Ik ben oud! En dat is best leuk.

Ik ben oud. Niet rollator-oud, maar dan toch zeker wel middelbare-leeftijd-oud. Ik ben nu vijfendertig, maar mijn volgende verjaardag komt er alweer snel aan. En voor wie leeftijd maar een cijfer vindt, ik heb grijze haren, rimpels, kraaienpootjes, uitgezakte delen en als je goed kijkt ook van die vlekken op mijn handen. Niet bepaald jong meer te noemen.

Nu wil het toeval dat ik ook van de vrouwelijke overtuiging ben, dus behoor ik dat oud worden heel erg te vinden, zo veel mogelijk uit te stellen of toch in ieder geval hard te ontkennen. (“Je bent zo oud als je je voehoelt!!) Mensen van de mannelijke overtuiging hoeven dat uiteraard niet. Die worden ‘silver foxes’. Hypocriet much?

Zoals de titel van dit stuk al verraad doe ik dus niet mee aan die ongein. Dat hele oud worden bevalt me tot nu toe wel, ook de fysieke manifestaties daarvan. Mijn lijf is in continue flux en daarom nooit saai. En wie heeft er bepaald dat grijs haar niet mooi is?

Goed voorbeeld doet goed volgen.

Nu heb ik ook twee hele mooie voorbeelden gehad in mijn jeugd. Mijn eigen moeders, echte dolle moeders pur sang. Twee geweldige potten die lekker samen uitzakten. Niet dat het uiterlijk geen rol speelde. Het haar zat goed, de kleren leuk en van de een heb ik een voorkeur voor dure sieraden geërfd. Maar het vlotgekapte grijze haar werd niet geverfd, de rimpels niet dichtgeplamuurd en de borsten niet omhoog getakeld.

Ik heb het voorrecht gehad om op te groeien met twee grootheden en daar ben ik dan ook dankbaar voor. Hun leefwijze heeftg prachtige sporen achtergelaten op mijn ziel. Ze hebben me acceptatie en verwondering geleerd.

Maar een goed voorbeeld is niet genoeg. Onderzoek wijst uit dat een zeventien jarig meisje gemiddeld is blootgesteld aan 250 000 beelden van beauty campagnes. Biedt daar maar eens weerstand tegen.

Onze jeugdcultuur.

Reclame verteld veel over een cultuur. Niet over hoe ze zijn, maar wel over wat ze willen. Een blik op onze reclames verteld je vooral dat we jong willen zijn. De jeugd als ideaal. Gek eigenlijk, dat is lang niet altijd zo geweest. In tijden waar het een privilege was om oud te worden, werd ouderdom geëerd. Nu niet meer. Nu moet alles strak, glad en stralend. Nou ja, als je vrouw bent dan. Dat hadden we al vastgesteld.

Als vrouw tel je mee zo ongeveer vanaf je zestiende tot je dertigste levensjaar. Een paar jaar ben je ‘on top’ om dan aan de grote aftakeling te beginnen. Je wordt afgeschreven, mag hopen dat je een man en carrière hebt verzekerd, want op je mooie snoetje krijg je niets meer. Het grote smeren der ouderdomscremmetjes is begonnen.

Dat is heel fijn, al drie smeersels. Ja, niet voor het smerend voorwerp, maar wel voor de economie. Behoorlijk wat mensen verdienen behoorlijk wat geld aan de rimpelangst van langzaam verouderende dames. Zo ook producenten van haarverf en make-up.

Het is ook fijn voor het patriarchaat. Je weet wel, die groep mensen die vinden dat vrouwen niet mee tellen. Een korte houdbaarheidsdatum betekent dat je mensen die jij zo toevallig ongewenst vindt lekker snel kan afschrijven.

Verwondering van verandering.

Ik schreef het eerder al, mijn lichaam is continu in flux. Altijd al zo geweest. Alle lichamen zijn dat. Een van de meest geweldige mindfucks die je jezelf kan geven is naar een heel oud iemand kijken, zo eentje die al echt goed aangerimpeld is, en je dan realiseren dat ze ooit een baby’tje is geweest. Omgekeerd werkt ie ook. Dat jouw kindje ooit hoogbejaard zal zijn, en hoe dat er dan uit ziet.

Maar goed, ik dwaal af. Lichamen veranderen. En dat vind ik eigenlijk wel leuk, ook als het mijn exemplaar betreft. Ik merk dat ik met verwondering naar het proces kan kijken. Ik ben best wel trots op mijn grijze haren, ze staan mooi.

Niet dat ik zo’n heilig ‘mijn lichaam is een tempel’ boontje ben hoor. Na jarenlang zeer fysiek actief te zijn geweest zit ik nu al een tijdje wat meer dan me lief is op mijn gestaag groeiende reet. Die verandering vind ik dan weer wat minder. Ik zie mijn lijf graag als sterk en fit. Maar het proces van ouder worden vind ik dan toevallig wel leuk.

Los van de normen.

Ik merk dat ik zo met de jaren langzaam los kom van de opgelegde schoonheidsnorm. Van een zelfbewuste tiener die niet zonder een dikke laag make-up naar buiten durfde ben ik nu een vrolijk uitgezakt middelbaar wijf. Zo eentje die rustig met raar haar en zonder bh de kinderen naar school brengt. Elk jaar laat ik weer wat los.

En ik schrijf er dan misschien over alsof ik het wiel heb uitgevonden, maar het meest geweldige is dat ik bij lange na niet alleen ben. Ik zie ze steeds meer. Vrije vrouwen. Wild grijs of wit haar, een eigen kleding stijl en een sterke blik. Dat is nou een norm waar ik wel bij wil horen.

Het geeft me hoop voor de toekomst. Zie je, ik heb een dochter. Ook zij gaat oud worden (hello mindfuck!) en ik gun haar plezier in dat proces. Ik gun haar wapperende grijze haren in de wind, heel veel lachrimpels en mooie, bruine vlekken op haar handen. Ik gun haar vrijheid.

Discreet voeden. De zin en onzin van tepelangst.

Discreet voeden. Nooit gedacht dat ik zo’n diepe haat voor een term kon hebben. Ergens van binnen smeult een boos kooltje, wat na een opmerking snel ontvlamt. Discreet voeden is een irritante klote term die zo snel mogelijk uit onze spreektaal verwijderd mag worden.

Even voor degenen zonder (jonge) kinderen. Discreet voeden slaat dus op borstvoeding geven, en dan wel op zo’n manier dat niemand er aanstoot aan kan nemen. Want er zal toch snotverdulleme eens een klein beetje vrouwenborst te zien zijn! Dat kunnen we niet hebben, in onze degelijke maatschappij!

Wat dat betreft lijkt het een beetje op discreet kleden en discreet gedrag. Beide termen waar niemand ooit aan voldoet en dus mooi ingezet worden om vrouwen mee te onderdrukken. Want niet discreet zijn is toch een duidelijk teken dat je een losgeslagen hoer van Babylon bent, ofzo.

Anyhow, terug naar tieten, en de functie waar ze voor bedoeld zijn. Het van melk voorzien van een jong kind. En aangezien die jongen kinderen op de meest onhandige tijden voeding, troost of geruststelling nodig hebben gebeurt dat nog wel eens in het openbaar. Waarna nogal eens geroepen wordt dat dat uiteraard moet kunnen, mits het maar discreet gebeurt!

Real life borstvoeden

Eerst dan even dit; hoe denk je dan in vredesnaam dat borstvoeden er uit ziet? Heb je ook maar een flintertje besef van de mechanica van een borst en een baby? Want die baby zit dus voor die tepel waar je zo bang voor bent. Of nee, beter gezegd, die baby zit er om heen. Als je al gaat staan staren (lekker onbeleefd) zie je dus vooral de achterkant van een baby hoofd. Bij mijn weten is daar niets engs aan.

Ik vraag me eerlijk gezegd wel eens af hoe indiscreet voeden er dan uit ziet? Misschien een vrouw die, midden in een restaurant, hard roept “ Daarrrrr komt de tiet!” om vervolgens al haar kleren uit te trekken en iedereen te bespuiten met haar melk? Want elke, absoluut elke, vrouw die ik ooit heb zien voeden (en dat zijn er toevallig best veel, ik ga in van die kringen om weet je) trekt wat kleding opzij en koppelt het kind aan. That’s it. Gevaar voorbij.

Jaaaaaa, maar wat als dat kind loslaat!? Dan zie je toch echt een tepel hoor!!1!!1

Hoi. Welkom. Ga even zitten en blaas uit.

Ja, dat kan gebeuren ja. En als je dan echt goed oplet kan je inderdaad even een tepel zien…soms…niet echt goed…maar ja, het kan. Is dat zo erg?

Tepelangst en mannentepels.

Weet je waar je nog meer tepels kan zien? In het zwembad, en op het strand, en eigenlijk overal als het warm is. Mannentepels wel te verstaan. Want daar zijn we niet bang voor. Terwijl ze in close up echt niet te onderscheiden zijn van vrouwentepels. Zelfde ding, ander sociaal stigma.

Het zijn maar tepels hè. Een stukje lijf wat we allemaal hebben. Net als een mond of een hand of…nou ja..bijna alles eigenlijk. Het is echt totale onzin dat we vrouwentepels zo censureren en de mannelijke exemplaren vrij rond laten lopen. Maar verder is het feminisme klaar hoor….we hebben echt wel gelijke rechten in Nederland….(sarcaaaaaaasme).

Het is, mijns inziens, echt wel heel, heel erg hoog tijd dat we die borstenfetish loslaten. Andere culturen vinden ons er maar raar om, en daar hebben ze gelijk in. Het is een willekeurig lichaamsdeel wat niet meer met seks te maken heeft dan de eerdergenoemde mond of hand. En die verstoppen we ook niet.

Discreet voeden.

Maar je kan toch gewoon een dekentje er over heen hangen? Hoe moeilijk is dat nou? Is het zo erg om je een beetje aan te passen?

Ja.

……Oh, wil je meer uitleg? Nou, ok dan.

Ja, het is echt zo erg om je een beetje aan te passen. Want waar houdt het op? Want nu zijn het borsten, maar straks zijn het ogen, neuzen, haar en het hele vrouwenlijf. Ik vind het vreemd dat dezelfde mensen die moslima’s uit een burqa willen dwingen andere vrouwen wel willen bedekken. Dat is toch scheef? Waarom mogen mensen niet gewoon zelf beslissen wat ze wel of niet bedekken? En als we dan echt als maatschappij vinden dat bepaalde delen bedekt moeten zijn, dan moet het gelijk zijn voor alle leden. Niet de ene helft alleen het kruis en de andere helft veel meer. Dat is discriminatie (maar dat doen we niet in Nederland hoor….oooooh nee).

Zo’n dekentje lost niets op. Veel vrouwen kunnen er totaal niet mee uit de voeten en al zou het voor absoluut iedereen makkelijk zijn, het is moreel verkeerd. Dus ja, een vrouw vragen om haar uiterlijk aan te passen ter geruststelling van een ander is altijd verkeerd.

Eerste disclaimer.

Overigens ben ik niet tegen het gebruik van dekentjes, borstvoedingskleding of borstvoedingsruimtes. Ik vind heel sterk dat een moeder kan voeden waar ze wil en hoe ze dat wil. Als jij je prettiger voelt met een doek of in een pashokje, dan ben ik de eerste die dat hokje voor jou gaat opeisen. Ook de andere kant op wil ik geen vrouwen vragen hun uiterlijk aan te passen. Daarom ben ik ook voorvechter van het recht op een burqa, niqab of hijab als iemand daar voor kiest. Zelfbeschikkingsrecht is echte zelfbeschikking, niet het recht om mij na te doen.

Tweede disclaimer.

Er zijn ook mannen die voeden. En die hebben ook elk recht om te voeden hoe en waar ze dat willen. Ik praat nu over cisvrouwen omdat dat is wat ik ken. Ik weet vrijwel niets van wat voedende transmannen meemaken. Maar dat betekent niet dat hun strijd minder belangrijk is of dat ze niet horen bij de groep van voedende ouders. Het betekent alleen dat ik geen uitspraken wil doen over dingen waar ik niet genoeg van weet.

Feministische conclusie.

Uiteindelijk denk ik dat het hier helemaal niet gaat over de manier waarop vrouwen borstvoeding geven. We zijn als maatschappij lang niet zo bang voor borsten als we doen voorkomen. Borsten zijn hartstikke welkom…zolang we ze lekker kunnen objectiveren en seksualiseren.

Deze ‘strijd’ tegen indiscreet voedende moeders is gewoon de zoveelste manier om vrouwen tam te houden. Een bekende tactiek om iemand psychologische schade te doen is constante kritiek geven. Zorgen dat ze niets goed kunnen doen. Dan wordt het slachtoffer snel depressief en heel onzeker. Dan kan je heel makkelijk de baas spelen. En is dat niet wat we als maatschappij met vrouwen doen?

‘Discreet voeden’ is het zoveelste wapen in de strijd om vrouwen klein te maken. Eerst pakken ze je op je uiterlijk. Te dik, te dun, te mooi, te lelijk, te lang te kort en nooit genoeg. Ben je eenmaal moeder dan loop je kans om daar geen fluit meer om te geven (leuke bijwerking van slaapgebrek) dus moet je ergens anders mee beheerst worden. En daar komen de ‘mommy wars’ vandaan.

Indiscreet voeden als feministisch gebaar…ik vind het wel wat.

Feminisme vs het patriarchaat

 

Feminisme is het idee dat de rechten en kansen die je in je leven ontvangt niet uitgedeeld worden op basis van de organen tussen je benen. Het patriarchaat is een systeem waarbij de rechten en kansen vooral worden uitgedeeld aan bezitters van een piemel.

In principe zijn het twee clubs met ideeën die direct tegenover elkaar staan. Net zoals altijd is er grijs gebied, maar laten we voor het gemak zeggen dat je bij de een of bij de andere groep hoort.

Hoewel deze groepen veel met geslachtsdelen te maken hebben, is de indeling ervan daar weer niet op gebaseerd. Of even in simpele taal; mannen kunnen feministen zijn en vrouwen kunnen bij het patriarchaat horen. Maar al te vaak wordt vooral feminisme als een puur vrouwelijke bezigheid gezien, en daar wil ik van af. Ten eerste omdat het nogal achterhaald is om onszelf te verdelen naar geslacht. Er bestaan bijvoorbeeld heel wat meer dan twee groepen. (Ga even de link bekijken, hij is leuk. Ik wacht wel.) Ten tweede omdat het polariseert. Het idee wordt de wereld in gebracht dat alle feministen mannen hatende potten zijn, wat dus complete onzin is.

Een vervelende meneer.

Vroeger ging ik om met iemand die het vervelend vond dat ik de Opzij las. (Een blad waar ik zeer mee afgedaan heb, maar dat is voer voor een andere rant.) Deze persoon was namelijk van de mannelijke overtuiging en hij voelde zich aangevallen als ik op mijn feministische spreekstoel zat. Terwijl hij nochtans niet iemand was die echt bij het patriarchaat hoorde. Meer een grijs gebied persoon. Zo iemand waar we het, voor het gemak van dit stuk, niet over gingen hebben. (Dit is mijn blog en ik doe wat ik wil. Lekker puh!)

Wat die meneer niet begreep, en wat ik misschien in die tijd ook niet echt goed onder woorden bracht, is dat er geen probleem is met mannen, er is een probleem met patriarchale mensen.

Zie het los.

Wat ik eigenlijk probeer te zeggen is dat het mooi zou zijn als we Feminisme vs het Patriarchaat los gaan zien van Mannen vs Vrouwen. Dat eerste is namelijk een flink probleem, dat tweede is totale onzin. Er is helemaal geen ‘battle of the sexes’ maar er zijn groepen die het handig vinden als we dat denken. (Kuch….kuch….misogynisten…kuch)

Door mannen en vrouwen constant tegenover elkaar te plaatsen, houden we een soort sociale apartheid in stand. We zouden anders denken, voelen, spelen en sporten. Uiteraard is samen omkleden of…gasp…plassen in dezelfde ruimte ondenkbaar! Want we zullen toch eens tot de conclusie komen dat we allemaal mensen zijn, ongeacht wat er tussen onze benen zit of hoe we ons identificeren. Heel gevaarlijk allemaal!

Eigenlijk is het simpel.

Dit concept is zo simpel, ik kan er eigenlijk geen lang stuk van maken. Het patriarchaat is een hele vervelende groep maar gelukkig horen lang niet alle mannen erbij. Feminisme zou een stuk variatie missen als het alleen maar vrouwen waren. Ik ben blij met ‘onze’ mannen.

Het is verleidelijk de wereld te willen indelen in duidelijke groepen. Zeker als we dan ook nog eens de kleuren van onze groep gaat dragen (roze en blauw dus). Het leven is ingewikkeld en versimpelen geeft een gevoel van (schijn)veiligheid.

Toch werkt het gewoon niet zo. We laten ons niet vangen in hokjes, en dat is maar goed ook.

Toch even over dat grijze gebied.

Eeeennnn, na die mooie afsluiting ga ik lekker toch nog even ranten over dat grijze gebied waar ik het eerder over had. Van die mensen die niet roepen dat vrouwen terug naar het aanrecht moeten, maar ook niet op de barricade’s staan voor gelijk loon. Want stiekem is die grijze groep wel heel groot, en heel belangrijk.

Het is de groep die echt wel in gelijke rechten gelooft, maar toch denkt dat vrouwelijke orgasmes moeilijk zijn, dat korte rokjes uitdagend zijn en dat poppen niet echt voor jongens zijn. Het is de vervelende meneer die mijn stem probeerde uit te doven. Het is de manager die een vrouw niet promoot omdat mannen meer doen, maar ook de vrouwelijke collega die uitroept dat ze geen man wil zijn, omdat mannen full time werken. Gewone, eigenlijk best aardige mensen, die toch het systeem in stand houden.

Overigens is het dezelfde groep die eeeeecht niet racistisch is, maar het cv van Rachid opzij leggen.

Het is een deprimerend grote groep. En hoewel ze zich niet in hun handen wrijven na een succesvolle dag onderdrukken, horen ze in mijn ogen toch te veel bij het patriarchaat. Een beetje het “ben je niet met ons, dan ben je tegen ons” idee. Dat klinkt hard, maar het is juist de stille massa, juist de omstanders, die het onrecht in stand houden en de macht hebben om verandering te bewerkstelligen.

Dus waar hoor jij bij?

Het verhaal van een naaimachine en impostor syndrome.

 

Hoi. Ik ben Charly en ik heb impostor syndrome.

Groep: Hoi Charly!

Ken je dat, dat gevoel dat je maar nep doet? Dat je eigenlijk niet zo goed bent als mensen denken? Gefeliciteerd! Dan hoor je bij een verrassend grote groep mensen. Vooral vrouwen, maar er zitten ook genoeg anderen bij. Ik ben er absoluut een van. Pff, wat zeg ik, ik ben die ene vaste klant in de groep, diegene die er zo vaak is dat ze meubilair is geworden.

Oh, en verder kan ik niet naaien. (Met lappen stof en naalden enzo. In bed doe ik het heel aardig) Op het eerste gezicht zijn dat twee ongerelateerde onderwerpen, maar vandaag bouwen we een bruggetje.

Ik voel me een oplichter.

Eerst even een stukje educatie. Wat is impostor syndrome nou eigenlijk. Hier staat een uitleg, maar kort door de bocht is het dat idee dat je maar doet alsof en het gevoel dat mensen elk moment kunnen uitvinden dat je eigenlijk maar nep bent. Uiteraard moet het niet echt zo zijn. Doe je een Leo van Catch me if you can dan ben je gewoon een impostor, zonder syndroom.

Voor mij betekend het dat ik me vaak nog een jaar of zestien voel. Geen volwassene, maar een kind wat doet alsof. Het is soms moeilijk om mijzelf als schrijver en fotograaf serieus te nemen. Terwijl ik ergens ook best weet dat ik niet uit mijn nek sta te lullen.

Impostor syndrome komt erg vaak voor, zoals ik al zei vooral onder vrouwen. Best begrijpelijk, als je opgroeit in een maatschappij die je constant verteld dat je minder bent en jouw prestaties devalueert. Uiteindelijk ga je dat geloven, al is het alleen maar onderbewust.

Kleren maken met mijn moeder.

Mijn moeder kon wel naaien. Als kind had ik best veel zelfgemaakte kleren. Was ik nog trots op ook. Ik heb een hele warme herinnering aan een mooi blauw jurkje met witte print.

Toen ik wat ouder was wou ik het ook graag leren. Moeders en ik hebben samen het een en ander in elkaar geprutst, maar wat vooral bleek is dat ik er geen talent voor heb. Ik kon geen overzicht houden en had moeite met secuur werken. Al snel bleven de projectjes liggen.

Jaren later heb ik dezelfde naaimachine in huis waar mijn moeder ooit achter zat. Het ding stond heel lang stof te vergaren. Ik wil nog steeds graag leren naaien, maar het bleef te moeilijk, te beangstigend zelfs.

Deze week ben ik echt begonnen. Ik heb het ding van de plank gepakt en ben gaan prutsen. Het resultaat zijn twee broekjes voor mijn dochter. Echt, het meest simpele patroon dat je kan voorstellen, maar ik heb ze gemaakt en ze zien er best leuk uit. (Mits je de binnenkant niet bekijkt dan.)

Hoe komen we er aan en hoe komen we er weer af?

Ik ben vijfendertig en om me heen zie ik een constante stroom van mensen die jonger, mooier en succesvoller zijn dan ik. Soms in het echte leven, maar vooral online. Iedereen is geweldig, iedereen kan alles heel goed, leercurves bestaan niet en zwakheden worden verstopt. Maar met mijn eigen fouten wordt ik dagelijks geconfronteerd. Automatisch ga ik mijn leven naast dat van een ander leggen en meestal kom ik niet heel goed uit die vergelijking. Alleen van mijn meest dierbare vrienden mag ik de angsten en het falen zien. En dan nog oordeel ik zoveel vriendelijker over een ander dan over mijzelf.

Vandaar dat ik vandaag over het naaien praat. Niet omdat ik wil laten zien dat ik het kan, maar juist omdat ik wil laten zien dat ik het niet kan. Niet echt goed in ieder geval. Ik ben het aan het leren. Op dit moment kan ik met een hoop moeite iets in elkaar zetten. Maar verwacht geen rechte zomen ofzo. (En over enge dingen als ritsen en mouwen wil ik het nog niet hebben)

Ik leer, ik faal en ik doe mijn best om weer op te staan. Mocht je me over een jaar of wat spreken, en mocht ik dan zo ver zijn dat ik redelijk moeiteloos een leuk jurkje in elkaar draai, weet dan dat daar een flinke leercurve aan vooral ging. Zo’n langzaam stijgende.

Op jouw beurt wil ik dan iets van je vragen. Zou je, naast alle gave en geweldige dingen, ook eens de keer willen delen dat je op je bek ging? Of toen er iets moeilijk voor je was? Beter nog, zullen we met elkaar delen dat ook de dingen waar we goed in zijn nog wel eens eng zijn?

Hoi, ik ben Charly en ik heb impostor syndrome. Bij elk blog wat ik schrijf ben ik bang dat het vreselijk is. Bij elke foto die ik neem denk ik dat het prutswerk is. Maar dat zie je aan de buitenkant niet.

Als de seks niet werkt, man vs vrouw.

Seks, hartstikke leuk joh! Een van mijn favoriete bezigheden. Het is gezellig, gezond, je verbrand wat calorieën en je kan lekker blij van elkaar worden. Maar soms werken de onderdelen niet. Dat is enorm frustrerend en er zit helaas ook een aardig stigma aan. Nou ja, dat wil zeggen, bij mannen dan hè…bij vrouwen is het zo allejezus veelvoorkomend dat we het normaal zijn gaan vinden.

De gestoorde erectie.

Als er bij de seks een piemel gebruikt wordt, en als die op het gewenste moment niet overeind komt, dan heet dat een erectie stoornis. En dat is heel erg. Dan ben je geen man meer. Want elke man kan altijd en overal een erectie krijgen. …../sarcasme.

Even zonder dollen, het gebeurt elke man wel eens. Dan behoor je als partner heel lief en begripvol te doen. En terecht hoor. Het is ook echt niet leuk. Toch word ik er boos om, maar wacht even voor je kwaad op me wordt, ik leg het zo uit. Nu staan we te kijken naar een denkbeeldige slappe piemel. Beetje teleurgesteld enzo.

Uiteraard is er dan van enige vorm van intimiteit geen sprake meer. Nou ja, het gewonde ego mag wat geknuffeld, maar niet teveel en als partner heb je met je geile bui mooi het nakijken.

Heb je als piemelbezitter echt pech dan gebeurt het vaker. Dan schraap je al je moed bij elkaar en ga je naar de huisarts. Die heeft alle begrip en een aantal behandel opties voor je. Van therapie gaan we via een blauw pilletje naar een implantaat met een pomp. En dat zijn alleen nog maar de meest bekende behandelingen. Kortom; er is heel wat aan te doen en je staat er niet alleen voor.

De droge doos.

Vagina bezitters ervaren veel, veel vaker problemen. Ik kan geen duidelijke cijfers vinden, maar zo’n 75% van vrouwen wordt herhaaldelijk genoemd. Ook vind ik vaker dat 20% nooit klaarkomt tijdens de seks.

En dan komt het moment dat ik boos wordt. In vrijwel elk informatief stuk gericht op vrouwen staat, en flink bovenaan ook, dat veel vrouwen best tevreden zijn, zonder penetratie of zonder orgasme.

Kutverdulleme! Stelletje patriarchale, neerbuigende klootviolen! Dat maakt me zo pissig!

Natuurlijk zijn er vrouwen die prima tevreden zijn met seks zonder coïtus of orgasme. En daar is echt niets mis mee. Dat is niet waar ik op flip. Nergens in een folder, informatie pagina of wat dan ook ben ik tegen gekomen dat mannen maar tevreden moeten zijn met een slappe lul of zonder orgasme! Niemand die tegen hun zegt dat veel mannen “andere manieren vinden om seksueel genot te ervaren”!

Een vrouw die tevreden is zoekt niet snel naar informatie over seksuele disfunctie! En zo’n flauwe alinea zorgt er mooi wel voor dat je je niet serieus genomen voelt!

“Veel dove mensen vinden het wel rustig om niets te horen.”

Kan je het voorstellen! Wat een onzin.

Als je je dan door al die kleinerende taal heen worstelt en eens met je huisarts gaat praten heeft ie een stuk minder opties voor jou dan voor de piemel die net kwam. Grofweg heb je de keuze tussen therapie of bekkenbodem fysiotherapie. (En even tussendoor; dat laatste is een geweldige optie. Ook voor mannen.) Er is gewoon geen onderzoek naar pillen, poeders of procedures voor vrouwen.

Voor de duidelijkheid. Ik vind dat er bij mannen ook heel wat minder vaak naar het blauwe pilletje en cohorten gegrepen mag worden. Mijn punt is dat er voor mannen een scala aan mogelijkheden wordt ontwikkeld, en voor vrouwen niet. Dat zegt iets over hoe we vrouwelijke seksualiteit inschatten.

De orgasme race.

Op zoek naar cijfers voor dit stuk, kwam ik deze studie tegen. Dat was het moment dat ik even opstond en heeeeel rustig moest ademhalen. Hier is kort de conclusie:

Heterosexual men were most likely to say they usually-always orgasmed when sexually intimate (95%), followed by gay men (89%), bisexual men (88%), lesbian women (86%), bisexual women (66%), and heterosexual women (65%).

Ok, mannen komen vaak klaar. Yay voor hun, het is ze gegund. Maar even het stukje over de vrouwen. Lesbische vrouwen ervaren 86% van de vrijpartijen een orgasme, hetero vrouwen slechts 65%…….

Even voor de duidelijkheid, er is echt geen fysiek verschil tussen een lesbo of hetero doos. Lollepotterij laat geen orgasme knop groeien. (tip: die zit er al) Het verschil is de man. Zodra er een man meedoet komen vrouwen aanzienlijk minder klaar. Lijkt mij makkelijk opgelost, we worden lekker allemaal pot.

Ok, ok, dat is flauw. Ik hou zelf ook wel van een piemel op z’n tijd. Leuk speelgoed enzo. Ook vind ik het echt te kort door de bocht om nu mannen de schuld te gaan geven van het orgasme probleem. Dan zou het een en ander met een paar sekslessen toch opgelost moeten zijn.

Waar zijn de oorzaken?

Even in de samenvatting: vrouwen ervaren veel meer seksuele problemen dan mannen, maar mannen worden er veel serieuzer in genomen. Ook komen vrouwen veel minder klaar dan mannen, zeker als ze dat samen met een man proberen.

De eerste zin is een symptoom, de tweede een gevolg. Maar waar ligt de oorzaak dan?

In de totaal verschillende manier waarop we piemels en vagina’s bekijken. Echt vanaf dag een gaan we er anders mee om. Neem nou de terminologie. Piemel is een leuk woord, maar er is geen vrouwelijke tegenhanger. Bij vagina hoort penis. Bij kut hoort lul. Er is geen leuk, niet medisch woord voor een vagina.

(En nee, voorbibs, spleetje, doosje, hoehoe en plassertje zijn geen opties. Dat zijn eufemismes. Mag een vagina alsjeblieft gewoon een vagina zijn?)

Dan komt de seksuele voorlichting. Meisjes krijgen echt een andere boodschap mee dan jongens. En natuurlijk de media. De constante voorstelling van vrouwenlijven als objecten, de boodschap dat je lijf imperfect is en vies.

Maar goed, hier is er nog geen verschil tussen de geaardheden. Iedereen krijgt dezelfde boodschap mee. Wat zeker verklaard waarom er een verschil in orgasmes is tussen mannen en vrouwen, maar niets zegt over het verschil in partner.

De invloed van de porno industrie.

Porno. Seksfilmpjes en de hele cultuur er om heen. We zijn intimiteit zo goed gaan verbergen dat voor vrijwel iedereen porno de eerste en soms zelfs de enige plek is waar we seks zien gebeuren. Het percentage porno actrices die een orgasme hebben op film? Ik weet van geen onderzoek maar ik kan het gokken, 1% misschien? En de acteurs? 100%.

We weten ook allemaal hoe zo’n toneelstuk eindigt. Met een cumshot. Het sperma vliegt door de lucht en het doek mag dicht. Klaar! Want het onheilige idee dat je door gaat nadat de piemel zijn kunstje heeft gedaan is uiteraard belachelijk.

Het consumeren van porno vormt ons beeld van seks. Het schept verwachtingen. Zelfs de mensen die het nooit kijken worden beïnvloedt door de cultuur die het creëert. Ik ben absoluut geen tegenstander van seksfilmpjes, maar ik zou graag een wezenlijke verandering zien in de manier waarop seks in beeld wordt gebracht.

Hoe krijgen we de vrouw klaar?

Tja, en nu? Wat kan je met deze kennis? Niet veel eigenlijk. Of nu ja, een beetje dan.

Tenzij overheden besluiten dat porno vanaf heden verplicht vrouwvriendelijk is zal verandering lang duren. Uiteindelijk houdt dit onderwerp samen met heel veen andere feministische problemen. Het gaat om hoe we de vrouw zien, hoe we haar als volledig wezen ervaren. Er is een omslag in ons denken voor nodig. En ik zeg heel bewust ons. Ook vrouwen zitten vaak in een zeer patriarchaal denkpatroon. Hoe kan het ook anders, als je daarmee omringt opgroeit.

Open praten over seks helpt. Met elkaar, maar ook op een leeftijdsadequate manier met kinderen. Vertel bij de voorlichting ook eens over genot. Het overgrote deel van de vrijpartijen gaan niet over voortplanten, maar over plezier. Een open, echt en prettig gesprek over seks is een prachtige tegengewicht voor de porno cultuur. Let’s talk about sex!

Verzin een naam voor de vagina en benoem haar. (En ja, ik weet dat vagina eigenlijk het het binnenste deel is. Vulva is een prachtige optie die ook nog eens klopt. Ik ben gewoon ooit gewend geraakt aan het woord vagina) Ze mag er zijn, ze mag genoemd worden, besproken, geprezen en geliefd. Onze vagina’s zijn geweldige organen. Sterk en zacht en een letterlijke poort naar leven en genot.

Lieve vrouw.

Lieve zuster. Lieve minnares. Geliefde vrouw die niet klaar komt maar dat wel graag zou willen. Ter afsluiting wil ik nog even met je praten. Zeggen dat ik van je hou, van jou en van je vagina. Ik wou dat ik een toverstok voor je had. Poef! Orgasme!

In plaats daarvan heb ik begrip. En een enkel advies, met de disclaimer dat het geen tovermiddel is, alleen mijn eigen ervaring.

Het gebeurde pas toen ik losliet, toen ik oprecht werd tijdens seks. Geen nep gedoe, geen verwachting om aan te voldoen. Pas toen ik het heerlijke, dierlijke egoisme van seks omarmde, kwam ik klaar.

Dat is heel wat makkelijker opgeschreven dan gedaan. Het was een reis van jaren voor mij. Het gaat over echt jezelf zijn en van jezelf houden. En ik snap dat je dat misschien al wel allemaal doet, en het echt probeert en dat het frustrerend genoeg toch niet werkt.

Kom hier. Kusje op je doos. Ik hou van je.

Gaan feminisme en moederschap samen?

Een feministische moeder lijkt soms een contradictio in terminis. Met name in de tweede feministische golf leefde het idee dat vrouwen bevrijd moeten van het juk der moederschap. De pil en powersuits gaven ons de mogelijkheid om ons mannelijke kracht eigen te maken. Is het dan wel mogelijk om kinderen te krijgen en toch vast te houden aan je idealen?

Kort antwoord: ja natuurlijk. Als alle feministen uit de jaren 70 geen kinderen hadden gekregen dan was de beweging toch snel uitgestorven.

Maar eigenlijk ligt de vraag wat dieper, zit er meer nuance aan. Het gaat er om of het beeld van de huiselijke moeder, die haarzelf volledig of grotendeels aan de zorg voor haar kroost wijdt, verenigd kan worden met het beeld van de krachtige, onafhankelijke vrouw. En om het alvast lekker duidelijk te maken; ik vind dat dat prima kan.

Kan het beeld van de huiselijke moeder verenigd worden met de krachtige, onafhankelijke vrouw?

Mannen nadoen.

Het feminisme van onze moeders had een specifieke stijl. Omdat mannen tot dan toe de maatschappelijke macht hadden, werden hun trekken overgenomen. Zo ook, ten dele, de ‘mannelijke’ kijk op ouderschap. Kinderen zijn leuk, maar gaan niet ten koste van een carrière.

Begrijp me niet verkeerd. Dat was een belangrijke tijd. Veel van onze vrijheden zijn toen bevochten en ik ben deze vrouwen zeer dankbaar. Ik snap ook volledig waarom ze hun activisme zo hebben ingevuld. Toch is daarmee wel iets opgeofferd. Een uniek, vrouwelijke kracht is tijdelijk verloren gegaan. Nu is het moment om die terug te claimen.

De truttige feminist.

Het moge absoluut, overduidelijk zijn dat ik een feminist ben. Ik ben zelfs vrij activistisch in mijn overtuigingen. Toch is de moeder rol heel belangrijk in mijn leven. Ik werk niet buitenshuis en ik ben de voornamelijke verzorger van mijn kinderen. Voor mij zijn die twee rollen heel verenigbaar.

Hoewel er absoluut niets mis is met een moeder die full time buitenshuis werkt, vind ik ook absoluut niets mis met de moeder die bij haar kinderen is. De moeder die thuis is, boterhammen smeert, kinderen baart, draagt en voedt, De truttige, vaak zelfs hippie achtige, moeder.

Even een grappig zijpaadje: Als een thuisblijf vader zich feminist noemt, vinden we dat allemaal heel gaaf. In vrijwel elke feministische kring wordt zo’n man op handen gedragen. Een vent die zorgt, heerlijk! (En dat is het ook hoor, daar niet van.)

Doet een vrouw hetzelfde, dan wordt er behoorlijk vaak op haar neer gekeken. Dan is het ineens de mindere keuze. Is dat niet gek? (Of gewoon diep triest?)

Ouderschap als zware taak.

Even voorbij mannen en vrouwen. Zorgen voor de volgende generatie is gewoon een prachtige, zware en ontzettend belangrijke taak. Onderzoek heeft uitgewezen dat te veel kinderopvang schadelijk is. Dat kinderen zoveel mogelijk bij hun ouders horen. Ik zie totaal niet hoe het uitvoeren van die taak, door wie dat ook gebeurt, in strijd moet zijn met het ideaal van gelijke maatschappelijke behandeling.

Ik zie om me heen dat er een nieuw soort ouder opstaat. De feministische moeder. Een vrouw die vanuit kracht, liefde en zorg voor het moederschap kiest. Een vrouw die zich niet wil laten wegzetten, maar er voor kiest om niet mee te doen aan de patriarchale wereld van snelle carrières. En dat is niet verkeerd, dat is niet zwak, dat is juist nu ontzettend sterk!

Vrouwen nadoen.

Ik snap waarom we, om ons te bevrijden, een tijdje lang onze vrouwelijke kracht opzij moesten zetten. Waarom onze moeders kozen voor een mannelijke aanpak. Maar we zijn nu verder, we vechten nu op een ander terrein. Nu mag de weg vrij voor de vrouwelijke feminist. Voor jurken en melkige borsten, voor draagdoeken en eindeloze boterhammen.

Wij zijn de nieuwe strijdsters. En de definitie van vrouwelijkheid is zo veel groter geworden. Er is ruimte voor schoudervullingen, maar ook voor een voedings-bh.

Wie doet het huishouden?

Huishouden moet in elk huis gebeuren. Maar door wie eigenlijk? Is onze traditionele taakverdeling wel eerlijk verdeeld?

Wat doet de oppas?

Soms ga ik wel eens iets doen zonder mijn kinderen (Ik weet…choquerend). Als officier Pappa niet thuis is betekent dat een oppas. We hebben een hele leuke, ik heb nog op haar gepast toen zij klein was.

Ik verwacht van mijn oppas dat ze voor mijn kinderen zorgt en dat ze het ook nog een beetje leuk voor ze maakt. Verder niets eigenlijk. Ik vind het heel normaal dat ik thuiskom en er overal speelgoed ligt. De oppas is er niet om huishoudelijke taken te doen.

Op een kinderdagverblijf wordt er voor kinderen gezorgd. De leidsters ruimen aan het eind van de dag op, maar ze staan niet te dweilen en te poetsen tussen de kinderen door.

Ergens beseffen we dus dat het zorgen voor kinderen een baan op zich is. Schoonmaken is een compleet andere taak.

Hoe verdelen we het thuis?

Dan de thuisblijvende ouder. Daar liggen de verwachtingen heel anders. Uiteraard moet er iets met de kinderen. Ze moeten er leuk uitzien, er moet voedsel in en ze moeten gestimuleerd. Afhankelijk van leeftijd moeten ze naar plekken gebracht en gehaald.

Maar dat huis moet ook schoon, de was moet gedaan, de afwas afgewassen. Traditioneel behoort het huishouden ook tot de taak van de thuisblijvende ouder. En daar wringt bij mij de schoen.

Kijk, praktisch gezien moeten er nu eenmaal dingen gedaan en kunnen de meeste mensen geen schoonmaker en kok betalen. Iemand moet het doen. Maar die iemand is, mijns inziens dus niet by default degene die ook voor de kinderen zorgt. Want die is voor die kinderen aan het zorgen!

Hoeveel FTE’s zijn dat?

Ik weet ook uit ervaring dat buitenshuis werken zwaar is. Echt wel. Maar uitzonderingen daargelaten doet niemand meer dan 1 fte. Dan kom je thuis en wil je klaar zijn.

Maarrrrrr! Thuis gebeurt er ook wat. Ervan uit gaande dat 1 fte 38 uur per week is zien de taken er in een gezin als volgt uit:

  • Zorgen voor de kinderen: 4.4 fte (24/7, bij kleine kinderen)
  • Huishoudelijke taken: 0.7 fte (beetje een gok)
  • Werk buitenshuis: 1 fte (uitgaande van 1 salaris. Kan uiteraard ook meer zijn)

Totaal gebeurt er dus voor 6.1 fte aan werk. Dat betekend dat je dus gewoon minstens 6 volwassenen nodig hebt om een gezin een beetje lekker te laten draaien!

Maar goed, snap je dat ik de verdeling waarbij de ene partner 1 fte draait en de andere er 5 eeeenigzins scheef vindt?

Maar hoe moet het dan?

Natuurlijk is dat nogal scherp gesteld. Eenmaal thuis zorgt de werkende ouder ook voor de kinderen en zal ook vast wel weten waar de afwasmachine staat. Maar het blijft vaak scheef. Er blijft die verwachting van een spic en span huis bij thuiskomst.

Een echte oplossing heb ik niet. Of ja, toch wel. Weer in stamverband leven. Grappig genoeg zijn 6 volwassenen precies wat je krijgt als je de grootouders erbij betrekt.

In onze huidige maatschappij leven we vaak apart, je zal het vaak met het nucleaire gezin moeten doen. Dus wat dan?

Nou een beetje begrip bijvoorbeeld. Dat helpt al heel erg. Waar beide ouders een aantal dagen werken en thuis zijn is dat er meestal vanzelf, maar zeker in gezinnen waar de een buiten en de ander binnen werkt, schort het er aan.

Tijd voor verandering.

Die was die blijft liggen is echt niet omdat ik lui ben. Dat is omdat ik geen tijd had. De kinderen staan niet uit na acht uur werk en de meeste maaltijden vallen buiten kantoortijd.

Ik weet hoe zwaar dit is. Het is niet leuk, het is niet eerlijk. Het zou echt anders moeten, maar het is nu eenmaal zo.

Na generaties van moeders die doodongelukkig en overspannen zijn, is het tijd om het anders te doen.

Een baan kan echt zwaar zijn. De ouder die elke ochtend het huis uit stapt maakt echt een opoffering. Maar degene die thuis blijft ook. Dat is ook werk, en dat houdt niet op om vijf uur.

Het is tijd dat we het anders zien. Dat we ons bewust zijn van de ongelijke verdeling en dat we degene die thuis blijft eens wat meer gaan waarderen.

Dus lieve werkende ouder: als je thuis komt, pak een kop koffie en ga er tegenaan. Of op zijn aller, allerminst, geef een compliment aan degene die je kinderen toch weer een dag in leven heeft gehouden.

 

De dokter weet raad! Maar is dat wel zo?

Als er iets mis is met je auto, dan ga je naar de garage. Want daar is een monteur en die heeft verstand van motoren enzo. Ik niet, ik weet amper hoe een auto werkt. Dus vertrouw ik op de kennis van de monteur.

Als er iets mis is met je lijf, dan ga je naar de dokter. Want die heeft verstand van lijven…. Of niet?

Ja en nee. Een arts heeft heel lang en heel goed gestudeerd op het gemiddelde lijf. Ook weet een arts heel veel van gemiddelde ziektebeelden en wat daar dan gemiddeld de beste behandeling voor is. Punt is dat de meeste mensen geen gemiddelde zijn.

Er zijn veel verschillende dingen die er mis kunnen zijn met ons lijf. Die uiten zich in nog veel meer symptomen. Eenmaal een diagnose gesteld hangen daar ook nog eens meerdere behandelmethodes aan vast. En om het allemaal echt leuk te maken, veranderd de hele boel ook nog eens constant. Koppel dat aan een zorgsysteem wat amper tijd geeft voor individuele aandacht en presto! er zijn protocollen geboren.

Wat is protocollaire zorg?

Een protocol is een soort stroomschema. Bij symptoom A en B, stellen we eerst diagnose C, om dat te behandelen met medicijn D. Werkt dat niet, dan volgen andere opties.

Een groot, log, langzaam en onpersoonlijk systeem waarbij de arts heel veel te vertellen heeft en de patiënt stil dient te zijn.

Maaaarrrrr!!! De dokter weet toch wel wat ie doet? Die protocollen zijn er met een reden en ze hebben heel lang gestudeerd en ze hebben echt wel het beste met je voor hoor!

Nou…dat valt dus een beetje tegen. Er zijn veel voorbeelden van zorg die volgens protocol wordt toegepast, maar allang achterhaald is. Het wordt gedaan “omdat we het altijd zo doen” of “omdat het voor de artsen prettiger is”.

Een paar voorbeelden.

Neem de barende vrouw. Sowieso een beetje mijn stokpaardje. Is ze eenmaal naar het ziekenhuis gedirigeerd, dan wordt ze meestal aangesloten op het CTG . Een geweldig apparaat dat je precies verteld hoe het met de baby is….of niet?

Het is helemaal niet bewezen dat het gebruik van CTG bij een baring voordeel heeft voor moeder of kind, integendeel. Hier staat een overzicht van meerdere onderzoeken, maar dit artikel leest wat lekkerder weg. Even kort samengevat: het enige wat een CTG doet is zorgen voor meer onnodige interventies, die komen met hun eigen set risico’s. Onder de streep doet het dus meer kwaad dan goed. Dit weten we al heel lang, tientallen jaren, en toch bevallen er nu, op dit moment, vrouwen in ziekenhuizen door heel de westerse wereld aan zo’n apparaat.

Wil je er nog een? Wat dacht je van de richtlijn excessief huilen? Even heel kort: als je baby teveel huilt moet je die inbakeren, RRR toepassen en dan maar laten huilen tot het vanzelf stopt. Lukt het je zelf niet om je kind zo te mishandelen, dan kan het ziekenhuis het voor je doen, met een opname. Kan je lekker bijslapen.

Er is heel veel onderzoek wat heel duidelijk aantoont dat dit soort praktijken schadelijk zijn. Dat kinderen het best gedijen in contact, fysiek en emotioneel. Maar ik moet de eerste arts die een draagdoek voorschrijft nog tegenkomen.

Nog niet overtuigd? Lees dit eens….is een flink stuk, weet ik. Lees even het eerste stuk. 146 Medische handelingen die toegepast worden, maar niets doen of de patiënt zieker maken. Een klein voorbeeld:

Four articles called into question the drug aprotinin, which was widely used in cardiac surgery but found to increase mortality

Dat geloof je toch niet! Een medicijn geven waar mensen dood aan gaan! Er is onderzoek, maar we gaan er lekker mee door!

Gebruik je hersenen.

Maar ja, wat moet je dan? Zo af en toe heb je medische hulp nodig en die artsen kunnen heel overtuigend overkomen.

Use your BRAINS! Een ezelsbruggetje wat je kan helpen een beslissing te maken:

B: Benefit. Wat is het voordeel van deze behandeling?

R: Risk. Wat zijn de risico’s (In echte cijfers graag)

A: Alternatives. Wat zijn de alternatieven?

I: Intuition. Wat zegt mijn intuïtie? Hoe voel ik me bij deze behandeling?

N: Nothing. Wat gebeurt er als we niets doen? Hebben we tijd om even te wachten?

S: ‘Scuse me. Ik ga hier even over nadenken, je hoort nog van me.

Stel deze vragen niet alleen aan degene die voor je zit, maar ook aan jezelf. Google even, trek er een uurtje voor uit. Kennis is zo makkelijk te vinden nu. Wordt je eigen expert!

En kijk eens op social media. Ik ben een enorme fan van de Facebook groepen. Er is er eentje voor elke mogelijke voorkeur of aandoening. Daar kan je je vraag stellen en ervaringsverhalen krijgen.

Op de barricades.

Ik ben van de stellige mening dat artsen en ander medisch personeel een adviserende functie hebben. Net als de aannemer die je inhuurt voor je badkamer. Ze vertellen je over de mogelijkheden, de voor- en nadelen, maar jij beslist waar je de badkuip wil.

Uiteraard zijn veel artsen het niet met mij eens. Het is mogelijk het meest patriarchale beroep wat er is.  Ik ben zelf behoorlijk vaak schofterig behandeld, omdat ik vind dat ik wat te zeggen heb over mijn eigen lijf. Het zal wel even duren voordat er verandering komt.

Maar juist nu ik de ‘oude garde’ in opstand zie komen, voel ik de frisse wind waaien. We hebben het ergste nog niet gehad, maar wel bijna. De barricades liggen in de spreekkamer.

Jouw lijf, jouw verantwoordelijkheid, jouw keuze!

 

 

 

 

Moeders mogen geen seks hebben.

Iets waar ik me echt helemaal dood aan kan irriteren. Dat opgelegde, seksloze image van moeders.

Om een kind te verwekken weet iedereen wat je moet doen, maar als je er eenmaal een hebt is het uit met de pret en aan met de degelijke voedingsbeha.

Elk product gericht op moeders is er van doordrenkt. Elk voorbeeld in de media draagt de boodschap uit: moeders zijn geen seksuele wezens meer! Die tijd behoort nu achter je te liggen. Je hebt je wilde jaren gehad. Nu mag je in je besmeurde yoga broek macaroni voeren aan een onwillige peuter. Wee je gebeente als je de norm uitdaagt, dan ben je ontaard.

Sexy zwanger.

Het begint al bij de zwangerschap. Nog niet zo lang geleden werd het elke vrouw na een paar maanden ontraad om nog toe te geven aan de huwelijkse plicht. Niet omdat daar nou een reden voor was, meer omdat geen arts zich kon voorstellen dat er überhaupt nog iemand zin had om bovenop zo’n hoogzwanger wijf te klimmen.

Persoonlijk vind ik seks tijdens de zwangerschap heerlijk. Een nieuwe gevoeligheid en allemaal nieuwe standjes om te ontdekken. Ik had hele prettige, diepe orgasmes.

Ook kan ik me met zo’n buik heel sexy voelen. Maar daar wordt flink op neer gekeken. Uitgaan, dansen, je uitdagend kleden, dat kan eeeeecht niet hoor! En dan de ultieme zonde; hoogzwanger flirten. Moet je eens proberen, echt, je krijgt blikken, dat geloof je niet.

Enneee..heb je wel eens spannende zwangerschapskleding gezien? Ik niet. Romantisch, degelijk, praktisch, zelfs netjes en stijlvol. Het is er allemaal, maar sexy…nope.

Seks en de dansvloer.

Helemaal vreselijk wordt het als de baby eenmaal geboren is. Op forums en aan artsen wordt de vraag gesteld “wanneer mag ik weer seks hebben?”

Gatverdamme wat kan ik daar pissig om worden. Wanneer mág ik weer seks hebben? Mens! Je bent volwassen, je hebt seks als jij en je partner daar zin in hebben. Je voelt echt wel aan je eigen doos wanneer ze er weer klaar voor is.

Oh en over uitgaan gesproken. Vrijwel elke keer als het me lukt om eens uit te gaan, word me gevraagd waar mijn kinderen dan nu zijn. In de garderobe, nou goed! Met die vraag wordt heel duidelijk gemaakt dat ik hier eigenlijk niet hoor, tussen de feestvierende mensen. Uitgaan is seksualiteit pur sang. Mooie kleren, zweterig dansen op een lekkere beat. Niemand heeft me ooit gevraagd waar de kinderen nu zijn als ik in de supermarkt sta.

Een ander venijnig puntje…ik moet de eerste vader nog horen die deze vraag heeft gekregen….maar ik zal mijn feministische mond verder dicht houden.

De luie daad.

Natuurlijk veranderd er een hoop als je eenmaal moeder bent. Officier Pappa en ik hadden het laatst nog over de zaterdagmiddagen waarop we uuuuuren in bed lagen. Elke keer stellig bewerend dat we zo toch echt iets nuttigs gaan doen, om dan toch weer lekker te gaan vozen. Dat kan nu niet meer. Als we nu op bed gaan liggen komt er een peuter bij. Nu vozen we op zaterdagmiddag wat sneller, tijdens het middagdutje. En dat heeft ook wel wat. Seks als een gestolen moment, stil en een beetje stiekem. Meteen to the piont en af en toe op het kleed tussen de duplo.

Maar weet je, daar gaat het niet eens om. Of je nu de daad wel of niet doet, qua uitstraling heb je afgedaan. Het idee dat moeders de vrouw met baby in de zomer een kort rokje draagt. Zie je het voor je? Een lekker uitdagend geklede vrouw met een kind er bij? Dan zie je vast ook meteen het oordeel wat haar volgt. Want dat kan eeeeecht niet hoor.

Laat staan de moeder van oudere kinderen. Daar worden hele tv programma’s over gemaakt. Dat die vrouwen zich toch maar naar hun leeftijd moeten kleden enzo. Op het schoolplein is dan ook weinig spannends te zien.

Seksloos mag ook.

En nu even voor alle duidelijkheid; het móet niet hè. Er zit geen verplichting op. Aan de andere kant verwachten dat vrouwen tot in het absurde een seksuele functie vervullen is ook weer onzin. Beetje jaren 50 gedoe.

Ik heb er gewoon een probleem mee dat het bijna niet kán. Er zijn geen voorbeelden in de media, geen producten voor de sexy moeder. Er is geen platform voor die vrouwen die zich toevallig wel aantrekkelijk voelen in de moeder-fase.

Dus bij deze maak ik ruimte. Voor de wulpse moeder, de spannende moeder, de -ik-heb-gewoon-zin moeder. Ik vind je leuk, ik vind je mooi, ik vind dat je er absoluut mag zijn.

Komende zomer trekken we de rokjes weer uit de kast. Leuke kousjes aan, kind mee en op naar het schoolplein. Lekker flaneren.

Over brave kinderen en zelfstandige volwassenen.

Niet zo lang geleden en niet zo ver hier vandaan praatte ik eens met een groep kinderen. Eigenlijk was ik de juf en stonden we in een zwembad, maar zo af en toe zijn kleine gesprekjes, mijns inziens, noodzakelijk om de band te smeden waar vanuit je les kan geven.

Er werd mij gevraagd wat voor soort kinderen ik leuk vind. “Ik hou van brutale kinderen.” verklaarde ik. Grote ogen. “Eeeecht??” “Ja, echt. Ik hou van brutale kinderen.”

Het stille jongetje van de groep, niet degene die de vraag stelde, kreeg glimmende oogjes. De rest van de les, en alle lessen daarna, durfde hij een beetje brutaal te zijn. Genoeg om te zeggen wat hij wel en niet durfde. Genoeg om een bommetje te maken in het diepe.

Brutale kinderen.

Een uitspraak waarmee ik iedereen doodgooi is:

Je kan brave, makkelijke kinderen hebben, òf kritische, zelfstandige volwassenen, maar niet allebei.

En daar sta ik achter. Het is best raar, dat we van kinderen wensen dat ze gehoorzaam zijn, niet terug praten, leiding accepteren en stil zijn. Om dan vervolgens te verwachten dat ze opgroeien in volwassenen die initiatief nemen, voor zichzelf op komen, leiding geven en voor groepen spreken.

Mijn kinderen zijn niet braaf, ze zijn eigenlijk best brutaal. Ze geven hun mening, ook aan mij en zeker als ze het niet met me eens zijn. Ze zijn regelmatig luid en druk. Ze verzinnen hun eigen spel en durven ruimte te claimen.

Ik ben er wel eens van beschuldigd dat ze losgeslagen zijn. Daar ben ik het niet mee eens. Ze zijn namelijk niet agressief, gevaarlijk of grenzeloos. Ze kunnen iets niet leuk vinden, en dat laten weten ook, maar als ik vertel dat het echt niet kan en de reden uitleg, dan wordt dat geaccepteerd. (Soort van, voor vijf minuten, om dan met nieuwe argumenten te komen)

We leven nu in een samenleving waarin hetzelfde gedrag wat wordt gewaardeerd in volwassenen, bij kinderen wordt gezien als losgeslagen.

Brave kinderen.

Dat de kinderen van de Dolle Moeder nogal wild zijn is….nou ja, oorzaak en gevolg zullen we maar zeggen. Maar er bestaan ook kinderen die van nature ‘braaf’ zijn. (Wat een naar woord eigenlijk..braaf..alsof je het over een hond hebt. Het impliceert controle, misschien zelfs eigenaarschap.)

Er zijn ook volwassenen die van nature liever volgen, liever stil zijn. En dat is maar goed ook. Als we met z’n allen als een stel alfa wolven tegen elkaar op gaan bieden krijgen we niets gedaan.

Dus wat doe je als je zo’n kind hebt? Nou…eeehhh…naar het strand ofzo? Duplo bouwen als het regent? Waar je maar zin in hebt eigenlijk.

Een kind wat van nature volgt is uiteraard niet verkeerd, we moeten niet doorslaan in de andere richting.

Net zoals je het luide kind aanmoedigt om soms te luisteren kan je het stille kind de ruimte geven om te spreken. Verder zou het zo leuk zijn als kinderen hun eigen karakter kunnen ontdekken, zonder dat daar een volwassene lekker vormend staat te zijn.

Vrouwen.

Het ‘brave kind syndroom’ (zojuist verzonnen. Goed hè. Ga ik straks de geschiedenis in als de ontdekker van een syndroom. Zou er ook een Dolle Moeder syndroom zijn?) treft vrouwen buitenproportioneel harder dan mannen. Jongetjes mogen, in de ogen van de maatschappij, nog enigszins wild doen. Boys will be boys enzo.

Maar meisjes, jaaaa, meisjes. Die moeten stilzitten, met strikjes in hun haar en schone rokjes aan.

Ik ken zo ontzettend veel vrouwen die niet durven. Niet durven spreken, argumenteren, boos doen, een mening hebben, die gewoon snotverdomme niet eens durven zíjn! En ik snap best waarom.

Weet je al los te komen van je kinderlijke inprenting (wat dus echt niet makkelijk is), wordt je, eenmaal wat luider, weggezet als “losgeslagen”, “emotioneel” (nee jij bent gewoon een gevoelsmatig dode lul!) of “irrationeel”. Lekker dan.

Maar goed, dat is een feministisch zijspoor. Even terug naar mijn originele stelling.

Zelfstandige volwassenen.

Eigenlijk is het heel makkelijk. Als je het idee hebt dat je opgegroeide spruiten beter af zijn met enige mate van zelfstandigheid dan begin je daarmee als ze nog kind zijn. Hoef je ook niet zoveel voor te doen. Zeer luie-ouder-vriendelijk. Kinderen ontdekken van nature hun eigen vaardigheden. Als je daar nu eens niet de hele tijd nee-roepend achteraan schuift, dan komt het wel goed. Ga maar op de bank zitten, pak een kop thee en laat dat kind toch lekker springen ofzo.

Zijn ze eenmaal iets ouder dan vraagt het wel wat meer diplomatieke vaardigheid. Dan gaan ze namelijk terug praten. En dan moet je iets doen wat je eigenlijk de hele dag door al naar andere volwassenen doet; luisteren. Niet dat “Ik heb nee gezegd dus het blijft nee” gedoe. Misschien hebben ze wel een heel goed argument. Effetjes overleggen, wie weet kom je op je standpunt terug. En als ze dan jaren later vertellen hoe ze hun manager tóch hebben omgepraat voor die loonsverhoging mag je innen. (ja…trots en hopelijk wat waardering, naar geld kan je fluiten)

En laat die oude tang van drie huizen verder maar lekker lullen. Het oordeel van anderen doet er niet toe. Geniet van je brutale, losgeslagen, opgroeiend voor galg en rad, maar toch vooral zelfstandige kinderen.