Tien seks tips voor hippie ouders

Seks na de bevalling, ofwel post mortem….eeeeeehhh, post partum seks. Moeilijk zat voor een middle of the road ouder, maar wat moet de hippie met draagzak, voedingsbh en co sleeper beginnen?

Niet iedere ouder heeft er meteen weer zin in, maar we gaan hier even uit van moeders en vaders die wel weer eens uitkijken naar een potje horizontale tango. Heb je dat niet, dan lees je maar lekker mee als voyeur. Ben je toch nog een beetje geil bezig.

Tip 1: Verwacht verandering.

Vrolijk en onbezonnen zweefde je over festivals. De vrije liefde stroomt en je doet wat je wil, met wie je wil en wanneer je wil. Eeeennnn, dan krijg je een kind. Geweldig, prachtig, transformerend…. en erg lastig om omheen te plannen.

Ga nou niet zitten verwachten dat je leven teruggaat naar hoe het was. Adoptie nagelaten kan dat nu echt niet meer. Er komt wel een nieuw soort normaal. Die ga je vinden en daar ga je aan wennen. Duurt wel even. Stel je verwachtingen bij, of loop teleurgesteld rond. Jouw keus.

Tip 2: Verwacht verandering.

Nee, ik haper niet. Maar naast de verandering in je leven, gaat je lijf ook veranderen. Al die uren waarop je de exacte tantrische handelingen hebt ontdekt die je naar extase leiden…..mag je dus mooi opnieuw doen.

Het is niet zo gek dat een vagina veranderd nadat er een kind uitgekomen is. Maar zelfs bij een keizersnede is niets hetzelfde. De gevoelige plekjes op je lijf verplaatsen, of willen nu anders gestimuleerd worden.

Ook bij de mannelijke ouder zijn er verschillen. Zijn testosteron nivo past zich aan, zeker als er veel wordt gedragen en samen geslapen. Dat is een goed iets, het helpt hem om een beter vader te zijn. Maar het kan ook gevolgen hebben voor de seks drive en de behoeften tijdens intieme spelletjes.

Aangezien dit toch wel gaat gebeuren zou ik het als positief zien. Je hebt de kans om elkaar opnieuw te leren kennen. Wie weet wordt je weer helemaal opnieuw verliefd. Klinkt niet verkeerd toch?

Tip 3: Zoek je plekje.

Hoe klein dat kind ook is. Je huis is ineens vol. De logeerkamer is een kinderkamer geworden, die je niet gebruikt, want jouw bed is nu ook het kinderbed. In de huiskamer ligt speelgoed, een kast vol met draagdoeken (want het plan om er maar eentje te kopen bleek wel heel snel uit het raam) en een wasrek met katoenen luiers.

Er gaat een grapje rond in hippie kringen: “Co sleepers do it everywhere”. En dat is waar. Als het je eenmaal lukt om de kleine een keertje wel te leggen tijdens een slaapje, begint een soort speurtocht. Welk oppervlak is vrij genoeg om op te vrijen? De bank is een goede (hou die in gedachten als je op bezoek komt bij hippie ouders), maar een stevige stoel kan ook. Of de wasmachine, of in de douche, of op het kleed, of….nou ja, je snapt het al. Het hele huis is vrij spel! Wel even opletten op die ellendige duplo blokjes, die doen pijn aan je rug.

Tip 4: Zoek een oppas.

Het vereist wel wat planning en de spontaniteit is er een beetje af, maar een Nookie Nanny (niet mijn woord, ik wou dat ik het kon claimen, maar ik heb het ergens op Facebook gehoord) kan heel handig zijn voor je seksleven.

Roep dat je echt de was moet doen en bind de draagzak met baby om oma heen. Vind ze vast leuk. Zeg haar zeker een uur te gaan lopen. Laat die was maar liggen, oma weet wel wat je aan het doen bent. Ze is ook jong geweest. Doe de deur dicht, kijk elkaar aan en sprint naar het bed.

Tip 5: Put the baby down!

Ik ben enorm voorstander van continu huidcontact in het eerste half jaar. Ook tijdens het slapen wil je kroost bij je zijn, en dat is niet alleen normaal, dat is zelfs heel belangrijk. Maarrrrrr! Na een paar maanden kan je tijdens een dutje wegsluipen. Liggend voeden helpt hier enorm bij. Als echt diepe slaap eenmaal optreed, koppel dan los en rol als een ninja. Let op! Nog niet helemaal weg gaan. Nu merk je of jouw kleine er ok mee is. Komt er na een minuut of wat nog geen reactie, dan heb je prijs. Sluip naar beneden en bespring je partner. Ben je alleen? Lieverd, dat hoeft een potje goede seks niet in de weg te staan. Masturbeer een heerlijk eind weg.

Tip 6: Voorbereiding in je voorspel.

In het pre baby tijdperk had je tijd om in de stemming te komen. Mediteren terwijl je elkaar in de ogen staart, chakra massages, wierook branden, alles kon. Nu weet je nooit wanneer die gouden kans gaat komen en als het er is, heb je geen idee hoe lang het duurt. Maar om nu van nul naar neuken te gaan in twee seconden?

Voorspel hoeft niet altijd direct voor het vrijen. Het kan de hele dag door. Stuur elkaar eens een leuk appje, fluister wat in een oor. Zoen elkaar tijdens de afwas. (Waarna je peuter uiteraard onmiddellijk tussenbeide komt.)

Zolang je allebei duidelijk hebt dat dit flirten in principe los staat van de eigenlijk daad, kan het de hele dag door. Mocht er dan een moment komen, dan heb je niet veel nodig om, eehh, in actie te komen, zeg maar.

Tip 7: Hou rekening met de borsten.

Borsten veranderen. Je hele leven door, maar zeker na een baby. Als de dames vroeger een onderdeel waren van het seksspel, ga er niet meteen vanuit dat dat hetzelfde blijft. Voor een borstvoedende ouder voelt het wel anders als er gemiddeld 100 keer per dag een kind aan hangt.

Communicatie mensen! Vraag het even. Probeer eens wat(met toestemming), overleg met elkaar en geef eerlijke feedback. Misschien moet het anders, misschien kan het even niet meer, misschien moet het harder, of zachter of alleen links. Kwestie van samen ontdekken.

Enne, ja, er kan melk uitkomen tijdens de seks. Niet moeilijk over doen. Als partner weet je zo wel zeker dat je goed bezig bent, het komt namelijk door flinke opwinding (wat gestuurd wordt door hetzelfde hormoon als de toeschietreflex). Seks is sowieso plakkerig en hopelijk nat. Nu gewoon wat meer.

Tip 8: Bemoei je ermee.

Zeker bij de hippie kan de band tussen moeder en kind heel sterk zijn. Samen zijn ze werkelijk een dyade. Voor de partner kan het lastig zijn om daar tussen te komen.

Niet jaloers gaan doen, niet gaan eisen. Dat werkt averechts. De truc is om juist te gaan steunen. Ten eerste creëer je dan warme gevoelens naar elkaar. Je weet wel, van die gevoelens waardoor vonken overslaan. Ten tweede sta je dichter bij elkaar als je samen gefocust bent op hetzelfde (je kind dus). Zo werk je naar een gezamenlijk doel, en daar komen dan weer die fijne kriebels van.

Wat ben je liever? Een jaloerse, afstandelijke partner? Of een warme, betrokken ouder? Precies, dat dacht ik al. Dus leer een draagdoek knopen en een luier vouwen. Wie weet komen die knooptechnieken nog eens van pas. (Snappie? Ja? Wink, wink, nudge, nudge? Oh, ok. Ik bedoel bondage ja!)

Tip 9: Geef het tijd.

En nu praat ik niet alleen tegen de partner. Beide ouders doen er goed aan om even geduld te hebben. Ten eerste kan het zijn dat je fysiek moet herstellen van de bevalling, maar meer nog dan dat, je moet je comfortabel gaan voelen in je nieuwe rol.

In de eerste weken met mijn eerste kind was ik trots als ik ons beide voor twee uur s’middags had aangekleed. Ik maakte me echt zorgen hoe dat dan moest als ik weer ging werken. (En is dat niet de meest stomme term ooit. “weer ging werken”, alsof wat ik op dat moment deed geen werk was. Maar goed, ik dwaal af. Terug naar seks)

Voor een kind zorgen is een skill, best nog een ingewikkelde ook. En net als met elke andere skill gaat dat in het begin wat moeizaam en na een tijdje echt heel makkelijk. Wanneer je weer zin hebt om naast het oefenen van nieuwe skills wat anders te doen met je partner is voor iedereen verschillend. Al bespring je elkaar zodra je de kraamverzorger uitzwaait. Ik vind het prima. Maar als dat niet zo is, heb geduld. Wacht met zorgen maken totdat een luier verschonen niet meer op een millitaire operatie lijkt.

Tip 10: Waar je kind bij is.

Eeennnn, als uitsmijter worden we lekker controversieel. Het is echt, echt, echt ok om seks te hebben op dezelfde kamer waar je baby ligt te slapen. Sterker nog, als het bed groot genoeg is, hoef je niet verder dan de andere kant.

Ik beloof je dat de kleine er geen trauma aan overhoudt. Als ze je kunnen zien douchen, poepen en snurken, dan is een vrijpartij, terwijl ze slapen en dus feitelijk niets zien, echt ok. Sterker nog, normale intimiteit meemaken tussen je ouders is nodig om later zelf intieme relaties aan te gaan.

Juist het kind wat als baby slapend de geluiden heeft gehoord en misschien het bed wat voelde bewegen, zal later niet geshockeerd zijn als zij eens per ongeluk binnen loopt. Volwassenen die zeggen door hun ouders getraumatiseerd te zijn zullen ofwel als baby apart geslapepen hebben, ofwel blootgesteld zijn aan echt grensoverscheidend gedrag.

Vanaf een bepaalde leeftijd is het niet meer ok. Geen idee welke precies. Dat voel je wel aan denk ik. Rond diezelfde leeftijd zullen ze ook om een eigen kamer gaan vragen (nee, niet om weg te komen van hun seksverslaafde ouders, gewoon, omdat elk gezond mens dat op een gegeven moment doet) dus dan is het hele probleem opgelost.

Wie heeft er een hechtingsprobleem?

Zeker binnen de AP/NP/CC (oftwel gewoon hippie ouders) beweging wordt er veel over hechting gepraat. Het is belangrijk, duurt een leven lang maar gebeurt vooral in de eerste jaren en vraagt tijd en energie van ouders. Maar wat gebeurt er nu als die hechting niet goed verloopt? Als het zo belangrijk is maar nog niet veel gedaan wordt, waarom zien we dan geen samenleving van psychopaten om ons heen?

Om maar meteen de knuppel in het hoenderhok te gooien…dat zien we dus wel. Ik praat nu over de westerse wereld en met name Nederland. Dat is namelijk de samenleving die ik zie en waar ik het beste voor kan spreken. En om maar even kort door de bocht te gaan; we zijn met z’n allen hartstikke ziek. Ik durf best te gokken dat ongeveer 99% van de Nederlandse bevolking een hechtingsprobleem heeft. Jij, ik, de buurvrouw en je oma, het gaat met vrijwel niemand echt goed.

Maar waar zijn die mensen dan? Ik zie ze niet hoor?

Snap ik best. Maar dat is een mooi gevalletje van door de bomen het bos niet meer zien. De symptomen van een hechtingsprobleem zijn zo veelvoorkomend dat we ze voor normaal aanzien.

Wat zijn de symptomen?

In het meest ernstige geval spreken we van een hechtingsstoornis. Dan praat je over een volwassene met een onvermogen om een liefdevolle relatie met een ander aan te gaan. Dan is er in de vroege jeugd vaak sprake geweest van misbruik of ernstige verlating.

Maar daar gaat het nu niet alleen over. Ik praat vandaag over de hechtingsstoornis light, wat ik dus maar een hechtingsprobleem noem. En wat stiekem helemaal niet zo ´light´ is.

Hoeveel mensen ken je met relatie problemen? Vreemdgaan, liegen, jaloezie? Wie heeft er allemaal constant bevestiging van buitenaf nodig? (Hoe graag wil jij dat je partner regelmatig zegt dat je er leuk uit ziet?) Wat dacht je van eetproblemen, body issues, homofobia, burn-out, depressie, angsten en slaapproblemen?

Kijk eens naar hoe we kinderen behandelen? Waarom vinden we het raar als ze borstvoeding krijgen? En normaal als ze in hun eentje liggen te huilen?

Keer het eens om. Hoeveel mensen ken je die echt gelukkig zijn? Niet Facebook gelukkig, maar echt. Dat is zeldzaam.

Ik sta hier niet te beweren dat elke depressie veroorzaakt wordt door een moeder die je niet genoeg knuffels gaf, maar ik denk dat de wortel voor wat er mis is met onze samenleving te vinden is in de manier waarop we met onze kinderen omgaan.

Eigenlijk kan ik het heel kort zeggen. Hoe kan je in vredesnaam denken dat een samenleving die mensen als Trump, Wilders en Thierry Baudet aan de macht hebben gestemd normaal is? En ik heb het niet alleen over degenen die hun rode vakje hebben aangekruist, maar ook over de rest van ons, die het accepteert dat ze macht hebben. Dat is toch, als we even heel eerlijk zijn, hartstikke ziek?

Moet ik dan boos worden op mijn ouders?

Nee, alsjeblieft, ga dat nou niet doen. Laat me even voor mij en mijn moeders spreken, want jouw gezin ken ik niet.

Ik geef onmiddellijk toe dat ik bij de 99% hoor. Ik ben onzeker, heb veel foute relaties gehad, zoek nog steeds bevestiging bij mijn partner en droomde toevallig vannacht nog dat de beste vent vreemd ging. Ik heb een depressie en een burn-out overleefd. Ik heb echt wel een hechtingsprobleem. Maar dat is niet de schuld van mijn moeders.

Beide grootse dames komen uit een streng gezin. Bij een van de twee was het zelfs ronduit liefdeloos. Het is niet mijn verhaal om hier te vertellen, maar ik kan wel zeggen dat ze affectie heeft gegeven die ze nooit zelf heeft ontvangen, en dat is een bijna onmogelijke prestatie.

Met alle kennis, liefde en steun die ze hadden, hebben ze ongelofelijk goed hun best gedaan. Ik had een prettige, warme en veilige jeugd. Mijn hechtingsprobleem komt niet door hun, ik ben in staat om van anderen te houden en door mijn problemen heen te werken dankzij de liefde die ze gaven.

Het heeft geen zin om met de geweldige visie van achteraf te gaan roepen dat de vorige generatie het anders had moeten doen. Als je net als ik liefde hebt gehad, wees dan dankbaar. Je hebt naar alle waarschijnlijkheid meer gekregen dan je ouders hebben ontvangen. Mocht je niet zoveel geluk hebben gehad, dan hoop ik dat je, net als mijn moeder, genezing vindt en het toch kan geven.

Maar hoe komt het dan wel?

In dit stukje heb ik daar al eens wat over verteld. Heel kort; beschaving gebeurde. Kleine, hechte gemeenschappen vielen uiteen in geïsoleerde gezinnen waar de opvoeding door Den Wetenschap van vervelende mannen werd gedicteerd. We verloren de wijsheid die we duizenden jaren lang van ouder op kind doorgaven.

We zijn ervan terug aan het krabbelen, elke generatie lijkt het ietsjes beter te doen dan de vorige. Maar het gaat langzaam, er is zoveel kennis en vertrouwen verloren geraakt. En hoewel het intermenselijk contact langzaam verbeterd, raken we het contact met de natuur steeds meer kwijt. Dat is een groot probleem.

Ok, hoe lossen we het dan op?

Door meer te geven aan je kinderen dan je zelf hebt ontvangen. Door je eigen wonden te helen en ze zo niet meer door te geven. Door te leren van volkeren die niet zo stom zijn geweest als wij.

Draag je kinderen, voed je kinderen, slaap naast ze en heb geduld met ze. Op een dag zijn ze groot, op hun beurt ook weer imperfect, maar beter dan wij waren. Dan is het hun beurt om ons te verbeteren.

Ik kan niet slapen naast mijn kind.

Wat nu als je totaal gelooft in de waarde van co-slapen, maar zelf niet slaapt naast je kind? Dat je daar dan ligt, wakker van elk geluidje, langzaam wegglijdend in een zombie staat.

Ben je dan een slechte moeder? Of moet je dan je kind toch maar naar een eigen kamer verbannen? (spoiler: nee)

Het gebeurt nog best vaak. Dat een vrouw zich heilig voorneemt om elke nacht heerlijk naast haar kindje in slaap te vallen. Om dan in de realiteit wakker te liggen luisteren naar elk kuchje. Hoe komt dat toch?

Je eigen jeugd.

Ooit was jij zelf die baby. Toen was je klein, met kleine teentjes en kleine haartjes. Naar alle waarschijnlijkheid hield jouw moeder net zoveel van jou als jij van jouw kind. En juist omdat ze van je houdt volgt jouw moeder het dringende advies op wat ze van alle experts hoort. Ze legt je in een eigen kamertje om je te leren slapen in isolatie en stilte. Misschien ging het makkelijk, misschien was het moeilijk, maar uiteindelijk heb je leren slapen in een stille kamer op een stil bed.

Wakker worden.

Wat ik ook vaak hoor is dat kinderen ‘te vaak’ wakker worden naast de ouder. In een eigen kamer wordt er langer doorgeslapen. Hier wordt een fundamenteel verkeerde aanname gedaan; dat vaak wakker worden ongewenst is.

Baby’s zijn er niet voor gemaakt om diep te slapen. Het is de bedoeling, en heel belangrijk, dat ze na elke slaap cyclus even (half) wakker worden. (Een slaapcyclus van een baby duur zo ongeveer 50 tot 90 minuten.) Na wat geruststellende input (de aanwezigheid van de moeder, een aanraking of van voeding) begint de volgende slaap cyclus.

Bij afwezigheid van de ouders kan een kind onnatuurlijk diep gaan slapen. Voor de baby is afwezigheid van de ouders namelijk een noodsituatie en in nood kan je als kleintje maar beter heel stil zijn.

Het risico van te diep slapen is dat de ademhaling heel soms stopt. Dat noemen we dan wiegendood. Verder is het voor de ontwikkeling van de hersenen belangrijk om een zeer regelmatige toevoer van voeding te krijgen. Ik snap dat het frustrerend is dat je kind een klein slokje neemt en weer gaat slapen. Dat kan voelen alsof je voor de gek wordt gehouden. Maar dat kleine slokje is hartstikke belangrijk.

Langer slapen is dus geen betere slaap. Veilige slaap is betere slaap en kinderen zijn veilig bij hun ouders.

Ik lig wakker. En nu?

Het is heel, heel moeilijk om de gewoonte van een stille kamer af te leren. De behoefte aan nachtelijke rust zit zo diep als maar kan. Het helpt om je te realiseren waar het vandaan komt. Volhouden helpt ook. Het is geen leuke gedachte, maar uiteindelijk slaap je echt wel. Je kan ook aan tussen oplossingen denken. Als het echt niet gaat om elke nacht naast je kindje te liggen, is afwisselen met je partner een betere keus dan het kind op de eigen kamer.

Het is niet helemaal hetzelfde, maar ik heb altijd enorme problemen gehad met inslapen. Uren lag ik te lezen of te woelen in de hoop dat slaap kwam. Soms kwam de ochtend zelfs eerder. Uiteindelijk heb ik voor mijzelf een oplossing gevonden. Ik sliep namelijk te veel. Vroeger waren we er van overtuigd dat iedereen echt acht uur slaap nodig heeft, tegenwoordig weten we dat dat per persoon verschilt. Als ik acht uur ga slapen, dan slaap ik de volgende dag niet meer.

Dus zette ik mijzelf op slaapdieet. Op twaalf uur mocht ik naar bed, om zes uur stond ik op. Ongeacht hoeveel ik eigenlijk sliep. Allejezus wat was dat zwaar. Ik liep er de eerste week bij als een zombie. De tweede week ging het iets beter, ik begon sneller in slaap te vallen. Ergens in de derde week was het over. Ik had mijzelf een nieuw slaappatroon aangeleerd wat beter bij mij past. Ik zal nooit zo iemand worden die gaat liggen en slaapt. (Echt…..Officier Pappa kan dat dus…soms kijk ik er naar met een mengeling van boosheid en afgunst.) Maar ik doe er nu ook geen uren meer over. Met hoogstens een half uurtje slaap ik.

Hou vol!

Ik heb geen idee waar het vandaan komt, maar ik hoor vaker dat het drie weken duurt om een nieuw patroon te leren. Gun jezelf minimaal die drie weken. Sterker nog, gun jezelf 30 dagen. Maak een kalender aan, hou het stug vol. Best kans dat je voor de 30 dagen op zijn geen last meer hebt van die snurkende baby naast je. (Baby’s kunnen zo ontzettend lief snurken! Jammer dat het bij vaders dan weer minder schattig klinkt)

Als het echt te zwaar is, doe dan wat je kan. Wees creatief, verzin oplossingen, schakel je partner en desnoods de hele familie in. Je bent een cyclus aan het doorbreken hier. Want ooit is ook jouw kind groot en best kans dat je dan oma word. En jouw grote kind, die ooit gewend is geraakt aan jouw nachtelijke geluiden (oh ja…jij maakt ze ook. En voor wie het niet weet, mamma’s snurken heel lief. Het klinkt als roosjes die langs een gouden harpje gehaald worden…echt waar!) zal het veel makkelijker hebben dan jij het had. Dus lieve, oververmoeide ouder, hou vol! Doe het voor je kleinkind.

Het is niet erg! Of hoe we de gevoelens van kinderen ontkennen.

Als je met enige regelmaat rond kinderen hangt hoor je af en toe de zin: “Het is niet erg.” Meestal voorafgegaan door iets wat in de ogen van dat kind wel degelijk erg is en gevolgd door een onzinnig advies als “gewoon weer opstaan.”

Dat is best wel stom gedrag eigenlijk. Ja, ik snap dat we het heel normaal vinden, maar stel je eens voor dat we het bij een volwassenen doen? Ooit gezien hoe we reageren als er iemand van zijn fiets af donderd? Dan staan we er allemaal bezorgd omheen.

Of stel je voor dat je je beste maatje belt om te klagen over die vervelende collega, en dat je dan te horen krijgt dat je “gewoon morgen weer naar je werk gaan, niets van aantrekken.” (In dat opgewekte rotstemmetje wat we reserveren voor kinderen.)

Dat doen we niet, of althans, dat doen we niet bij volwassenen.

Andere vormen.

Subtieler is het als we meningen en voorkeuren gaan ontkennen. Dat een kind aangeeft niet naar een afspraakje te willen. “Ja maar liefje, dat vond je vroeger wel leuk hoor. Ga nu maar, het zal vast wel meevallen.”

Als je daar over nadenkt is dat echt een hele onveilige opmerking. Wat we in essentie zeggen is dat hun gevoel naar een ander er niet toe doet. Dat ze niet op hun instincten mogen vertrouwen.

Ook heb je de:

“Dit vind je wel lekker”

“Het wordt vast leuk”

“Je hoeft niet bang te zijn” (Dat is echt zo’n klassieker.)

“Dit zou jij leuk moeten vinden”

“Ja maar daar hou je toch van”

Allemaal manieren om over de gevoelens en beleving van een kind heen te praten. Allemaal dingen die echt totaal onacceptabel zijn om bij volwassenen te doen. (Ja, totdat je echt goed oud bent, dan mag het schijnbaar weer wel.)

Wat dan wel?

Maar wat zeg je dan wel? Hoe krijg je dan je kroost zover dat ze vrolijk doen wat jij bedacht hebt?

Nou…niet dus.

Soms is het wel erg, en dat mag dan ook best gezegd worden. Je krijgt echt geen kleinzerig kind als je na een val iets zegt als “Och lieverd, ik zag dat je viel. Kan ik je helpen?” Maar heel misschien krijg je er wel een kind met wat empathie van. Kunnen we wel wat meer van gebruiken, als samenleving.

En om het rijtje maar af te gaan, wat dacht je van:

“Ik zou het leuk vinden als je het proeft.”

“Kan je me vertellen wat je niet leuk vindt? Misschien kunnen we samen een oplossing vinden.”

“Dat kan inderdaad best spannend zijn, vroeger was ik ook wel eens bang.”

“Zullen we dan iets anders vinden wat je wel leuk vindt?”

“Sorry, wist niet dat jouw smaak weer veranderd was. Zullen we een oplossing verzinnen?”

Laatste tip.

Even een uitsmijter. Waar ik dan wel weer voorstander van ben is na een valpartij even wachten met reageren, twee tellen maar. Kleine kinderen doen namelijk iets heel handigs. Als ze schrikken kijken ze meteen naar het gezicht van de meest vertrouwde volwassene. Daar zien ze hoe ze ‘behoren’ te reageren.

Oftewel, als de peuter haar teen stoot en jij kijkt meteen alsof je de ambulance gaat bellen, ja, dan gaat de sirene af. (flauw!) Blijf je kalm en zo neutraal mogelijk, dan heeft de gewonde peuter de kans om zelf even te bedenken wat ze er eigenlijk van vinden. En dan ga je rustig en empathisch om met die reactie.

Hoe ga je om met bedtijdstress?

Zeven uur is kinder bedtijd. Door heel Nederland voltrekt zich dan hetzelfde ritueel. Kinderen protesteren en stellen uit waarna ouders tot hun grote frustratie vrijwel de hele avond boven spenderen .

Ik hoor veel moeders klagen dat hun kleine kind niet wil gaan slapen om zeven uur, of in ieder geval niet in de daartoe aangewezen kamer. Er wordt vaak om raad gevraagd. Wat is nu de grote truc om de ellende rond bedtijd op te lossen?

Nou…eeehh…wat dacht je van het afschaffen van het hele concept?

Elk mens, groot of klein, wil op een gegeven moment gaan slapen. Dat gebeurt helemaal vanzelf. Kinderen hebben echt geen instinctieve hekel aan slaap. Waar ze weerstand tegen hebben zijn de moderne, westerse, ideeën van waar, hoe en wanneer die slaap zich nu moet afspelen.

Ik heb het op een gegeven moment los gelaten. Moet ik ook bekennen dat ik nogal een hekel heb aan boven zitten wachten op een kind wat maar niet gaat slapen. Dus deed ik dat gewoon niet meer. Ergens midden in een depressie stopte ik met mijn kinderen naar bed brengen. (Depressies kunnen verrassend leerzaam zijn. Alles wat ballast is valt van je af.) Het resultaat was dat ze, helemaal vanzelf, op de bank in slaap vielen. Na een tijdje kon ik ze dan makkelijk naar boven tillen.

Met de jongste begin ik er helemaal niet aan. Ze heeft geen bedtijd. Ze is bij me en valt vanzelf in slaap. Er zit nooit dwang achter. En nu heb ik een peuter die totaal geen hekel heeft aan slaap. Ik kan met haar overleggen wat ze wil, ze geeft het vanzelf aan. Na twee kinderen die bij het woord “slaap” in totale staking gingen is dat best wel een opluchting.

Veiligheid.

Veiligheid is wel een puntje waar je op moet letten. Een bank is nogal een gevaarlijke plek voor baby’s om te slapen. De kussens en kieren maken het best een risico ding.

Het is dus zaak een veilige slaapplek te creëren in de woonkamer. Wij hebben dat gedaan door deze bank te nemen. Dat is stiekem een bed. Ook super handig als je schoonmoeder komt logeren.

Maar je kan ook een los ledikant matras in de kamer leggen, of zo’n hippe strecher die ze bij kinderdagverblijven gebruiken. Of je houdt je kindje lekker op schoot, dat is namelijk een ontzettend goed excuus om je partner voor alles te laten lopen. Wel van te voren goed plassen.

School.

Toen mijn oudste twee naar school gingen, gooide dat wel een spaak in het wiel. Van nature gingen ze wat later slapen dan optimaal voor een school ochtend. We hebben toen wel weer een bedtijd ingesteld. Maar we blijven er erg relaxed onder. Ik eis ook nooit dat ze gaan slapen. Het enige wat moet is op bed liggen en een beetje rustig doen.

Een kind van vier is ook een stuk prettiger op bed te leggen dan een baby. Met mijn vier jarige zoon kon ik praten, uitleggen waarom het beter is. Tegen een dreumes kan je lullen als Brugman (hahaha, wie weet die nog?) maar ze doen toch lekker wat ze zelf willen (en terecht).

Aangezien ik goede hoop heb om de jongste het school systeem te besparen, ben ik heel nieuwsgierig hoe ze zich gaat ontwikkelen wat bedtijd betreft. Ik heb vooralsnog geen plannen om daarin te gaan sturen. Het lijkt ook totaal niet nodig.

Oh, en mag ik even, heel even, klagen? Het is toch hemeltergend dat we, met al onze moderne vaardigheden, kennis en 24 uurs economie, nog steeds uitgaan van een werk en schooldag die rond 8 uur begint.

Het zou niet eens moeilijk zijn om een school te ontwerpen waar kinderen in hun eigen ritme kunnen werken. Kwestie van digitaal inloggen wanneer je binnen komt en lekker aan je eigen werk. Maar nee! Zeker de helft van de kindertjes zit s’ochtends met een slaaphoofd in de kring. Lekker nutteloos.

Me time!

Nou goed, daar ging het hier niet over. Het ging over bedtijd. En dat je dat eigenlijk prima los kan laten.

Nou, ik heb s’avonds echt even wat ‘me time’ nodig hoor. Ik wil ook met een wijntje op de bank mijn serie kijken.

Ah, ja. Dat had ik kunnen verwachten van je. Maar ok, ik snap het wel. (Ook al heb ik echt een grondige hekel aan te term ‘me time’. Als er ooit een woord verbannen mag……)

Ik wil ergens op de dag ook even zitten met een kop thee en een serie (ik ga na een enkel glas wijn al op tafel dansen). Maar weet je, dat kan ook heel goed met een slapende peuter naast je. Eigenlijk valt zo’n kleintje vrijwel altijd om een schappelijke tijd in slaap. Zeker als er geen druk achter zit. En zolang je geen horror serie kijkt kan je het begin best samen doen. Ik geloof dat de intro van Star Trek zo ondertussen een slaapliedje is voor mijn dochter.

En af en toe houd ze het echt lang vol. Kan. Is op zich wel eens jammer. Maar het grote voordeel is dat ze dan s’ochtends weer wat langer blijft liggen. Dan is die serie ook wel leuk (yay! voor Netflix)

Als het je lukt om al die verwachtingen los te laten, het idee van hoe en wanneer een kind hoort te slapen, dan win je een hele hoop in vrijheid en ontspanning. Zeker s’avonds.

Als er nu iemand nog een oplossing vind voor de stress met avondeten, dan ben ik helemaal gelukkig.

Waarom mijn zonen onbesneden zijn.

Ik heb twee zoons en die zijn onbesneden. Omdat ik het niet ok vind om op cosmetische basis delen van mijn kinderen af te hakken.

Zo, dat was het. Kort blog vandaag. Moet ook wel eens kunnen toch?

Religieuze redenen.

Ja maar je bent Joods! Dan hoort het er nu eenmaal bij. Alle Joodse jongens zijn besneden!

…..Zucht..ok. Een moment. Ik leg het uit.

Ja, ik ben Joods. En ja, het is in het Joodse geloof gebruikelijk om jongens te besnijden. Net zoals het binnen een paar andere geloven gebruikelijk is. Uiteraard zijn niet alle Joodse jongens besneden, ik ken er persoonlijk twee.

Er zijn in het verleden heel veel dingen gedaan uit naam van een religie die we nu niet meer ok vinden. Dat heet vooruitgang en ik ben er erg blij mee. Zo kan ik mijn hoofd onbedekt laten, raak ik vrijelijk mensen aan als ik ongesteld ben en wordt ik gelukkig niet gestenigd omdat ik kleding draag van twee verschillende stoffen.

Er waren ooit, in een ver verleden, een paar hygiënische en sociale voordelen aan besnijden. Maar als die redenen ooit al genoeg waren, nu is het onzin geworden. Het enige wat overblijft is het beeld van een opperwezen wat boos wordt als je het niet doet. Niets van wat ik ooit meegemaakt heb of geloof leidt mij er toe dat er een hogere macht is die wil dat ik de penis van mijn zoon vermink.

Geloof het of niet, ik ben vrij religieus. Ik heb een band met onze schepper en voel me een onderdeel van het Joodse volk. Maar dat betekend niet dat ik elke regel die volgens de geruchten ooit ´van boven´is gekomen ga volgen. Als mijn schepper mij gemaakt heeft, dan is dat inclusief het vermogen om zelf te beslissen wat juist is. Het vermogen om te groeien en te veranderen, ook als spiritueel wezen.

Medische redenen.

Besneden mannen krijgen ander minder snel HIV, ze zijn schoner en houden het langer vol in bed. Het heeft ook voordelen hoor!

Er is hier sprake van een enorme confirmation bias. Een cultuur die aan besnijden doet zal heel gemotiveerd zijn om daar voordelen van te vinden. Laten we even naar elk zogenaamd voordeel apart kijken.

Het is een mythe dat besneden mannen minder snel HIV krijgen. Maar stel nu dat het wel zo zou zijn. We hebben het dan over een lichaamsdeel afhakken om een paar procenten bescherming te verwerven. Iets wat een condoom veel en veel beter kan. Je weet wel, condooms, die dingen die goedkoop zijn en je zo weer af kan doen en niets te maken hebben met het verminken van piepkleine baby penissen!

Een besneden piemel is niet schoner, een schone piemel is schoon. Punt uit. Zo kan je ook wel de nagels uit baby vingertjes gaat trekken omdat er misschien vuil onder kan zitten.

Een besneden eikel is wel ongevoeliger. Dat klopt. En wie er ooit bedacht heeft dat het ongevoelig maken van een prachtig en sensitief lichaamsdeel een voordeel is mag van mij poep eten ofzo. Iedereen die ooit seks heeft gehad met een piemeldragend persoon weet dat gevoeligheid leuk is. Het is snotverdomme de basis van goede seks! Dat argument mag lekker zelf besneden worden!

Zijn we er nu? Mag ik nu ophouden? Het lijkt me nu toch wel door en door duidelijk.

First, do no harm.

Ja, maar het kan ook geen kwaad. Zo’n babietje voelt er niets van, soms slapen ze er zelfs doorheen!

Wacht even….wacht eens heel even…Ik moet even rustig worden. Tel ff tot tien ofzo terwijl ik tegen een deur ga schoppen.

…………..

Ok. Het gaat weer.

Hoe iemand er ooit bijkomt dat het geen kwaad kan om een van de meest gevoelige stukjes huid die een mens heeft er bij een baby of kind af te snijden….ik heb geen idee. Echt.

Wist je dat de voorhuid en de eikel aan elkaar vast zitten bij een kind? Wist je dat die bij een besnijdenis van elkaar af gescheurd worden? En dat is nog voor het snijden.

Bovenstaande is als alles goed gaat….wat het uiteraard niet altijd gaat. Dit is de minst shockerende pagina die ik kon vinden. Er staan geen foto’s, alleen korte beschrijvingen.

Wat betreft het erdoorheen slapen. Dat is geen slaap. Dat is shock of een freeze reactie op een enorme hoeveelheid stress. Het is zelfbescherming.

Er zijn filmpjes op internet te vinden waar je een besnijdenis ziet. Ik ga geen link geven, dat betekend namelijk dat het filmpje gaat spelen en dat kan ik niet aan. Google het op eigen risico en kom me dan vertellen of het geen kwaad kan.

Vrouwen.

En weet je, nu we hier toch zijn, wil ik het ook even over vrouwen besnijdenis hebben.

Ja, maar dat is echt iets heel anders! Je kan die twee dingen niet met elkaar vergelijken hoor. Bij vrouwen is het echt veel erger.

Nou, nee, niet altijd.

En begrijp me niet verkeerd, ik probeer absoluut niets af te doen aan de verschrikking die vrouwenbesnijdenis is. Ik probeer te zeggen dat er wat interessante vergelijkingen zijn.

Ten eerste zijn er verschillende vormen van vrouwenbesnijdenis en mannenbesnijdenis. Ik vind elke vorm verkeerd, maar er is absoluut een verschil tussen het wegsnijden van de uitwendige clitoris en een sneetje maken in een schaamlip. Net zoals er een verschil is tussen het in tweeën splitsen van de eikel met een roestig mes en het gebruik van de Plastibell procedure.

We hebben de neiging om de ergste vorm van vrouwenbesnijdenis te vergelijken met de minst erge vorm van de mannelijke tegenhanger. Dat klopt niet.

Maar nu de interessante vergelijkingen. Het valt namelijk op dat de redenen en voordelen die genoemd worden voor een mannenbesnijdenis exact dezelfde zijn als die worden aangevoerd bij culturen die hun vrouwen besnijden! Toch vinden wij in Nederland de een verwerpelijk en de ander acceptabel. En dat klopt niet.

Mijn huis is een kinderhuis.

Ik heb geen designer huis. In geen enkele hoedanigheid zou een tijdschift over interieuren ooit een reportage doen over mijn huis. Nou ja, misschien als voorbeeld hoe het niet moet.

Er staan wel wat leuke meubels hoor. En de muren zijn ooit heel kek geverfd. Maar er ligt ook een hoop rommel en over die kekke verf staan best veel kinderkrassen.

Ik heb een kinderhuis. Een huis waar alles wasbaar, afneembaar of heel makkelijk te vervangen is.

Ik heb maar heel weinig breekbare spullen en vrijwel niets giftigs in huis. Die ene fles bleek staat zo hoog, dat ik op een kruk moet staan om er bij te kunnen.

Soms ben ik wel eens in hele mooie huizen. Dan kijk ik wat jaloers in het rond. Zo’n hippe kast, waar dan drie welgeplaatste beeldjes in staan, dat wil ik ook wel. Mijn kast staat prop en prop vol. Het is niet dat ik geen mooi huis kan waarderen. Ik kom best graag in mooie huizen.

Toch ben ik blij met mijn kinderhuis. Het is nooit echt opgeruimd, het speelgoed puilt uit de lades. Maar er kan ook eigenlijk niets verkeerd gaan.

Met enige regelmaat zijn er meer dan mijn eigen drie kinderen in huis. Dan trekken ze de hele boel overhoop. Dan rennen ze door de woonkamer. Dan spelen ze met de potten en de pannen in de keuken. En dat is ok.

Dat is het leuke van mijn kinderhuis. Er is maar heel weinig wat niet mag. Op het bed mag gesprongen, de vloer mag vuil. Er is eigenlijk niets wat echt niet vies mag worden. De bank is van hout en plaid. Het kleed stoot vocht af en was niet duur. Peuters rennen lekker billenbloot rond. Ongelukjes zijn sneller opgeruimd dan ik een luier kan verschonen.

Als dan aan het einde van de dag alle kindjes in hun eigen huis zijn, dan ben ik zo trots op mijn kinderhuis. Wat opruimen, afnemen en stofzuigen en alles ziet er weer uit zoals het hoort.

Geen designer die er blij van wordt, maar ik wel.

Ooit, als de kinderen groot zijn, dan wil ik een mooi huis. Met leuke retro meubels en alles op een slimme plek. De verzameling aardewerk die nu goed verstopt staat mag dan in een hippe vitrine. Kan ik er even van genieten.

Totdat ik, met wat geluk, oma wordt. Want zo heel stiekem verheug ik me er al op. Een kleinkinderhuis.

Bestaat ADHD eigenlijk wel?

ADHD, steeds meer kinderen krijgen het label. Ik heb het zelf, twee van mijn kinderen ook. Toch gaan er steeds meer stemmen op die zeggen dat het eigenlijk helemaal niet bestaat.

Dit is mijn mening. Ik ben geen arts, geen expert en geen psycholoog. Ik ben wel erg geïnformeerd en ervaringsdeskundige.

Bestaat ADHD? Kort antwoord: Nee. Lang antwoord: Nee, maar ergens ook wel, maar eigenlijk niet. Ik weet dat dat niet erg duidelijk is, geef me even om het uit te leggen.
Er bestaan absoluut kinderen die niet functioneren in de omstandigheden waarin we ze plaatsen. We verwachten een hoop van onze kroost en doen dat ook nog eens onder niet echt optimale omstandigheden. Hoeveel kinderen groeien er op in een gebroken gezin of zijn meer op de opvang dan thuis?

Als ik een tijd enorm moet presteren onder kutomstandigheden dan zie je dat in mijn gedrag. Ik wordt boos, snel afgeleid en slaap slecht (wat weer een hoop andere ellende met zich mee brengt). Mijn prestaties worden dan snel minder.

Klinkt bekend hè…..

School als opvoeding.

In het leven van een kind is school zo’n beetje het grootste ding wat speelt. Op school zijn er een hoop eisen waar je aan moet voldoen. Stilzitten en opletten bijvoorbeeld. Maar ook de stof leren in het tempo en volgens de methode die is bepaald. Sommige kinderen kunnen dat prima, maar best veel ook niet. Verder worden de klassen steeds groter, zijn docenten onderbetaald en na het passend onderwijs heeft de juf een hoop meer te doen. De mazen van het net worden groter en groter en steeds meer kinderen vallen er doorheen.

Eenmaal gevallen begint het circus van gesprekken, rapporten en onderzoeken die uiteraard tot diagnoses lijden. En hoewel het aangetoond is dat ADHD medicatie geen effect heeft op de schoolprestaties op de lange termijn (ja, je las het goed, het heeft geen effect) is het wel heel makkelijk om er een pil in te stoppen. Het creatieve kind wat niet stil kon zitten blijft nu braaf op de plek en de docent kan rustig verder gaan.

Begrijp me niet verkeerd, er zijn echt geweldige docenten, ik ken er een paar. Mensen die echt alles over hebben voor de kinderen die ze lesgeven, die graag wat extra moeite doen. Maar dat zijn de uitzonderingen in een systeem wat kinderen en volwassenen bijna onherroepelijk wegzet als defect en alleen te repareren met een pil.

Opvoeding thuis doen dan maar?

Na school zijn meer en meer kinderen nog steeds niet klaar. Moe gewerkt worden ze losgelaten bij de naschoolse opvang. Ook dat kunnen echt wel leuke plekken zijn, maar het is niet thuis, niet veilig. De frustraties van de dag kunnen er niet uit.

Maar ja, thuisblijfouders worden door de politiek uitgekotst. Schuld aan de maatschappij enzo. Daarbij is het voor de meeste gezinnen financieel niet eens haalbaar. Dus is er geen keuze en begint de thuisopvoeding voor heel veel kinderen pas om zes uur. Samen aan tafel voor een haastige maaltijd, komen uiteraard de frustraties er dan wèl uit, dus van gezelligheid geen sprake. Na het eten zijn ook de ouders uitgeteld en gaat iedereen zo snel mogelijk naar bed om het hele circus morgen te herhalen. Liefde moet wachten tot het weekend.

Ik weet ook wel dat ik het wat scherp stel hier. Maar het ligt maar al te vaak heel dicht bij de waarheid. De rust en acceptatie die een kind nodig heeft om de schooldag te verwerken is er gewoon niet.

De verdwenen natuur.

Natuur is belangrijk voor ons. Niet alleen omdat we per dag een hoop van het spul moeten eten, ook om in te zijn. Het ontbreken ervan heeft een verwoestend effect op onze geest.

Vroeger kwamen kinderen bijna dagelijks buiten, in het bos of op het veld. Nu gebeurt dat amper meer. Wie woont er nu nog zo dichtbij een stuk groen, dat de kinderen daar zelf heen kunnen? Ik probeer vaak met ze te gaan, het helpt enorm, maar ook bij mij is tijd schaars. Een of twee klusjes die na schooltijd moeten en er zit al een spaak in het wiel.

Kinderen die spelen op betonnen speelplaatsen. Ouders die boos worden als ze onder de modder terug komen. Ik word er zo droevig van.

En het resultaat is?

Vind je het dan zo gek dat er kinderen zijn die dat niet volhouden? Die wanhopig proberen om aan de verwachtingen te voldoen, om elke keer teleurgesteld te falen? Of kinderen die, boos op de hele wereld, het niet eens meer proberen en agressie tonen.

Er zijn absoluut kinderen met een probleem. Het doet zo’n pijn om tegen een wanhopige ouder te zeggen dat haar kind, wat niet meer bereikbaar is en de wereld heeft afgewezen, een verzonnen diagnose heeft.

Het verschil zit hem in de oorzaak. Niet het kind is ziek, het systeem waarin we kinderen opvoeden. Daar zou de diagnose eigenlijk moeten liggen.

Niet voor niets blijkt ADHD niet voor te komen bij inheemse stammen. Waar kinderen hun eigen dag kunnen bepalen en voornamelijk buiten zijn, zie je geen van de gedragsproblemen die zo vaak voorkomen in onze maatschappij.

Mijn eigen kinderen.

Ha! Maar nu heb ik je! Je hebt zelf kinderen met een diagnose! Hartstikke hypocriet van je!

Ja, dat is zo. Mijn kinderen hebben ADHD. Als ik vertel hoe groot de druk is op ouders om er medicatie in te stoppen, dat spreek ik uit ervaring. Niet gedaan overigens, die medicatie.

Maar waarom dan wel de diagnose? Omdat, en nu komen we echt bij de rotte kern van deze ellende, ik mijn kind dus ziek, stuk, gehandycapt moet laten verklaren voordat hij en de docent de begeleiding krijgen die ze nodig hebben.

Er is niets mis met mijn jongens. Thuis is er echt geen enkel probleem. Ze zijn leuk, creatief, grappig en heel, heel liefdevol. Maar op school gaat het niet zo denderend. Dat hele stilzitten en opletten hè.

Thuis kunnen we uren spenderen aan het uitzoeken hoe de afwasmachine werkt. Beide jongens hebben een onverzadigbare drang om te leren en ontdekken. Beide zijn intelligent (ja, dat is getest) en zeer geïnteresseerd in vrijwel alles.

Maar zo werkt school niet. School leert geen techniek via afwasmachines, geen geografie via hun lievelingsdier, geen antropologie via Google Earth. En leren lezen doen ze niet uit de Donald Duck.

Na een flinke strijd zitten ze nu op een goede school. Weet je nog dat ik goede docenten ken? Daar zitten er een paar. Maar ook die school is gebonden aan protocollen. Mijn oudste heeft extra begeleiding nodig om in het school systeem te functioneren, dus moet hij een label, dan komt er geld vrij.

En is dat niet de wereld op zijn kop? School is ziek, maar ik moet verdedigen waarom ik geen pil in mijn kind wil. Bah!

Wie doet het huishouden?

Huishouden moet in elk huis gebeuren. Maar door wie eigenlijk? Is onze traditionele taakverdeling wel eerlijk verdeeld?

Wat doet de oppas?

Soms ga ik wel eens iets doen zonder mijn kinderen (Ik weet…choquerend). Als officier Pappa niet thuis is betekent dat een oppas. We hebben een hele leuke, ik heb nog op haar gepast toen zij klein was.

Ik verwacht van mijn oppas dat ze voor mijn kinderen zorgt en dat ze het ook nog een beetje leuk voor ze maakt. Verder niets eigenlijk. Ik vind het heel normaal dat ik thuiskom en er overal speelgoed ligt. De oppas is er niet om huishoudelijke taken te doen.

Op een kinderdagverblijf wordt er voor kinderen gezorgd. De leidsters ruimen aan het eind van de dag op, maar ze staan niet te dweilen en te poetsen tussen de kinderen door.

Ergens beseffen we dus dat het zorgen voor kinderen een baan op zich is. Schoonmaken is een compleet andere taak.

Hoe verdelen we het thuis?

Dan de thuisblijvende ouder. Daar liggen de verwachtingen heel anders. Uiteraard moet er iets met de kinderen. Ze moeten er leuk uitzien, er moet voedsel in en ze moeten gestimuleerd. Afhankelijk van leeftijd moeten ze naar plekken gebracht en gehaald.

Maar dat huis moet ook schoon, de was moet gedaan, de afwas afgewassen. Traditioneel behoort het huishouden ook tot de taak van de thuisblijvende ouder. En daar wringt bij mij de schoen.

Kijk, praktisch gezien moeten er nu eenmaal dingen gedaan en kunnen de meeste mensen geen schoonmaker en kok betalen. Iemand moet het doen. Maar die iemand is, mijns inziens dus niet by default degene die ook voor de kinderen zorgt. Want die is voor die kinderen aan het zorgen!

Hoeveel FTE’s zijn dat?

Ik weet ook uit ervaring dat buitenshuis werken zwaar is. Echt wel. Maar uitzonderingen daargelaten doet niemand meer dan 1 fte. Dan kom je thuis en wil je klaar zijn.

Maarrrrrr! Thuis gebeurt er ook wat. Ervan uit gaande dat 1 fte 38 uur per week is zien de taken er in een gezin als volgt uit:

  • Zorgen voor de kinderen: 4.4 fte (24/7, bij kleine kinderen)
  • Huishoudelijke taken: 0.7 fte (beetje een gok)
  • Werk buitenshuis: 1 fte (uitgaande van 1 salaris. Kan uiteraard ook meer zijn)

Totaal gebeurt er dus voor 6.1 fte aan werk. Dat betekend dat je dus gewoon minstens 6 volwassenen nodig hebt om een gezin een beetje lekker te laten draaien!

Maar goed, snap je dat ik de verdeling waarbij de ene partner 1 fte draait en de andere er 5 eeeenigzins scheef vindt?

Maar hoe moet het dan?

Natuurlijk is dat nogal scherp gesteld. Eenmaal thuis zorgt de werkende ouder ook voor de kinderen en zal ook vast wel weten waar de afwasmachine staat. Maar het blijft vaak scheef. Er blijft die verwachting van een spic en span huis bij thuiskomst.

Een echte oplossing heb ik niet. Of ja, toch wel. Weer in stamverband leven. Grappig genoeg zijn 6 volwassenen precies wat je krijgt als je de grootouders erbij betrekt.

In onze huidige maatschappij leven we vaak apart, je zal het vaak met het nucleaire gezin moeten doen. Dus wat dan?

Nou een beetje begrip bijvoorbeeld. Dat helpt al heel erg. Waar beide ouders een aantal dagen werken en thuis zijn is dat er meestal vanzelf, maar zeker in gezinnen waar de een buiten en de ander binnen werkt, schort het er aan.

Tijd voor verandering.

Die was die blijft liggen is echt niet omdat ik lui ben. Dat is omdat ik geen tijd had. De kinderen staan niet uit na acht uur werk en de meeste maaltijden vallen buiten kantoortijd.

Ik weet hoe zwaar dit is. Het is niet leuk, het is niet eerlijk. Het zou echt anders moeten, maar het is nu eenmaal zo.

Na generaties van moeders die doodongelukkig en overspannen zijn, is het tijd om het anders te doen.

Een baan kan echt zwaar zijn. De ouder die elke ochtend het huis uit stapt maakt echt een opoffering. Maar degene die thuis blijft ook. Dat is ook werk, en dat houdt niet op om vijf uur.

Het is tijd dat we het anders zien. Dat we ons bewust zijn van de ongelijke verdeling en dat we degene die thuis blijft eens wat meer gaan waarderen.

Dus lieve werkende ouder: als je thuis komt, pak een kop koffie en ga er tegenaan. Of op zijn aller, allerminst, geef een compliment aan degene die je kinderen toch weer een dag in leven heeft gehouden.

 

Over brave kinderen en zelfstandige volwassenen.

Niet zo lang geleden en niet zo ver hier vandaan praatte ik eens met een groep kinderen. Eigenlijk was ik de juf en stonden we in een zwembad, maar zo af en toe zijn kleine gesprekjes, mijns inziens, noodzakelijk om de band te smeden waar vanuit je les kan geven.

Er werd mij gevraagd wat voor soort kinderen ik leuk vind. “Ik hou van brutale kinderen.” verklaarde ik. Grote ogen. “Eeeecht??” “Ja, echt. Ik hou van brutale kinderen.”

Het stille jongetje van de groep, niet degene die de vraag stelde, kreeg glimmende oogjes. De rest van de les, en alle lessen daarna, durfde hij een beetje brutaal te zijn. Genoeg om te zeggen wat hij wel en niet durfde. Genoeg om een bommetje te maken in het diepe.

Brutale kinderen.

Een uitspraak waarmee ik iedereen doodgooi is:

Je kan brave, makkelijke kinderen hebben, òf kritische, zelfstandige volwassenen, maar niet allebei.

En daar sta ik achter. Het is best raar, dat we van kinderen wensen dat ze gehoorzaam zijn, niet terug praten, leiding accepteren en stil zijn. Om dan vervolgens te verwachten dat ze opgroeien in volwassenen die initiatief nemen, voor zichzelf op komen, leiding geven en voor groepen spreken.

Mijn kinderen zijn niet braaf, ze zijn eigenlijk best brutaal. Ze geven hun mening, ook aan mij en zeker als ze het niet met me eens zijn. Ze zijn regelmatig luid en druk. Ze verzinnen hun eigen spel en durven ruimte te claimen.

Ik ben er wel eens van beschuldigd dat ze losgeslagen zijn. Daar ben ik het niet mee eens. Ze zijn namelijk niet agressief, gevaarlijk of grenzeloos. Ze kunnen iets niet leuk vinden, en dat laten weten ook, maar als ik vertel dat het echt niet kan en de reden uitleg, dan wordt dat geaccepteerd. (Soort van, voor vijf minuten, om dan met nieuwe argumenten te komen)

We leven nu in een samenleving waarin hetzelfde gedrag wat wordt gewaardeerd in volwassenen, bij kinderen wordt gezien als losgeslagen.

Brave kinderen.

Dat de kinderen van de Dolle Moeder nogal wild zijn is….nou ja, oorzaak en gevolg zullen we maar zeggen. Maar er bestaan ook kinderen die van nature ‘braaf’ zijn. (Wat een naar woord eigenlijk..braaf..alsof je het over een hond hebt. Het impliceert controle, misschien zelfs eigenaarschap.)

Er zijn ook volwassenen die van nature liever volgen, liever stil zijn. En dat is maar goed ook. Als we met z’n allen als een stel alfa wolven tegen elkaar op gaan bieden krijgen we niets gedaan.

Dus wat doe je als je zo’n kind hebt? Nou…eeehhh…naar het strand ofzo? Duplo bouwen als het regent? Waar je maar zin in hebt eigenlijk.

Een kind wat van nature volgt is uiteraard niet verkeerd, we moeten niet doorslaan in de andere richting.

Net zoals je het luide kind aanmoedigt om soms te luisteren kan je het stille kind de ruimte geven om te spreken. Verder zou het zo leuk zijn als kinderen hun eigen karakter kunnen ontdekken, zonder dat daar een volwassene lekker vormend staat te zijn.

Vrouwen.

Het ‘brave kind syndroom’ (zojuist verzonnen. Goed hè. Ga ik straks de geschiedenis in als de ontdekker van een syndroom. Zou er ook een Dolle Moeder syndroom zijn?) treft vrouwen buitenproportioneel harder dan mannen. Jongetjes mogen, in de ogen van de maatschappij, nog enigszins wild doen. Boys will be boys enzo.

Maar meisjes, jaaaa, meisjes. Die moeten stilzitten, met strikjes in hun haar en schone rokjes aan.

Ik ken zo ontzettend veel vrouwen die niet durven. Niet durven spreken, argumenteren, boos doen, een mening hebben, die gewoon snotverdomme niet eens durven zíjn! En ik snap best waarom.

Weet je al los te komen van je kinderlijke inprenting (wat dus echt niet makkelijk is), wordt je, eenmaal wat luider, weggezet als “losgeslagen”, “emotioneel” (nee jij bent gewoon een gevoelsmatig dode lul!) of “irrationeel”. Lekker dan.

Maar goed, dat is een feministisch zijspoor. Even terug naar mijn originele stelling.

Zelfstandige volwassenen.

Eigenlijk is het heel makkelijk. Als je het idee hebt dat je opgegroeide spruiten beter af zijn met enige mate van zelfstandigheid dan begin je daarmee als ze nog kind zijn. Hoef je ook niet zoveel voor te doen. Zeer luie-ouder-vriendelijk. Kinderen ontdekken van nature hun eigen vaardigheden. Als je daar nu eens niet de hele tijd nee-roepend achteraan schuift, dan komt het wel goed. Ga maar op de bank zitten, pak een kop thee en laat dat kind toch lekker springen ofzo.

Zijn ze eenmaal iets ouder dan vraagt het wel wat meer diplomatieke vaardigheid. Dan gaan ze namelijk terug praten. En dan moet je iets doen wat je eigenlijk de hele dag door al naar andere volwassenen doet; luisteren. Niet dat “Ik heb nee gezegd dus het blijft nee” gedoe. Misschien hebben ze wel een heel goed argument. Effetjes overleggen, wie weet kom je op je standpunt terug. En als ze dan jaren later vertellen hoe ze hun manager tóch hebben omgepraat voor die loonsverhoging mag je innen. (ja…trots en hopelijk wat waardering, naar geld kan je fluiten)

En laat die oude tang van drie huizen verder maar lekker lullen. Het oordeel van anderen doet er niet toe. Geniet van je brutale, losgeslagen, opgroeiend voor galg en rad, maar toch vooral zelfstandige kinderen.