Vijf dingen die je een ouder kado kan doen in plaats van badschuim.

Ouders. Een eeuwig vermoeide groep mensen. Het opvoeden van kinderen is nooit bedoeld om maar met twee mensen te doen, je hebt er echt een dorp voor nodig. Toch zijn er eindeloos veel gezinnen waar twee en soms zelfs maar één volwassene dapper doorploeteren.

Op moederdag, vaderdag en verjaardagen nemen deze helden met een dankbaar gezicht wat kadotjes in ontvangst. Een lekker geurtje, bubbels voor het bad en soms zelfs een mooi sieraad. Dat zijn echt wel prima dingen om te geven hoor. Uiteindelijk gaat het om de gedachte die er achter zit. Maar vandaag wil ik eens wat andere suggesties doen. Hier is een lijst van vijf dingen die veruit de meeste ouders van jonge kinderen stiekem veel liever hebben dan een Fa douche pakket.

1, Een maaltijd waarbij je niet hoeft op te staan.

Kinderen hebben een ingebouwde sensor voor ouders die even gaan zitten, zeker als er eten in het spel is. Al zijn ze nog zo zoet boven met de lego aan het bouwen, de seconde dat je met je thee en boterham in een stoel ploft, staan ze voor je neus. Uiteraard met een grote variatie aan verzoeken waar je onmiddellijk aan moet voldoen.

De avondmaaltijd zou in theorie beter moeten zijn. We zitten immers nu allemaal aan tafel met hetzelfde doel. De realiteit is echter anders. Er moet van alles gesneden worden, uit de koelkast gepakt en er zijn discussies die juist dan op ruzie uitlopen. Als er een jong kind in het spel is zit er meestal een volwassene met de kleine spruit op schoot, om graaivingers heen wanhopig aan het proberen wat voedsel in haar mond te krijgen.

Nodig deze mensen eens uit (ja, het hele gezin, dat overleef je wel). En spreek van te voren af dat jij degene bent die opstaat. Of beter nog, kom bij ze langs, geef de ouders een bon voor een restaurant en doe een heldhaftige poging om de kinderen een gezonde maaltijd te laten eten.

2, Een weekend rust en uitslapen.

Het was toevallig laatst vrijdag en ik had een gesprek met de docent van mijn zoon. Aan het einde verzuchtte ze blij dat het nu wel lekker weekend was. Dat was even schakelen. Deze geweldige vrouw verdient uiteraard twee dagen rust, maar het concept is mij nu al zo lang vreemd dat ik even moest denken om haar te begrijpen.

Weekend is voor ouders vooral een tijd van tekenfilms en kinderen die koekjes willen. Het voordeel is dat je niemand naar school hoeft te brengen. (Tenzij je de pech hebt dat je kroost getalenteerd is, dan ben je alsnog taxi naar een club, les of bijeenkomst.) Het nadeel is dat buitenspelen uit de mode is en er naar jou wordt gekeken voor vermaak.

Vraag of de oudere kinderen een keer een weekend bij jou mogen logeren. Vanaf een jaar of vier gaat dat echt lekker. Doe het helemaal goed door ze op vrijdag al uit school te halen. Plan een weekend vol met uitstapjes, films en creatieve activiteiten. Doe voor de goede orde een poging om ze iets anders te voeren dan chips en patat.

Hele jonge kinderen kunnen niet zo lang bij hun ouders weg zijn, maar al neem je maar de helft van de druktemakers mee, je helpt al een hele boel. Voor extra punten kan je een oma of opa inschakelen om in datzelfde weekend een paar lange wandelingen met de kleinste te maken. Let wel op dat dit nogal eens voor gezinsuitbreiding een maand of negen later kan zorgen.

3, Een avond om een favoriete serie te binge-watchen.

Iedereen heeft het over de geweldige finale van de een of andere serie, maar ouders van jonge kinderen staan er vaak beteuterd bij. Ze zijn nog niet verder gekomen dan aflevering drie. Wel kunnen ze Dora ondertussen woord voor woord opzeggen.

Tegen de tijd dat iedereen in bed ligt heeft een ouder met geluk, ok, met heel veel geluk, een uurtje voordat ze zelf van vermoeidheid omvalt. Oh, en in dat uur moet je ook nog een keer of drie naar boven voor het een of ander. En misschien ook de baby voeden die naast je ligt.

Geef ze jouw sleutel, je Netflix password en pas een avond op. Ja, dat is zwaar. Zeker als er een kleintje is. Hou er rekening mee dat ze in slaap vallen en je ze wakker moet bellen.

Weet je wat, maak er een binge middag van. Dan kan jij wandelen met de kinderen en kunnen zij een paar uur kijken. Zoek van te voren uit waar de goede speeltuinen in de omgeving zijn. Bij slecht weer pak je een binnenspeeltuin. Bereid je goed voor met schone kleren (ook voor jou), billendoekjes (ook voor jou en niet per se voor billen. Meer voor plakkerige vingers enzo) en pijnstillers. (Alleen voor jou. Het geluidsnivo is niet normaal daar.)

4, Taart (of ander lekkers) wat je niet hoeft te delen.

Weet je nog dat ik vertelde over die sensor die kinderen hebben als een ouder gaat zitten? Die slaat dus op tilt als er lekkers in het spel is. Het maakt niet uit waar je kind is, als er taart is staan ze met open mond voor je neus. Ik ben er van overtuigd dat ze zelfs op school kunnen zijn, om dan toch plotseling naar huis te teleporteren.

Ik kan soms echt dromen van een goed stuk taart. Liefst chocolade en dan echt heel luxe (en vegan, maar ja, dat ben ik). En dat je dan kan zitten, ook nog met een grote kop thee (hey, droom groot) en totaal ongestoord het hele ding tot de laatste kruimel weghappen.

De realiteit is helaas meer dat je zelf hoogstens een hap binnen krijgt, terwijl je je bord hoog houdt, en er kinderen huilen.

Om dit als kado te geven heb je twee opties. Of je komt binnen met twee taarten. Een voor de volwassenen en een voor de kinderen. Nadeel is dat je ten eerste bestormd wordt, ten tweede de kinderen veel taart moet voeren om de ouders te ontzien en ten derde er altijd een kind is wat liever de grotemensentaart heeft.

Het is waarschijnlijk makkelijker om een bon te kopen voor taart en thee bij een leuk cafeetje en op de kinderen te passen. Geef de bon wel sneaky, en zorg dat er geen afbeelding van taart op staat..en dat ie niet naar taart ruikt. Weet je, voor de zekerheid, doe het ding maar in een waterdichte enveloppe….they know….

5, Slaap. Gewoon slaap.

Het ding waar je de eerste jaren als ouder absoluut, zonder twijfel en met grote voorsprong het meest behoefte aan hebt is slaap. Ononderbroken slaap. Dat je als een zeester in bed kan liggen stinken. Urenlang.

Een nacht overnemen gaat erg lastig. Het verschilt van gezin tot gezin en hoe dicht je bij ze staat. Oma kan dit eerder aanbieden dat een oude klasgenoot, zeg maar. Wel kan je dutjes of een uitslaap moment regelen. Sta een keer belachelijk vroeg op in het weekend, zodat je om een uur of zes voor de deur kan staan (wel effe van te voren afspreken natuurlijk). Neem de kroost over en schrik niet van de twee zombies die je vrienden elke ochtend zijn. Stuur ze liefdevol weer naar bed terwijl jij hun nakomelingen een paar uur vermaakt. Zo vroeg in de ochtend is er nog niets open, dus dat doe je ofwel in hun woonkamer, of in die van jou. Zet een film op voor oudere kinderen, knuffel met de kleintjes. Kijk uit voor de lego.

Het dorp wat we nodig hebben.

Ik ben me er van bewust dat vrijwel al deze kado’s neerkomen op oppas zijn. Punt is dat we dat nodig hebben. Ik zeg het zo vaak dat ik wel een gebroken plaat lijk, maar het is nooit de bedoeling geweest om kinderen met maar twee volwassenen op te voeden. We horen in stamverband met elkaar te leven en zo samen de lasten te dragen. Dat is waarom ouders er zo vaak als zombies bij lopen. En dat is waarom we jou nodig hebben. Jij bent onze stam, de extra handen waar we wanhopig op zitten te wachten. Geloof me, we hebben je een stuk harder nodig dan een douchepakket…of een boekenbon.

Zijn we telefoonzombies geworden?

De zombie apocalyps is hier! Dom vooruitstarend beweegt de massa zich voort, met schuifelende voeten en lege blik gericht op een klein scherm. Het was al voorspeld en nu gebeurt het, smartphones eten onze hersens op! Ren voor je leven!

Ok, maar ff serieus. Er wordt nogal veel kritiek gegeven op mensen die zich vermaken met hun zakcomputer (aka de smartphone). We zouden geen contact meer hebben met elkaar en niet meer op of om kijken. Als je kinderen hebt is het uiteraard helemaal erg! Ouders die langs de speeltuin verdiept zijn in Facebook in plaats van de capriolen van hun kind. De horror!

Ja, zie je, en daar kom ik dan weer met mijn menig. Ik vind dus dat het allemaal wel meevalt. Of beter gezegd, dat het ten eerste lang zo erg niet is als wordt beweerd en ten tweede nog een doel heeft ook. Maar dan wil ik het eerst even over de geschiedenis hebben, en prikkels.

Vroeger was alles beter.

Prikkels. Vroeger hadden we er daar niet zo veel van. Vroeger zat je met je reet op de grond een mand te vlechten met dezelfde twintig tot vijftig personen om je heen die je je hele leven zag. Als je opkijkt zie je natuur, wat hutten en wat spulletjes. Af en toe gebeurt er wat, maar dat is ook snel weer over. Het leven is niet saai, maar wel bekend. Je maakt lol, liefde en je deelt wat je hebt.

Even later gingen we in steden wonen. Daar zijn al meer van die prikkels. Er dendert een kar voorbij, stemmen roepen hard en je ziet veel mensen die je niet kent. Het is nog wel te doen, maar echt wel anders.

Met de uitvinding van de print pers worden boeken en kranten voor steeds meer mensen beschikbaar. Er wordt zelfs lezend over straat gelopen. Men spreekt wel van een invasie der stommen. Verdiept in dat boek, zonder contact te maken met een ander. De schedel inhoud zal nog rotten! (Herkenbaar?)

Nu is het anders.

En dan is het ineens nu. Nu is alles anders. Om je heen een nooit aflatende barrage van kleuren en geluiden. Toeters, reclame, muziek en geuren. Meer en meer en meer en meer. In je leven mag je heel blij zijn als je een mens of vier weet te behouden. De rest komt en gaat, een constante stroom van onbekenden die vrienden worden, om dan weer als vreemden weg te gaan.

We zijn niet gemaakt voor zoveel prikkels. Onze hersenen slaan op tilt. We hebben wel een systeem voor paniek situaties, maar dat is nooit bedoeld om als OS te draaien. (Operating System, voor de technycapten onder ons. Windows, zeg maar)

Ik denk dat we daarom in die telefoon zitten. Puur afsluiten. Even alleen de prikkels die je kiest, in plaats van degenen die worden opgedrongen. Zo is het in ieder geval voor mij. Zijn we op vakantie, op een plek waar het groen is en rustig, dan taal ik amper naar dat gekke ding. Maar in de stad, pffff, ja dan heb ik het ook nodig. Een soort pauze knop.

Ouders die op hun kinderen letten.

Ik noemde het net al even, maar vooral ouders krijgen kritiek als ze niet constant adorerend naar hun kroost staren. Maar weet je, die kroost heeft dat helemaal niet nodig. Willen ze ook niet. Kinderen horen lekker buiten het zicht van volwassenen te experimenteren. Kan je je voorstellen dat je manager de hele tijd meekijkt? Dan wordt je helemaal kriegel!

Komt er bij dat het juist ouders van jonge kinderen zijn die die uit-knop hard nodig hebben. De mandenwever uit ons eerdere voorbeeld had een hele stam om samen de kinderen mee op te voeden. Dat hebben wij niet. Nu wordt alles wat ooit met twintig man werd gedaan van twee oververmoeide zombies gevraagd (of zelfs van maar eentje). Geen wonder dat dat niet gaat.

Natuurlijk moet je vaak genoeg opkijken om op het ergste gevaar te letten. Twee van mijn kinderen zijn weglopers en daar heb ik zeker de helft van mijn grijze haren mee verdiend. Maar je kan echt wel even een spelletje spelen, of op instagram ofzo.

De verdwijning van echt contact.

Ik hoor nogal eens roepen dat mensen geen echt contact meer hebben door de digitale revolutie. Dat we niet meer met elkaar praten. Daar wil ik even wat kritische punten bij neerzetten.

Ten eerste hebben we inderdaad minder echt contact. Maar dat heeft niets met smartphones te maken. Ik zei het net al, vroeger bleef je stam min of meer intact gedurende je leven. Soms ging er iemand dood, soms werd er iemand geboren en heel soms was er wat migratie. Maar dat was langzaam. Nu is dat compleet anders. De hele dag zitten we tussen vreemden. Zelfs onze collega’s kennen we niet echt goed en we verwachten zeker niet dat ze ons hele leven bij ons blijven.

Op al dat komen en gaan is onze psyche niet ingericht. Het doet wat met je om constant in mensen te investeren om ze dan weer te verliezen. Kort gezegd, met vreemden praten kost energie waarvan het erg onwaarschijnlijk is dat je het terug krijgt. We doen het wel, maar selectief en zeker niet elke treinreis.

En dan het digitale contact. Wie heeft er eigenlijk bepaald dat dat niet echt is? Ik heb mensen in mijn leven die ik zelden of zelfs nooit in het echt zie, maar waar ik toch veel mee praat en mijn leven mee deel. Waarom zou dat niet waardevol zijn?

Zelfs mijn beste vrienden spreek ik veel vaker over de app dan dat ik ze zie. Als we het van bezoekjes alleen moeten hebben zou er niet veel over blijven van de vriendschap. Toch kan ik bij ze terecht als er iets is en wordt ik vrolijk als ik over hun dag lees.

En dan de social media. Absoluut een compleet andere manier van contact. Als ik iets post is dat algemeen gericht, niet naar een enkel individu. Ik vertel iets zonder een specifiek antwoord te verwachten. Toch is het waardevol. Zonder social media zou ik me niet betrokken voelen bij het leven van mijn nicht aan de andere kant van de wereld. Zelfs mijn zus woont nu op een tropisch eiland. Op Facebook zie ik haar leven voorbij komen en zo mis ik haar een stukje minder.

Verslaafd.

Wel ben ik de eerste die toegeeft dat ik bij tijd en wijlen wat tè verslaafd ben aan mijn telefoon. Het blijft belangrijk om het ding af en toe neer te leggen. Hoe die balans zit in je eigen leven moet je zelf bepalen en dat is niet altijd makkelijk.

Maar het beeld wat je ziet in de trein, speeltuin of op straat is een momentopname. Je weet niet hoe diegene haar leven heeft ingedeeld. En je weet al helemaal niet wat ze doen op dat ding. Dus probeer niet te oordelen. In deze gestoorde wereld zoeken we houvast. Soms zijn we dat voor elkaar, en soms zijn dat de vrienden die in de digitale wereld wonen.

Ik ben oud! En dat is best leuk.

Ik ben oud. Niet rollator-oud, maar dan toch zeker wel middelbare-leeftijd-oud. Ik ben nu vijfendertig, maar mijn volgende verjaardag komt er alweer snel aan. En voor wie leeftijd maar een cijfer vindt, ik heb grijze haren, rimpels, kraaienpootjes, uitgezakte delen en als je goed kijkt ook van die vlekken op mijn handen. Niet bepaald jong meer te noemen.

Nu wil het toeval dat ik ook van de vrouwelijke overtuiging ben, dus behoor ik dat oud worden heel erg te vinden, zo veel mogelijk uit te stellen of toch in ieder geval hard te ontkennen. (“Je bent zo oud als je je voehoelt!!) Mensen van de mannelijke overtuiging hoeven dat uiteraard niet. Die worden ‘silver foxes’. Hypocriet much?

Zoals de titel van dit stuk al verraad doe ik dus niet mee aan die ongein. Dat hele oud worden bevalt me tot nu toe wel, ook de fysieke manifestaties daarvan. Mijn lijf is in continue flux en daarom nooit saai. En wie heeft er bepaald dat grijs haar niet mooi is?

Goed voorbeeld doet goed volgen.

Nu heb ik ook twee hele mooie voorbeelden gehad in mijn jeugd. Mijn eigen moeders, echte dolle moeders pur sang. Twee geweldige potten die lekker samen uitzakten. Niet dat het uiterlijk geen rol speelde. Het haar zat goed, de kleren leuk en van de een heb ik een voorkeur voor dure sieraden geërfd. Maar het vlotgekapte grijze haar werd niet geverfd, de rimpels niet dichtgeplamuurd en de borsten niet omhoog getakeld.

Ik heb het voorrecht gehad om op te groeien met twee grootheden en daar ben ik dan ook dankbaar voor. Hun leefwijze heeftg prachtige sporen achtergelaten op mijn ziel. Ze hebben me acceptatie en verwondering geleerd.

Maar een goed voorbeeld is niet genoeg. Onderzoek wijst uit dat een zeventien jarig meisje gemiddeld is blootgesteld aan 250 000 beelden van beauty campagnes. Biedt daar maar eens weerstand tegen.

Onze jeugdcultuur.

Reclame verteld veel over een cultuur. Niet over hoe ze zijn, maar wel over wat ze willen. Een blik op onze reclames verteld je vooral dat we jong willen zijn. De jeugd als ideaal. Gek eigenlijk, dat is lang niet altijd zo geweest. In tijden waar het een privilege was om oud te worden, werd ouderdom geëerd. Nu niet meer. Nu moet alles strak, glad en stralend. Nou ja, als je vrouw bent dan. Dat hadden we al vastgesteld.

Als vrouw tel je mee zo ongeveer vanaf je zestiende tot je dertigste levensjaar. Een paar jaar ben je ‘on top’ om dan aan de grote aftakeling te beginnen. Je wordt afgeschreven, mag hopen dat je een man en carrière hebt verzekerd, want op je mooie snoetje krijg je niets meer. Het grote smeren der ouderdomscremmetjes is begonnen.

Dat is heel fijn, al drie smeersels. Ja, niet voor het smerend voorwerp, maar wel voor de economie. Behoorlijk wat mensen verdienen behoorlijk wat geld aan de rimpelangst van langzaam verouderende dames. Zo ook producenten van haarverf en make-up.

Het is ook fijn voor het patriarchaat. Je weet wel, die groep mensen die vinden dat vrouwen niet mee tellen. Een korte houdbaarheidsdatum betekent dat je mensen die jij zo toevallig ongewenst vindt lekker snel kan afschrijven.

Verwondering van verandering.

Ik schreef het eerder al, mijn lichaam is continu in flux. Altijd al zo geweest. Alle lichamen zijn dat. Een van de meest geweldige mindfucks die je jezelf kan geven is naar een heel oud iemand kijken, zo eentje die al echt goed aangerimpeld is, en je dan realiseren dat ze ooit een baby’tje is geweest. Omgekeerd werkt ie ook. Dat jouw kindje ooit hoogbejaard zal zijn, en hoe dat er dan uit ziet.

Maar goed, ik dwaal af. Lichamen veranderen. En dat vind ik eigenlijk wel leuk, ook als het mijn exemplaar betreft. Ik merk dat ik met verwondering naar het proces kan kijken. Ik ben best wel trots op mijn grijze haren, ze staan mooi.

Niet dat ik zo’n heilig ‘mijn lichaam is een tempel’ boontje ben hoor. Na jarenlang zeer fysiek actief te zijn geweest zit ik nu al een tijdje wat meer dan me lief is op mijn gestaag groeiende reet. Die verandering vind ik dan weer wat minder. Ik zie mijn lijf graag als sterk en fit. Maar het proces van ouder worden vind ik dan toevallig wel leuk.

Los van de normen.

Ik merk dat ik zo met de jaren langzaam los kom van de opgelegde schoonheidsnorm. Van een zelfbewuste tiener die niet zonder een dikke laag make-up naar buiten durfde ben ik nu een vrolijk uitgezakt middelbaar wijf. Zo eentje die rustig met raar haar en zonder bh de kinderen naar school brengt. Elk jaar laat ik weer wat los.

En ik schrijf er dan misschien over alsof ik het wiel heb uitgevonden, maar het meest geweldige is dat ik bij lange na niet alleen ben. Ik zie ze steeds meer. Vrije vrouwen. Wild grijs of wit haar, een eigen kleding stijl en een sterke blik. Dat is nou een norm waar ik wel bij wil horen.

Het geeft me hoop voor de toekomst. Zie je, ik heb een dochter. Ook zij gaat oud worden (hello mindfuck!) en ik gun haar plezier in dat proces. Ik gun haar wapperende grijze haren in de wind, heel veel lachrimpels en mooie, bruine vlekken op haar handen. Ik gun haar vrijheid.

Discreet voeden. De zin en onzin van tepelangst.

Discreet voeden. Nooit gedacht dat ik zo’n diepe haat voor een term kon hebben. Ergens van binnen smeult een boos kooltje, wat na een opmerking snel ontvlamt. Discreet voeden is een irritante klote term die zo snel mogelijk uit onze spreektaal verwijderd mag worden.

Even voor degenen zonder (jonge) kinderen. Discreet voeden slaat dus op borstvoeding geven, en dan wel op zo’n manier dat niemand er aanstoot aan kan nemen. Want er zal toch snotverdulleme eens een klein beetje vrouwenborst te zien zijn! Dat kunnen we niet hebben, in onze degelijke maatschappij!

Wat dat betreft lijkt het een beetje op discreet kleden en discreet gedrag. Beide termen waar niemand ooit aan voldoet en dus mooi ingezet worden om vrouwen mee te onderdrukken. Want niet discreet zijn is toch een duidelijk teken dat je een losgeslagen hoer van Babylon bent, ofzo.

Anyhow, terug naar tieten, en de functie waar ze voor bedoeld zijn. Het van melk voorzien van een jong kind. En aangezien die jongen kinderen op de meest onhandige tijden voeding, troost of geruststelling nodig hebben gebeurt dat nog wel eens in het openbaar. Waarna nogal eens geroepen wordt dat dat uiteraard moet kunnen, mits het maar discreet gebeurt!

Real life borstvoeden

Eerst dan even dit; hoe denk je dan in vredesnaam dat borstvoeden er uit ziet? Heb je ook maar een flintertje besef van de mechanica van een borst en een baby? Want die baby zit dus voor die tepel waar je zo bang voor bent. Of nee, beter gezegd, die baby zit er om heen. Als je al gaat staan staren (lekker onbeleefd) zie je dus vooral de achterkant van een baby hoofd. Bij mijn weten is daar niets engs aan.

Ik vraag me eerlijk gezegd wel eens af hoe indiscreet voeden er dan uit ziet? Misschien een vrouw die, midden in een restaurant, hard roept “ Daarrrrr komt de tiet!” om vervolgens al haar kleren uit te trekken en iedereen te bespuiten met haar melk? Want elke, absoluut elke, vrouw die ik ooit heb zien voeden (en dat zijn er toevallig best veel, ik ga in van die kringen om weet je) trekt wat kleding opzij en koppelt het kind aan. That’s it. Gevaar voorbij.

Jaaaaaa, maar wat als dat kind loslaat!? Dan zie je toch echt een tepel hoor!!1!!1

Hoi. Welkom. Ga even zitten en blaas uit.

Ja, dat kan gebeuren ja. En als je dan echt goed oplet kan je inderdaad even een tepel zien…soms…niet echt goed…maar ja, het kan. Is dat zo erg?

Tepelangst en mannentepels.

Weet je waar je nog meer tepels kan zien? In het zwembad, en op het strand, en eigenlijk overal als het warm is. Mannentepels wel te verstaan. Want daar zijn we niet bang voor. Terwijl ze in close up echt niet te onderscheiden zijn van vrouwentepels. Zelfde ding, ander sociaal stigma.

Het zijn maar tepels hè. Een stukje lijf wat we allemaal hebben. Net als een mond of een hand of…nou ja..bijna alles eigenlijk. Het is echt totale onzin dat we vrouwentepels zo censureren en de mannelijke exemplaren vrij rond laten lopen. Maar verder is het feminisme klaar hoor….we hebben echt wel gelijke rechten in Nederland….(sarcaaaaaaasme).

Het is, mijns inziens, echt wel heel, heel erg hoog tijd dat we die borstenfetish loslaten. Andere culturen vinden ons er maar raar om, en daar hebben ze gelijk in. Het is een willekeurig lichaamsdeel wat niet meer met seks te maken heeft dan de eerdergenoemde mond of hand. En die verstoppen we ook niet.

Discreet voeden.

Maar je kan toch gewoon een dekentje er over heen hangen? Hoe moeilijk is dat nou? Is het zo erg om je een beetje aan te passen?

Ja.

……Oh, wil je meer uitleg? Nou, ok dan.

Ja, het is echt zo erg om je een beetje aan te passen. Want waar houdt het op? Want nu zijn het borsten, maar straks zijn het ogen, neuzen, haar en het hele vrouwenlijf. Ik vind het vreemd dat dezelfde mensen die moslima’s uit een burqa willen dwingen andere vrouwen wel willen bedekken. Dat is toch scheef? Waarom mogen mensen niet gewoon zelf beslissen wat ze wel of niet bedekken? En als we dan echt als maatschappij vinden dat bepaalde delen bedekt moeten zijn, dan moet het gelijk zijn voor alle leden. Niet de ene helft alleen het kruis en de andere helft veel meer. Dat is discriminatie (maar dat doen we niet in Nederland hoor….oooooh nee).

Zo’n dekentje lost niets op. Veel vrouwen kunnen er totaal niet mee uit de voeten en al zou het voor absoluut iedereen makkelijk zijn, het is moreel verkeerd. Dus ja, een vrouw vragen om haar uiterlijk aan te passen ter geruststelling van een ander is altijd verkeerd.

Eerste disclaimer.

Overigens ben ik niet tegen het gebruik van dekentjes, borstvoedingskleding of borstvoedingsruimtes. Ik vind heel sterk dat een moeder kan voeden waar ze wil en hoe ze dat wil. Als jij je prettiger voelt met een doek of in een pashokje, dan ben ik de eerste die dat hokje voor jou gaat opeisen. Ook de andere kant op wil ik geen vrouwen vragen hun uiterlijk aan te passen. Daarom ben ik ook voorvechter van het recht op een burqa, niqab of hijab als iemand daar voor kiest. Zelfbeschikkingsrecht is echte zelfbeschikking, niet het recht om mij na te doen.

Tweede disclaimer.

Er zijn ook mannen die voeden. En die hebben ook elk recht om te voeden hoe en waar ze dat willen. Ik praat nu over cisvrouwen omdat dat is wat ik ken. Ik weet vrijwel niets van wat voedende transmannen meemaken. Maar dat betekent niet dat hun strijd minder belangrijk is of dat ze niet horen bij de groep van voedende ouders. Het betekent alleen dat ik geen uitspraken wil doen over dingen waar ik niet genoeg van weet.

Feministische conclusie.

Uiteindelijk denk ik dat het hier helemaal niet gaat over de manier waarop vrouwen borstvoeding geven. We zijn als maatschappij lang niet zo bang voor borsten als we doen voorkomen. Borsten zijn hartstikke welkom…zolang we ze lekker kunnen objectiveren en seksualiseren.

Deze ‘strijd’ tegen indiscreet voedende moeders is gewoon de zoveelste manier om vrouwen tam te houden. Een bekende tactiek om iemand psychologische schade te doen is constante kritiek geven. Zorgen dat ze niets goed kunnen doen. Dan wordt het slachtoffer snel depressief en heel onzeker. Dan kan je heel makkelijk de baas spelen. En is dat niet wat we als maatschappij met vrouwen doen?

‘Discreet voeden’ is het zoveelste wapen in de strijd om vrouwen klein te maken. Eerst pakken ze je op je uiterlijk. Te dik, te dun, te mooi, te lelijk, te lang te kort en nooit genoeg. Ben je eenmaal moeder dan loop je kans om daar geen fluit meer om te geven (leuke bijwerking van slaapgebrek) dus moet je ergens anders mee beheerst worden. En daar komen de ‘mommy wars’ vandaan.

Indiscreet voeden als feministisch gebaar…ik vind het wel wat.

Zorgen veiligheidsmaatregelen voor meer veiligheid?

We willen veilig zijn, we willen dat ons niets naars overkomt, maar meer nog dan dat willen we dat onze geliefden veilig zijn. Een heel normaal, menselijk gevoel. Om dat te bereiken proberen we ons bewust te zijn van gevaren. We anticiperen, we waarschuwen en we letten op. Maar wat wordt er opgeofferd? En is dat het waard? Hebben al die maatregelen überhaupt wel het gewenste effect?

Ik was laatst in een speeltuin. Op zich een best normale plaats om te zijn als je kinderen hebt. Deze specifieke speeltuin grenst aan water. Er is een kade, daar liggen wat bootjes en tussen die bootjes kabbelt een meer.

Een meisje loopt een meter of vijf van de kade af, met haar rug naar het water. Ze lijkt onderweg naar de glijbaan. Haar moeder pakt haar beet en vermaand haar “Nee, nee! Niet naar het water. Kijk uit voor het water!”

Even in de herhaling…dat je het beeld goed hebt. Meisje staat niet in de buurt van de kade laat staan het water, loopt ook niet in die richting, kijkt niet eens die kant op….maar moeders reageert alsof het arme kind bijna een duik neemt. En dat soort gedrag is geen incident.

Terwijl ik dit zo eens mee maak klimt mijn peuter op een klimrek. Ik sta er naast niet om haar op te vangen, maar om te zorgen dat andere ouders haar met rust laten. Dat is namelijk een hele reële dreiging in de speeltuin. Volwassenen die zeer bezorgd naar mijn kind toe rennen met een reddercomplex. En dat vind ik nu weer gevaarlijk.

Parkeer die helikopter.

We hebben een naam verzonnen voor dat soort overbezorgde ouders. Helikopters. Het idee is dat je als het ware met een vliegmachine over je kind zweeft, om je kroost te alle tijde te kunnen redden van echt en verzonnen gevaar.

In Noord-Amerika neemt het extreme gevolgen aan, maar ook hier zie ik het meer en meer. Ik heb zelfs een echte helikopter van dichtbij mogen meemaken en gezien wat dat heeft gedaan met haar twee kinderen. Want dat is de zure grap. In de gekte om elk risico maar af te dekken raken kinderen mentaal beschadigd.

Kinderen hebben vrijheid nodig. In een natuurlijke setting zou een kind van vier al grote delen van de dag zonder volwassen toezicht spelen. Dat soort verwachtingen zijn geprogrammeerd in onze genen, die zijn niet zomaar uit te zetten.

Helemaal zoals een junglemoeder doe ik het ook niet. Er zijn reële gevaren waar onze evolutionaire verwachtingen geen rekening mee houden, auto’s enzo. Maar ik blijf zoveel ik kan aan de zijlijn. Mijn primaire filosofie wat betreft veiligheid is dat het mijn taak is om te zorgen dat mijn kinderen zo min mogelijk naar het ziekenhuis moeten. Alle activiteiten die redelijkerwijs niets ergers kunnen opleveren dan blauwe plekken of pleister wondjes hoef ik niet te voorkomen. Ik kan een keer raad geven, maar daarna hou ik op.

Resultaat is dat mijn kinderen zelf heel goed risico’s in kunnen schatten en heel weinig brokken maken. Zeker de peuter, die bewust volgens de Continuüm Concept methode is opgevoed, is heel zelfstandig. Nu is een onderzoek van drie kinderen niet echt statistisch relevant, maar gelukkig zijn er veel andere mensen die hetzelfde doen, en dezelfde resultaten opmerken.

Fysieke gevolgen van overbezorgdheid.

Toch zijn er, mijns inziens, ook fysieke gevolgen wanneer een kind overbeschermd wordt opgevoed. Een kind wat alsmaar wordt behoed van vallen, zal onhandiger zijn en ironisch genoeg, vaker struikelen. Grof gezegd; je moet op je bek gaan om te leren.

Tot nu toe zijn de meeste ouders het wel min of meer met me eens, maar ik zou de Dolle Moeder niet zijn als ik niet lekker controversieel doe. Ik had namelijk laatst een heel interessant gesprek….over druiven.

Moet je druiven snijden?

Nou ja, over druiven, tomaten, wortels, (vega)worstjes en ander rond voedsel. De ‘regel’ is namelijk dat je die moet doorsnijden. In de lengte wel te verstaan. Omdat die druif (voor het gemak nemen we de druif als zondebok.) anders onherroepelijk in de keel van het arme kind vast loopt, waarna het lijdend voorwerp stikkend ter aarde stort. Echte richtlijnen kan ik niet vinden, maar de consensus is dat je wel een jaar of vijf aan het snijden bent.

Op zoek naar cijfers kwam ik twee artikelen tegen. Deze zegt dat er in 2012 een dikke honderd kinderen opgenomen zijn geweest omdat ze zich verslikt hadden in voedsel. Gelukkig geen fatale afloop. Dit is een Amerikaanse tegenhanger die zegt dat er tienduizend kinderen per jaar in het ziekenhuis terecht komen en er gemiddeld elke vijf dagen een kind sterft aan verstikking in voedsel.

Nu is Noord-Amerika echt een stuk groter dus verwacht je ook meer ongelukken. Maar een sterfgeval elke vijf dagen? En geen enkele bij ons? Terwijl de cultuur van helikopteren daar zo veel sterker is.

Zo kom ik dus bij mijn nu-gaan-mensen-boos-worden hypothese. Ik vermoed heel sterk dat we het risico op verstikking groter maken door alsmaar te snijden. Kinderen wennen aan kleine stukjes en leren niet af te happen. Vroeg of laat komt dat kind een keer een druif tegen die niet gesneden is. Op een familie feestje ofzo. Ja, je oom is nu eenmaal niet op de hoogte van al die veiligheidsmaatregelen. En dan is die hele druif ineens wel gevaarlijk.

Het snijden van voedsel stuurt ook de impliciete boodschap dat een kind geen heel voedsel aankan. En kinderen hebben nogal eens de neiging om aan dat soort verwachtingen te voldoen.

Ik zou het heel interessant vinden om eens naar de omstandigheden van al die stikkende kinderen te kijken. Hoeveel van die honderd kinderen waren gewend aan gesneden druiven? Hoeveel mochten zelf hun risico’s inschatten? Ik gok zelf vrij weinig, maar dat blijft mijn eigen onderbuikgevoel.

Wat ik wel gevaarlijk vind.

Wij doen het dus niet. Dat snijden. En er zijn veel meer dingen die wij niet doen. Toch zijn er ook risico’s die ik wel afdek. Ik heb twee jaar lang onder een ouderwetse deken geslapen in plaats van een dekbed. Ook in de winter (hallo flanellen pyjama), omdat dekbedden gevaarlijk zijn voor kleine kinderen.

Het verschil zit hem voor mij in de beschaving. Dingen die pas de laatste paar honderd jaar zijn uitgevonden kunnen een werkelijk gevaar opleveren voor kinderen. Maar druiven waren altijd al rond. Eten doen we als soort al heel lang. Daar heeft moeder natuur echt wel rekening mee gehouden. Net als met klimmen, rennen, ruzie maken, slapen en leren. Allemaal dingen waar we niet echt in moeten sturen.

Slaaptraining voor de opvang.

Ok. Je hebt dus zo’n baby en het gaat best goed. Je doet je hippie ouder ding waarbij de kleine in een draagdoek woont en lekker tegen je aan slaapt, dag en nacht. Het begin was best moeilijk (waarom komt er dan ook geen gebruiksaanwijzing je kut uit in plaats van die placenta?) maar we zijn een kleine drie maanden verder en je voelt je eindelijk weer enigszins competent.

Boem! Opvang!

Of je nu weer gaat werken, naar de tandarts moet of (gasp!) af en toe een klein beetje tijd nodig hebt voor jezelf. Op een gegeven moment moet er iemand anders dan jij voor je kindje zorgen. Niet lang, maar een paar uur, maar in die paar uur moeten er dingen gebeuren. En dat is waar de schoen soms gaat wringen.

Ik hoor regelmatig dat ouders onder druk worden gezet om hun kind te slaaptrainen omdat een oppas of de opvang de kleine niet in slaap krijgt. Dat gaat soms zelfs zover dat ze het kind gaan weigeren als er niet aan de eisen wordt voldaan…….soort gijzeling dus. Leuk wel…

Vandaag gaan we bekijken of die training wel nodig is en of het hele idee überhaupt nut heeft. (spoiler; nope, nee, niet, helemaal niet, niet eens een beetje.)

De biologische norm.

Wanneer een baby uit de vagina of de chirurgische snede tevoorschijn komt heeft de kleine een aantal verwachtingen. Dat is zo met de mens mee geëvolueerd en enigszins belangrijk. In een notendop gaat het om continu lichaamscontact totdat ze zelf wegkruipen, borstvoeding totdat ze zelf weg eten en hulp bij het slapen totdat ze zelf wegdromen.

Kinderen zijn ontzettend sterk. In de meest ellendige situaties weten ze toch op te groeien. Je kan sleutelen aan de biologische voorwaarden, maar met een prijs. Het geeft een kind namelijk stress, behoorlijk veel stress zelfs. Dat kost energie en die energie kan niet besteed worden aan een normale ontwikkeling. Je gaat dan tekorten en achterstanden creëren.

Er is hier veel meer over te vertellen, maar dan ben ik een boek aan het schrijven. Even in het kort: een kind wat zonder de biologische voorwaarden opgroeit staat onder stress, dat is slecht en creëert problemen. Hoe minder er aan de voorwaarden voldaan wordt, hoe meer stress en hoe groter de ellende.

Met slaaptraining ga je flink sleutelen aan die biologische voorwaarden. De behoefte aan continu lichaamscontact en aan hulp bij het slapen wordt ontnomen. Vaak komt daar dan ook een voedingsschema bij en dan is het cirkeltje mooi rond. Het is overduidelijk dat slaaptrainen niet goed voor de gezondheid van een kind is.

Om het maar even in het belachelijke te trekken; het is vast ook makkelijker voor de opvang als een kind minder eet. Maar niemand zal vragen om een baby te leren met minder calorieën af te kunnen. We erkennen dat voeding belangrijk is en doen moeite om dit in een kind te krijgen.

Wacht eerst af.

Als je je zorgen maakt voordat het kind bij de opvang of de oppas is geweest, heb dan nog even geduld. De kans is best groot dat het hele probleem niet gaat verschijnen. In dit stuk vertel ik over gewenst gedrag. Natuurlijk vind ik het leuk als je even gaat lezen, maar de samenvatting is dat ieder mens zich buitenshuis aanpast, zo ook een baby. Dat is normaal en prima.

Het kan best gebeuren dat jouw kleine slaapmonster, die altijd drie liedjes, een half uur wiegen en vier borsten nodig heeft om bij jou in slaap te vallen, bij de leidster zo gaat liggen en wegsnurkt. Betekend niet dat jij iets fout doen, lees mijn stukje dan toch maar even.

Geef het een paar dagen voordat je echt in paniek raakt. Als het dan echt niet lukt, zijn er nog andere oplossingen.

Ze slaapt echt niet.

Ok, je baby heeft uitgebreid gewend bij de opvang of oppas, jullie hebben het echt geprobeerd en het gaat niet. Helaas heb jij geen zoet kind. Ook dat is niet erg. Een sterke eigen wil is misschien veel werk als ze klein zijn, maar wel heel fijn als ze eenmaal volwassen zijn.

Een goede opvang zal zelf oplossingen zoeken en het probleem niet bij jou leggen. Ervaren en geduldige leidsters hebben een hele trukendoos. Een lieve en geduldige opa of oma zal ook eerder naar tips vragen dan slaaptraining eisen.

Helaas is het niet altijd zo mooi. Soms heb je pech en staat er iemand tegenover je die eist dat jij thuis je kind allerlei rare dingen aandoet zodat zij het die paar uurtjes wat makkelijker heeft. En dat is best apart, als je er over nadenkt. Stel je nu eens voor dat er op een opvang een leidster is die het verschonen moeilijk vindt. Bij kindjes die stil liggen lukt het nog net, maar jouw kleine is een friemelkont en de poep zit soms aan de muren. Zou je het dan normaal vinden dat die leidster van jou eist dat jij je baby even zindelijk maakt? Of heeft ze gewoon wat training en tips nodig van haar collega’s?

Mochten ze het echt zelf niet kunnen verzinnen, dan kan jij wat mogelijke oplossingen geven. Denk dan aan: dragen in een drager, slapen op de groep (in de box bijvoorbeeld), slapen in een wandelwagen (dat kan alleen buiten en onder toezicht), niet te slapen leggen en laten omvallen, een gedragen shirt van jou mee (let op, dat mag niet los in het bed, onder het laken kan het wel) of gewoon accepteren dat de kleine wakker blijft.

Slaaptraining heeft geen zin.

We hadden al uitgebreid besproken dat slaaptraining schadelijk is voor kinderen. Komt nog eens bij dat het geen zin heeft. Er is echt geen enkel bewijs dat kinderen beter gaan slapen door ze te ‘trainen’. Sterker nog, het zou wel eens andersom kunnen zijn. Oftewel, de kans is groot dat je je kleine schade doet, de normale ontwikkeling verstoord en dan ook nog eens een kind krijgt wat slechter slaapt dan daarvoor. Heel nuttig allemaal. (Niet!)

Zeker wanneer het trainen wordt gedaan voor een opvang of oppas is het echt een oefening in nutteloosheid. Soort van alsof jij mij gaat sommeren mijn keuken op te ruimen, met de verwachting dat jouw keuken dan schoner wordt. Zelfs al zou het lukken om dat kind in de thuissituatie eenzaam in dat bed te proppen, zegt dat dus echt niets over hoe het gaat op de opvang. Helaas komt het allemaal neer op het karakter van je kind en de skills van de oppas.

Als jouw opvang of oppas echt blijft eisen dat jij en je kind zich aanpassen omdat zij dan denken het makkelijker te hebben, dan is dat mijns inziens een teken dat jullie niet op de goede plek zitten. Waar dat een oma of andere familie betreft is dat natuurlijk heel vervelend, maar je kan dan echt beter naar een andere plek zoeken. Een boze tante is niet belangrijker dan een beschadigd kind.

Waar professionele opvang nodig is ben ik fan van de gastouders. Het is misschien even zoeken (er zijn zeker ook gastouders die rare eisen stellen) maar een goede gastouder is echt goud waard. Die wordt onderdeel van het gezin en heeft vaak meer tijd en aandacht voor een kind.

Dat gezegd hebbende, er bestaan ook hele goede kinderdagverblijven. Het blijft een kwestie van goed zoeken, lang praten en hoge eisen durven stellen.

De zin en onzin van drijfmiddelen.

Voordat je met je kleine kind een zwembad in duikt, moet je het lijdend voorwerp eerst optuigen in een drijfmiddel. Bandjes, of een soort drijfstoel. Want dat is uiteraard veiliger. Toch? Toch…???

Nou, lang niet altijd dus. Sommige drijfmiddelen doen niet zoveel terwijl andere ronduit gevaarlijk zijn. Maar aangezien geen enkele fabrikant vrijwillig de waarheid op een verpakking zet, hoe moet je dan weten welke je moet hebben?

Door mijn blog te lezen natuurlijk. Hier staan de meest voorkomende drijfmiddelen en mijn mening er over. Oh, en voor de nieuwelingen; ik heb jarenlang in een zwembad gewerkt en echt alles wel een keer voorbij zien komen.

Bandjes of vlindertjes.

Om maar meteen met de meest bekende te beginnen. Bandjes, soms ook vlindertjes genoemd. Goedkoop en handig bij een kind wat al zelf rondloopt. Meestal te verkrijgen bij de kassa van het zwembad, aangezien je ze altijd vergeet.

Ik ben geen fan van bandjes. Nope. Deze ondingen staan bij mij op nummer twee van mijn meest-gehate-drijfmiddelen lijst. (Nummer een komt verderop) Ten eerste geven ze een schijnveiligheid. De enorme hoeveelheid ouders die niet of veel minder goed opletten omdat kun kind toch bandjes aan heeft……echt….in de zomervakantie was dat gesprek minstens driekwart van mijn werk.

Ten tweede geeft het schijnveiligheid bij het kind. Ze leren namelijk niet dat je zinkt in diep water. Er staat bij elk goed zwembad een lifeguard in de buurt van de douches. Kinderen rennen er uit en zo het (diepe) water in, nog geen idee dat zonder die oranje klotedingen het zinken toch echt wat sneller gaat.

Verder willen ze nogal eens afschieten op de glijbaan. En als pappa dan op het verkeerde moment los laat mag je vissen. Altijd leuk.

Baby float.

Je kent ze wel. Die meestal gele zwembanden met een stoeltje er in voor de baby. Dat is dus mijn all-time-winnaar voor meest gehate drijfmiddel ooit! Waarschuwing; er komt nu een rant aan.

Zit een baby in zo’n rotding, dan zijn ze uiteraard binnen een paar tellen nat, het is immers een zwembad, maar het grootste deel van het lijf is boven water. Dat wordt koud en best snel ook. Overigens weten de meeste ouders niet hoe een onderkoelde baby er uit ziet. Die gaan namelijk heel zoet slapen. Zooooo schattig! En dan mag je als lifeguard er dus op af stappen en uitleggen dat ze nu even geen instagram foto’s moeten maken, maar heeeeeel even het leven van hun kind moeten redden door onder de warme douche te gaan staan. Zonder dat ding graag!

Baby heeft in een float ook geen contact met het lijf van de ouders. Niet alleen raken ze daardoor sneller onderkoelt, ze missen ook de sensorische input die het ouderlijf geeft en ze verteld hoe ze met deze nieuwe situatie om moeten gaan. Verder zijn ze in zo’n ding heel passief. Ze kunnen niet echt iets en leren dus ook niet met water om te gaan.

Als laatste kan een float je kind ook nog even helpen verdrinken. Die dingen hebben namelijk een maximaal gewicht. Wat er uiteraard ergens met kleine letters op een onduidelijke plek op staat. Komt je kind over dat gewicht heen, of is jouw spruit gewoon heel erg sterk, dan kan het het rotding omslaan! Zie je het voor je, gele band met twee beentjes in de lucht? En omdat de ouders geen direct contact hebben, en dat ding zo lekker drijft, wil het nog wel eens even duren voordat de spartelbeentjes opgemerkt worden. Maar verder heel gezellig hoor……

Swimtrainer.

In de categorie zwemband-plus is de swimtrainer marginaal beter dan een float. Het is zo’n rood met wit ding waar de baby schuin in hangt. Of kijk even hier, dat praten we over hetzelfde.

Hiermee is een kind voor een groter deel onder water en kan er wat getrappeld worden. Ook het gevaar van omslaan is weg, omdat het zwaartepunt veel lager ligt. Blijft wel over dat fysiek contact moeilijk is en het watergevoel (het gevoel van wat je lijf doet in het water) minimaal is en beperkt tot het onderlijf.

Baby swimmer of baby neck float.

Ja…ok….dat is dus zo’n klein zwembandje wat om de nek van je baby gaat. Kijk ff hier. Dat dus. Het ziet er niet uit, echt niet. Maar heel eerlijk, van alle baby drijfmiddelen….heeft dit nog de minste nadelen.

Het hele lijf is in het water, er wordt dus een redelijk watergevoel ontwikkeld (soort van, deze manier van drijven klopt natuurlijk niet met hoe een lijf dat doet) en het nodigt meer uit tot fysiek contact. De baby kan bewegen en omslaan kan natuurlijk echt niet. Wel is dit alleen voor vrij kleine baby’s gemaakt.

Wil je dus echt, absoluut, zonder discussie je baby in het een of andere drijfding…dan is deze wel ok…maar zeg er alsjeblieft niet bij dat je het van mij hebt gehoord, ik vind het een belachelijk ding.

Drijfpakje.

Eeeehhhhh, hier ben ik niet boos op. Een goede heeft de verdeling zo dat het de natuurlijke manier van drijven imiteert. Helemaal als je, naarmate het kind meer kan, drijfelementen kan verwijderen.

Het pakje kan niet per ongeluk uit gaan, je kan het in de kleedkamer al aan doen en het helpt nog mee met isolatie ook.

Nadeel is, dat het voor wat grotere kinderen is. Het kleinste pakje wat ik zo snel kon vinden gaat vanaf een jaar. Ook zijn ze best duur en groeit een kind er relatief snel uit. Tweedehands kopen kan hierbij helpen.

Even voor de duidelijkheid: De Easyswim is ontworpen als hulp bij een lesmethode. Ik vind het wel de beste. Hier kan je dus drijfelementen uithalen wanneer nodig. De meeste zwembaden zullen het ook wel als drijfmiddel accepteren bij het vrij zwemmen, maar bel even van te voren.

Verder zijn er de Swimsafe drijfpakjes (al die namen lijken zo verrot veel op elkaar). Ook prima dingen. Rond dezelfde prijs, iets minder aanpasbaar.

Dan zijn er pakjes die een soort ingebouwde kurk hebben. Die zijn belachelijk. Niet doen. Ze geven totaal niet dezelfde stabiliteit.

Zwemvest.

Dat is geen drijfmiddel!!!! Niet doen, leg terug, die dingen zijn levensgevaarlijk. Ze zijn gemaakt om je even boven te houden als je van een boot af kiept. Doordat ze niet goed aansluiten op het lijf zijn ze totaal ongeschikt voor in een zwembad. Ze schieten namelijk omhoog en ontnemen een kind de mogelijkheid om de armen te gebruiken om boven te blijven…wat enigszins belangrijk is.

Hoe doe ik het dan wel?

Is er in jouw omgeving een zwembad waar drijfmiddelen niet verplicht zijn? Dan is dat een mooie plek om een abonnement te kopen. Als het niet hoeft, doe het dan alsjeblieft ook niet. Een baby ‘zwemt’ het beste op je arm, een wat groter kind kan aan je hangen en lekker springen. Leren ze veel meer van.

Heb je twee (of meer) kleine kinderen en durf je het niet aan? Bedenk dan dat bandjes en pakjes niet gemaakt zijn om een kind volledig boven te houden. Ze ondersteunen, maar jouw aanwezigheid is nog steeds heel nodig. Is het dan echt wel zo verstandig om in je eentje met de kinderen te gaan zwemmen? (Ik weet het, soms is het niet anders. Maak gewoon een afweging voor jouw situatie. Ik ken je niet en ik ben er zeker niet om je te veroordelen.)

In steeds meer zwembaden is het verplicht om een kind een of ander drijfmiddel om te doen. Wel vaak pas vanaf het moment dat ze kunnen lopen. Als dat zo is zou ik daar gebruik van maken en je baby vrij houden zolang het kan. Heb je eenmaal geen keuze meer, dan raad ik een goed drijfpakje aan. Nogmaals, tweedehands is echt prima als het te duur is. Het is het waard om te vragen of het zwembad een oefenuurtje heeft waarbij alles af mag.

Uitsmijter.

Nog even een laatste stukje ongevraagd advies. Als je dan gaat zwemmen met je kind, ga dan ook echt zwemmen. Niet dat gedoe met je haar droog houden enzo. Hup! Lekker zelf onder water en plezier maken. Dat doet je kind na. Kan je fijn samen van de glijbaan.

Gezonde ijsjes.

 

Deze zomer heeft de peuter ijs ontdekt. Met warme dagen eet ze vrijwel niets anders. In een verwoede poging om toch maar iets gezonds in haar te krijgen maak ik deze ijsjes zelf.

Het recept.

Ingrediënten:

Fruit (bevroren is juist handig)

Soja yoghurt (ik gebruik de ongezoete van Alpro soja, maar elke plantaardige yoghurt is ok)

Paar plakjes goed rijpe banaan. (Ik vries plakjes bijna overrijpe banaan in, handig voor dit soort dingen)

Eeeennn, dat is het. Verder heb je een blender of staafmixer en ijsjesvormen nodig.

De verhouding is ongeveer een klodder yoghurt, twee handenvol fruit en een klein handje banaan door elkaar gooien. Niet gaan uitmeten, gewoon doen, het komt niet echt precies. Let gewoon op dat het niet al te zuur wordt, daar zijn peuters het vaak niet mee eens.

Nou, en dat blender je dan door elkaar. Als je bevroren fruit hebt gebruikt heb je meteen een soort lekker zacht en koud tussendoortje. Kan je een keertje de kom uit likken zonder schuldgevoel.

De resulterende prut giet je in de ijsvormpjes en zet je in de vriezer. Paar uur later heb je ijs wat elk kind zonder limiet kan eten. Echt, ik geef het wel eens als ontbijt.

Je kan eindeloos aanpassen en variëren. Jij bent de baas van je eigen ijsfabriek. Ik kan wel aanraden om zoet fruit te gebruiken. Wordt vaak veel beter ontvangen. Je hebt van die pakjes gemengd rood fruit in de vriezer van de supermarkt. Super handig!

Gezond ijs in de supermarkt.

Gezond snoepen is een trend, en daar spelen winkel op in. Als je tegenwoordig in het diepvriesvak kijkt zie je onder andere ‘gezonde’ ijsjes liggen. Daar wil ik het eeeeven over hebben. Die zijn namelijk niet echt zo heel gezond.

Voor alle duidelijkheid, ik zeg niet dat je ze niet moet kopen hè. Soms is het gewoon makkelijk. Ik weet hoe het is om boodschappen te doen met een peuter….ik oordeel niet. Het enige wat ik wil is dat je een bewust keuze maakt. Koop het omdat het op dat moment even nodig of goed is, niet omdat je denkt dat het echt gezond is.

Ok, maar waarom is mijn ijsrecept dan zoveel beter dan de supermarkt versie? Omdat het meestal gaat om ijs “met echt fruit” en dat is code voor “dit is eigenlijk gewoon een raketje, maar we hebben er een paar procent vruchtensap doorheen gedaan”.

De paar keer dat er echt “100% fruit” of “100% natuurlijk” op staat gaat het meestal om bevroren vruchtensap. En toegegeven, dat is al een stuk beter, maar het is niet gezond. Zeker omdat er vaak toch een zoetmaker in zit. Bevroren sap mist alle vezels van fruit, die er wel in zitten als je het zelf maakt.

Dus mocht je kind een soort van rustig zijn tijdens het winkelen (of bestel je je boodschappen gewoon, want dat is echt de uitvinding van de eeuw), loop dan een paar stappen verder en pak het doosje bevroren fruit. Kan je ook eens op social media de supermoeder uithangen. Best leuk af en toe.

Feminisme vs het patriarchaat

 

Feminisme is het idee dat de rechten en kansen die je in je leven ontvangt niet uitgedeeld worden op basis van de organen tussen je benen. Het patriarchaat is een systeem waarbij de rechten en kansen vooral worden uitgedeeld aan bezitters van een piemel.

In principe zijn het twee clubs met ideeën die direct tegenover elkaar staan. Net zoals altijd is er grijs gebied, maar laten we voor het gemak zeggen dat je bij de een of bij de andere groep hoort.

Hoewel deze groepen veel met geslachtsdelen te maken hebben, is de indeling ervan daar weer niet op gebaseerd. Of even in simpele taal; mannen kunnen feministen zijn en vrouwen kunnen bij het patriarchaat horen. Maar al te vaak wordt vooral feminisme als een puur vrouwelijke bezigheid gezien, en daar wil ik van af. Ten eerste omdat het nogal achterhaald is om onszelf te verdelen naar geslacht. Er bestaan bijvoorbeeld heel wat meer dan twee groepen. (Ga even de link bekijken, hij is leuk. Ik wacht wel.) Ten tweede omdat het polariseert. Het idee wordt de wereld in gebracht dat alle feministen mannen hatende potten zijn, wat dus complete onzin is.

Een vervelende meneer.

Vroeger ging ik om met iemand die het vervelend vond dat ik de Opzij las. (Een blad waar ik zeer mee afgedaan heb, maar dat is voer voor een andere rant.) Deze persoon was namelijk van de mannelijke overtuiging en hij voelde zich aangevallen als ik op mijn feministische spreekstoel zat. Terwijl hij nochtans niet iemand was die echt bij het patriarchaat hoorde. Meer een grijs gebied persoon. Zo iemand waar we het, voor het gemak van dit stuk, niet over gingen hebben. (Dit is mijn blog en ik doe wat ik wil. Lekker puh!)

Wat die meneer niet begreep, en wat ik misschien in die tijd ook niet echt goed onder woorden bracht, is dat er geen probleem is met mannen, er is een probleem met patriarchale mensen.

Zie het los.

Wat ik eigenlijk probeer te zeggen is dat het mooi zou zijn als we Feminisme vs het Patriarchaat los gaan zien van Mannen vs Vrouwen. Dat eerste is namelijk een flink probleem, dat tweede is totale onzin. Er is helemaal geen ‘battle of the sexes’ maar er zijn groepen die het handig vinden als we dat denken. (Kuch….kuch….misogynisten…kuch)

Door mannen en vrouwen constant tegenover elkaar te plaatsen, houden we een soort sociale apartheid in stand. We zouden anders denken, voelen, spelen en sporten. Uiteraard is samen omkleden of…gasp…plassen in dezelfde ruimte ondenkbaar! Want we zullen toch eens tot de conclusie komen dat we allemaal mensen zijn, ongeacht wat er tussen onze benen zit of hoe we ons identificeren. Heel gevaarlijk allemaal!

Eigenlijk is het simpel.

Dit concept is zo simpel, ik kan er eigenlijk geen lang stuk van maken. Het patriarchaat is een hele vervelende groep maar gelukkig horen lang niet alle mannen erbij. Feminisme zou een stuk variatie missen als het alleen maar vrouwen waren. Ik ben blij met ‘onze’ mannen.

Het is verleidelijk de wereld te willen indelen in duidelijke groepen. Zeker als we dan ook nog eens de kleuren van onze groep gaat dragen (roze en blauw dus). Het leven is ingewikkeld en versimpelen geeft een gevoel van (schijn)veiligheid.

Toch werkt het gewoon niet zo. We laten ons niet vangen in hokjes, en dat is maar goed ook.

Toch even over dat grijze gebied.

Eeeennnn, na die mooie afsluiting ga ik lekker toch nog even ranten over dat grijze gebied waar ik het eerder over had. Van die mensen die niet roepen dat vrouwen terug naar het aanrecht moeten, maar ook niet op de barricade’s staan voor gelijk loon. Want stiekem is die grijze groep wel heel groot, en heel belangrijk.

Het is de groep die echt wel in gelijke rechten gelooft, maar toch denkt dat vrouwelijke orgasmes moeilijk zijn, dat korte rokjes uitdagend zijn en dat poppen niet echt voor jongens zijn. Het is de vervelende meneer die mijn stem probeerde uit te doven. Het is de manager die een vrouw niet promoot omdat mannen meer doen, maar ook de vrouwelijke collega die uitroept dat ze geen man wil zijn, omdat mannen full time werken. Gewone, eigenlijk best aardige mensen, die toch het systeem in stand houden.

Overigens is het dezelfde groep die eeeeecht niet racistisch is, maar het cv van Rachid opzij leggen.

Het is een deprimerend grote groep. En hoewel ze zich niet in hun handen wrijven na een succesvolle dag onderdrukken, horen ze in mijn ogen toch te veel bij het patriarchaat. Een beetje het “ben je niet met ons, dan ben je tegen ons” idee. Dat klinkt hard, maar het is juist de stille massa, juist de omstanders, die het onrecht in stand houden en de macht hebben om verandering te bewerkstelligen.

Dus waar hoor jij bij?

Het verhaal van een naaimachine en impostor syndrome.

 

Hoi. Ik ben Charly en ik heb impostor syndrome.

Groep: Hoi Charly!

Ken je dat, dat gevoel dat je maar nep doet? Dat je eigenlijk niet zo goed bent als mensen denken? Gefeliciteerd! Dan hoor je bij een verrassend grote groep mensen. Vooral vrouwen, maar er zitten ook genoeg anderen bij. Ik ben er absoluut een van. Pff, wat zeg ik, ik ben die ene vaste klant in de groep, diegene die er zo vaak is dat ze meubilair is geworden.

Oh, en verder kan ik niet naaien. (Met lappen stof en naalden enzo. In bed doe ik het heel aardig) Op het eerste gezicht zijn dat twee ongerelateerde onderwerpen, maar vandaag bouwen we een bruggetje.

Ik voel me een oplichter.

Eerst even een stukje educatie. Wat is impostor syndrome nou eigenlijk. Hier staat een uitleg, maar kort door de bocht is het dat idee dat je maar doet alsof en het gevoel dat mensen elk moment kunnen uitvinden dat je eigenlijk maar nep bent. Uiteraard moet het niet echt zo zijn. Doe je een Leo van Catch me if you can dan ben je gewoon een impostor, zonder syndroom.

Voor mij betekend het dat ik me vaak nog een jaar of zestien voel. Geen volwassene, maar een kind wat doet alsof. Het is soms moeilijk om mijzelf als schrijver en fotograaf serieus te nemen. Terwijl ik ergens ook best weet dat ik niet uit mijn nek sta te lullen.

Impostor syndrome komt erg vaak voor, zoals ik al zei vooral onder vrouwen. Best begrijpelijk, als je opgroeit in een maatschappij die je constant verteld dat je minder bent en jouw prestaties devalueert. Uiteindelijk ga je dat geloven, al is het alleen maar onderbewust.

Kleren maken met mijn moeder.

Mijn moeder kon wel naaien. Als kind had ik best veel zelfgemaakte kleren. Was ik nog trots op ook. Ik heb een hele warme herinnering aan een mooi blauw jurkje met witte print.

Toen ik wat ouder was wou ik het ook graag leren. Moeders en ik hebben samen het een en ander in elkaar geprutst, maar wat vooral bleek is dat ik er geen talent voor heb. Ik kon geen overzicht houden en had moeite met secuur werken. Al snel bleven de projectjes liggen.

Jaren later heb ik dezelfde naaimachine in huis waar mijn moeder ooit achter zat. Het ding stond heel lang stof te vergaren. Ik wil nog steeds graag leren naaien, maar het bleef te moeilijk, te beangstigend zelfs.

Deze week ben ik echt begonnen. Ik heb het ding van de plank gepakt en ben gaan prutsen. Het resultaat zijn twee broekjes voor mijn dochter. Echt, het meest simpele patroon dat je kan voorstellen, maar ik heb ze gemaakt en ze zien er best leuk uit. (Mits je de binnenkant niet bekijkt dan.)

Hoe komen we er aan en hoe komen we er weer af?

Ik ben vijfendertig en om me heen zie ik een constante stroom van mensen die jonger, mooier en succesvoller zijn dan ik. Soms in het echte leven, maar vooral online. Iedereen is geweldig, iedereen kan alles heel goed, leercurves bestaan niet en zwakheden worden verstopt. Maar met mijn eigen fouten wordt ik dagelijks geconfronteerd. Automatisch ga ik mijn leven naast dat van een ander leggen en meestal kom ik niet heel goed uit die vergelijking. Alleen van mijn meest dierbare vrienden mag ik de angsten en het falen zien. En dan nog oordeel ik zoveel vriendelijker over een ander dan over mijzelf.

Vandaar dat ik vandaag over het naaien praat. Niet omdat ik wil laten zien dat ik het kan, maar juist omdat ik wil laten zien dat ik het niet kan. Niet echt goed in ieder geval. Ik ben het aan het leren. Op dit moment kan ik met een hoop moeite iets in elkaar zetten. Maar verwacht geen rechte zomen ofzo. (En over enge dingen als ritsen en mouwen wil ik het nog niet hebben)

Ik leer, ik faal en ik doe mijn best om weer op te staan. Mocht je me over een jaar of wat spreken, en mocht ik dan zo ver zijn dat ik redelijk moeiteloos een leuk jurkje in elkaar draai, weet dan dat daar een flinke leercurve aan vooral ging. Zo’n langzaam stijgende.

Op jouw beurt wil ik dan iets van je vragen. Zou je, naast alle gave en geweldige dingen, ook eens de keer willen delen dat je op je bek ging? Of toen er iets moeilijk voor je was? Beter nog, zullen we met elkaar delen dat ook de dingen waar we goed in zijn nog wel eens eng zijn?

Hoi, ik ben Charly en ik heb impostor syndrome. Bij elk blog wat ik schrijf ben ik bang dat het vreselijk is. Bij elke foto die ik neem denk ik dat het prutswerk is. Maar dat zie je aan de buitenkant niet.