Boek: Over giraffen, jakhalzen en geweldloze communicatie.

Een paar maanden geleden was ik eens op een beurs. Misschien ken je ze wel, van die beurzen voor hippie ouders. Met workshops, lezingen en zalen vol stands waar je meer geld kan uitgeven dan je van te voren had afgesproken. Nu is dat vrij standaard voor een beurs, maar hier ging het dan om stands met draagdoeken (die je dan zo lekker kan voelen), lezingen over attachement parenting en onder ander een workshop over geweldloze communicatie.

En vooral dat laatste trok me wel. Ik had er al over gehoord en het is zeker een vlak waarin ik wat ontwikkeling kan gebruiken. (Vooral ‘s ochtends..als we haast hebben…en er weer eens een schoen kwijt is. Beetje zoals dit.)

Dus zit ik daar braaf op te letten tijdens de uitleg en kocht ik zelfs achteraf het boek. Grappig genoeg niet eens een dik boek, vrij dun zelfs. Ik was sceptisch dat zo’n nieuw concept in zo weinig pagina’s behandeld kon worden.

Overigens, het gaat om dit boek. De Giraf en de Jakhals in ons, door Justine Mol. En daar wil ik dus vandaag een recensie over schrijven. Voor de duidelijkheid; als je via de link (deze link) het boek besteld dan kost het jou niets meer en krijg ik er een paar centen voor. En dat is handig, want dan kan ik pannenkoeken maken voor mijn kinderen. Doe het voor de pannenkoeken.

Het boek.

Mevrouw Mol legt ons uit (via een leuk beeldend verhaal) dat wij allemaal een giraf en een jakhals in ons hebben. De giraf is rustig, liefdevol, begripvol. De giraf vertaald en begrijpt en heeft geduld. De jakhals is het tegenovergestelde. Hij komt voor ons op, wordt boos, maakt heel duidelijk waar je grenzen liggen en hoe je gevoel zit.

De truc, zo wordt ons uitgelegd, is beide kanten de ruimte geven. Je kan niet alleen een giraf zijn en van alleen jakhalzen wordt iedereen ongelukkig. Het is luisteren naar de agressieve kant door een filter van de geduldige kant.

Mol neemt ons mee in voorbeelden waar het soms wel of juist niet handig is om een bepaalde kant naar voren te roepen. Ook krijg je een hoop praktisch tips om met je giraf en jakhals om te gaan. Het boek leest vlot, wordt niet saai (wat mij te vaak gebeurt in zelfhulp boeken) maar weet wel de benodigde informatie over te brengen. En daar ben ik nog best van onder de indruk.

Mijn favoriete stuk is waar je wordt aangeleerd om een situatie van vier kanten te bekijken. De buitengekeerde jakhals (het oordeel wat je hoort van een ander), de binnengekeerde jakhals (het oordeel wat je hebt over jezelf), de binnengekeerde giraf (begrip hebben voor jezelf) en de buitengekeerde giraf (je verplaatsen in de ander).

Ja, dat is in het begin echt ontzettend langzaam en onhandig. Ik oefen nu vooral nog bij online gesprekken, omdat je daar makkelijk tijd kan nemen om te antwoorden. Maar het gaat steeds sneller en het idee is dat je het uiteindelijk vanzelf doet.

Mijn mening.

Mocht het nog niet duidelijk zijn, ik ben best enthousiast over dit boek. Het heeft absoluut een ‘zweverige’ inslag in de zin dat het gevoelens een stem geeft. Maar de werkwijze is heel praktisch en de toepasbaarheid is groot. In mijn eerste onhandige pogingen merk ik al dat je veel meer tot elkaar komt, in plaats van te verzanden in een “welles-nietes” strijd.

De verschillende aspecten van een mens zo simpel uitbeelden (met twee dieren) lijkt in eerste instantie bijna kinderlijk. Maar het mooie van kinderlijke concepten is dat we het allemaal snappen. Jip en Janneke taal, zeg maar.

Ken je de uitspraak dat als je iets niet uit kan leggen aan een zesjarige, je het concept eigenlijk zelf niet snapt? Justine Mol snapt waar ze het over heeft en weet het in duidelijke taal uit te leggen.

Het enige wat ik echt niet voor mekaar krijg is midden in een ruzie mijn handen op mijn hoofd te leggen en “giraffenoren” te maken. Ik kan me echt helemaal voorstellen dat een conflict dan snel ontaard in gegiechel, maar mijn trots staat me nog wat in de weg. (Om eerlijk te zijn, ze suggereert dat met je handen even in een andere kamer te doen, maar nog steeds zie ik mijn boze zelf niet zo zitten.) Ik heb duidelijk nog wel wat te leren, maar uiteindelijk ben ik ook nog maar een baby girafje, dus wie weet wat nog komt.

Hoe dan ook, ik vind het een aanrader die je zo wegleest en waar je nog wat aan hebt ook.

Enthousiast geworden? Hier kan je bestellen. Giraf ze! (Maar vergeet je jakhals niet.)

#MeToo

Er gaat op het moment een nieuwe # rond op social media. Met #MeToo geeft iemand aan seksueel geweld te hebben ervaren. Er wordt verder geen onderscheid gemaakt in vormen en gradaties.

Uiteraard is dit een antwoord op de ellende met Weinstein. Een manier om duidelijk te maken dat zijn houding en daden geen incident zijn maar een ziekte die heel diep verspreid is in onze samenleving. Shockerend veel mensen krijgen wel eens zo’n engerd voor de kiezen. Zeker de opmerkingen en aanrakingen zijn zo belachelijk veelvoorkomend dat het vaak afgedaan wordt als normaal gedrag. (Wat het snotverdomme niet is!)

En hoewel deze actie me diep raakt is het net niet helemaal waar ik het over wil hebben. Er is al ontzettend veel over gezegd en beter dan ik dat kan. Waar ik nu over wil praten is een reactie die ik al een paar keer heb gezien; de verontwaardigde man. De man die diep beledigd uitroept dat hij zoiets toch niet doet en dat dit neerkomt op verbaal geweld jegens zijn geslacht. Oftewel; the nice guy.

Er bestaan aardige mannen.

Laten we eerst even vaststellen dat er absoluut mannen bestaan die andere mensen met oprecht respect behandelen. Ze zijn er, ik ken er een paar, het is helaas wel een minderheid. Maar..ze bestaan.

Laten we dan ook wel even eerlijk toegeven dat zelfs die geweldige mannen profiteren van het systeem wat iedereen die geen cisgender man is onderdrukt. Ook al doe je er niets mee, als man heb je betere kansen, hoe lief je ook bent.

En zullen we dan meteen ook even vaststellen dat niets in deze # beweging mannen aanwijst als de dader. Mag ik even zeggen dat ik het best raar vind dat deze lieve mannen zich zo sterk aangesproken voelen? Als #BlackLivesMatter weer eens (heel terecht) langskomt ga ik toch ook niet hard roepen dat ik als blanke niet racistisch ben? Dan houd ik mijn mond, want dit gaat niet over mij.

Dit gaat niet over jou.

En daar komen we bij de kern van de zaak. Nice guys, luister goed; #MeToo gaat niet over jou. Ik ben echt blij dat jij geen klootzak bent, maar je verdient geen lintje voor normaal gedrag.

Deze actie gaat over seksueel geweld, in alle vormen. Dit gaat over het monster uit de schaduw halen, over de enormiteit van het probleem zichtbaar maken en overlevenden laten zien dat ze niet alleen zijn. Ben je geen onderdeel van het probleem, dan past je nederigheid en dankbare stilte. Een poging doen om ook dit verhaal weer om jou te laten draaien spreekt van een ego waar je misschien even mee aan de slag moet.

Toon politie.

En dan als uitsmijter, omdat ik het niet laten kan, even een antwoord op de kritiek dat dit niets oplost en dat we toch maar lief tegen elkaar moeten zijn.

Kop dicht, dat is tone policing.

Natuurlijk gaat een # niet in een keer het immense probleem van seksueel geweld oplossen. Niets kan dat. Daar zijn veel stappen en helaas ook veel tijd voor nodig. Dit maakt een begin, dit is een kleine beweging in de juiste richting. Iets zichtbaar en bespreekbaar maken is noodzakelijk om een verandering te bewerkstelligen. Noem het een interventie.

De hele “dit is niet gepast” en “we kunnen elkaar beter knuffelen” houding is een manier om ook deze pijn onder het tapijt te houden. Overlevenden hinderen in het uitspreken betekent dat je het probleem in stand houdt.

Je hoeft er niet aan mee te doen, je hoeft er het nut niet van in te zien, maar je moet de stemmen die nu opgaan wel de ruimte en het respect geven wat ze verdienen. Soms doe je dat het beste door gewoon zelf stil te zijn.

#MeToo

10 Mythes over slaap en kinderen, deel 2.

Zo, na een week wachten is hier eindelijk deel twee. Mocht je het eerste deel gemist hebben, begin dan hier met lezen, anders val je er zo middenin. Maar goed, bij deze dus; die volgende vijf mythes over kinderen en slaap. Dit keer gaat er zelfs eentje over jou! (Spoiler, de laatste.)

6, Een kind hoort van zeven tot zeven te slapen.

Er gaan van die tabelletjes rond waarin je mooi kan opzoeken hoe veel en hoe laat je kind hoort te slapen. Heel Hollands is van zeven uur ‘s avonds tot zeven uur ‘s ochtends. En dan het liefst aan één stuk uiteraard.

Ook hier gaan we totaal voorbij aan de individualiteit van elk mens en de verschillende behoeften van elk gezin. Niemand roept dat elke volwassene om tien uur naar bed hoort te gaan en om zes uur op moet. De een is een nachtuil en de ander een ochtendmens. Grappig genoeg werken kleine mensjes ook zo.

Daarbij zou het bij ons wel erg jammer zijn als de koters strak om zeven uur op stok liggen. Officier Pappa komt vaak pas rond die tijd thuis. Dan zien ze hem dus alleen in het weekend. (Wie is toch die man die op zondag altijd de tofu komt snijden?) Niet heel bevorderlijk voor de band en zo.

Hoewel je ook best kan zeggen hoeveel slaap iemand ongeveer nodig heeft, is dat ook maar een gemiddelde. Het ene kind heeft met een jaar echt wel zestien uur slaap nodig, maar het andere kan met een uur of twaalf af. Dat scheelt zo maar een flinke dut. Nergens is er enig bewijs dat die slaap zich tussen hele specifieke uren moet afspelen. Zolang het grootste deel ergens in de nacht gebeurt mag er flink wat variatie in zitten.

7, Na een bepaalde tijd heeft een kind geen voeding meer nodig in de nacht.

Ook weer zo eentje die neerkomt op doorslapen. In het begin hebben alle baby’s nachtvoedingen nodig, maar weer zijn er allerlei mensen die je zeggen wanneer dat nu eens over moet zijn. Als je langer dan een bepaald aantal weken of maanden je kind in de nacht van melk voorziet doe je het verkeerd. Dat kind houdt je voor de gek en je moet als ouder nu maar eens duidelijk gaan maken dat jij wel even bepaald wat hun lichaam nodig heeft.

Echt, hoe meer van dit soort onzin ik opschrijf hoe sarcastischer ik word. Kan ik niets aan doen, het is sarcasme of huilen en tranen zijn niet goed voor mijn toetsenbord.

Een kind kan om verschillende redenen wakker worden ‘s nachts. Zeker met borstvoeding koppel je ze eigenlijk automatisch aan. Maar stel nu dat je kleintje wakker wordt omdat het koud is, is het dan verkeerd om er een tepel bij te houden?

Nou, nee dus. Het mooie van borstvoeding is dat een kind zelf de controle houdt en dat het meerdere functies naast voeding heeft. Een hongerige spruit zal flink drinken, maar een koter met koude voeten wat minder. Het kind dat van diepe naar ondiepe slaap navigeert neemt misschien een enkel slokje en valt weer weg. Je mag er gewoon op vertrouwen dat je kleintje zelf weet wat ze nodig heeft en dat ook zelf regelt. Als ze vol zitten kan je duwen wat je wilt, maar die tepel komt er echt niet in hoor.

Er is ook geen bepaalde leeftijd waarop ze ‘s nachts geen honger meer hebben. Dat verschilt gewoon enorm per kind en per fase waar ze in zitten. Die ontwikkeling is nu eenmaal niet voorspelbaar en zeker niet lineair. Maar ik beloof je dat het helemaal vanzelf gaat. Geen puber die nog nachtvoedingen wil.

Ik ben me er erg van bewust dat ik het nu niet over fleskinderen heb. Hoewel ik weet dat ook die kinderen op hun eigen tempo ontwikkelen en verschillende behoeften hebben, weet ik gewoon niet hoe dat dan moet met een fles. Maar ook daar denk ik dat je niet een enkele regel kan maken die voor iedereen geldt.

8, Een papfles helpt met doorslapen.

Dit is de laatste over doorslapen. (Beloofd.) Het idee dat als je een baby vlak voor het slapen gaan heel vol propt met zware voeding ze dan langer stil blijven. Zodra er enige wallen onder je ogen verschijnen (en dat is enigszins onvermijdelijk) komt dit advies je van alle kanten tegemoet. Iedereen lijkt het er over eens, er wordt zelfs reclame voor gemaakt (van die pyjamapapje onzin) dus dan moet het wel waar zijn toch?

Eeehhhhhhhuuuuhhhhuhuh…nee.

Ten eerste even het boerenverstand er bij. Heb je zelf wel eens een grote maaltijd te laat in de avond gegeten? Weet je nog hoe je in bed lag? Niet echt lekker he? Onrustige nacht, last van je maag en rare dromen. Het toeval wil dat baby’s en peuters best wel op jou lijken, we zijn immers allemaal mensen. Hele grote kans dat ook een klein mens niet lekker slaapt op een volgepropte maag.

Niet overtuigd? Boerenverstand niet genoeg voor je? Ik geef je groot gelijk. Bij deze dan een stukje wetenschap…en nog wat, en hier nog een. Oh, en een leuk artikel wat het samenvat. Geen zin om wetenschappelijke lectuur door te pluizen? Komt hier de samenvatting: het maakt geen donder uit wat je een kind voert, ze worden ongeveer even vaak wakker ‘s nachts. De enige verschillen zijn dat moeders die exclusief borstvoeding geven gemiddeld 40 minuten meer slaap krijgen in een nacht en dat kinderen die overdag en in de avond vol gepropt worden een groter risico op obesitas hebben. (Goh…hoe zou dat nu komen?)

9, Een kind moet op een stille kamer slapen.

Sssssssttt! De baby slaapt! (Op harde fluistertoon lezen.)

Het idee is hier dat een baby op een geluid (en soms ook licht) dichte kamer hoort te liggen en het hele huis er omheen moet sluipen. Het minste geluidje maakt de kleine wakker.

Het valse van deze mythe is dat ie zichzelf waarmaakt. Als je een kind leert onder stille omstandigheden te slapen, wordt het vanzelf nodig. Maar van nature hebben baby’s echt geen stilte nodig om te slapen. Sterker nog, dat werkt averechts. In de buik was het ook niet stil. Een moederlijf maakt een hoop geluid en een zwangere vrouw gaat niet op de slaapkamer zitten zodra de baby even niet schopt. Er is geen enkele reden dat dat aan de andere kant van de vagina ineens anders moet.

Natuurlijk kan een kind schrikken van een plots hard geluid. Maar zal ik je eens wat verklappen, waar ze wakker van worden is vrijwel altijd jouw reactie op het geluid, niet het lawaai zelf. (Ja, er zijn uitzonderingen. Nee, dat zijn er niet zo veel als je denkt.) Als je het voor elkaar krijgt om geen schrik reactie te vertonen, blijft de kleine meestal door tukken.

Bekende geluiden zijn prettig, een soort white noise. Het gezin wat draait, stemmen die rustig praten, verkeer terwijl je buiten loopt. De meeste kinderen slapen er juist goed op. Als je je baby vanaf het begin gewoon tussen de dagelijkse geluiden laat slapen geef je ze zelfs een heel mooi kado mee. Als volwassene kunnen ze dan ook door luide buren en toeterende auto’s heen slapen, en daar ben ik best jaloers op.

10, Je hebt acht uur ononderbroken slaap nodig om een goede nachtrust te hebben.

We kennen allemaal de oude slaap adviezen wel. Acht uur slaap anders gebeuren er vreselijke dingen. En dan moet je vooral dóórslapen. Een paar keer naar de WC en je bent de volgende dag een zombie.

En voor veel volwassenen klopt dat, maar dat is niet omdat we dat vanuit onze biologie nodig hebben. Net als met in stilte slapen is het aangeleerd gedrag. Omdat we liefdevol of streng hebben geleerd om lange stukken stil op onze kamer te liggen, zijn we het nodig gaan hebben.

Maar als we terug gaan naar onze voorouders, niet eens zo heel lang geleden, dan zien we een heel ander beeld. Voordat we elektrisch licht hadden sliepen we waakzaam en naar alle waarschijnlijkheid in twee delen.

Waakzaam omdat we op onze omgeving moesten letten. Even een oog open om het (haard)vuur aan te porren, even half wakker om te kijken wat daar beweegt om dan zonder moeite weer verder te slapen.

En ja, er zijn aanwijzingen dat we in twee delen sliepen. Dat we bij zonsondergang een eerste blok maakten, om dan een paar uur wakker te zijn alvorens het tweede deel te slapen. Hier wordt dat uitgebreider verteld.

Het idee dat je acht uur in coma moet klopt van alle kanten niet en baby’s weten dat nog heel goed. Maar ja, wat moet je als geslaaptrainde volwassene?

Het goede nieuws is dat elke training ook weer omgekeerd kan. Slecht nieuws is dat het vooral doorzetten betekend. Het is ellendig zwaar in het begin, maar uiteindelijk wen je er weer aan om een paar keer (half) wakker te worden in de nacht. Zeker als je kindje naast je ligt en makkelijk kan aankoppelen.

Zijn er meer mythes?

Zo, hèhè, we zijn er door heen. Dat waren de tien grote mythes die ik ken over het slaapgedrag van kinderen. Maar misschien weet jij er nog meer. Vertel!Ik wil ze graag horen. Roept jouw buurvrouw, schoonmoeder of huisarts iets wat ik niet heb genoemd? Wat is jouw favoriete slaap mythe? Ik lees ze allemaal in bed en val dan heerlijk in slaap.

10 mythes over slaap en kinderen, deel 1.

Er gaan altijd verhalen rond over wat een baby wel of niet hoort te doen qua slapen. Nu weet een baby volgens mij zelf heel prima wat ze wel en niet hoort te doen, maar daar is de buurvrouw, je schoonmoeder of zelfs het consultatiebureau het niet altijd mee eens.

Hier zijn tien van die onzin verhalen bij elkaar. Makkelijk om uit te printen en onder bemoeierige neuzen te duwen. Of gewoon om je eigen zelfvertrouwen een boost te geven.

1, Een baby moet wakker maar moe in bed gelegd worden.

Volgens deze mythe is er een soort gouden moment waarop een baby heel moe is, maar nog wel wakker. Een goede ouder herkent dat moment natuurlijk direct en legt haar kleintje vredig in de wieg, alwaar dit engeltje heerlijk inslaapt.

Ennnn, iedereen met een kind weet dat de realiteit heel anders is. Een moe maar wakker kind in een bedje leggen is meestal gegarandeerd een huilbui. Dat ‘gouden moment’ bestaat helemaal niet. Baby’s willen op een ouder of verzorger slapen en dat is echt heel normaal. Dan horen ze dezelfde geruststellende geluiden als in de buik, blijven ze heerlijk op temperatuur en worden ze door de ademhaling en beweging zachtjes gewiegd.

Overdag biedt een draagdoek de mogelijkheid om je handen vrij te houden en hier zie je hoe je ‘s nachts veilig samen kan slapen.

2, Een baby moet bij de eerste tekenen van moeheid naar bed.

Het idee is dus dat je je baby intens in de gaten houdt, om dan bij het eerste gaapje of wrijfhandje de kleine in bed te mikken. Als je dat niet doet verandert jouw lieve kind in een soort monster omdat ze over haar slaap heen is. En dan ben je dus een slechte ouder.

In het echt is ieder kind anders. Er zijn vast wel baby’s waarbij dit een nodige actie is. Maar ga eens na hoe vaak je zelf gaapt. Is dat altijd omdat je moe bent? Ik gaap namelijk best regelmatig en het zou lastig zijn om in bed gekiept te worden omdat de kamer een beetje muf was.

Ook zijn er zat kinderen die echt niet van die tekenen gaan vertonen hoor. Als je geluk hebt kiepen ze gewoon om en als je pech hebt krijg je dan totaal zonder waarschuwing zo’n ik-ben-moe-en-hyper kind. Gezellig.

Zelf doe ik mijn kinderen altijd bij de laatste tekenen van moeheid naar bed. Dat moment net voordat ze spontaan omvallen. Als ik het eerder probeer heb ik ten eerste vaak een vals alarm en ben ik ten tweede uuuuuren bezig, en daar heb ik toevallig een hekel aan. Het komt er op neer dat wat dit betreft elk kind anders is en elk gezin andere behoeften heeft. Maar dat bekt dan weer niet zo lekker.

3, Vanaf een bepaalde leeftijd hoort een kind door te slapen.

Tegenwoordig zijn we het er wel over eens dat een baby vers uit de buik ‘s nachts nog wel wat aandacht mag, maar volgens de mythe houdt dat al snel op.

Iedere ‘expert’ geeft je een andere tijd, maar na een aantal maanden of soms zelfs weken hoort het nachtelijk ontwaken wel over te zijn. Is dat niet zo dan heb je het helemaal verkeerd gedaan en is jouw kind een Slechte Slaper (que dramatische muziek).

Uiteraard klopt hier ook niets van. Er is geen leeftijd waarop doorslapen een must is. Sterker nog, de meeste volwassenen doen het niet eens. Even naar de wc, een slokje water, heel normaal allemaal. Het verschil is dat wij oud genoeg zijn om zelf in onze behoeften te voorzien. Een klein kind is dat niet en dus hebben ze je even nodig. De ervaring leert dat hoe minder je je er tegen verzet, hoe makkelijker het gaat (maar nu ga ik wel kort door de bocht, lees voor meer tips eens mijn stuk over slaapproblemen). Op een gegeven moment, helemaal vanzelf, hebben ze je niet meer nodig ‘s nachts. Dat duurt wel een jaar of vier, vijf (gok ik dat het gemiddelde zo is) maar na de eerste twee jaar wordt het meestal veel minder.

4, Je moet een kind leren zelfstandig in slaap te vallen.

Deze hangt erg tegen het “wakker maar moe” verhaal aan. Het idee dat een kind zelfstandig in slaap hoort te vallen en als dat niet vanzelf gaat je dat moet aanleren. Dat aanleren bestaat er dan vooral uit dat je het kind alleen op een kamer de boel laat uitzoeken. Bij een ouder kind kan je dan ook nog gaan omkopen met stickers en dergelijke.

De grap is dat het juist omgekeerd werkt. Zelf gaan slapen is een van die non-dingen die bij opvoeden hoort. Daarmee bedoel ik de dingen waar je juist niets mee moet doen, dan komen ze vanzelf goed. Dingen als lopen en zo.

Als een kind altijd veilig bij een ouder of verzorger in slaap mag vallen, dan gaan ze slaap associëren met leuke dingen. Knuffelen, aandacht, liefde. Dat soort gedoe. Gaan slapen wordt een prettige bezigheid die ze naar verloop van tijd zelf gaan doen. Je wordt op een gegeven moment gewoon de kamer uitgestuurd.

Als je een kind gaat dwingen wordt bedtijd een naar ding. Wanneer slapen samen gaat met verlating, harde woorden of hoge eisen, dan is de associatie negatief en gaan ze zich verzetten. Best logisch eigenlijk. Dat gedrag kan heel lang voortduren. Eigenlijk wel een leven lang. De ouders merken er misschien niet meer zo veel van, maar er zijn echt zat volwassenen die een hekel hebben aan naar bed gaan, moeilijk inslapen en hun bedtijd lang uitstellen.

5, Je mag een kind na bedtijd nooit uit bed halen.

Als je het dan compleet verprutst hebt als ouder en een Slechte Slaper hebt gecreëerd dan mag je dat kind bij het nachtelijk waken niet uit bed nemen. Dan hebben ze namelijk gewonnen en doen ze nooit meer wat je zegt. Laat je ze in bed dan zou je ze leren dat de nacht voor slapen is en dat dat in bed gebeurt.

Uiteraard ga je zelf wel even naar beneden als je ‘s nachts wakker wordt. Voor het eerdergenoemde glaasje water en wc bezoek. Soms zelfs even zitten op de bank als je slecht hebt gedroomd. Ik ben zelf een vrij slechte slaper en weet heel goed dat het geen zin heeft om in bed te blijven liggen draaien. Even er uit geeft een reset, waarna je sneller weer in slaap valt.

Natuurlijk geldt hetzelfde ook voor kinderen. Dat zijn ook gewoon mensen, al vergeten we dat wel eens. Even een knuffel op de bank kan wonderen doen. En bij een nachtmerrie is het zelfs belangrijk om een kind uit de situatie te halen. Ik ga dan met ze naar beneden en doe alle lichten aan, anders blijven ze bang.

Als je samen slaapt is het hele ‘in bed blijven’ idee nog onzinniger. Meestal liggen daar namelijk ook anderen, een partner of meer kinderen. Het heeft echt geen enkel nut om het hele gezin maar wakker te maken uit een raar principe.

De volgende vijf.

Ja, en nu verwacht je nog vijf van die mythes van me. Die komen ook, maar niet nu. Zie je, dit stuk is best wel monsterlijk lang geworden, dus hak ik bij deze de boel in twee.

Volgende week, zelfde tijd, zelfde blog, nog vijf van die ontzettend vervelende verhalen over kinderen en slapen. Tot dan!