzichtbaarheid. En daar hou ik niet van.

Zullen we met z’n allen op vakantie? Naar zo’n stom huisje? En dan heel veel foto’s van elkaar maken. Lekker gezellig.