Tien vragen die iedereen durft te stellen aan de ouders van veganistische kinderen.

Ik voed mijn kinderen veganistisch op. Dat is niet bepaald de norm in Nederland (of, jammer genoeg, waar dan ook) en daarom krijg ik er heel veel vragen over. Meestal komen die vragen uit oprechte bezorgdheid, onwetendheid of nieuwsgierigheid en probeer ik er geduld mee te hebben.

In mijn gezin zijn we al heel wat jaartjes veganistisch dus de nodige antwoorden komen redelijk vlot uit mijn mouw. Toch lijkt het me wel handig om de tien vragen die ik het meest hoor even op een rijtje te zetten. Ik ben gelukkig bij lange na niet de enige vegan moeder en het is altijd fijn om een linkje achter de hand te hebben voor nieuwsgierige of gewoon bemoeierige mensen.

Is een veganistisch dieet wel gezond voor kinderen?

Ja.

Oh, wacht, uitleg. Oké, komt ie. Even buiten mijn eigen kinderen genomen, die prima gezond zijn, en alle andere plantaardige kindjes die ik ken, en dus ook prima gezond zijn, zijn er ook officiële instanties die er wat over te zeggen hebben.

Het voedingscentrum vind ook dat we plantaardig moeten gaan eten, maar voor kinderen vinden ze het spannend. Niet zonder professioneel advies, zeggen ze.

Hier, hier en hier zie je onderbouwing die wat minder angstig is. En eigenlijk zeggen ze allemaal hetzelfde. Een goed uitgedacht plantaardig dieet is geschikt voor kinderen. Het voorzichtige voedingscentrum struikelt nogal over dat “goed uitgedacht”stukje, maar dat is lang zo eng niet als het lijkt. Elk dieet dient goed uitgedacht te zijn. Dat is een beetje het hele idee van opvoeden, dat je je verdiept in de keuzes die je maakt voor je kinderen. Dat je een beetje nadenkt over wat je in ze stopt, zeg maar.

Kortom, als je je kroost alleen friet met cola en oreo’s (allemaal veganistisch) geeft dan is dat een slecht idee. Net zoals een kind opvoeden op kipnuggets en milkshakes. Een gevarieerd en gezond plantaardig dieet is helemaal prima voor elke levensfase.

Moet je een kind niet zelf laten kiezen als ze groot genoeg zijn?

Dit is eigenlijk een hele rare vraag, maar op zich best te begrijpen.

Het is begrijpelijk omdat mensen vaak totaal vanuit hun eigen wereldbeeld redeneren. Hun dieet is normaal en die van mij heel vreemd. Waarom dring ik dat toch op aan mijn onschuldige kinderen?

Het punt is dat we hoe dan ook keuzes maken voor onze kinderen. Dat hoort er nu eenmaal bij, sterker nog, dat is de bedoeling van opvoeden en zo.

Ik geef mijn kinderen mijn normen en waarden door. Dat doet iedereen. Later zullen ze daar hun eigen weg in vinden, maar voor nu maak ik de keuzes waarvan ik denk dat die het beste zijn. Of dat nu gaat om een school, kleding of wat ze eten.

Wat eten veganistische kinderen dan?

Sla, en gras en soms wat noten. Oké, dat is flauw. Maar dat is vaak wel het stereotype van een plantaardig dieet. Gelukkig niets van waar. Ik heb er al eerder wat over geschreven, kijk maar eens hier, en hier.

Mocht je even geen zin hebben in linkjes, bij deze een samenvatting. Eigenlijk alles wat iedereen eet. Spaghetti, aardappels, pizza, soep, boterhammen, vla, pannenkoeken. Heel gewoon eigenlijk.

Vaak zijn de dierlijke ingrediënten, zoals room of vlees, gewoon vervangen voor een vegan versie. Die zijn tegenwoordig overal te koop. Of je past het recept iets aan. Linzen doen het heel goed als gehakt in een lasagna bijvoorbeeld.

Een boterham met pindakaas was altijd al geschikt, patat ook en havermoutpap kan je maken met sojamelk. Eigenlijk is het niet zo anders.

Binnen het veganisme zijn er natuurlijk ook verschillende diëten. Ik kijk altijd met enige jaloezie naar deze filmpjes, van een gezin wat voornamelijk raw eet. (Ongekookte groente, fruit, noten en zaden.) Twee gezonde kinderen en de derde onderweg. Ziet er niet verkeerd uit.

Ja, maar ze moeten toch melk drinken?

Vanaf de jaren 50 hadden we een melk overschot in Nederland. De zogeheten melkplas. Die moest opgedronken en daarom werd koemelk gepromoot als gezond en nodig. In mijn jeugd was dat met die witte motor slogan, maar eerder kon je als kind zelfs badges verdienen voor op je jas.

Ondertussen zijn we daar wel wat voorbij. De overheid promoot koemelk niet meer en schoolmelk wordt steeds zeldzamer. Wel blijft melk zijn gezonde imago houden.

Beetje jammer alleen dat er niets van waar is. Hier staat het allemaal wat uitgebreider, maar het komt er op neer dat je, als je klaar bent met je eigen moedermelk, geen enkele noodzaak hebt aan de melk van een andere soort.

Voor sterke botten zijn andere bronnen van calcium meer geschikt. Broccoli of sesamzaadjes bijvoorbeeld. Als je uit gewoonte een wit, romig drankje wil drinken dan zijn er overal zat vervangers te krijgen. Met toegevoegd calcium als je dat wilt. Denk maar aan sojamelk, havermelk, rijstmelk, amandelmelk en kokosmelk.

Wel even een puntje: als het gaat om een zuigeling, een baby van onder een jaar, dan zijn gewone plantaardige melkvervangers niet geschikt! Die kinderen hebben borstvoeding nodig. Als dat er niet is dan zijn er vervangers op basis van soja of rijst. Dat zijn gespecialiseerde producten en dat is absoluut niet wat je in de supermarkt kan kopen.

Ja, maar soja is toch hartstikke slecht?

Er is al een tijdje een soort paniek reactie aan de gang. Soja zou ontzettend slecht voor je zijn, jongens worden er meisjes van of zo. Uiteraard bestaat een veganistisch dieet uit niets dan soja…..zucht…

Kort antwoord: tenzij je er toevallig allergisch voor bent is soja echt prima en gezond.

Lang antwoord: eeehhhh, kijk dit filmpje maar even. Legt het beter uit dan ik kan en alle bronnen staan er bij vermeld.

Mocht je na al die informatie nog steeds bang zijn voor sojabonen? Nou, dan eet je ze toch niet. Het is ook echt prima te doen om een soja vrije vegan te zijn.

Maar de traktaties op school dan?

Mijn kinderen hebben een bakje op school. Daar heb ik een hoop onverantwoord lekkers in gedaan. Kwestie van een paar minuten door de supermarkt zoeken en ik had een hele voorraad aan per portie verpakte suikerige onzin.

Als er sprake is van een traktatie dan pakt de juf dat bakje er bij en mag mijn kind daar iets uitzoeken. Simpel als dat.

Voordat je roept hoe zielig dat is, er zitten in elke klas tegenwoordig wel een paar kinderen met een apart bakje. Of dat nu vanwege een allergie of levensovertuiging is, een uitzondering is het allang niet meer. Sterker nog, ik hoor vaak dat de andere kinderen jaloers zijn op wat die van mij krijgen. Ik doe ook wel een beetje mijn best om echt lekkere (en dus totaal ongezonde) dingen er in te doen. Beetje een trots dingetje.

Kunnen jullie nog wel buiten de deur eten?

Ja joh. Kwestie van met je bak saaie sla in de tuin gaan zitten. Oke, dat is flauw. Maar alle gekheid op een stokje, daar maakte ik mij ook ooit zorgen over. Blijkt totaal onnodig. Er zijn zoveel restaurants met een plantaardige optie op het menu en waar ze dat niet hebben willen ze het meestal wel voor je maken. Kwestie van van te voren bellen en beleefd vragen.

Oh, en aangezien we het over kinderen hebben; de McDonald’s heeft patat en een vegaburger die geheel plantaardig is. (Ja, de patat is echt oké, ja, de saus op de burger ook en nee, het is niet hypocriet voor een veganist om bij de Mac te eten. De AH verkoopt meer vlees.)

Wat kinderen betreft is er eigenlijk overal wel een bord patat, vega loempia (wel even naar ei vragen) of simpele spaghetti te krijgen. Dus zelfs met die familie uitjes gaat het prima.

Hoe zit dat dan met de kinderboerderij of de dierentuin?

Nou, daar gaan we dus liever niet naartoe. Het maakt niet uit hoe lief een instelling voor hun dieren zijn, het blijft gevangenschap en uitbuiting en dus niet veganistisch verantwoord.

In plaats daarvan gaan we liever naar de binnenspeeltuin, buitenspeeltuin, pretpark, strand, museum, bioscoop, tentoonstelling, workshop, kinderbouwplaats of een van de honderd andere opties. Er zijn ruim voldoende leuke dingen te doen waar geen winst gemaakt wordt over de ruggen van dieren.

Hoe ga je om met verjaardagen?

Beetje een tweedelige vraag. De verjaardagen van mijn kinderen zijn makkelijk. Dan bepaal ik wat er gebeurt en wat er gesnoept wordt. Veganistische taart maak ik zelf maken of kan ik (en dat is waarschijnlijker want ik ben ontzettend lui) bestellen bij een vegan bakkerij.

Als de verjaardag van een ander kind is dan praat ik van te voren met de ouders en geef ik een cupcake mee voor bij het taart moment. Nooit een probleem geweest en nog geen klachten over gehad.

En dat ondervoede kind dan wat laatst in het nieuws was?

Elke keer als er zo’n artikel rond gaat leren mijn kinderen een paar nieuwe scheldwoorden. Ik kan er zo pissig om worden! Je laat snotverdulleme toch je kind niet ondervoed raken!? Het is zo overduidelijk dat het mentaal zieke ouders zijn. Dit soort gevallen gaan over verwaarlozing en niet over een plantaardig dieet. Er zijn helaas ook veel kinderen die wel dierlijke producten eten en toch mishandeld worden.

Om het maar even in het belachelijke te trekken; we verbieden het gebruik van bezems niet omdat er eens een kind mee geslagen is. Zo is het ook niet de schuld van broccoli dat een kind niet genoeg te eten kreeg.

Het is totaal mogelijk en niet eens erg moeilijk om een kind gezond plantaardig eten te geven. Maar je moet het wel geven. Als je het rare idee hebt dat een baby kan overleven op amandelmelk dan moet je je hoofd laten onderzoeken.

Lieve bezorgde mensen.

Omdat veganisme nog relatief onbekend is hebben de meeste mensen er geen duidelijk beeld van. Als het dan om kinderen gaat is dat een beetje eng en dat snap ik wel. Mocht je dit als bezorgd familielid of vriend lezen, bedenk alsjeblieft dat een vraag nooit verkeerd is, maar je wel even moet nadenken over je toon. Houd het open, beleefd en luister ook echt naar het antwoord. Dan kan ik je bijna beloven dat de plantaardige ouder die voor je staat best even de tijd wil nemen om je van informatie te voorzien.

Mocht je nu meer willen weten over veganisme in het algemeen? Kijk dan eens hier, of hier, of zelfs hier.

De vijf fases van vermoeidheid voor moeders.

Moeders zijn moe. Zit em in de naam denk ik. Of nee, eigenlijk zit het vooral in de belachelijke hoeveelheid werk die ze doen. Hoe dan ook, het eindresultaat is moe, heel moe.

Omdat ik graag dingen op een rijtje zet en ook omdat ik uitgebreide persoonlijke ervaring heb met moe (en moeder) zijn, presenteer ik bij deze de vijf fases van vermoeidheid voor moeders.

Voordat je boos wordt, dit gaat dus even alleen over moeders. Dat betekent natuurlijk niet dat vaders niet moe zijn, ik zie er verdacht veel met wallen lopen. Ze zijn alleen anders moe en ik ben geen vader dus ik heb geen idee hoe dat bij hun gaat. Ik ben namelijk veel te moe om me daar in te gaan verdiepen.

Fase 1, De slechte nacht.

Dit is het eerste stadium. Je was redelijk uitgerust en nu heb je een slechte nacht gehad. Dat is best kut, maar niet onoverkomelijk.

Je denkt terug aan alle doorgehaalde nachten in je jeugd. Toen ging het zo makkelijk, en zo lang geleden is dat nu ook weer niet. Beste beentje voor enzo.

Innerlijke monoloog: Dit ben ik wel gewend. Een enkel nachtje krijgt mij er niet onder……..is het al avond?

Fase 2, De Chagrijn.

Na een paar slechte nachten verlies je het vertrouwen. Er drijft een donderwolk boven je hoofd en de wallen onder je ogen zijn vervelend zichtbaar. Dit is het stadium waarin mensen je vragen of alles wel oké is. Die mensen weten niet dat ze met hun leven spelen.

Een eventuele partner krijgt de volle lading. Want die lag verdorie vannacht lekker te snurken! Of ie wel weet wat voor opofferingen jij maakt! Niet dat je nu waardering wil want de hele wereld moet van je af blijven, ja!

Innerlijke monoloog: Dit is kut, alles is kut, iedereen is kut, het verkeer is kut en als je nu niet heel snel je schoenen aandoet dan loop je maar naar school!

Fase 3, Het verbeten doorzetten.

Na woede komt een soort acceptatie. Omdat je nu eenmaal niet echt kan gaan moorden (Hoe zouden die gevangenis bedden slapen?) zet je je goede muts maar weer op en probeer je verder te gaan. Je praat jezelf moed in en zoekt in online moedergroepen naar begrip.

Dit is ook het gevaarlijke moment waarop je schuin naar de ritalin van je kind gaat kijken. Zou je? Nee! Dat doe je niet. Toch?

Innerlijke monoloog: Ik kan dit. Komt goed. Waar is de koffie eigenlijk? Voor moeders hoort dit er nu eenmaal bij. Oh, ja, lekker. Koffie. Vannacht gaat het vast beter….of volgende week. Doe mij nog maar een bakkie koffie.

Fase 4, De laatste, manische, opleving.

Ineens heb je al de energie. Hoeveel? Alles! In een wanhopige poging tot overleven schraapt je lijf alle beetjes energie bij elkaar om in een laatste uitbarsting naar buiten te komen. Je bent er plots van overtuigd dat slaap eigenlijk een commerciële programmering is vanuit de overheid om bedden te verkopen.

Dat laatste klinkt niet raar in je hoofd en dat is precies waarom je je zorgen moet maken. Maar dat doe je niet. Jij vliegt!

Innerlijke monoloog: Ouderraad? Ja! Leuk! Slaap doe ik niet meer aan, da’s achterhaald joh. Ik moet eerst nog even de ramen zemen en de belasting doen en dan de kinderen naar zwemles brengen. Was er niet ergens in een of ander gebergte een man die al tien jaar niet meer sliep? Eeeeeven de was ophangen hoor. Ik denk gewoon echt dat ik aan twintig minuten per dag genoeg heb.

Fase 5, De Mombie.

De mombie is een zombie, maar dan een moeder. Hoewel je nog loopt en er af en toe geluid uit je komt, lijk je verder niets meer op de functionerende vrouw die je ooit was. Met een schuifelende gang sleep je jezelf door het minimum aan dagelijkse taken. De kinderen eten koekjes en chips omdat je de discussie niet meer aan kan en dat weten ze.

Dit is de laatste fase voor een totale ineenstorting. Je hebt geen weet meer van hoe je ooit was, geen hoop voor de toekomst. Je huid is grijs omdat je wallen nu je hele gezicht hebben overgenomen. Op het schoolplein sta je zachtjes wiegend naast de andere mombies. Niemand weet waarom maar mombies staan het liefst bij elkaar. Niet dat je praat ofzo. Men denkt dat het een natuurlijke verdediging is tegen fase 4 moeders en de mythische uitgeruste moeder. (Niemand heeft haar ooit gezien maar iedereen kent de legende.)

Innerlijke monoloog: ……….

De nachtelijke stadia.

Overigens gelden de bovenstaande stadia alleen overdag. De nachten zijn simpel, dan zijn er maar twee fases.

Het eerste uur: Met liefde kijkend naar je kind terwijl je geniet van dit stille moment samen.

Alles daarna: Boos naar het plafond staren terwijl je luistert naar de diepe slaap ademhaling van je partner en langzaam steeds verder wegzakt in een wazige staat van gekte.

Het failliet van vroeg- en voorschoolse educatie (VVE).

Onze kinderen moeten slimmer, sneller en vooral beter! Wat nou gemiddelden, iedereen moet excellent! Dus is het logisch om zo vroeg mogelijk te beginnen. Hoe meer tijd je spendeert aan leren, hoe meer je leert, dat is logisch.

Daarom is vroeg- en voorschoolse educatie uitgevonden, VVE in het kort. Om al die arme kindjes die een achterstand hebben zo snel mogelijk in het gareel te krijgen. Omdat we niet op de kraamkamer kunnen beginnen stellen we de lessen uit tot de peutergroep. Maar dan moeten we ook los.

Eerst even kijken of een kind wel een achterstand heeft is natuurlijk onzin. Meer leren is altijd beter dus alle kinderen doen mee. Jantje, Marietje, Hadassa en Chen, gezamenlijk aan het VVE infuus. Achteraf wordt er vergaderd over hoe we nog meer kinderen aan de VVE krijgen. Want het is een geweldig initiatief en het is totaal niet nodig om te kijken of het wel nut heeft. Klopt zichzelf met een vette bonus op de rug.

Wat is VVE?

Voelen we het sarcasme mensen? Het druipt over je scherm. Ik zal meteen maar bekennen dat ik geen voorstander ben van het VVE programma. Maar wat is het nu eigenlijk?

VVE is het idee dat we sociale, taal- en andere leer achterstanden gaan opvangen door kinderen zo vroeg mogelijk lesjes te geven. Dat gebeurt via verschillende programma’s, maar in de praktijk moet je vooral denken aan leidsters die educatieve spelletjes doen.

Klinkt best leuk toch? Punt is dat het hele concept gebouwd is op een aantal flinterdunne aannames en dus als een kaartenhuis in elkaar stort.

Ten eerste het idee van een achterstand. We roepen allemaal dat elk kind op een eigen tempo leert, maar in de praktijk maken we daar toch grafiekjes, tabellen en gevolgen van. Dat eigen tempo heeft een harde grens bij een (vaak nog erg jong ingeschat) gemiddelde. Daar klopt dus niets van. Door een gemiddelde als een grens te gebruiken zet je de helft van je deelnemers buiten spel.

En voordat je gaat roepen, natuurlijk zijn er kinderen met een werkelijke achterstand. Kinderen die, als ze zo doorgaan, straks niet kunnen functioneren als volwassene. Vaak komen ze uit ernstig disfunctionele gezinnen of is er sprake van een handicap. In ieder geval zijn ze heel zeldzaam. Daar is heel andere begeleiding voor nodig dan een juf die liedjes zingt.

Ten tweede toont het een compleet onbegrip van hoe kinderen eigenlijk leren. Het klassieke beeld van de leerling die oplet en de leraar die iets uitlegt gaat misschien op voor volwassenen, maar een kind is echt een ander soort wezen. De hersenen van een kind zijn nog in ontwikkeling en worden dus anders gebruikt dan de hersenen van een volwassene. Vooral op dit punt ga ik straks dieper op in.

De resultaten van VVE.

Nu zijn we al een tijdje bezig met VVE en kunnen we dus lekker resultaten meten. Waar het gaat om academische kennis is dat nog best makkelijk. Hier bijvoorbeeld, en hier en hier. Het zijn flinke lappen tekst, maar de conclusie is hetzelfde. Vroege educatie heeft een marginaal positief effect op taal- en rekenvaardigheden maar een negatief effect op motivatie en probleemoplossend denken. Het positieve effect op de vaardigheden verdwijnt na een paar jaar weer, de negatieve effecten zijn blijvend.

“Vroege educatie levert een marginaal positief effect op taal- en rekenvaardigheden maar heeft een negatief effect op motivatie en probleemoplossend denken. Het positieve effect op de vaardigheden verdwijnt na een paar jaar weer, de negatieve effecten zijn blijvend.”

Zelfs de enige studie die ik kon vinden die positief is over VVE steunt heel zwaar op zelf rapportage door pedagogisch medewerkers, toont ook een heel klein positief effect en kijkt niet naar de lange termijn gevolgen.

Kortom, VVE werkt niet en heeft zelfs een negatief effect. Ik, in mijn naïviteit, verwacht dan een hele harde “oeps” en snelle aanpassing van het beleid. Helaas, pindakaas, wij van WC-eend blijven WC-eend adviseren en de educatieve stoomwals stoomt door.

Naar school met vier jaar.

Sterker nog. Dat eerste onderzoek waar ik naar link bedoeld met vroege educatie zelfs alles voor het achtste levensjaar. Het is even zitten, maar ik kan je echt aanraden om het door te lezen. Geschreven in 1973 maar juist nu ontzettend relevant. Het kijkt op een multidisciplinaire manier naar de ontwikkeling van kinderen.

Zelfs met vier jaar naar school gaan lijkt helemaal niet zo’n goed idee. De hersenen zijn nog niet aan formele educatie toe. (Nee, ook niet als dat ‘spelenderwijs’ gaat.) Eerst moet de fundering gemaakt worden en dat gebeurt het beste thuis.

Ook hedendaagse onderzoeker Peter Gray is niet gecharmeerd van vroege educatie. Dit is een goed leesbaar artikel er over en hier gaat hij dieper in op het waarom er van. In het kort stelt hij dat als je een kind te jong dwingt om iets te doen waar ze nog niet aan toe zijn, dat niet alleen inefficiënt leren tot gevolg heeft, maar ook verlies van motivatie en een laag zelfbeeld.

Kinderen die laat beginnen met het leren van academische vaardigheden (rond de tien jaar of zelfs later) halen dat in razend tempo in. Binnen een jaar rekenen, lezen en schrijven ze net zo goed als kinderen die vroeg begonnen zijn, maar dan wel met behoud van hun natuurlijke nieuwsgierigheid en motivatie.

Kortom, we kunnen niet alleen dat hele VVE-programma overslaan, maar zelfs de complete onderbouw. Maar ja, dan moet het systeem op de schop en dat willen we niet. In onze actie gerichte cultuur vinden we het veel te eng om op natuurlijke ontwikkelprocessen te vertrouwen. Ontspannen en genieten van hoe een kind groeit durven we niet meer. Het moet gecatalogiseerd, gestandaardiseerd, beoordeeld, bevorderd en daarmee uiteindelijk compleet verknald.

Hoe werkt het dan wel?

Als ik het voor het zeggen had, dan was school altijd optioneel en vooral bedoeld voor die gezinnen die, door werk of eigen onvermogen, niet in staat zijn hun kind een rijke leeromgeving te bieden. (Dus gewoon een gemiddeld gezin waar ganzebord gespeeld en voorgelezen wordt, zeg maar.)

Wat er dan aan opvang of school georganiseerd wordt zou rekening moeten houden met de ontwikkel fases van een kind. Het is totale onzin om iets te forceren waar ze gewoon nog niet aan toe zijn.

Van nul tot twee jaar vindt de eerste hechting plaats. Kinderen horen dan thuis en daar zou onze maatschappij in moeten faciliteren. Ik bedoel, het gaat alleen maar over de basis ontwikkeling van de volgende generatie hè… best belangrijk enzo.

Van twee tot tien komt de volgende fase. De opbouw, zeg maar. Het moment waarop een kind werkt aan socialisatie, het zelfbeeld, motorische vaardigheden en de hersenen structuur geeft. Gray noemt het de intellectuele fase. Nu wordt er hard gewekt aan het raamwerk waar straks al die kennis in kan.

Overigens zijn er best kinderen die al eerder interesse tonen in bijvoorbeeld lezen of rekenen. Dat is prima. Interesse betekent dat ze er klaar voor zijn. Zolang je maar niets pusht.

Met ongeveer tien jaar begint de academische fase. Nu is het vat klaar en kan er kennis in. Hoeft niet in een schoolsetting, maar het kan wel. Nogmaals, je hebt geen MRI nodig om te weten in welke fase je zit, dat weet je kind zelf prima. Zolang jij af en toe een boek leest waar ze bij zijn, vragen ze helemaal vanzelf hoe dat lezen nu eigenlijk werkt. Of leuker nog, ineens blijkt dat ze al kunnen lezen. Op dezelfde manier waarop een dreumes ineens kan opstaan en weglopen, kan een kind uit het niets een boek pakken en gaat lezen. Gaaf toch!

Kortom.

Het school- en kinderopvangsysteem is ooit vast met goede bedoelingen opgezet, maar past totaal niet bij wat we nu weten van de ontwikkeling van kinderen. Dus is het tijd voor verandering. Als ik mijn zin krijg dan breken we het complete bouwwerk af, om de boel van de grond af aan opnieuw op te bouwen.

Niet alleen heeft VVE geen enkel nut, zelfs de complete onderbouw doet meer schade dan goed. We gaan de verkeerde kant uit mensen! Niet eerder, maar later. Niet meer maar juist minder. We missen vertrouwen in de vermogens van onze kinderen. Dat mag van mij in rap tempo weer terug komen. Sta op die rem en gooi het stuur om. Luistert u, minister van onderwijs?

Kusje er op!

Dat je kind dan valt, huilend naar je toe rent en na een kusje op de pijnlijke plek vrolijk weer weghuppelt. De grootste tovertruc in opvoedland, een kusje als pijnstiller. Het lijkt totaal belachelijk en toch werkt het voor klein en soms zelfs groot zeer.

Volgens mij is het ook heel universeel, iets van alle tijden en culturen. De vorm veranderd misschien een beetje, een aai er op, even blazen, maar het principe blijft gelijk. Ik ken bijvoorbeeld een gezin waar ze “een koekje er op” doen. Zo wordt een zielige knie op verschillende manieren magisch opgelost door liefhebbende ouders. Wat is dat toch?

Is het aanstelleritus?

Er zijn ouders die beweren dat de pijn dan niet echt was. Als het met een imaginaire oplossing verdwijnt dan zal het leed ook wel ingebeeld zijn. Een voorbeeld van hoe die gemene kinderen hun ouders manipuleren door verdriet te veinzen.

Ik doe altijd heel erg mijn best om dat soort ouders geen klootviolen te vinden. Naar alle waarschijnlijkheid zijn ze zelf ook zo opgevoed en weten ze gewoon echt niet beter. In het kader van karma slik ik mijn oordeel maar weer in.

Kinderen manipuleren namelijk niet. In ieder geval niet op de negatieve manier waarop we de term zien. Verdriet is altijd echt verdriet, ook als het snel over is. Bij jezelf schrijf je een plotse vlaag van melancholie ook niet af als nep of betekenisloos.

Dat een kind gedrag vertoont om een bepaald effect te bereiken maakt het geen manipulatie, eerder communicatie. Een baby die huilt om aandacht of veiligheid is niet anders dan een volwassene die vraagt om een knuffel.

Is het dan een placebo effect?

Eeeehhhh, nee. Niet helemaal nee. Dat gezegd hebbende vind ik dat veel dingen die wij onder een placebo effect scharen dat helemaal niet zijn. Het placebo effect gebeurt wanneer iemand zo veel vertrouwen heeft in een geneesmiddel of behandeling dat die een positief effect heeft, terwijl de behandeling of pil niets doet op het fysieke vlak.

De lijnen worden vaag hier, toegegeven, maar ik denk dus werkelijk dat een kusje of dergelijke behandeling géén placebo is. Dat het wel degelijk een fysieke uitwerking heeft.

Begrijp me niet verkeerd, het placebo effect is een krachtig en vaak positief iets. Toen ik me jaren geleden eens heel ellendig voelde omdat ik een drankje te veel gedronken had op een festival, overtuigde een vriend me er van dat als ik een zoet broodje zou eten, ik me beter zou voelen. Het werkte en toen ik hem later naar een uitleg vroeg gaf hij toe dat het een placebo ‘pil’ was. Toch was ik blij met mijn behandeling, ik was immers van het nare gevoel af.

De mens als sociaal dier.

Even een tussenstukje wat uiteraard achteraf belangrijk gaat blijken. De mens is een sociaal dier. Wij horen in groepen te leven en zelden alleen te zijn. Een enkel mens had gedurende het grootste deel van onze evolutie weinig kans op overleven. De banden binnen een groep zijn belangrijk en dienen dan ook sterk te zijn.

Ons naakte lijf kent weinig gereedschappen (klauwen bijvoorbeeld) om mee te overleven, behalve ons brein. Het is onze intelligentie die ons een gevaarlijke soort maakt. Maar ook die stelt weinig voor als we alleen zijn. Het denkvermogen geeft ons de mogelijkheid tot grotere samenwerking en dat geeft weer eindeloos veel opties. Het is de hele reden waarom we een taal hebben ontwikkeld.

Het is niet een grote gedachtesprong dat we bij gebrek aan een sociale band stress ervaren en juist daartegenover bij aanwezigheid van die band rustig en veilig zijn. Met alle lichamelijke gevolgen van dien.

De helende band.

Van alle sociale verbintenissen die we aangaan is de ouder-kind band de meest diepgaande. Wanneer we klein en hulpeloos zijn zien we onszelf als één met de primaire hechtingsfiguur. (Meestal de moeder, maar niet altijd.) Naarmate we ouder worden veranderd de dynamiek, maar niet de kracht en diepgang. Als tragisch voorbeeld zie je hoe moeilijk kinderen van disfunctionele ouders het hebben om los te komen.

Kortom; een kind wat zich gekoesterd weet in de liefde van haar ouders voldoet aan een diepe, instinctieve, voorwaarde om veilig te zijn. Het kusje wat we geven is niet zomaar een kus, het is de uiting van een verbintenis en alles wat daarmee samen gaat. Het is een korte manier om over te brengen dat je veilig bent, geliefd, sociaal, gesteund en onderdeel van een groter geheel. De stresshormonen die zijn ontstaan na de schrik en pijn verdwijnen en daarmee ook het nare fysieke gevoel. Het kusje er op heeft zijn werk gedaan, het kind is bevestigd in haar plaats en het spelen kan weer verder gaan.

Volwassenen uit verbinding.

Zijn we eenmaal groot, dan leven we helaas niet meer zoals het hoort. We hebben onze stam ingeruild voor een relatief klein gezin. Te klein om echt aan onze sociale behoefte te voldoen. We staan uit verbinding met een hoop ellende als gevolg.

Ik wil nu niet beweren dat mensen die in een stam leven nooit ongelukkig zijn, maar de enorme hoeveelheid depressies, burn-outs en aanverwante ellende die wij meemaken is geheel uit proportie. Zonder de hechte groep staat ons lijf in stress modus. Er is continu gevaar want een mens alleen kan niet. Zelfs al heb je het geluk om een hele fijne partner te hebben, dan spenderen we het grootste deel van de dag apart!

Natuurlijk worden we dan ziek! De arrogante, moderne, mens die denkt het voor elkaar te hebben. Met vaatwasser, spelcomputer en vakantie naar de zon. Dat is niet zoals het hoort, dat is juist wat ons zo ellendig maakt. En maar neerkijken op de ‘onbeschaafde’ mensen, denkende dat wij de top van evolutie zijn.

Weet je wat ik nodig heb? Een stamgenoot die mij een kusje er op geeft. Een kusje op mijn ziel.

Mijn kind is een slechte slaper!

Ik hoor nog wel eens ouders zeggen dat hun jonge kind een “slechte slaper” is. Dat kan, die bestaan, ik ben er zelf eentje. Maar in dit geval blijkt vrijwel altijd dat het kind eigenlijk helemaal geen slechte slaper is maar gewoon een jong kind. Dus had ik het idee om op een rijtje te zetten wat allemaal normaal slaapgedrag is voor jonge kinderen.

Eerst even een disclaimer. Dat het gedrag van jouw kind normaal is betekent niet dat het makkelijk voor je is en ook niet dat je er niets aan kan of moet doen. De manier waarop wij als soort leven is namelijk niet normaal. We horen in stamverband lief, leed en gebroken nachten met elkaar te delen. Een gezin is teveel werk voor maar twee (of zelfs een enkele) volwassene. Soms moet je roeien met de riemen die je hebt, in je eentje, midden in de nacht, op een grote boot, met een gebroken roeispaan….ok, je snapt het idee wel.

De onderwerpen die ik wil behandelen zijn:

  • Laat naar bed gaan.
  • Aan de borst/wiegend/met hulp van ouder in slaap vallen.
  • Korte dutjes doen overdag.
  • Vaak wakker worden ‘s nachts.
  • Lang wakker zijn in de nacht.
  • Naast de ouder willen slapen.

Mocht je haast hebben; dit is allemaal normaal gedrag. Geen zorgen maken, gaat vanzelf over, ongeacht wat je schoonmoeder, buurvrouw of het consultatiebureau zegt.

Laat naar bed gaan.

We hebben vaak het beeld dat brave kindjes om zeven uur ‘s avonds zoet naar bed gaan. Schattig idee, maar daar klopt mooi niets van. Het is nergens op gebaseerd. Nou ja, niet op enige biologische, psychologische of sociologische waarheid. Wel op een raar cultureel idee dat kinderen de ouders niet tot last mogen zijn.

Natuurlijk bestaan er kinderen die strak na Sesamstraat omvallen, maar zeker tussen de één en drie jaar zit de beruchte laat naar bed fase. Die kinderen blijven nog wel eens net zo lang op als jij. Is niet erg, ze krijgen echt wel genoeg slaap. Als het dutje overdag wegvalt en de wekker in de ochtend vroeg gaat krijg je je avond weer terug. Nou ja, de meeste avonden dan. Ok, sommige, sommige avonden kan je op de bank zitten. Beloofd.

Aan de borst in slaap vallen.

Dit vind ik eigenlijk de raarste van allemaal. We vinden het doodnormaal om een baby met allerlei lichaamsfuncties te helpen. Niemand die zegt dat een kleintje wat nog niet de eigen boterham smeert een slechte eter is, maar als ze niet zonder hulp in slaap vallen worden ze slechte slaper genoemd.

Het is normaal dat een kind de eerste jaren hulp nodig heeft om de weg naar dromenland te vinden. De borst is daar uitermate geschikt voor. Daar zitten namelijk stofjes in die een kind tevreden en slaperig maken. Goh…waar zou dat nou voor zijn?

Maar ook wiegen, zingen, lopen, dragen of wat je ook doet is normaal. Ik garandeer je dat ze uiteindelijk zelf naar bed lopen. Geen puber die nog in de draagdoek moet.

Korte dutjes doen overdag.

Nog zo’n leuke. Het concept dat een baby per dutje minstens een uur of twee moet slapen. Geen idee wie dat verzonnen heeft maar het slaat echt nergens op.

Nogmaals, natuurlijk zijn er kinderen die vanzelf lang tukken. Prima, mits aan een paar voorwaarden is voldaan. (Niet ingebakerd, ouder dichtbij, geen slaaptraining.) Maar de snelle slapers zijn ook oké.

Iedereen heeft een slaapcyclus. Daarmee bedoelen we de verschillende slaapfases die je doormaakt. Als je klaar bent met het rijtje heb je een cyclus volbracht. Bij een volwassene duurt dat ongeveer anderhalf à twee uur. Bij een pasgeboren kind ongeveer veertig minuten. Na zo’n cyclus word je half of helemaal wakker.

Bij dutjes is het heel gewoon als een baby na èèn slaapcyclus klaar is. Dat hoeft niet precies veertig minuten te zijn, iedereen is anders. Drie keer een half uurtje per dag slapen is net zo goed als één keer anderhalf uur. En nu niet gaan miepen als jouw kind twee van die korte dutjes doet. Het is een voorbeeld, in principe kan je een baby de slaap zelf laten regelen.

Vaak wakker worden ‘s nachts.

Zelfde verhaal, weer die slaapcycli. Een baby die in lichte slaap verkeert (wat een aantal keer per nacht gebeurt) heeft jouw hulp nodig om weer in diepe slaap te komen. Jij bent volwassen en draait je gewoon om. Mogelijk herinner je je niet eens meer dat je (half)wakker bent geweest. Een baby of jong kind kan dat nog niet. Die maken een tussenstop via borst, fles of knuffels.

Ook dat is heel normaal, zo normaal zelfs dat we er trucjes voor geëvolueerd hebben. Borstvoedende en samen slapende moeders komen vaak automatisch in hetzelfde slaapritme als hun kind. Dat je dus allebei tegelijk in die ondiepe slaap fase zit. Komt bij dat zowel moedermelk drinken als de dispenser zijn je slaperig maakt. Zo zakken jullie makkelijk weer weg.

Dat allemaal gezegd hebbende; een kind wat vaak wakker wordt ‘s nachts kan wel kneiter zwaar zijn. Wij zijn de waakzame slaap, die eigenlijk de norm is voor onze soort, vergeten. We hebben aangeleerd dat alleen acht uur coma goed is en verder niets. Klopt weinig van, maar het is een heel proces om jezelf weer een ander slaapritme aan te leren.

Ook wil ik herhalen dat je dit niet alleen hoort te doen. Aan twee tot vier voedingen per nacht kan je wennen. Maar die elk-uur fase is veel te zwaar in je eentje. Dan hoor je overdag bij te slapen terwijl je stamgenoot voor de kleine zorgt.

Lang wakker zijn in de nacht.

Vrijwel elke ouder kent deze wel; kinderen die midden in de nacht ineens klaarwakker zijn. Daar sta je dan met je wazige hoofd, in de woonkamer, met een kind wat per se een puzzel wil maken. Zelfs dat is normaal gedrag, echt waar. Oké, het is ontzettend ouderwets, maar vroeger zeer in de mode.

Voor dat er kunstmatig licht was waren de nachten een stuk langer en een stuk rustiger. Er zijn vrij veel aanwijzingen dat mensen in twee delen sliepen, eerste slaap en tweede slaap werd dat genoemd. Hier lees je daar meer over, absoluut fascinerend.

Wat jouw kind doet is een terugval naar dat instinctieve gedrag. Kan je niet veel mee wanneer je in het maanlicht beneden zit, maar goed, in ieder geval de geruststelling dat jouw kleine geen monster is ofzo.

Hou de kamer zo donker mogelijk, hou de activiteit rustig en wissel af met een partner als het vaker gebeurt. (Ik besef me dat niet iedereen die luxe heeft en dat vind ik heel erg. Als ik kon kwam ik je persoonlijk helpen.) Meestal verdwijnt het gedrag vanzelf weer. Mijn escape als ik het echt niet meer trok was een filmpje opzetten en er naast slapen (oké, doezelen, maar beter dan niets). Een scherm verlengt wel de tijd dat ze wakker blijven, maar het is beter dan een kind uit het raam gooien. (Dat is een grapje! Niemand doet dat echt…we denken er alleen soms aan…heel even..en hebben er dan meteen spijt van.)

Naast de ouder willen slapen.

De nacht is gevaarlijk. Of nochtans, dat was het gedurende het grootste deel van onze evolutie. Baby’s zijn nog niet up to date met de laatste ontwikkelingen. Huizen, verwarming en de afwezigheid van roofdieren enzo. Eenzaam in de nacht zijn ze heel letterlijk doodsbang.

Daarbij hebben ze nog gelijk ook. Zelfs in onze moderne slaapkamers is het niet veilig voor een kind alleen. Een kind wat haar temperatuur en bloedsuikers nog niet zelf kan reguleren. Een kind wat een warme deken nog niet af kan schoppen en bij misselijkheid niet zelf een emmer kan pakken. Een kind wat een nog onvolwassen ademhalingscentrum heeft en dus zonder de externe prikkel van een volwassen ademhaling ineens kan ophouden met die enigszins belangrijke activiteit.

Onze jongen weten heel goed waar ze veilig zijn; in de armen van een ouder. Ja, ook bij dutjes. Een baby die alleen maar knuffelend wil slapen heeft het heel goed gezien. Natuurlijk snap ik dat dat lastig kan zijn. Als je zelf slaapt gaat het wel, maar overdag en in de vroege avond heb je ook nog andere dingen te doen.

Probeer prioriteiten te stellen. De was is dat niet. Waar je niet onder uit komt (oudere kinderen of je eigen mentale gezondheid bijvoorbeeld) is goed op te lossen met een draagdoek. Of maak een veilige slaapplek in de woonkamer. Dan kan je die serie kijken met je kind naast je. (Let op! Een bank is geen veilige slaapplek voor een baby. Ook niet als je er bij bent.)

Er bestaan ook echte slechte slapers.

Al het bovenstaande gedrag is totaal normaal, gezond en vaak zelfs nuttig. Als een vuistregel kan je er van uitgaan dat een blij kind wat goed ontwikkelt geen problemen heeft. Nogmaals, ook heel normaal slaapgedrag kan kneiterzwaar zijn voor de ouders. Het grote verschil zit hem in de aanpak. In de bovenstaande gevallen kan je beter je eigen verwachtingen en omstandigheden aanpassen. Heel kort door de bocht, laat de consultatiebureau ideeën los en regel hulp zodat je bij kan slapen. Lang door de bocht lees je hier.

Dan zijn er ook kinderen die echt slecht slapen. Vrijwel altijd gekenmerkt door huilen. Kinderen die duidelijk wel willen slapen, maar dat niet kunnen. Die pijn hebben of een ander ongemak. Ik wil daar een stuk over schrijven, sterker nog, ik ga daar een stuk over schrijven, maar niet nu. Dat verdient meer aandacht dan een korte paragraaf.

Wie slaapt er nu slecht?

Het komt er op neer dat in vrijwel alle gevallen het niet de kinderen zijn die slecht slapen, maar wij. Ten eerste omdat wij rare ideeën hebben over hoe slaap nu moet en ten tweede omdat wij door al onze moderne gewoontes ook echt slecht slapen. Dat is een geruststelling, er is namelijk niets mis met je kind, maar het is ook balen, want uiteindelijk zit je wel met je dooie hoofd aan de ontbijttafel.

Het is tijdelijk. Het gaat over. Ik durf zelfs te beweren dat je deze dagen gaat missen…als ze puber zijn…en tot ver in de dag in hun bed liggen meuren.

Welterusten.

Herfst perikelen: hoe krijg ik mijn kind een muts op.

Het is weer herfst! Ja, volgens de kalender al een tijdje maar dat was de instagram herfst. Je weet wel, van die mooie dagen met warm licht en prachtig gekleurde blaadjes overal. De aangewezen tijd om selfies te maken waar je onder schrijft hoeveel je van de herfst houdt.

Nu is het echte herfst. De soort waarbij die mooie blaadjes voornamelijk op de grond liggen en niet meer zo mooi zijn. Waarbij het regent, heel veel regent. Dat geen haar op je hoofd er aan denkt om een herfstwandeling te maken. Die herfst.

(Overigens begint na Sinterklaas ook de instagram winter. Dan maak je selfies met warme chocolade melk, bij gebrek aan sneeuw. Op de eerste dag van januari begint de echte winter pas.)

Met het snertweer komt ook een prachtige, Nederlandse, traditie terug. Elk jaar opnieuw kan je het meemaken. Het worstelen van een onwillig kind in een jas, handschoenen, muts en sjaal. Door heel ons land rennen wanhopige ouders achter hun peuter aan met zorgvuldig uitgekozen wantjes. Hele discussies worden gevoerd met een baby die nog niet kan praten maar op de een of andere manier wel de strakgestrikte muts van het hoofd weet te wurmen….voor de vijfde keer…terwijl je toch al te laat bent.

(En als je me nu zegt dat jouw kind juist graag mutsen draagt, dan vind ik je een vervelend mens en moet je je mond maar houden met je perfecte leven en je perfect gemutste kind. Ga toch een herfstwandeling maken ofzo!)

Door de ogen van een kind.

Ergens snap ik het wel. Die winter accessoires zitten überhaupt al niet heel lekker. Zeker wanten. Oh, ze zijn absoluut warm hoor, maar om nu je hand in te ruilen voor een vormloos pootje…

Wij ouders werken ook graag preventief. De zooi wordt aangehesen op het moment dat het betreffende kind nog lekker warm is. Ik smoor ook zachtjes weg als ik in de huiskamer sta met winterjas al dichtgetrokken. Kinderen zijn nogal van het hier en nu. Die kou ligt nog in de toekomst, toegegeven, het is de nabije toekomst, maar goed, daar heeft de gemiddelde mini burger geen boodschap aan.

Stukje eigen wil komt er ook bij kijken, zeker vanaf de peuter leeftijd. Was je de trotse ouder van een meewerkende dreumes, na de tweede verjaardag kan die sterke persoonlijkheid ineens alle ruimte krijgen.

Hoe harder we als ouder roepen dat iets moet, hoe harder een kind in verzet gaat. Juist op het moment dat we bijna in paniek raken van het idee dat ons kind sjaalloos achterop de fiets zit, worden er kleine hakken stevig in het zand gezet.

Hoe gaat dat bij mij thuis?

Ik ben de trotse moeder van drie hele koppige kinderen. Vind ik meestal erg leuk en als we haast hebben niet. Het hele geen jas/muts/sjaal/handschoenen aan willen is bekende strategie bij mij thuis. Daar heb ik een heel makkelijk antwoord op gevonden. Ok, zit je goed? Komt ie: “Dan doe je geen muts op.”

Het hele idee is dat ik de dwang opgeef en met mijn kind mee beweeg. Klinkt simpel, is het ook. Ik durf te wedden dat ongeveer de helft van jullie nu iets denkt als “Wel..duhhh. Dat is toch gewoon?”. Die groep kan lekker verder lezen terwijl ze geheel gevalideerd worden in hun mening. Dat is af en toe erg fijn.

Ik wil eventjes kletsen met de andere helft. De ouders die nu iets in de trant van “Ja maar dan vriezen de oortjes er van af!!!!11!!! Dat kan toch zomaar niet?!” roepen.

Stukje geruststelling, er is nog een stap in mijn strategie. Ik pak namelijk het afgewezen kledingstuk en stopt het in mijn tas. Zelfs de jas kan opgeborgen als het desbetreffend kind er geen zin in heeft. Zolang ik de boel maar mee neem. Eenmaal buiten en koud vragen ze er meestal zelf wel om. Doen ze dat niet, dan hadden ze het toch niet zo koud als ik dacht.

Want weet je, een gezond kind laat zich echt niet bevriezen. Voordat die vingertjes zwart worden mag er echt wel een wantje om, beloofd. Het is in onze maatschappij helaas een zeldzaam begrip, maar kinderen weten zelf wel wat hun lijf nodig heeft, als we ze maar de kans geven om dat te uiten.

Dat gezegd hebbende wil ik wel waarschuwen. Als er in het verleden dwang is gebruikt, of je gewoon de trotse ouder bent van een extra koppig kind, dan kan de kroost het best lang uithouden met koude oren. Misschien wel tot het punt van traantjes. Dat is niet erg. Mijn taak als ouder is om tranen te troosten, niet voorkomen. Een krachtige ervaring geeft een kind des te meer inzicht. Het vertrouwen wat ik in ze toon, zelfs als ze in mijn ogen een vergissing maken, helpt ze om in hun eigen wijsheid te blijven.

Oh, en de woorden “ik zei het toch” zijn absoluut en te allen tijde verboden. Ik weet dat het moeilijk is. Hou je in.

Grote tassen, grenzen en autonomie.

Nadeel is wel dat ik altijd rondsleep met een grote tas. Gelukkig zijn linnen tassen in. (Eeeehhh, denk ik. Anders begin ik de trend wel..ofzo) De ironie is dat ik mijn eigen moeder ben geworden. (Waar denk je dat ik deze truc heb geleerd?) Ook uit haar tas kwam vroeger alles wat we achteraf toch misten. Hele garderobes en voedselvoorraden sleepte ze mee.

Oh, en omdat mensen altijd de extremen opzoeken…nee, ik laat mijn kinderen niet bloot een sneeuwstorm in lopen. Overigens geldt daar echt wel hetzelfde principe voor hoor. Binnen vijf meter is het niet leuk meer. Punt is dat het ook niet leuk is om een kind in een sneeuwstorm aan te kleden. Voordeel van vertrouwen geven is dat je het ook terug krijgt. Wanneer ik dringend advies geef wordt er eigenlijk altijd wel geluisterd.

In onze maatschappij geven wij kinderen heel weinig autonomie. Volgens de standaard jeugdzorg opvoeding bepaal je eigenlijk alles. Slaap, eten, kleding, the works. Het idee dat een klein mens zelf weet wanneer ze moe, hongerig of koud is lijkt bijna revolutionair. Toch kunnen ze dat net zo goed als jij en ik, sterker nog, ze kunnen dat waarschijnlijk veel beter aangezien het de meeste volwassenen afgeleerd is.

Ook dit is weer zo’n staaltje rare verwachtingen. We willen passieve, meewerkende kinderen die dan assertieve en zelfstandige volwassenen moeten worden. Zo werkt dat niet. Ik wil lastige kinderen, uitdagende en brutale kinderen. Want als mijn kinderen niet tegen mij, hun eigen moeder, in durven, hoe moeten ze later omgaan met een bazige baas of vervelende buur?

Boek: Over giraffen, jakhalzen en geweldloze communicatie.

Een paar maanden geleden was ik eens op een beurs. Misschien ken je ze wel, van die beurzen voor hippie ouders. Met workshops, lezingen en zalen vol stands waar je meer geld kan uitgeven dan je van te voren had afgesproken. Nu is dat vrij standaard voor een beurs, maar hier ging het dan om stands met draagdoeken (die je dan zo lekker kan voelen), lezingen over attachement parenting en onder ander een workshop over geweldloze communicatie.

En vooral dat laatste trok me wel. Ik had er al over gehoord en het is zeker een vlak waarin ik wat ontwikkeling kan gebruiken. (Vooral ‘s ochtends..als we haast hebben…en er weer eens een schoen kwijt is. Beetje zoals dit.)

Dus zit ik daar braaf op te letten tijdens de uitleg en kocht ik zelfs achteraf het boek. Grappig genoeg niet eens een dik boek, vrij dun zelfs. Ik was sceptisch dat zo’n nieuw concept in zo weinig pagina’s behandeld kon worden.

Overigens, het gaat om dit boek. De Giraf en de Jakhals in ons, door Justine Mol. En daar wil ik dus vandaag een recensie over schrijven. Voor de duidelijkheid; als je via de link (deze link) het boek besteld dan kost het jou niets meer en krijg ik er een paar centen voor. En dat is handig, want dan kan ik pannenkoeken maken voor mijn kinderen. Doe het voor de pannenkoeken.

Het boek.

Mevrouw Mol legt ons uit (via een leuk beeldend verhaal) dat wij allemaal een giraf en een jakhals in ons hebben. De giraf is rustig, liefdevol, begripvol. De giraf vertaald en begrijpt en heeft geduld. De jakhals is het tegenovergestelde. Hij komt voor ons op, wordt boos, maakt heel duidelijk waar je grenzen liggen en hoe je gevoel zit.

De truc, zo wordt ons uitgelegd, is beide kanten de ruimte geven. Je kan niet alleen een giraf zijn en van alleen jakhalzen wordt iedereen ongelukkig. Het is luisteren naar de agressieve kant door een filter van de geduldige kant.

Mol neemt ons mee in voorbeelden waar het soms wel of juist niet handig is om een bepaalde kant naar voren te roepen. Ook krijg je een hoop praktisch tips om met je giraf en jakhals om te gaan. Het boek leest vlot, wordt niet saai (wat mij te vaak gebeurt in zelfhulp boeken) maar weet wel de benodigde informatie over te brengen. En daar ben ik nog best van onder de indruk.

Mijn favoriete stuk is waar je wordt aangeleerd om een situatie van vier kanten te bekijken. De buitengekeerde jakhals (het oordeel wat je hoort van een ander), de binnengekeerde jakhals (het oordeel wat je hebt over jezelf), de binnengekeerde giraf (begrip hebben voor jezelf) en de buitengekeerde giraf (je verplaatsen in de ander).

Ja, dat is in het begin echt ontzettend langzaam en onhandig. Ik oefen nu vooral nog bij online gesprekken, omdat je daar makkelijk tijd kan nemen om te antwoorden. Maar het gaat steeds sneller en het idee is dat je het uiteindelijk vanzelf doet.

Mijn mening.

Mocht het nog niet duidelijk zijn, ik ben best enthousiast over dit boek. Het heeft absoluut een ‘zweverige’ inslag in de zin dat het gevoelens een stem geeft. Maar de werkwijze is heel praktisch en de toepasbaarheid is groot. In mijn eerste onhandige pogingen merk ik al dat je veel meer tot elkaar komt, in plaats van te verzanden in een “welles-nietes” strijd.

De verschillende aspecten van een mens zo simpel uitbeelden (met twee dieren) lijkt in eerste instantie bijna kinderlijk. Maar het mooie van kinderlijke concepten is dat we het allemaal snappen. Jip en Janneke taal, zeg maar.

Ken je de uitspraak dat als je iets niet uit kan leggen aan een zesjarige, je het concept eigenlijk zelf niet snapt? Justine Mol snapt waar ze het over heeft en weet het in duidelijke taal uit te leggen.

Het enige wat ik echt niet voor mekaar krijg is midden in een ruzie mijn handen op mijn hoofd te leggen en “giraffenoren” te maken. Ik kan me echt helemaal voorstellen dat een conflict dan snel ontaard in gegiechel, maar mijn trots staat me nog wat in de weg. (Om eerlijk te zijn, ze suggereert dat met je handen even in een andere kamer te doen, maar nog steeds zie ik mijn boze zelf niet zo zitten.) Ik heb duidelijk nog wel wat te leren, maar uiteindelijk ben ik ook nog maar een baby girafje, dus wie weet wat nog komt.

Hoe dan ook, ik vind het een aanrader die je zo wegleest en waar je nog wat aan hebt ook.

Enthousiast geworden? Hier kan je bestellen. Giraf ze! (Maar vergeet je jakhals niet.)

10 Mythes over slaap en kinderen, deel 2.

Zo, na een week wachten is hier eindelijk deel twee. Mocht je het eerste deel gemist hebben, begin dan hier met lezen, anders val je er zo middenin. Maar goed, bij deze dus; die volgende vijf mythes over kinderen en slaap. Dit keer gaat er zelfs eentje over jou! (Spoiler, de laatste.)

6, Een kind hoort van zeven tot zeven te slapen.

Er gaan van die tabelletjes rond waarin je mooi kan opzoeken hoe veel en hoe laat je kind hoort te slapen. Heel Hollands is van zeven uur ‘s avonds tot zeven uur ‘s ochtends. En dan het liefst aan één stuk uiteraard.

Ook hier gaan we totaal voorbij aan de individualiteit van elk mens en de verschillende behoeften van elk gezin. Niemand roept dat elke volwassene om tien uur naar bed hoort te gaan en om zes uur op moet. De een is een nachtuil en de ander een ochtendmens. Grappig genoeg werken kleine mensjes ook zo.

Daarbij zou het bij ons wel erg jammer zijn als de koters strak om zeven uur op stok liggen. Officier Pappa komt vaak pas rond die tijd thuis. Dan zien ze hem dus alleen in het weekend. (Wie is toch die man die op zondag altijd de tofu komt snijden?) Niet heel bevorderlijk voor de band en zo.

Hoewel je ook best kan zeggen hoeveel slaap iemand ongeveer nodig heeft, is dat ook maar een gemiddelde. Het ene kind heeft met een jaar echt wel zestien uur slaap nodig, maar het andere kan met een uur of twaalf af. Dat scheelt zo maar een flinke dut. Nergens is er enig bewijs dat die slaap zich tussen hele specifieke uren moet afspelen. Zolang het grootste deel ergens in de nacht gebeurt mag er flink wat variatie in zitten.

7, Na een bepaalde tijd heeft een kind geen voeding meer nodig in de nacht.

Ook weer zo eentje die neerkomt op doorslapen. In het begin hebben alle baby’s nachtvoedingen nodig, maar weer zijn er allerlei mensen die je zeggen wanneer dat nu eens over moet zijn. Als je langer dan een bepaald aantal weken of maanden je kind in de nacht van melk voorziet doe je het verkeerd. Dat kind houdt je voor de gek en je moet als ouder nu maar eens duidelijk gaan maken dat jij wel even bepaald wat hun lichaam nodig heeft.

Echt, hoe meer van dit soort onzin ik opschrijf hoe sarcastischer ik word. Kan ik niets aan doen, het is sarcasme of huilen en tranen zijn niet goed voor mijn toetsenbord.

Een kind kan om verschillende redenen wakker worden ‘s nachts. Zeker met borstvoeding koppel je ze eigenlijk automatisch aan. Maar stel nu dat je kleintje wakker wordt omdat het koud is, is het dan verkeerd om er een tepel bij te houden?

Nou, nee dus. Het mooie van borstvoeding is dat een kind zelf de controle houdt en dat het meerdere functies naast voeding heeft. Een hongerige spruit zal flink drinken, maar een koter met koude voeten wat minder. Het kind dat van diepe naar ondiepe slaap navigeert neemt misschien een enkel slokje en valt weer weg. Je mag er gewoon op vertrouwen dat je kleintje zelf weet wat ze nodig heeft en dat ook zelf regelt. Als ze vol zitten kan je duwen wat je wilt, maar die tepel komt er echt niet in hoor.

Er is ook geen bepaalde leeftijd waarop ze ‘s nachts geen honger meer hebben. Dat verschilt gewoon enorm per kind en per fase waar ze in zitten. Die ontwikkeling is nu eenmaal niet voorspelbaar en zeker niet lineair. Maar ik beloof je dat het helemaal vanzelf gaat. Geen puber die nog nachtvoedingen wil.

Ik ben me er erg van bewust dat ik het nu niet over fleskinderen heb. Hoewel ik weet dat ook die kinderen op hun eigen tempo ontwikkelen en verschillende behoeften hebben, weet ik gewoon niet hoe dat dan moet met een fles. Maar ook daar denk ik dat je niet een enkele regel kan maken die voor iedereen geldt.

8, Een papfles helpt met doorslapen.

Dit is de laatste over doorslapen. (Beloofd.) Het idee dat als je een baby vlak voor het slapen gaan heel vol propt met zware voeding ze dan langer stil blijven. Zodra er enige wallen onder je ogen verschijnen (en dat is enigszins onvermijdelijk) komt dit advies je van alle kanten tegemoet. Iedereen lijkt het er over eens, er wordt zelfs reclame voor gemaakt (van die pyjamapapje onzin) dus dan moet het wel waar zijn toch?

Eeehhhhhhhuuuuhhhhuhuh…nee.

Ten eerste even het boerenverstand er bij. Heb je zelf wel eens een grote maaltijd te laat in de avond gegeten? Weet je nog hoe je in bed lag? Niet echt lekker he? Onrustige nacht, last van je maag en rare dromen. Het toeval wil dat baby’s en peuters best wel op jou lijken, we zijn immers allemaal mensen. Hele grote kans dat ook een klein mens niet lekker slaapt op een volgepropte maag.

Niet overtuigd? Boerenverstand niet genoeg voor je? Ik geef je groot gelijk. Bij deze dan een stukje wetenschap…en nog wat, en hier nog een. Oh, en een leuk artikel wat het samenvat. Geen zin om wetenschappelijke lectuur door te pluizen? Komt hier de samenvatting: het maakt geen donder uit wat je een kind voert, ze worden ongeveer even vaak wakker ‘s nachts. De enige verschillen zijn dat moeders die exclusief borstvoeding geven gemiddeld 40 minuten meer slaap krijgen in een nacht en dat kinderen die overdag en in de avond vol gepropt worden een groter risico op obesitas hebben. (Goh…hoe zou dat nu komen?)

9, Een kind moet op een stille kamer slapen.

Sssssssttt! De baby slaapt! (Op harde fluistertoon lezen.)

Het idee is hier dat een baby op een geluid (en soms ook licht) dichte kamer hoort te liggen en het hele huis er omheen moet sluipen. Het minste geluidje maakt de kleine wakker.

Het valse van deze mythe is dat ie zichzelf waarmaakt. Als je een kind leert onder stille omstandigheden te slapen, wordt het vanzelf nodig. Maar van nature hebben baby’s echt geen stilte nodig om te slapen. Sterker nog, dat werkt averechts. In de buik was het ook niet stil. Een moederlijf maakt een hoop geluid en een zwangere vrouw gaat niet op de slaapkamer zitten zodra de baby even niet schopt. Er is geen enkele reden dat dat aan de andere kant van de vagina ineens anders moet.

Natuurlijk kan een kind schrikken van een plots hard geluid. Maar zal ik je eens wat verklappen, waar ze wakker van worden is vrijwel altijd jouw reactie op het geluid, niet het lawaai zelf. (Ja, er zijn uitzonderingen. Nee, dat zijn er niet zo veel als je denkt.) Als je het voor elkaar krijgt om geen schrik reactie te vertonen, blijft de kleine meestal door tukken.

Bekende geluiden zijn prettig, een soort white noise. Het gezin wat draait, stemmen die rustig praten, verkeer terwijl je buiten loopt. De meeste kinderen slapen er juist goed op. Als je je baby vanaf het begin gewoon tussen de dagelijkse geluiden laat slapen geef je ze zelfs een heel mooi kado mee. Als volwassene kunnen ze dan ook door luide buren en toeterende auto’s heen slapen, en daar ben ik best jaloers op.

10, Je hebt acht uur ononderbroken slaap nodig om een goede nachtrust te hebben.

We kennen allemaal de oude slaap adviezen wel. Acht uur slaap anders gebeuren er vreselijke dingen. En dan moet je vooral dóórslapen. Een paar keer naar de WC en je bent de volgende dag een zombie.

En voor veel volwassenen klopt dat, maar dat is niet omdat we dat vanuit onze biologie nodig hebben. Net als met in stilte slapen is het aangeleerd gedrag. Omdat we liefdevol of streng hebben geleerd om lange stukken stil op onze kamer te liggen, zijn we het nodig gaan hebben.

Maar als we terug gaan naar onze voorouders, niet eens zo heel lang geleden, dan zien we een heel ander beeld. Voordat we elektrisch licht hadden sliepen we waakzaam en naar alle waarschijnlijkheid in twee delen.

Waakzaam omdat we op onze omgeving moesten letten. Even een oog open om het (haard)vuur aan te porren, even half wakker om te kijken wat daar beweegt om dan zonder moeite weer verder te slapen.

En ja, er zijn aanwijzingen dat we in twee delen sliepen. Dat we bij zonsondergang een eerste blok maakten, om dan een paar uur wakker te zijn alvorens het tweede deel te slapen. Hier wordt dat uitgebreider verteld.

Het idee dat je acht uur in coma moet klopt van alle kanten niet en baby’s weten dat nog heel goed. Maar ja, wat moet je als geslaaptrainde volwassene?

Het goede nieuws is dat elke training ook weer omgekeerd kan. Slecht nieuws is dat het vooral doorzetten betekend. Het is ellendig zwaar in het begin, maar uiteindelijk wen je er weer aan om een paar keer (half) wakker te worden in de nacht. Zeker als je kindje naast je ligt en makkelijk kan aankoppelen.

Zijn er meer mythes?

Zo, hèhè, we zijn er door heen. Dat waren de tien grote mythes die ik ken over het slaapgedrag van kinderen. Maar misschien weet jij er nog meer. Vertel!Ik wil ze graag horen. Roept jouw buurvrouw, schoonmoeder of huisarts iets wat ik niet heb genoemd? Wat is jouw favoriete slaap mythe? Ik lees ze allemaal in bed en val dan heerlijk in slaap.

10 mythes over slaap en kinderen, deel 1.

Er gaan altijd verhalen rond over wat een baby wel of niet hoort te doen qua slapen. Nu weet een baby volgens mij zelf heel prima wat ze wel en niet hoort te doen, maar daar is de buurvrouw, je schoonmoeder of zelfs het consultatiebureau het niet altijd mee eens.

Hier zijn tien van die onzin verhalen bij elkaar. Makkelijk om uit te printen en onder bemoeierige neuzen te duwen. Of gewoon om je eigen zelfvertrouwen een boost te geven.

1, Een baby moet wakker maar moe in bed gelegd worden.

Volgens deze mythe is er een soort gouden moment waarop een baby heel moe is, maar nog wel wakker. Een goede ouder herkent dat moment natuurlijk direct en legt haar kleintje vredig in de wieg, alwaar dit engeltje heerlijk inslaapt.

Ennnn, iedereen met een kind weet dat de realiteit heel anders is. Een moe maar wakker kind in een bedje leggen is meestal gegarandeerd een huilbui. Dat ‘gouden moment’ bestaat helemaal niet. Baby’s willen op een ouder of verzorger slapen en dat is echt heel normaal. Dan horen ze dezelfde geruststellende geluiden als in de buik, blijven ze heerlijk op temperatuur en worden ze door de ademhaling en beweging zachtjes gewiegd.

Overdag biedt een draagdoek de mogelijkheid om je handen vrij te houden en hier zie je hoe je ‘s nachts veilig samen kan slapen.

2, Een baby moet bij de eerste tekenen van moeheid naar bed.

Het idee is dus dat je je baby intens in de gaten houdt, om dan bij het eerste gaapje of wrijfhandje de kleine in bed te mikken. Als je dat niet doet verandert jouw lieve kind in een soort monster omdat ze over haar slaap heen is. En dan ben je dus een slechte ouder.

In het echt is ieder kind anders. Er zijn vast wel baby’s waarbij dit een nodige actie is. Maar ga eens na hoe vaak je zelf gaapt. Is dat altijd omdat je moe bent? Ik gaap namelijk best regelmatig en het zou lastig zijn om in bed gekiept te worden omdat de kamer een beetje muf was.

Ook zijn er zat kinderen die echt niet van die tekenen gaan vertonen hoor. Als je geluk hebt kiepen ze gewoon om en als je pech hebt krijg je dan totaal zonder waarschuwing zo’n ik-ben-moe-en-hyper kind. Gezellig.

Zelf doe ik mijn kinderen altijd bij de laatste tekenen van moeheid naar bed. Dat moment net voordat ze spontaan omvallen. Als ik het eerder probeer heb ik ten eerste vaak een vals alarm en ben ik ten tweede uuuuuren bezig, en daar heb ik toevallig een hekel aan. Het komt er op neer dat wat dit betreft elk kind anders is en elk gezin andere behoeften heeft. Maar dat bekt dan weer niet zo lekker.

3, Vanaf een bepaalde leeftijd hoort een kind door te slapen.

Tegenwoordig zijn we het er wel over eens dat een baby vers uit de buik ‘s nachts nog wel wat aandacht mag, maar volgens de mythe houdt dat al snel op.

Iedere ‘expert’ geeft je een andere tijd, maar na een aantal maanden of soms zelfs weken hoort het nachtelijk ontwaken wel over te zijn. Is dat niet zo dan heb je het helemaal verkeerd gedaan en is jouw kind een Slechte Slaper (que dramatische muziek).

Uiteraard klopt hier ook niets van. Er is geen leeftijd waarop doorslapen een must is. Sterker nog, de meeste volwassenen doen het niet eens. Even naar de wc, een slokje water, heel normaal allemaal. Het verschil is dat wij oud genoeg zijn om zelf in onze behoeften te voorzien. Een klein kind is dat niet en dus hebben ze je even nodig. De ervaring leert dat hoe minder je je er tegen verzet, hoe makkelijker het gaat (maar nu ga ik wel kort door de bocht, lees voor meer tips eens mijn stuk over slaapproblemen). Op een gegeven moment, helemaal vanzelf, hebben ze je niet meer nodig ‘s nachts. Dat duurt wel een jaar of vier, vijf (gok ik dat het gemiddelde zo is) maar na de eerste twee jaar wordt het meestal veel minder.

4, Je moet een kind leren zelfstandig in slaap te vallen.

Deze hangt erg tegen het “wakker maar moe” verhaal aan. Het idee dat een kind zelfstandig in slaap hoort te vallen en als dat niet vanzelf gaat je dat moet aanleren. Dat aanleren bestaat er dan vooral uit dat je het kind alleen op een kamer de boel laat uitzoeken. Bij een ouder kind kan je dan ook nog gaan omkopen met stickers en dergelijke.

De grap is dat het juist omgekeerd werkt. Zelf gaan slapen is een van die non-dingen die bij opvoeden hoort. Daarmee bedoel ik de dingen waar je juist niets mee moet doen, dan komen ze vanzelf goed. Dingen als lopen en zo.

Als een kind altijd veilig bij een ouder of verzorger in slaap mag vallen, dan gaan ze slaap associëren met leuke dingen. Knuffelen, aandacht, liefde. Dat soort gedoe. Gaan slapen wordt een prettige bezigheid die ze naar verloop van tijd zelf gaan doen. Je wordt op een gegeven moment gewoon de kamer uitgestuurd.

Als je een kind gaat dwingen wordt bedtijd een naar ding. Wanneer slapen samen gaat met verlating, harde woorden of hoge eisen, dan is de associatie negatief en gaan ze zich verzetten. Best logisch eigenlijk. Dat gedrag kan heel lang voortduren. Eigenlijk wel een leven lang. De ouders merken er misschien niet meer zo veel van, maar er zijn echt zat volwassenen die een hekel hebben aan naar bed gaan, moeilijk inslapen en hun bedtijd lang uitstellen.

5, Je mag een kind na bedtijd nooit uit bed halen.

Als je het dan compleet verprutst hebt als ouder en een Slechte Slaper hebt gecreëerd dan mag je dat kind bij het nachtelijk waken niet uit bed nemen. Dan hebben ze namelijk gewonnen en doen ze nooit meer wat je zegt. Laat je ze in bed dan zou je ze leren dat de nacht voor slapen is en dat dat in bed gebeurt.

Uiteraard ga je zelf wel even naar beneden als je ‘s nachts wakker wordt. Voor het eerdergenoemde glaasje water en wc bezoek. Soms zelfs even zitten op de bank als je slecht hebt gedroomd. Ik ben zelf een vrij slechte slaper en weet heel goed dat het geen zin heeft om in bed te blijven liggen draaien. Even er uit geeft een reset, waarna je sneller weer in slaap valt.

Natuurlijk geldt hetzelfde ook voor kinderen. Dat zijn ook gewoon mensen, al vergeten we dat wel eens. Even een knuffel op de bank kan wonderen doen. En bij een nachtmerrie is het zelfs belangrijk om een kind uit de situatie te halen. Ik ga dan met ze naar beneden en doe alle lichten aan, anders blijven ze bang.

Als je samen slaapt is het hele ‘in bed blijven’ idee nog onzinniger. Meestal liggen daar namelijk ook anderen, een partner of meer kinderen. Het heeft echt geen enkel nut om het hele gezin maar wakker te maken uit een raar principe.

De volgende vijf.

Ja, en nu verwacht je nog vijf van die mythes van me. Die komen ook, maar niet nu. Zie je, dit stuk is best wel monsterlijk lang geworden, dus hak ik bij deze de boel in twee.

Volgende week, zelfde tijd, zelfde blog, nog vijf van die ontzettend vervelende verhalen over kinderen en slapen. Tot dan!

Vijf dingen die je een ouder kado kan doen, in plaats van badschuim.

Ouders. Een eeuwig vermoeide groep mensen. Het opvoeden van kinderen is nooit bedoeld om maar met twee mensen te doen, je hebt er echt een dorp voor nodig. Toch zijn er eindeloos veel gezinnen waar twee en soms zelfs maar één volwassene dapper doorploeteren.

Op moederdag, vaderdag en verjaardagen nemen deze helden met een dankbaar gezicht wat kadootjes in ontvangst. Een lekker geurtje, bubbels voor het bad en soms zelfs een mooi sieraad. Dat zijn echt wel prima dingen om te geven hoor. Uiteindelijk gaat het om de gedachte die er achter zit. Maar vandaag wil ik eens wat andere suggesties doen. Hier is een lijst van vijf dingen die veruit de meeste ouders van jonge kinderen stiekem veel liever hebben dan een Fa douche pakket.

1, Een maaltijd waarbij je niet hoeft op te staan.

Kinderen hebben een ingebouwde sensor voor ouders die even gaan zitten, zeker als er eten in het spel is. Al zijn ze nog zo zoet boven met de lego aan het bouwen, de seconde dat je met je thee en boterham in een stoel ploft, staan ze voor je neus. Uiteraard met een grote variatie aan verzoeken waar je onmiddellijk aan moet voldoen.

De avondmaaltijd zou in theorie beter moeten zijn. We zitten immers nu allemaal aan tafel met hetzelfde doel. De realiteit is echter anders. Er moet van alles gesneden worden, uit de koelkast gepakt en er zijn discussies die juist dan op ruzie uitlopen. Als er een jong kind in het spel is zit er meestal een volwassene met de kleine spruit op schoot, om graaivingers heen wanhopig te proberen wat voedsel in haar mond te krijgen.

Nodig deze mensen eens uit (ja, het hele gezin, dat overleef je wel). En spreek van te voren af dat jij degene bent die opstaat. Of beter nog, ga bij ze langs, geef de ouders een bon voor een restaurant en doe een heldhaftige poging om de kinderen een gezonde maaltijd te laten eten.

2, Een weekend rust en uitslapen.

Het was toevallig laatst vrijdag en ik had een gesprek met de docent van mijn zoon. Aan het einde verzuchtte ze blij dat het nu wel lekker weekend was. Dat was even schakelen. Deze geweldige vrouw verdient uiteraard twee dagen rust, maar het concept is mij nu al zo lang vreemd dat ik even moest denken om haar te begrijpen.

Weekend is voor ouders vooral een tijd van tekenfilms en kinderen die koekjes willen. Het voordeel is dat je niemand naar school hoeft te brengen. (Tenzij je de pech hebt dat je kroost getalenteerd is, dan ben je alsnog taxi naar een club, les of bijeenkomst.) Het nadeel is dat buitenspelen uit de mode is en er naar jou wordt gekeken voor vermaak.

Vraag of de oudere kinderen een keer een weekend bij jou mogen logeren. Vanaf een jaar of vier gaat dat echt lekker. Doe het helemaal goed door ze op vrijdag al uit school te halen. Plan een weekend vol met uitstapjes, films en creatieve activiteiten. Doe voor de goede orde een poging om ze iets anders te voeren dan chips en patat.

Hele jonge kinderen kunnen niet zo lang bij hun ouders weg zijn, maar al neem je maar de helft van de druktemakers mee, je helpt al een hele boel. Voor extra punten kan je een oma of opa inschakelen om in datzelfde weekend een paar lange wandelingen met de kleinste te maken. Let wel op dat dit nogal eens voor gezinsuitbreiding een maand of negen later kan zorgen.

3, Een avond om een favoriete serie te binge-watchen.

Iedereen heeft het over de geweldige finale van de een of andere serie, maar ouders van jonge kinderen staan er vaak beteuterd bij. Ze zijn nog niet verder gekomen dan aflevering drie. Wel kunnen ze Dora ondertussen woord voor woord opzeggen.

Tegen de tijd dat iedereen in bed ligt heeft een ouder met geluk, ok, met heel veel geluk, een uurtje voordat ze zelf van vermoeidheid omvalt. Oh, en in dat uur moet je ook nog een keer of drie naar boven voor het een of ander. En misschien ook de baby voeden die naast je ligt.

Geef ze jouw sleutel, je Netflix password en pas een avond op. Ja, dat is zwaar. Zeker als er een kleintje is. Hou er rekening mee dat ze in slaap vallen en je ze wakker moet bellen.

Weet je wat, maak er een binge middag van. Dan kan jij wandelen met de kinderen en kunnen zij een paar uur kijken. Zoek van te voren uit waar de goede speeltuinen in de omgeving zijn. Bij slecht weer pak je een binnenspeeltuin. Bereid je goed voor met schone kleren (ook voor jou), billendoekjes (ook voor jou en niet per se voor billen. Meer voor plakkerige vingers enzo) en pijnstillers. (Alleen voor jou. Het geluidsniveau is niet normaal daar.)

4, Taart (of ander lekkers) wat je niet hoeft te delen.

Weet je nog dat ik vertelde over die sensor die kinderen hebben als een ouder gaat zitten? Die slaat dus op tilt als er lekkers in het spel is. Het maakt niet uit waar je kind is, als er taart is staan ze met open mond voor je neus. Ik ben er van overtuigd dat ze zelfs op school kunnen zijn, om dan toch plotseling naar huis te teleporteren.

Ik kan soms echt dromen van een goed stuk taart. Liefst chocolade en dan echt heel luxe (en vegan, maar ja, dat ben ik). En dat je dan kan zitten, ook nog met een grote kop thee (hey, droom groot) en totaal ongestoord het hele ding tot de laatste kruimel weghappen.

De realiteit is helaas meer dat je zelf hoogstens een hap binnen krijgt, terwijl je je bord hoog houdt, en er kinderen huilen.

Om dit als kado te geven heb je twee opties. Of je komt binnen met twee taarten. Een voor de volwassenen en een voor de kinderen. Nadeel is dat je ten eerste bestormd wordt, ten tweede de kinderen veel taart moet voeren om de ouders te ontzien en ten derde er altijd een kind is dat liever de grotemensentaart heeft.

Het is waarschijnlijk makkelijker om een bon te kopen voor taart en thee bij een leuk cafeetje en op de kinderen te passen. Geef de bon wel sneaky en zorg dat er geen afbeelding van taart op staat..en dat ie niet naar taart ruikt. Weet je, voor de zekerheid, doe het ding maar in een waterdichte enveloppe….they know….

5, Slaap. Gewoon slaap.

Het ding waar je de eerste jaren als ouder absoluut, zonder twijfel en met grote voorsprong het meest behoefte aan hebt is slaap. Ononderbroken slaap. Dat je als een zeester in bed kan liggen stinken. Urenlang.

Een nacht overnemen gaat erg lastig. Het verschilt van gezin tot gezin en hoe dicht je bij ze staat. Oma kan dit eerder aanbieden dat een oude klasgenoot, zeg maar. Wel kan je dutjes of een uitslaap moment regelen. Sta een keer belachelijk vroeg op in het weekend, zodat je om een uur of zes voor de deur kan staan (wel effe van te voren afspreken natuurlijk). Neem de kroost over en schrik niet van de twee zombies die je vrienden elke ochtend zijn. Stuur ze liefdevol weer naar bed terwijl jij hun nakomelingen een paar uur vermaakt. Zo vroeg in de ochtend is er nog niets open, dus dat doe je ofwel in hun woonkamer, of in die van jou. Zet een film op voor oudere kinderen, knuffel met de kleintjes. Kijk uit voor de lego.

Het dorp dat we nodig hebben.

Ik ben me er van bewust dat vrijwel al deze kado’s neerkomen op oppas zijn. Punt is dat we dat nodig hebben. Ik zeg het zo vaak dat ik wel een gebroken plaat lijk, maar het is nooit de bedoeling geweest om kinderen met maar twee volwassenen op te voeden. We horen in stamverband met elkaar te leven en zo samen de lasten te dragen. Dit is waarom ouders er zo vaak als zombies bij lopen. En dat is waarom we jou nodig hebben. Jij bent onze stam, de extra handen waar we wanhopig op zitten te wachten. Geloof me, we hebben je een stuk harder nodig dan een douchepakket…of een boekenbon.