Het verhaal van een naaimachine en impostor syndrome.

 

Hoi. Ik ben Charly en ik heb impostor syndrome.

Groep: Hoi Charly!

Ken je dat, dat gevoel dat je maar nep doet? Dat je eigenlijk niet zo goed bent als mensen denken? Gefeliciteerd! Dan hoor je bij een verrassend grote groep mensen. Vooral vrouwen, maar er zitten ook genoeg anderen bij. Ik ben er absoluut een van. Pff, wat zeg ik, ik ben die ene vaste klant in de groep, diegene die er zo vaak is dat ze meubilair is geworden.

Oh, en verder kan ik niet naaien. (Met lappen stof en naalden enzo. In bed doe ik het heel aardig) Op het eerste gezicht zijn dat twee ongerelateerde onderwerpen, maar vandaag bouwen we een bruggetje.

Ik voel me een oplichter.

Eerst even een stukje educatie. Wat is impostor syndrome nou eigenlijk. Hier staat een uitleg, maar kort door de bocht is het dat idee dat je maar doet alsof en het gevoel dat mensen elk moment kunnen uitvinden dat je eigenlijk maar nep bent. Uiteraard moet het niet echt zo zijn. Doe je een Leo van Catch me if you can dan ben je gewoon een impostor, zonder syndroom.

Voor mij betekend het dat ik me vaak nog een jaar of zestien voel. Geen volwassene, maar een kind wat doet alsof. Het is soms moeilijk om mijzelf als schrijver en fotograaf serieus te nemen. Terwijl ik ergens ook best weet dat ik niet uit mijn nek sta te lullen.

Impostor syndrome komt erg vaak voor, zoals ik al zei vooral onder vrouwen. Best begrijpelijk, als je opgroeit in een maatschappij die je constant verteld dat je minder bent en jouw prestaties devalueert. Uiteindelijk ga je dat geloven, al is het alleen maar onderbewust.

Kleren maken met mijn moeder.

Mijn moeder kon wel naaien. Als kind had ik best veel zelfgemaakte kleren. Was ik nog trots op ook. Ik heb een hele warme herinnering aan een mooi blauw jurkje met witte print.

Toen ik wat ouder was wou ik het ook graag leren. Moeders en ik hebben samen het een en ander in elkaar geprutst, maar wat vooral bleek is dat ik er geen talent voor heb. Ik kon geen overzicht houden en had moeite met secuur werken. Al snel bleven de projectjes liggen.

Jaren later heb ik dezelfde naaimachine in huis waar mijn moeder ooit achter zat. Het ding stond heel lang stof te vergaren. Ik wil nog steeds graag leren naaien, maar het bleef te moeilijk, te beangstigend zelfs.

Deze week ben ik echt begonnen. Ik heb het ding van de plank gepakt en ben gaan prutsen. Het resultaat zijn twee broekjes voor mijn dochter. Echt, het meest simpele patroon dat je kan voorstellen, maar ik heb ze gemaakt en ze zien er best leuk uit. (Mits je de binnenkant niet bekijkt dan.)

Hoe komen we er aan en hoe komen we er weer af?

Ik ben vijfendertig en om me heen zie ik een constante stroom van mensen die jonger, mooier en succesvoller zijn dan ik. Soms in het echte leven, maar vooral online. Iedereen is geweldig, iedereen kan alles heel goed, leercurves bestaan niet en zwakheden worden verstopt. Maar met mijn eigen fouten wordt ik dagelijks geconfronteerd. Automatisch ga ik mijn leven naast dat van een ander leggen en meestal kom ik niet heel goed uit die vergelijking. Alleen van mijn meest dierbare vrienden mag ik de angsten en het falen zien. En dan nog oordeel ik zoveel vriendelijker over een ander dan over mijzelf.

Vandaar dat ik vandaag over het naaien praat. Niet omdat ik wil laten zien dat ik het kan, maar juist omdat ik wil laten zien dat ik het niet kan. Niet echt goed in ieder geval. Ik ben het aan het leren. Op dit moment kan ik met een hoop moeite iets in elkaar zetten. Maar verwacht geen rechte zomen ofzo. (En over enge dingen als ritsen en mouwen wil ik het nog niet hebben)

Ik leer, ik faal en ik doe mijn best om weer op te staan. Mocht je me over een jaar of wat spreken, en mocht ik dan zo ver zijn dat ik redelijk moeiteloos een leuk jurkje in elkaar draai, weet dan dat daar een flinke leercurve aan vooral ging. Zo’n langzaam stijgende.

Op jouw beurt wil ik dan iets van je vragen. Zou je, naast alle gave en geweldige dingen, ook eens de keer willen delen dat je op je bek ging? Of toen er iets moeilijk voor je was? Beter nog, zullen we met elkaar delen dat ook de dingen waar we goed in zijn nog wel eens eng zijn?

Hoi, ik ben Charly en ik heb impostor syndrome. Bij elk blog wat ik schrijf ben ik bang dat het vreselijk is. Bij elke foto die ik neem denk ik dat het prutswerk is. Maar dat zie je aan de buitenkant niet.

Als de seks niet werkt, man vs vrouw.

Seks, hartstikke leuk joh! Een van mijn favoriete bezigheden. Het is gezellig, gezond, je verbrand wat calorieën en je kan lekker blij van elkaar worden. Maar soms werken de onderdelen niet. Dat is enorm frustrerend en er zit helaas ook een aardig stigma aan. Nou ja, dat wil zeggen, bij mannen dan hè…bij vrouwen is het zo allejezus veelvoorkomend dat we het normaal zijn gaan vinden.

De gestoorde erectie.

Als er bij de seks een piemel gebruikt wordt, en als die op het gewenste moment niet overeind komt, dan heet dat een erectie stoornis. En dat is heel erg. Dan ben je geen man meer. Want elke man kan altijd en overal een erectie krijgen. …../sarcasme.

Even zonder dollen, het gebeurt elke man wel eens. Dan behoor je als partner heel lief en begripvol te doen. En terecht hoor. Het is ook echt niet leuk. Toch word ik er boos om, maar wacht even voor je kwaad op me wordt, ik leg het zo uit. Nu staan we te kijken naar een denkbeeldige slappe piemel. Beetje teleurgesteld enzo.

Uiteraard is er dan van enige vorm van intimiteit geen sprake meer. Nou ja, het gewonde ego mag wat geknuffeld, maar niet teveel en als partner heb je met je geile bui mooi het nakijken.

Heb je als piemelbezitter echt pech dan gebeurt het vaker. Dan schraap je al je moed bij elkaar en ga je naar de huisarts. Die heeft alle begrip en een aantal behandel opties voor je. Van therapie gaan we via een blauw pilletje naar een implantaat met een pomp. En dat zijn alleen nog maar de meest bekende behandelingen. Kortom; er is heel wat aan te doen en je staat er niet alleen voor.

De droge doos.

Vagina bezitters ervaren veel, veel vaker problemen. Ik kan geen duidelijke cijfers vinden, maar zo’n 75% van vrouwen wordt herhaaldelijk genoemd. Ook vind ik vaker dat 20% nooit klaarkomt tijdens de seks.

En dan komt het moment dat ik boos wordt. In vrijwel elk informatief stuk gericht op vrouwen staat, en flink bovenaan ook, dat veel vrouwen best tevreden zijn, zonder penetratie of zonder orgasme.

Kutverdulleme! Stelletje patriarchale, neerbuigende klootviolen! Dat maakt me zo pissig!

Natuurlijk zijn er vrouwen die prima tevreden zijn met seks zonder coïtus of orgasme. En daar is echt niets mis mee. Dat is niet waar ik op flip. Nergens in een folder, informatie pagina of wat dan ook ben ik tegen gekomen dat mannen maar tevreden moeten zijn met een slappe lul of zonder orgasme! Niemand die tegen hun zegt dat veel mannen “andere manieren vinden om seksueel genot te ervaren”!

Een vrouw die tevreden is zoekt niet snel naar informatie over seksuele disfunctie! En zo’n flauwe alinea zorgt er mooi wel voor dat je je niet serieus genomen voelt!

“Veel dove mensen vinden het wel rustig om niets te horen.”

Kan je het voorstellen! Wat een onzin.

Als je je dan door al die kleinerende taal heen worstelt en eens met je huisarts gaat praten heeft ie een stuk minder opties voor jou dan voor de piemel die net kwam. Grofweg heb je de keuze tussen therapie of bekkenbodem fysiotherapie. (En even tussendoor; dat laatste is een geweldige optie. Ook voor mannen.) Er is gewoon geen onderzoek naar pillen, poeders of procedures voor vrouwen.

Voor de duidelijkheid. Ik vind dat er bij mannen ook heel wat minder vaak naar het blauwe pilletje en cohorten gegrepen mag worden. Mijn punt is dat er voor mannen een scala aan mogelijkheden wordt ontwikkeld, en voor vrouwen niet. Dat zegt iets over hoe we vrouwelijke seksualiteit inschatten.

De orgasme race.

Op zoek naar cijfers voor dit stuk, kwam ik deze studie tegen. Dat was het moment dat ik even opstond en heeeeel rustig moest ademhalen. Hier is kort de conclusie:

Heterosexual men were most likely to say they usually-always orgasmed when sexually intimate (95%), followed by gay men (89%), bisexual men (88%), lesbian women (86%), bisexual women (66%), and heterosexual women (65%).

Ok, mannen komen vaak klaar. Yay voor hun, het is ze gegund. Maar even het stukje over de vrouwen. Lesbische vrouwen ervaren 86% van de vrijpartijen een orgasme, hetero vrouwen slechts 65%…….

Even voor de duidelijkheid, er is echt geen fysiek verschil tussen een lesbo of hetero doos. Lollepotterij laat geen orgasme knop groeien. (tip: die zit er al) Het verschil is de man. Zodra er een man meedoet komen vrouwen aanzienlijk minder klaar. Lijkt mij makkelijk opgelost, we worden lekker allemaal pot.

Ok, ok, dat is flauw. Ik hou zelf ook wel van een piemel op z’n tijd. Leuk speelgoed enzo. Ook vind ik het echt te kort door de bocht om nu mannen de schuld te gaan geven van het orgasme probleem. Dan zou het een en ander met een paar sekslessen toch opgelost moeten zijn.

Waar zijn de oorzaken?

Even in de samenvatting: vrouwen ervaren veel meer seksuele problemen dan mannen, maar mannen worden er veel serieuzer in genomen. Ook komen vrouwen veel minder klaar dan mannen, zeker als ze dat samen met een man proberen.

De eerste zin is een symptoom, de tweede een gevolg. Maar waar ligt de oorzaak dan?

In de totaal verschillende manier waarop we piemels en vagina’s bekijken. Echt vanaf dag een gaan we er anders mee om. Neem nou de terminologie. Piemel is een leuk woord, maar er is geen vrouwelijke tegenhanger. Bij vagina hoort penis. Bij kut hoort lul. Er is geen leuk, niet medisch woord voor een vagina.

(En nee, voorbibs, spleetje, doosje, hoehoe en plassertje zijn geen opties. Dat zijn eufemismes. Mag een vagina alsjeblieft gewoon een vagina zijn?)

Dan komt de seksuele voorlichting. Meisjes krijgen echt een andere boodschap mee dan jongens. En natuurlijk de media. De constante voorstelling van vrouwenlijven als objecten, de boodschap dat je lijf imperfect is en vies.

Maar goed, hier is er nog geen verschil tussen de geaardheden. Iedereen krijgt dezelfde boodschap mee. Wat zeker verklaard waarom er een verschil in orgasmes is tussen mannen en vrouwen, maar niets zegt over het verschil in partner.

De invloed van de porno industrie.

Porno. Seksfilmpjes en de hele cultuur er om heen. We zijn intimiteit zo goed gaan verbergen dat voor vrijwel iedereen porno de eerste en soms zelfs de enige plek is waar we seks zien gebeuren. Het percentage porno actrices die een orgasme hebben op film? Ik weet van geen onderzoek maar ik kan het gokken, 1% misschien? En de acteurs? 100%.

We weten ook allemaal hoe zo’n toneelstuk eindigt. Met een cumshot. Het sperma vliegt door de lucht en het doek mag dicht. Klaar! Want het onheilige idee dat je door gaat nadat de piemel zijn kunstje heeft gedaan is uiteraard belachelijk.

Het consumeren van porno vormt ons beeld van seks. Het schept verwachtingen. Zelfs de mensen die het nooit kijken worden beïnvloedt door de cultuur die het creëert. Ik ben absoluut geen tegenstander van seksfilmpjes, maar ik zou graag een wezenlijke verandering zien in de manier waarop seks in beeld wordt gebracht.

Hoe krijgen we de vrouw klaar?

Tja, en nu? Wat kan je met deze kennis? Niet veel eigenlijk. Of nu ja, een beetje dan.

Tenzij overheden besluiten dat porno vanaf heden verplicht vrouwvriendelijk is zal verandering lang duren. Uiteindelijk houdt dit onderwerp samen met heel veen andere feministische problemen. Het gaat om hoe we de vrouw zien, hoe we haar als volledig wezen ervaren. Er is een omslag in ons denken voor nodig. En ik zeg heel bewust ons. Ook vrouwen zitten vaak in een zeer patriarchaal denkpatroon. Hoe kan het ook anders, als je daarmee omringt opgroeit.

Open praten over seks helpt. Met elkaar, maar ook op een leeftijdsadequate manier met kinderen. Vertel bij de voorlichting ook eens over genot. Het overgrote deel van de vrijpartijen gaan niet over voortplanten, maar over plezier. Een open, echt en prettig gesprek over seks is een prachtige tegengewicht voor de porno cultuur. Let’s talk about sex!

Verzin een naam voor de vagina en benoem haar. (En ja, ik weet dat vagina eigenlijk het het binnenste deel is. Vulva is een prachtige optie die ook nog eens klopt. Ik ben gewoon ooit gewend geraakt aan het woord vagina) Ze mag er zijn, ze mag genoemd worden, besproken, geprezen en geliefd. Onze vagina’s zijn geweldige organen. Sterk en zacht en een letterlijke poort naar leven en genot.

Lieve vrouw.

Lieve zuster. Lieve minnares. Geliefde vrouw die niet klaar komt maar dat wel graag zou willen. Ter afsluiting wil ik nog even met je praten. Zeggen dat ik van je hou, van jou en van je vagina. Ik wou dat ik een toverstok voor je had. Poef! Orgasme!

In plaats daarvan heb ik begrip. En een enkel advies, met de disclaimer dat het geen tovermiddel is, alleen mijn eigen ervaring.

Het gebeurde pas toen ik losliet, toen ik oprecht werd tijdens seks. Geen nep gedoe, geen verwachting om aan te voldoen. Pas toen ik het heerlijke, dierlijke egoisme van seks omarmde, kwam ik klaar.

Dat is heel wat makkelijker opgeschreven dan gedaan. Het was een reis van jaren voor mij. Het gaat over echt jezelf zijn en van jezelf houden. En ik snap dat je dat misschien al wel allemaal doet, en het echt probeert en dat het frustrerend genoeg toch niet werkt.

Kom hier. Kusje op je doos. Ik hou van je.

Gaan feminisme en moederschap samen?

Een feministische moeder lijkt soms een contradictio in terminis. Met name in de tweede feministische golf leefde het idee dat vrouwen bevrijd moeten van het juk der moederschap. De pil en powersuits gaven ons de mogelijkheid om ons mannelijke kracht eigen te maken. Is het dan wel mogelijk om kinderen te krijgen en toch vast te houden aan je idealen?

Kort antwoord: ja natuurlijk. Als alle feministen uit de jaren 70 geen kinderen hadden gekregen dan was de beweging toch snel uitgestorven.

Maar eigenlijk ligt de vraag wat dieper, zit er meer nuance aan. Het gaat er om of het beeld van de huiselijke moeder, die haarzelf volledig of grotendeels aan de zorg voor haar kroost wijdt, verenigd kan worden met het beeld van de krachtige, onafhankelijke vrouw. En om het alvast lekker duidelijk te maken; ik vind dat dat prima kan.

Kan het beeld van de huiselijke moeder verenigd worden met de krachtige, onafhankelijke vrouw?

Mannen nadoen.

Het feminisme van onze moeders had een specifieke stijl. Omdat mannen tot dan toe de maatschappelijke macht hadden, werden hun trekken overgenomen. Zo ook, ten dele, de ‘mannelijke’ kijk op ouderschap. Kinderen zijn leuk, maar gaan niet ten koste van een carrière.

Begrijp me niet verkeerd. Dat was een belangrijke tijd. Veel van onze vrijheden zijn toen bevochten en ik ben deze vrouwen zeer dankbaar. Ik snap ook volledig waarom ze hun activisme zo hebben ingevuld. Toch is daarmee wel iets opgeofferd. Een uniek, vrouwelijke kracht is tijdelijk verloren gegaan. Nu is het moment om die terug te claimen.

De truttige feminist.

Het moge absoluut, overduidelijk zijn dat ik een feminist ben. Ik ben zelfs vrij activistisch in mijn overtuigingen. Toch is de moeder rol heel belangrijk in mijn leven. Ik werk niet buitenshuis en ik ben de voornamelijke verzorger van mijn kinderen. Voor mij zijn die twee rollen heel verenigbaar.

Hoewel er absoluut niets mis is met een moeder die full time buitenshuis werkt, vind ik ook absoluut niets mis met de moeder die bij haar kinderen is. De moeder die thuis is, boterhammen smeert, kinderen baart, draagt en voedt, De truttige, vaak zelfs hippie achtige, moeder.

Even een grappig zijpaadje: Als een thuisblijf vader zich feminist noemt, vinden we dat allemaal heel gaaf. In vrijwel elke feministische kring wordt zo’n man op handen gedragen. Een vent die zorgt, heerlijk! (En dat is het ook hoor, daar niet van.)

Doet een vrouw hetzelfde, dan wordt er behoorlijk vaak op haar neer gekeken. Dan is het ineens de mindere keuze. Is dat niet gek? (Of gewoon diep triest?)

Ouderschap als zware taak.

Even voorbij mannen en vrouwen. Zorgen voor de volgende generatie is gewoon een prachtige, zware en ontzettend belangrijke taak. Onderzoek heeft uitgewezen dat te veel kinderopvang schadelijk is. Dat kinderen zoveel mogelijk bij hun ouders horen. Ik zie totaal niet hoe het uitvoeren van die taak, door wie dat ook gebeurt, in strijd moet zijn met het ideaal van gelijke maatschappelijke behandeling.

Ik zie om me heen dat er een nieuw soort ouder opstaat. De feministische moeder. Een vrouw die vanuit kracht, liefde en zorg voor het moederschap kiest. Een vrouw die zich niet wil laten wegzetten, maar er voor kiest om niet mee te doen aan de patriarchale wereld van snelle carrières. En dat is niet verkeerd, dat is niet zwak, dat is juist nu ontzettend sterk!

Vrouwen nadoen.

Ik snap waarom we, om ons te bevrijden, een tijdje lang onze vrouwelijke kracht opzij moesten zetten. Waarom onze moeders kozen voor een mannelijke aanpak. Maar we zijn nu verder, we vechten nu op een ander terrein. Nu mag de weg vrij voor de vrouwelijke feminist. Voor jurken en melkige borsten, voor draagdoeken en eindeloze boterhammen.

Wij zijn de nieuwe strijdsters. En de definitie van vrouwelijkheid is zo veel groter geworden. Er is ruimte voor schoudervullingen, maar ook voor een voedings-bh.

Wie doet het huishouden?

Huishouden moet in elk huis gebeuren. Maar door wie eigenlijk? Is onze traditionele taakverdeling wel eerlijk verdeeld?

Wat doet de oppas?

Soms ga ik wel eens iets doen zonder mijn kinderen (Ik weet…choquerend). Als officier Pappa niet thuis is betekent dat een oppas. We hebben een hele leuke, ik heb nog op haar gepast toen zij klein was.

Ik verwacht van mijn oppas dat ze voor mijn kinderen zorgt en dat ze het ook nog een beetje leuk voor ze maakt. Verder niets eigenlijk. Ik vind het heel normaal dat ik thuiskom en er overal speelgoed ligt. De oppas is er niet om huishoudelijke taken te doen.

Op een kinderdagverblijf wordt er voor kinderen gezorgd. De leidsters ruimen aan het eind van de dag op, maar ze staan niet te dweilen en te poetsen tussen de kinderen door.

Ergens beseffen we dus dat het zorgen voor kinderen een baan op zich is. Schoonmaken is een compleet andere taak.

Hoe verdelen we het thuis?

Dan de thuisblijvende ouder. Daar liggen de verwachtingen heel anders. Uiteraard moet er iets met de kinderen. Ze moeten er leuk uitzien, er moet voedsel in en ze moeten gestimuleerd. Afhankelijk van leeftijd moeten ze naar plekken gebracht en gehaald.

Maar dat huis moet ook schoon, de was moet gedaan, de afwas afgewassen. Traditioneel behoort het huishouden ook tot de taak van de thuisblijvende ouder. En daar wringt bij mij de schoen.

Kijk, praktisch gezien moeten er nu eenmaal dingen gedaan en kunnen de meeste mensen geen schoonmaker en kok betalen. Iemand moet het doen. Maar die iemand is, mijns inziens dus niet by default degene die ook voor de kinderen zorgt. Want die is voor die kinderen aan het zorgen!

Hoeveel FTE’s zijn dat?

Ik weet ook uit ervaring dat buitenshuis werken zwaar is. Echt wel. Maar uitzonderingen daargelaten doet niemand meer dan 1 fte. Dan kom je thuis en wil je klaar zijn.

Maarrrrrr! Thuis gebeurt er ook wat. Ervan uit gaande dat 1 fte 38 uur per week is zien de taken er in een gezin als volgt uit:

  • Zorgen voor de kinderen: 4.4 fte (24/7, bij kleine kinderen)
  • Huishoudelijke taken: 0.7 fte (beetje een gok)
  • Werk buitenshuis: 1 fte (uitgaande van 1 salaris. Kan uiteraard ook meer zijn)

Totaal gebeurt er dus voor 6.1 fte aan werk. Dat betekend dat je dus gewoon minstens 6 volwassenen nodig hebt om een gezin een beetje lekker te laten draaien!

Maar goed, snap je dat ik de verdeling waarbij de ene partner 1 fte draait en de andere er 5 eeeenigzins scheef vindt?

Maar hoe moet het dan?

Natuurlijk is dat nogal scherp gesteld. Eenmaal thuis zorgt de werkende ouder ook voor de kinderen en zal ook vast wel weten waar de afwasmachine staat. Maar het blijft vaak scheef. Er blijft die verwachting van een spic en span huis bij thuiskomst.

Een echte oplossing heb ik niet. Of ja, toch wel. Weer in stamverband leven. Grappig genoeg zijn 6 volwassenen precies wat je krijgt als je de grootouders erbij betrekt.

In onze huidige maatschappij leven we vaak apart, je zal het vaak met het nucleaire gezin moeten doen. Dus wat dan?

Nou een beetje begrip bijvoorbeeld. Dat helpt al heel erg. Waar beide ouders een aantal dagen werken en thuis zijn is dat er meestal vanzelf, maar zeker in gezinnen waar de een buiten en de ander binnen werkt, schort het er aan.

Tijd voor verandering.

Die was die blijft liggen is echt niet omdat ik lui ben. Dat is omdat ik geen tijd had. De kinderen staan niet uit na acht uur werk en de meeste maaltijden vallen buiten kantoortijd.

Ik weet hoe zwaar dit is. Het is niet leuk, het is niet eerlijk. Het zou echt anders moeten, maar het is nu eenmaal zo.

Na generaties van moeders die doodongelukkig en overspannen zijn, is het tijd om het anders te doen.

Een baan kan echt zwaar zijn. De ouder die elke ochtend het huis uit stapt maakt echt een opoffering. Maar degene die thuis blijft ook. Dat is ook werk, en dat houdt niet op om vijf uur.

Het is tijd dat we het anders zien. Dat we ons bewust zijn van de ongelijke verdeling en dat we degene die thuis blijft eens wat meer gaan waarderen.

Dus lieve werkende ouder: als je thuis komt, pak een kop koffie en ga er tegenaan. Of op zijn aller, allerminst, geef een compliment aan degene die je kinderen toch weer een dag in leven heeft gehouden.

 

De dokter weet raad! Maar is dat wel zo?

Als er iets mis is met je auto, dan ga je naar de garage. Want daar is een monteur en die heeft verstand van motoren enzo. Ik niet, ik weet amper hoe een auto werkt. Dus vertrouw ik op de kennis van de monteur.

Als er iets mis is met je lijf, dan ga je naar de dokter. Want die heeft verstand van lijven…. Of niet?

Ja en nee. Een arts heeft heel lang en heel goed gestudeerd op het gemiddelde lijf. Ook weet een arts heel veel van gemiddelde ziektebeelden en wat daar dan gemiddeld de beste behandeling voor is. Punt is dat de meeste mensen geen gemiddelde zijn.

Er zijn veel verschillende dingen die er mis kunnen zijn met ons lijf. Die uiten zich in nog veel meer symptomen. Eenmaal een diagnose gesteld hangen daar ook nog eens meerdere behandelmethodes aan vast. En om het allemaal echt leuk te maken, veranderd de hele boel ook nog eens constant. Koppel dat aan een zorgsysteem wat amper tijd geeft voor individuele aandacht en presto! er zijn protocollen geboren.

Wat is protocollaire zorg?

Een protocol is een soort stroomschema. Bij symptoom A en B, stellen we eerst diagnose C, om dat te behandelen met medicijn D. Werkt dat niet, dan volgen andere opties.

Een groot, log, langzaam en onpersoonlijk systeem waarbij de arts heel veel te vertellen heeft en de patiënt stil dient te zijn.

Maaaarrrrr!!! De dokter weet toch wel wat ie doet? Die protocollen zijn er met een reden en ze hebben heel lang gestudeerd en ze hebben echt wel het beste met je voor hoor!

Nou…dat valt dus een beetje tegen. Er zijn veel voorbeelden van zorg die volgens protocol wordt toegepast, maar allang achterhaald is. Het wordt gedaan “omdat we het altijd zo doen” of “omdat het voor de artsen prettiger is”.

Een paar voorbeelden.

Neem de barende vrouw. Sowieso een beetje mijn stokpaardje. Is ze eenmaal naar het ziekenhuis gedirigeerd, dan wordt ze meestal aangesloten op het CTG . Een geweldig apparaat dat je precies verteld hoe het met de baby is….of niet?

Het is helemaal niet bewezen dat het gebruik van CTG bij een baring voordeel heeft voor moeder of kind, integendeel. Hier staat een overzicht van meerdere onderzoeken, maar dit artikel leest wat lekkerder weg. Even kort samengevat: het enige wat een CTG doet is zorgen voor meer onnodige interventies, die komen met hun eigen set risico’s. Onder de streep doet het dus meer kwaad dan goed. Dit weten we al heel lang, tientallen jaren, en toch bevallen er nu, op dit moment, vrouwen in ziekenhuizen door heel de westerse wereld aan zo’n apparaat.

Wil je er nog een? Wat dacht je van de richtlijn excessief huilen? Even heel kort: als je baby teveel huilt moet je die inbakeren, RRR toepassen en dan maar laten huilen tot het vanzelf stopt. Lukt het je zelf niet om je kind zo te mishandelen, dan kan het ziekenhuis het voor je doen, met een opname. Kan je lekker bijslapen.

Er is heel veel onderzoek wat heel duidelijk aantoont dat dit soort praktijken schadelijk zijn. Dat kinderen het best gedijen in contact, fysiek en emotioneel. Maar ik moet de eerste arts die een draagdoek voorschrijft nog tegenkomen.

Nog niet overtuigd? Lees dit eens….is een flink stuk, weet ik. Lees even het eerste stuk. 146 Medische handelingen die toegepast worden, maar niets doen of de patiënt zieker maken. Een klein voorbeeld:

Four articles called into question the drug aprotinin, which was widely used in cardiac surgery but found to increase mortality

Dat geloof je toch niet! Een medicijn geven waar mensen dood aan gaan! Er is onderzoek, maar we gaan er lekker mee door!

Gebruik je hersenen.

Maar ja, wat moet je dan? Zo af en toe heb je medische hulp nodig en die artsen kunnen heel overtuigend overkomen.

Use your BRAINS! Een ezelsbruggetje wat je kan helpen een beslissing te maken:

B: Benefit. Wat is het voordeel van deze behandeling?

R: Risk. Wat zijn de risico’s (In echte cijfers graag)

A: Alternatives. Wat zijn de alternatieven?

I: Intuition. Wat zegt mijn intuïtie? Hoe voel ik me bij deze behandeling?

N: Nothing. Wat gebeurt er als we niets doen? Hebben we tijd om even te wachten?

S: ‘Scuse me. Ik ga hier even over nadenken, je hoort nog van me.

Stel deze vragen niet alleen aan degene die voor je zit, maar ook aan jezelf. Google even, trek er een uurtje voor uit. Kennis is zo makkelijk te vinden nu. Wordt je eigen expert!

En kijk eens op social media. Ik ben een enorme fan van de Facebook groepen. Er is er eentje voor elke mogelijke voorkeur of aandoening. Daar kan je je vraag stellen en ervaringsverhalen krijgen.

Op de barricades.

Ik ben van de stellige mening dat artsen en ander medisch personeel een adviserende functie hebben. Net als de aannemer die je inhuurt voor je badkamer. Ze vertellen je over de mogelijkheden, de voor- en nadelen, maar jij beslist waar je de badkuip wil.

Uiteraard zijn veel artsen het niet met mij eens. Het is mogelijk het meest patriarchale beroep wat er is.  Ik ben zelf behoorlijk vaak schofterig behandeld, omdat ik vind dat ik wat te zeggen heb over mijn eigen lijf. Het zal wel even duren voordat er verandering komt.

Maar juist nu ik de ‘oude garde’ in opstand zie komen, voel ik de frisse wind waaien. We hebben het ergste nog niet gehad, maar wel bijna. De barricades liggen in de spreekkamer.

Jouw lijf, jouw verantwoordelijkheid, jouw keuze!

 

 

 

 

Moeders mogen geen seks hebben.

Iets waar ik me echt helemaal dood aan kan irriteren. Dat opgelegde, seksloze image van moeders.

Om een kind te verwekken weet iedereen wat je moet doen, maar als je er eenmaal een hebt is het uit met de pret en aan met de degelijke voedingsbeha.

Elk product gericht op moeders is er van doordrenkt. Elk voorbeeld in de media draagt de boodschap uit: moeders zijn geen seksuele wezens meer! Die tijd behoort nu achter je te liggen. Je hebt je wilde jaren gehad. Nu mag je in je besmeurde yoga broek macaroni voeren aan een onwillige peuter. Wee je gebeente als je de norm uitdaagt, dan ben je ontaard.

Sexy zwanger.

Het begint al bij de zwangerschap. Nog niet zo lang geleden werd het elke vrouw na een paar maanden ontraad om nog toe te geven aan de huwelijkse plicht. Niet omdat daar nou een reden voor was, meer omdat geen arts zich kon voorstellen dat er überhaupt nog iemand zin had om bovenop zo’n hoogzwanger wijf te klimmen.

Persoonlijk vind ik seks tijdens de zwangerschap heerlijk. Een nieuwe gevoeligheid en allemaal nieuwe standjes om te ontdekken. Ik had hele prettige, diepe orgasmes.

Ook kan ik me met zo’n buik heel sexy voelen. Maar daar wordt flink op neer gekeken. Uitgaan, dansen, je uitdagend kleden, dat kan eeeeecht niet hoor! En dan de ultieme zonde; hoogzwanger flirten. Moet je eens proberen, echt, je krijgt blikken, dat geloof je niet.

Enneee..heb je wel eens spannende zwangerschapskleding gezien? Ik niet. Romantisch, degelijk, praktisch, zelfs netjes en stijlvol. Het is er allemaal, maar sexy…nope.

Seks en de dansvloer.

Helemaal vreselijk wordt het als de baby eenmaal geboren is. Op forums en aan artsen wordt de vraag gesteld “wanneer mag ik weer seks hebben?”

Gatverdamme wat kan ik daar pissig om worden. Wanneer mág ik weer seks hebben? Mens! Je bent volwassen, je hebt seks als jij en je partner daar zin in hebben. Je voelt echt wel aan je eigen doos wanneer ze er weer klaar voor is.

Oh en over uitgaan gesproken. Vrijwel elke keer als het me lukt om eens uit te gaan, word me gevraagd waar mijn kinderen dan nu zijn. In de garderobe, nou goed! Met die vraag wordt heel duidelijk gemaakt dat ik hier eigenlijk niet hoor, tussen de feestvierende mensen. Uitgaan is seksualiteit pur sang. Mooie kleren, zweterig dansen op een lekkere beat. Niemand heeft me ooit gevraagd waar de kinderen nu zijn als ik in de supermarkt sta.

Een ander venijnig puntje…ik moet de eerste vader nog horen die deze vraag heeft gekregen….maar ik zal mijn feministische mond verder dicht houden.

De luie daad.

Natuurlijk veranderd er een hoop als je eenmaal moeder bent. Officier Pappa en ik hadden het laatst nog over de zaterdagmiddagen waarop we uuuuuren in bed lagen. Elke keer stellig bewerend dat we zo toch echt iets nuttigs gaan doen, om dan toch weer lekker te gaan vozen. Dat kan nu niet meer. Als we nu op bed gaan liggen komt er een peuter bij. Nu vozen we op zaterdagmiddag wat sneller, tijdens het middagdutje. En dat heeft ook wel wat. Seks als een gestolen moment, stil en een beetje stiekem. Meteen to the piont en af en toe op het kleed tussen de duplo.

Maar weet je, daar gaat het niet eens om. Of je nu de daad wel of niet doet, qua uitstraling heb je afgedaan. Het idee dat moeders de vrouw met baby in de zomer een kort rokje draagt. Zie je het voor je? Een lekker uitdagend geklede vrouw met een kind er bij? Dan zie je vast ook meteen het oordeel wat haar volgt. Want dat kan eeeeecht niet hoor.

Laat staan de moeder van oudere kinderen. Daar worden hele tv programma’s over gemaakt. Dat die vrouwen zich toch maar naar hun leeftijd moeten kleden enzo. Op het schoolplein is dan ook weinig spannends te zien.

Seksloos mag ook.

En nu even voor alle duidelijkheid; het móet niet hè. Er zit geen verplichting op. Aan de andere kant verwachten dat vrouwen tot in het absurde een seksuele functie vervullen is ook weer onzin. Beetje jaren 50 gedoe.

Ik heb er gewoon een probleem mee dat het bijna niet kán. Er zijn geen voorbeelden in de media, geen producten voor de sexy moeder. Er is geen platform voor die vrouwen die zich toevallig wel aantrekkelijk voelen in de moeder-fase.

Dus bij deze maak ik ruimte. Voor de wulpse moeder, de spannende moeder, de -ik-heb-gewoon-zin moeder. Ik vind je leuk, ik vind je mooi, ik vind dat je er absoluut mag zijn.

Komende zomer trekken we de rokjes weer uit de kast. Leuke kousjes aan, kind mee en op naar het schoolplein. Lekker flaneren.

Over brave kinderen en zelfstandige volwassenen.

Niet zo lang geleden en niet zo ver hier vandaan praatte ik eens met een groep kinderen. Eigenlijk was ik de juf en stonden we in een zwembad, maar zo af en toe zijn kleine gesprekjes, mijns inziens, noodzakelijk om de band te smeden waar vanuit je les kan geven.

Er werd mij gevraagd wat voor soort kinderen ik leuk vind. “Ik hou van brutale kinderen.” verklaarde ik. Grote ogen. “Eeeecht??” “Ja, echt. Ik hou van brutale kinderen.”

Het stille jongetje van de groep, niet degene die de vraag stelde, kreeg glimmende oogjes. De rest van de les, en alle lessen daarna, durfde hij een beetje brutaal te zijn. Genoeg om te zeggen wat hij wel en niet durfde. Genoeg om een bommetje te maken in het diepe.

Brutale kinderen.

Een uitspraak waarmee ik iedereen doodgooi is:

Je kan brave, makkelijke kinderen hebben, òf kritische, zelfstandige volwassenen, maar niet allebei.

En daar sta ik achter. Het is best raar, dat we van kinderen wensen dat ze gehoorzaam zijn, niet terug praten, leiding accepteren en stil zijn. Om dan vervolgens te verwachten dat ze opgroeien in volwassenen die initiatief nemen, voor zichzelf op komen, leiding geven en voor groepen spreken.

Mijn kinderen zijn niet braaf, ze zijn eigenlijk best brutaal. Ze geven hun mening, ook aan mij en zeker als ze het niet met me eens zijn. Ze zijn regelmatig luid en druk. Ze verzinnen hun eigen spel en durven ruimte te claimen.

Ik ben er wel eens van beschuldigd dat ze losgeslagen zijn. Daar ben ik het niet mee eens. Ze zijn namelijk niet agressief, gevaarlijk of grenzeloos. Ze kunnen iets niet leuk vinden, en dat laten weten ook, maar als ik vertel dat het echt niet kan en de reden uitleg, dan wordt dat geaccepteerd. (Soort van, voor vijf minuten, om dan met nieuwe argumenten te komen)

We leven nu in een samenleving waarin hetzelfde gedrag wat wordt gewaardeerd in volwassenen, bij kinderen wordt gezien als losgeslagen.

Brave kinderen.

Dat de kinderen van de Dolle Moeder nogal wild zijn is….nou ja, oorzaak en gevolg zullen we maar zeggen. Maar er bestaan ook kinderen die van nature ‘braaf’ zijn. (Wat een naar woord eigenlijk..braaf..alsof je het over een hond hebt. Het impliceert controle, misschien zelfs eigenaarschap.)

Er zijn ook volwassenen die van nature liever volgen, liever stil zijn. En dat is maar goed ook. Als we met z’n allen als een stel alfa wolven tegen elkaar op gaan bieden krijgen we niets gedaan.

Dus wat doe je als je zo’n kind hebt? Nou…eeehhh…naar het strand ofzo? Duplo bouwen als het regent? Waar je maar zin in hebt eigenlijk.

Een kind wat van nature volgt is uiteraard niet verkeerd, we moeten niet doorslaan in de andere richting.

Net zoals je het luide kind aanmoedigt om soms te luisteren kan je het stille kind de ruimte geven om te spreken. Verder zou het zo leuk zijn als kinderen hun eigen karakter kunnen ontdekken, zonder dat daar een volwassene lekker vormend staat te zijn.

Vrouwen.

Het ‘brave kind syndroom’ (zojuist verzonnen. Goed hè. Ga ik straks de geschiedenis in als de ontdekker van een syndroom. Zou er ook een Dolle Moeder syndroom zijn?) treft vrouwen buitenproportioneel harder dan mannen. Jongetjes mogen, in de ogen van de maatschappij, nog enigszins wild doen. Boys will be boys enzo.

Maar meisjes, jaaaa, meisjes. Die moeten stilzitten, met strikjes in hun haar en schone rokjes aan.

Ik ken zo ontzettend veel vrouwen die niet durven. Niet durven spreken, argumenteren, boos doen, een mening hebben, die gewoon snotverdomme niet eens durven zíjn! En ik snap best waarom.

Weet je al los te komen van je kinderlijke inprenting (wat dus echt niet makkelijk is), wordt je, eenmaal wat luider, weggezet als “losgeslagen”, “emotioneel” (nee jij bent gewoon een gevoelsmatig dode lul!) of “irrationeel”. Lekker dan.

Maar goed, dat is een feministisch zijspoor. Even terug naar mijn originele stelling.

Zelfstandige volwassenen.

Eigenlijk is het heel makkelijk. Als je het idee hebt dat je opgegroeide spruiten beter af zijn met enige mate van zelfstandigheid dan begin je daarmee als ze nog kind zijn. Hoef je ook niet zoveel voor te doen. Zeer luie-ouder-vriendelijk. Kinderen ontdekken van nature hun eigen vaardigheden. Als je daar nu eens niet de hele tijd nee-roepend achteraan schuift, dan komt het wel goed. Ga maar op de bank zitten, pak een kop thee en laat dat kind toch lekker springen ofzo.

Zijn ze eenmaal iets ouder dan vraagt het wel wat meer diplomatieke vaardigheid. Dan gaan ze namelijk terug praten. En dan moet je iets doen wat je eigenlijk de hele dag door al naar andere volwassenen doet; luisteren. Niet dat “Ik heb nee gezegd dus het blijft nee” gedoe. Misschien hebben ze wel een heel goed argument. Effetjes overleggen, wie weet kom je op je standpunt terug. En als ze dan jaren later vertellen hoe ze hun manager tóch hebben omgepraat voor die loonsverhoging mag je innen. (ja…trots en hopelijk wat waardering, naar geld kan je fluiten)

En laat die oude tang van drie huizen verder maar lekker lullen. Het oordeel van anderen doet er niet toe. Geniet van je brutale, losgeslagen, opgroeiend voor galg en rad, maar toch vooral zelfstandige kinderen.

 

Feminist, de man

Ik ben een feminist.

In mijn vorige stuk heb ik uitvoerig beschreven waarom. Heb ik voorbeelden gegeven hoe vrouwen, vandaag de dag, in ons vooruitstrevende land, behandeld worden. Maar dat was vanuit mijn perspectief. Mijn ervaringen.

Nu wil ik proberen de andere kant te belichten. De mannelijke kant.

Dat is moeilijk, want ik ben geen man, heb wat dat betreft geen ervaringen vanuit de eerste hand. Wat ik heb zijn observaties en gesprekken. Toch wil ik het proberen, omdat ik denk dat ik een waardevolle bijdrage kan leveren aan dit deel van de conversatie.

Het zijn namelijk niet alleen de vrouwen die benadeeld worden door een patriarchale maatschappij. Ook mannen lijden er onder. Dat is iets wat vaak weggezet wordt. De man wordt, in dit vraagstuk, weggezet als de dader, en voor de dader kennen we geen medelijden.

Wat vergeten wordt is dat ten eerste de meeste mannen geen bewuste daders zijn. Waar ze het probleem in stand houden, doen ze dat vaak zonder het überhaupt te realiseren.

Ten tweede zijn zelfs bewuste daders vaak ook slachtoffer. Iedereen wordt liefdevol geboren. Pas als die liefde misbruikt wordt komt er haat.

Ik spreek nog wel eens over toxic masculinity, het idee dat mannen zich op een bepaalde manier moeten gedragen en verhouden tegenover vrouwen Spoiler; niet heel leuk.

Als je door het leven gaat als James Kirk en Bond dan zal je er niet veel last van hebben. Alleen is het merendeel van mannen helemaal niet zo. Ze hebben emoties en willen die ook nog wel eens uiten, ze zijn soms ook onzeker, niet allemaal de sterkste en gelukkig niet zo vechtlustig. Ook een man wil verleid worden, zich mooi voelen, gewaardeerd worden, huilen, nee kunnen zeggen tegen seks en bevestigd worden in zijn vermogen om te zorgen.

Maar ja, dan ben je een mietje, geen echte man, meer een wijf eigenlijk. Mannelijkheid als constant ideaal, als schild en vlag die je hoog houdt. Zo zou ik geen man willen zijn.

In mijn leven heb ik gehoord dat vrienden “ballen moeten tonen.” en “geen mietje moeten zijn” maar wel “een vent”

Toen mijn zoon drie was, hield hij van roze. Was dat zijn lievelingskleur. Toen hij vier was werd hem op school grondig duidelijk gemaakt dat roze voor meisjes is. Nu is hij bijna acht en houdt hij zich angstvallig ver van alles wat meisjesachtig is.

Een geliefde vertelde ooit over een seksuele gebeurtenis in zijn verleden. Wat hij vertelde was verkrachting. Iemand die zijn huis binnendrong terwijl hij sliep. Zelfs hij kon dat niet zo zien en ik had het hart niet om er over te beginnen.

Meerdere mannen hebben, in het donker, in mijn armen gelegen, in tranen over de onzekerheden die ze meedragen. Of hun penis wel voldoet, of hun karakter wel genoeg is, waarom ze toch altijd als minder gezien worden. (Ik val nooit op alfa mannen.)

Tijdens zwemlessen ontelbaar vaak gezien dat de tranen van een jongen afgekapt worden. Soms door de leraar, soms door de vader.

Jongens leren schaamte voor hun eigen erectie.

Het gaat door en door en door. Mannen en vrouwen, samen gevangen in een ziek systeem. Daders en slachtoffers door elkaar.

Ik ben een feminist. Omdat ik een dochter heb en soms bang ben voor haar toekomst, maar ook omdat ik twee zoons heb, en nu al zie wat het systeem met ze doet.

 

Feminist, de vrouw

Ik ben een feminist.

Is dat nog een verrassing? Ik ben de Dolle Moeder juist omdat ik mij identificeer met de Dolle Mina’s. Met een flinke portie humor mag ik graag op de barricades staan.

Een dikke honderd jaar geleden was het gevaarlijk om je een feminist te noemen. Vrouwen als Wilhelmina Drucker (waar de Dolle Mina’s naar vernoemd zijn) en Nellie van Kol streden in de eerste feministische golf voor basis rechten. Stemrecht, recht op eigen bezit….dat soort frivole dingen….

Nu, drie golven later, wordt het weer onkies geacht om jezelf als feminist neer te zetten. Je bent dan een mannen hatende feminazi die ook nog eens lelijk is, en stom, en liegt, en gewoon heel erg eng ja!

Dussss.

In Nederland hebben vrouwen het een stuk beter dan in zeg…..India, of Irak. En even eerlijk, hier hebben vrouwen inderdaad op papier dezelfde rechten als een man….oh, behalve als het gaat om tepels natuurlijk. Dan even niet.

Punt is dat er veel mensen zijn die denken dat we klaar zijn. Feminisme is niet meer nodig. Vrouwen mogen stemmen, werken, huizen bezitten en hebben recht over hun eigen lichaam….oh…wacht even….als je gaat bevallen wordt dat laatste al weer heel wat minder.

Maar! Het gaat goed hier. Het glazen plafon is stuk, toch? Vrouwen staan aan de top in Nederland…..oh, wacht even…dat staan we helemaal niet.

Toen ik een tiener was mocht ik graag uit gaan. Dansen enzo. Op een doorsnee avond werd ik een keer of wat bij mijn borsten of billen gegrepen door mensen die daar geen toestemming voor hadden. Op een doorsnee avond werd ik minstens een keer slet of hoer genoemd. Op een doorsnee avond hielp ik eigenlijk altijd wel een vriendin om van ongewenste attenties af te komen. En om het nu helemaal erg te maken…waar ik uitging was een relatief veilige, relatief vrouw vriendelijke omgeving.

Toen ik te maken kreeg met seksueel geweld en daarover probeerde te praten ben ik niet geloofd. Werd er tegen mij gezegd dat mijn kleding me net zo schuldig maakte.

Toen ik de eerste keer zwanger was is mij herhaaldelijk gevraagd hoe ik dat straks ging doen “met de baby en werk.” De vader heeft die vraag niet één keer gehad.

In een werkomgeving is mijn stem te vaak verloren gegaan terwijl een man serieus genomen is.

In de trein, in de stad, op een perron, in een horeca gelegenheid heb ik me onveilig gevoeld.

In meerdere relaties is mij verteld, door mijn partner, dat ik geen feministische lectuur moet lezen omdat ik daar zo ‘opstandig’ van wordt.

Er is mij verteld door mannelijke vrienden, aardige, weldenkende mannen, dat vrouwen in Nederland het prima hebben. Dat ik dingen verzin. Dat het allemaal onzin is. Dat zij toch immers niets verkeerd doen.

Ik ben achterna geroepen, genegeerd als ik praat, uitgescholden, aangevallen, en monddood gemaakt…omdat ik er uit zie als een vrouw.

En nu de grap…de grote clou. Ik ben echt heel doorsnee. Dit is niet uitzonderlijk, ik heb geen speciaal doelwit op mijn hoofd. Dit zijn de standaard ervaringen van een vrouw in Nederland. Dit is doodnormaal.

Maar ja…we zijn klaar hoor. Feminisme mag over zijn, we kunnen de strijdbijl begraven want vrouwen hebben gelijke rechten. Verdomme! Wat kan ik daar kwaad om worden. Dat niet eens opzettelijke, patriarchale toontje. Dat een blanke, cisgender, niet arme, gezonde hollandse vent mij eens even gaat vertellen dat mijn ervaringen er niet toe doen. Dat hij de wereld beter ziet dan ik, dat het niet bestaat want hij maakt het nooit mee.

……en dat zijn de ‘good guys’. Dat zijn geen verkeerde mannen. Ze zien het gewoon niet en zijn het niet gewend om het woord van een vrouw te geloven.

Daarom ben ik een feminist. Omdat we echt nog niet klaar zijn. Omdat het pas over is als ik, midden in de nacht, dronken en zonder shirt, op een perron kan staan en niet bang hoef te zijn.

 

 

Erectie angst!

erectie_1

Toen ik een tiener was sliep ik eens met een jongen in een bed. Ik had geen relatie met hem, we hadden geen seks, we sliepen gewoon samen in een bed omdat er na een feestje niet genoeg bedden waren.

Hij vroeg of het ok was dat hij zijn broek uit deed. Vond ik best normaal, een spijkerbroek slaapt niet heel lekker. Verlegen legde hij uit dat ik dan wel eens zijn erectie kon voelen. Op dat moment leerde ik twee dingen: 1, ik heb geen enkel probleem met erecties en 2, mannen krijgen schijnbaar de boodschap dat ze dat wel moeten hebben.

Jaren later werd ik naturist. Heerlijk, die vrijheid. Maar toch zijn er veel regels. Mijn vriend van toen was in die cultuur opgegroeid en vertelde me hoe het moest. Onder andere dat mannen daar geen zichtbare erectie mogen hebben. Hij had een hoop trucjes om dat te vermijden.

Mannen mogen geen erectie hebben. Of nee, mannen behoren complete controle te hebben over hun erectie. De penis behoort te presteren tijdens de seks, maar rustig te blijven in beschaafd gezelschap. En als je dat niet lukt ben je een perverseling.

Ik ben, in ieder geval wat mijn lichaam betreft, een vrouw. Ik heb geen penis en weet niet hoe het voelt als ie stijf wordt. Ik weet wel dat mannen om allerlei redenen een erectie kunnen krijgen. Opwinding, hitte, volle blaas, spanning of gewoon zomaar. Het betekend eigenlijk niet echt iets. Toch worden ze er hard op afgerekend. Jongens wordt verteld dat ze zich moeten schamen.

Een oud klasgenoot vertelde me ooit wat het betekend als een jongen in de klas zijn trui op een bepaalde manier naar beneden trekt. Dat het daarom handig is om een trui met zakken te dragen. Uit aangeleerde schaamte voor hun erectie moeten ze dus hun kleding aanpassen. Goh…dat doet me denken aan meisjes die worden verteld dat hun borsten te groot zijn om een v hals te dragen….hoe boos worden we daarover als dat weer eens in het nieuws is? (En terecht trouwens.)

Uiteraard zijn er mannen die ongepaste dingen met hun erectie doen. Die hem laten zien of er aan zitten waar dat niet hoort. Dat is niet ok. Maar dat is ook echt iets heel anders dan een man die toevallig een bobbel in zijn broek heeft.

Meer dan dat is het niet hè, een bobbel. Gewoon een tijdelijke ronding in een broek. Waarom moeten mannen zich daarvoor schamen? Waarom wordt elke stijve gelijk gesteld aan een potloodventer?

Als we af willen van toxic masculinity moeten stoppen met schaamte aanleren voor een lichaamsdeel. Als we willen dat mannen hun penis niet meer als wapen zien, moeten wij stoppen met hem zo behandelen.

Kan je je een wereld voorstellen waarin mannen een gezonde, zelfs liefdevolle, band hebben met hun pik? Lijkt mij geweldig! Maar dan moeten we dus echt stoppen met schaamte aanleren, met eisen dat jongens hun erectie kunnen domineren.

Wat mij betreft is het hoog tijd dat Willie eens bevrijd wordt. Het is namelijk best een heel leuk ding hoor, zo’n pielemuis.

 

Nawoord:

Als beeld voor dit stuk had ik het plan om de foto’s van mijn blog over vagina’s te hercreëren, maar dan met een penis natuurlijk. 

De foto’s eenmaal op mijn laptop zag ik een probleem. Gevoelsmatig klopt het niet om een foto van een erectie te plaatsen. 

Uiteindelijk ben ik er niet helemaal uit waarom niet. Het voelt te agressief. Mijn theorie is dat een penis nog te vaak als letterlijk of metaforisch wapen gebruikt wordt. Dus zit ik nu toch ook met een  restrictie en dat vind ik niet leuk. 

Wat vinden jullie? Had ik de foto kunnen plaatsen denk je? Wat had je er van gevonden als je onder aan dit stuk geconfronteerd werd met een erecte penis? En als ik bovenaan een waarschuwing geplaatst had? Maakt dat het anders?