Zeven cosmetische producten die ik wel nodig heb. (En waarom ik nog steeds een stinkhippie ben.)

Een tijdje geleden heb ik een stuk geschreven over zeven cosmetische producten die ik niet meer nodig heb. En dat was best een leuk stuk. Maar het is dan weer niet zo dat ik nooit iets op mijn huid smeer. Ik gebruik wel wat spulletjes om mijn leuke lijf wat leuker te maken.

Bij deze dus zeven producten die ik cosmetisch gebruik. (Hoewel sommige meer onder het kopje ‘voedsel’ vallen.) Dit is wat voor mij werkt, op dit moment in mijn leven. Of het ook voor jou de heilige graal is weet ik niet, moet je maar uitproberen. Zelfs bij mij zal het nog wel eens veranderen. Het mooie is dat geen van deze dingen makkelijk kwaad kunnen. Tenzij je de rotte pech hebt om ergens allergisch voor te zijn kan je veilig smeren en vaak zelfs eten. Voordeel als je net als ik kinderen hebt die graag potjes openmaken.

Oh, full disclosure. Als je via mijn linkjes iets besteld, dan krijg ik daar een paar centjes voor. En dat is leuk, want dan kan ik de verwarming af en toe aan zetten en hoeven mijn kinderen geen vijf truien te dragen in de winter. (Grapje! Niet meteen de kinderbescherming bellen.) Wel zijn het echt de spullen die ik thuis heb staan en blij mee ben.

1, Kokosolie.

Heel populair onder vieze stinkhippies. En eigenlijk gewoon iedereen die het zat is om een afvalproduct van benzine op je lijf te smeren. (Oh, wist je dat nog niet? De meeste commerciële smeersels zijn gemaakt met minerale oliën. En die komen van aardolie. Lekker hè)

Kokosolie kan je gebruiken om in te bakken, maar er is online ruzie of dat nu goed is of niet. Ik heb geen idee, niet in verdiept eigenlijk. Wij bakken in olijfolie. (En ja, daar is ook ruzie over. Echt waar, ik heb geen idee meer wat nu goed is buiten olie die verkregen wordt door een zeldzaam bloemblaadje uit te persen met behulp van eenhoorns. Wat meer kost dan vloeibaar goud.) Wat ik met kokosolie doe is smeren. Onze huid, haren en bij de peuter ook billen krijgen regelmatig een lekkere laag. Wel het goede spul nemen dat nog naar kokos ruikt. Ja, dat is duur. Is ook een stuk beter voor je. Je doet redelijk lang met een pot.

Bij tijd en wijlen stop ik het spul ook in mijn mond. Ongeveer een eetlepel vol. En dat blijft daar dan een tijdje. Heet oil pulling en helpt met een gezonde mond en tanden.

Als ik mijn smeersel wat wil upgraden meng ik de kokosolie met iets. Tea tree en lavendel olie bijvoorbeeld. Werkt goed bij geïrriteerde huid. Als je het hebt kan je er ook wat moeder melk doorheen doen. Dan is het super om wondjes te genezen.

Het mag ook in vagina’s en op de penis. Na of tijdens enige activiteit of bij jeuk. Let dan wel op dat condooms er gaatjes van krijgen. Geen goede combo dus.

2, Appel(cider)azijn.

Appelazijn of appelcider azijn (wat hetzelfde is) heeft best wel veel toepassingen binnen de zelfzorg. Kijk maar even op het internet of je er iets mee kan. Als ik alles ga opnoemen wordt dit artikel een boek.

Zelf slik ik er elke dag een lepel van door. Ja, dat is echt enorm vies. Ik neem er gauw een slok water achteraan. Maar het helpt mijn darmen gezond te houden (ja, dat is belangrijk), is preventief tegen een blaasontsteking (waar ik snel last van heb) en helpt me met afvallen. (Ik wil niet zozeer dun zijn, maar fit. En een hoog vet percentage werkt dat tegen)

Het is een goede gezichtsreiniger. Dagelijks vind ik wat te heftig voor mijn huid, maar zo net voor ik ongesteld wordt helpt het om de pukkels in toom te houden.

Ook mag het op warme dagen onder mijn armen. Het is een goede deo. (De geur vervliegt snel. Hoop ik dan. Wie weet ruik ik wel naar een augurk.) Niet aan te raden als je net geschoren hebt.

3, Tea tree olie.

Tea tree olie is geweldig spul om mee te ontsmetten. Het bestrijd zowel bacteriën als schimmels, dus je kan er veel kwaaltjes mee te lijf. Handig als je actieve kinderen hebt.

Bij dreads is het ook fijn voor je hoofdhuid. Die kan wel eens wat geïrriteerd raken omdat er veel gewicht aan hangt. Een soak met tea tree doet wonderen.

En uiteraard de bekende acne plekjes (wat nou jeugdpuistjes, stomme dingen gaan nooit over) worden ermee aangestipt.

Oh, en als het huis muf ruikt is een drupje tea tree, lavendel en munt olie in een brander hartstikke handig. Ruikt het net alsof je een uur hebt staan poetsen. (Ok, het is echt wel eens schoon bij mij hoor. Maar gewoon niet altijd. Daarbij, het hebben van kinderen brengt onvermijdelijk…geurtjes mee. Is nu eenmaal zo.)

4, Scheren met suiker (en olie).

Kan ik snel over zijn, want daar heb ik al een blog over geschreven. Ga maar lezen en kom dan terug. Tot zo!

5, Dr Bronner’s vloeibare zeep.

Geen idee wie Dr Bronner is, maar ze maken hele fijne zeep. Ik gebruik het als shampoo, (ja, dat gebruikte ik eigenlijk niet. Maar anders werken locs niet. Je haar moet droog zijn) maar je kan het echt overal voor gebruiken. Tot afwasmiddel aan toe. (maar dat lijkt me wel wat duur)

Ik heb het nu al een paar maanden en ben bijna op een kwart van een fles. Moet je wel even bedenken dat je locs (dreadlocks) niet elke dag wast. Omdat ik veel sport doe ik het nu zo’n drie keer per week. Maar toch, best zuinig nog.

6, Weleda tandpasta.

Ik gebruik zelf de Ratanhia tandpasta en de kinderen poetsen met deze. Uiteraard maakt een echte hippie zelf haar tandpasta (ja, dat kan), maar dat durf ik niet helemaal. Mijn gebit is niet super sterk dus vind ik het hier eng om de norm helemaal los te laten. (Lekker hypocriet hè.)

Wel zit er geen fluor in, dus mag ik mijn hippie kaart houden.

Wat ik fijn vind aan de kinder versie is dat er geen vies, zoet smaakje aan zit. Het proeft heel zacht en iets zoetig, maar het zijn niet de chemische aardbeien van dat Nijntje spul. Zo wordt (is mijn idee) de overgang naar ‘grotemensen’ tandpasta uiteindelijk makkelijker.

7, Rozenbottel olie.

Rozenbottel olie of rozenbottelpit olie (is hetzelfde) is een recente ontdekking voor mij, maar ik ben er behoorlijk blij mee.

Ik hint er hierboven al naar, maar mijn huid denkt momenteel dat we vol in de pubertijd zitten ofzo. Heeft een reden, lang verhaal. Korte versie heet bijnieruitputting of adrenal fatigue. (ja, ik weet dat het omstreden is of het überhaupt bestaat. Dit is mijn leven en ik diagnosticeer lekker hoe ik zelf wil.)

In een flinke zoektocht naar wat nu echt werkt kwam ik op retinolzuur uit. Dat is ook wat er in de medicinale crèmes zit die een arts kan voorschrijven. De enige natuurlijke en veganistische bron die ik kon vinden zijn de pitten van een rozenbottel.

Niet het goedkoopste spul, maar ik meng het met kokosolie en mensen…het werkt! Ik kan je zeggen, het is best een opluchting om er niet steeds als een omgekeerde vliegenzwam bij te lopen.

Naar zeggen doet het ook veel goeds voor littekens en rimpels, maar aangezien ik beide niet vervelend vind om te hebben heb ik het daar ook niet echt voor uitgetest. Als mijn kraaienpootjes ineens verdwijnen laat ik het je weten.

Dat was het.

Qua dagelijkse of wekelijkse producten die ik graag mag gebruiken ter bevordering van mijn stralende zelf is dat het wel. Een paar keer per jaar heb ik zin in make-up, maar dat is vrij standaard spul. Niet echt blog-waardig. Verder ben ik er ook niet enorm goed in dus een beauty blogger ga ik nooit worden.

Maar nu ben ik eigenlijk wel nieuwsgierig. Wat gebruik jij qua cosmetische spulletjes? Wat is jouw favoriet? Wie weet kunnen we van elkaar leren.

Vijf dingen die je een ouder kado kan doen, in plaats van badschuim.

Ouders. Een eeuwig vermoeide groep mensen. Het opvoeden van kinderen is nooit bedoeld om maar met twee mensen te doen, je hebt er echt een dorp voor nodig. Toch zijn er eindeloos veel gezinnen waar twee en soms zelfs maar één volwassene dapper doorploeteren.

Op moederdag, vaderdag en verjaardagen nemen deze helden met een dankbaar gezicht wat kadootjes in ontvangst. Een lekker geurtje, bubbels voor het bad en soms zelfs een mooi sieraad. Dat zijn echt wel prima dingen om te geven hoor. Uiteindelijk gaat het om de gedachte die er achter zit. Maar vandaag wil ik eens wat andere suggesties doen. Hier is een lijst van vijf dingen die veruit de meeste ouders van jonge kinderen stiekem veel liever hebben dan een Fa douche pakket.

1, Een maaltijd waarbij je niet hoeft op te staan.

Kinderen hebben een ingebouwde sensor voor ouders die even gaan zitten, zeker als er eten in het spel is. Al zijn ze nog zo zoet boven met de lego aan het bouwen, de seconde dat je met je thee en boterham in een stoel ploft, staan ze voor je neus. Uiteraard met een grote variatie aan verzoeken waar je onmiddellijk aan moet voldoen.

De avondmaaltijd zou in theorie beter moeten zijn. We zitten immers nu allemaal aan tafel met hetzelfde doel. De realiteit is echter anders. Er moet van alles gesneden worden, uit de koelkast gepakt en er zijn discussies die juist dan op ruzie uitlopen. Als er een jong kind in het spel is zit er meestal een volwassene met de kleine spruit op schoot, om graaivingers heen wanhopig te proberen wat voedsel in haar mond te krijgen.

Nodig deze mensen eens uit (ja, het hele gezin, dat overleef je wel). En spreek van te voren af dat jij degene bent die opstaat. Of beter nog, ga bij ze langs, geef de ouders een bon voor een restaurant en doe een heldhaftige poging om de kinderen een gezonde maaltijd te laten eten.

2, Een weekend rust en uitslapen.

Het was toevallig laatst vrijdag en ik had een gesprek met de docent van mijn zoon. Aan het einde verzuchtte ze blij dat het nu wel lekker weekend was. Dat was even schakelen. Deze geweldige vrouw verdient uiteraard twee dagen rust, maar het concept is mij nu al zo lang vreemd dat ik even moest denken om haar te begrijpen.

Weekend is voor ouders vooral een tijd van tekenfilms en kinderen die koekjes willen. Het voordeel is dat je niemand naar school hoeft te brengen. (Tenzij je de pech hebt dat je kroost getalenteerd is, dan ben je alsnog taxi naar een club, les of bijeenkomst.) Het nadeel is dat buitenspelen uit de mode is en er naar jou wordt gekeken voor vermaak.

Vraag of de oudere kinderen een keer een weekend bij jou mogen logeren. Vanaf een jaar of vier gaat dat echt lekker. Doe het helemaal goed door ze op vrijdag al uit school te halen. Plan een weekend vol met uitstapjes, films en creatieve activiteiten. Doe voor de goede orde een poging om ze iets anders te voeren dan chips en patat.

Hele jonge kinderen kunnen niet zo lang bij hun ouders weg zijn, maar al neem je maar de helft van de druktemakers mee, je helpt al een hele boel. Voor extra punten kan je een oma of opa inschakelen om in datzelfde weekend een paar lange wandelingen met de kleinste te maken. Let wel op dat dit nogal eens voor gezinsuitbreiding een maand of negen later kan zorgen.

3, Een avond om een favoriete serie te binge-watchen.

Iedereen heeft het over de geweldige finale van de een of andere serie, maar ouders van jonge kinderen staan er vaak beteuterd bij. Ze zijn nog niet verder gekomen dan aflevering drie. Wel kunnen ze Dora ondertussen woord voor woord opzeggen.

Tegen de tijd dat iedereen in bed ligt heeft een ouder met geluk, ok, met heel veel geluk, een uurtje voordat ze zelf van vermoeidheid omvalt. Oh, en in dat uur moet je ook nog een keer of drie naar boven voor het een of ander. En misschien ook de baby voeden die naast je ligt.

Geef ze jouw sleutel, je Netflix password en pas een avond op. Ja, dat is zwaar. Zeker als er een kleintje is. Hou er rekening mee dat ze in slaap vallen en je ze wakker moet bellen.

Weet je wat, maak er een binge middag van. Dan kan jij wandelen met de kinderen en kunnen zij een paar uur kijken. Zoek van te voren uit waar de goede speeltuinen in de omgeving zijn. Bij slecht weer pak je een binnenspeeltuin. Bereid je goed voor met schone kleren (ook voor jou), billendoekjes (ook voor jou en niet per se voor billen. Meer voor plakkerige vingers enzo) en pijnstillers. (Alleen voor jou. Het geluidsniveau is niet normaal daar.)

4, Taart (of ander lekkers) wat je niet hoeft te delen.

Weet je nog dat ik vertelde over die sensor die kinderen hebben als een ouder gaat zitten? Die slaat dus op tilt als er lekkers in het spel is. Het maakt niet uit waar je kind is, als er taart is staan ze met open mond voor je neus. Ik ben er van overtuigd dat ze zelfs op school kunnen zijn, om dan toch plotseling naar huis te teleporteren.

Ik kan soms echt dromen van een goed stuk taart. Liefst chocolade en dan echt heel luxe (en vegan, maar ja, dat ben ik). En dat je dan kan zitten, ook nog met een grote kop thee (hey, droom groot) en totaal ongestoord het hele ding tot de laatste kruimel weghappen.

De realiteit is helaas meer dat je zelf hoogstens een hap binnen krijgt, terwijl je je bord hoog houdt, en er kinderen huilen.

Om dit als kado te geven heb je twee opties. Of je komt binnen met twee taarten. Een voor de volwassenen en een voor de kinderen. Nadeel is dat je ten eerste bestormd wordt, ten tweede de kinderen veel taart moet voeren om de ouders te ontzien en ten derde er altijd een kind is dat liever de grotemensentaart heeft.

Het is waarschijnlijk makkelijker om een bon te kopen voor taart en thee bij een leuk cafeetje en op de kinderen te passen. Geef de bon wel sneaky en zorg dat er geen afbeelding van taart op staat..en dat ie niet naar taart ruikt. Weet je, voor de zekerheid, doe het ding maar in een waterdichte enveloppe….they know….

5, Slaap. Gewoon slaap.

Het ding waar je de eerste jaren als ouder absoluut, zonder twijfel en met grote voorsprong het meest behoefte aan hebt is slaap. Ononderbroken slaap. Dat je als een zeester in bed kan liggen stinken. Urenlang.

Een nacht overnemen gaat erg lastig. Het verschilt van gezin tot gezin en hoe dicht je bij ze staat. Oma kan dit eerder aanbieden dat een oude klasgenoot, zeg maar. Wel kan je dutjes of een uitslaap moment regelen. Sta een keer belachelijk vroeg op in het weekend, zodat je om een uur of zes voor de deur kan staan (wel effe van te voren afspreken natuurlijk). Neem de kroost over en schrik niet van de twee zombies die je vrienden elke ochtend zijn. Stuur ze liefdevol weer naar bed terwijl jij hun nakomelingen een paar uur vermaakt. Zo vroeg in de ochtend is er nog niets open, dus dat doe je ofwel in hun woonkamer, of in die van jou. Zet een film op voor oudere kinderen, knuffel met de kleintjes. Kijk uit voor de lego.

Het dorp dat we nodig hebben.

Ik ben me er van bewust dat vrijwel al deze kado’s neerkomen op oppas zijn. Punt is dat we dat nodig hebben. Ik zeg het zo vaak dat ik wel een gebroken plaat lijk, maar het is nooit de bedoeling geweest om kinderen met maar twee volwassenen op te voeden. We horen in stamverband met elkaar te leven en zo samen de lasten te dragen. Dit is waarom ouders er zo vaak als zombies bij lopen. En dat is waarom we jou nodig hebben. Jij bent onze stam, de extra handen waar we wanhopig op zitten te wachten. Geloof me, we hebben je een stuk harder nodig dan een douchepakket…of een boekenbon.

Zijn we telefoonzombies geworden?

De zombie apocalyps is hier! Dom vooruitstarend beweegt de massa zich voort, met schuifelende voeten en lege blik gericht op een klein scherm. Het was al voorspeld en nu gebeurt het, smartphones eten onze hersens op! Ren voor je leven!

Ok, maar ff serieus. Er wordt nogal veel kritiek gegeven op mensen die zich vermaken met hun zakcomputer (aka de smartphone). We zouden geen contact meer hebben met elkaar en niet meer op of om kijken. Als je kinderen hebt is het uiteraard helemaal erg! Ouders die langs de speeltuin verdiept zijn in Facebook in plaats van de capriolen van hun kind. De horror!

Ja, zie je, en daar kom ik dan weer met mijn menig. Ik vind dus dat het allemaal wel meevalt. Of beter gezegd, dat het ten eerste lang zo erg niet is als wordt beweerd en ten tweede nog een doel heeft ook. Maar dan wil ik het eerst even over de geschiedenis hebben, en prikkels.

Vroeger was alles beter.

Prikkels. Vroeger hadden we er daar niet zo veel van. Vroeger zat je met je reet op de grond een mand te vlechten met dezelfde twintig tot vijftig personen om je heen die je je hele leven zag. Als je opkijkt zie je natuur, wat hutten en wat spulletjes. Af en toe gebeurt er wat, maar dat is ook snel weer over. Het leven is niet saai, maar wel bekend. Je maakt lol, liefde en je deelt wat je hebt.

Even later gingen we in steden wonen. Daar zijn al meer van die prikkels. Er dendert een kar voorbij, stemmen roepen hard en je ziet veel mensen die je niet kent. Het is nog wel te doen, maar echt wel anders.

Met de uitvinding van de print pers worden boeken en kranten voor steeds meer mensen beschikbaar. Er wordt zelfs lezend over straat gelopen. Men spreekt wel van een invasie der stommen. Verdiept in dat boek, zonder contact te maken met een ander. De schedel inhoud zal nog rotten! (Herkenbaar?)

Nu is het anders.

En dan is het ineens nu. Nu is alles anders. Om je heen een nooit aflatende barrage van kleuren en geluiden. Toeters, reclame, muziek en geuren. Meer en meer en meer en meer. In je leven mag je heel blij zijn als je een mens of vier weet te behouden. De rest komt en gaat, een constante stroom van onbekenden die vrienden worden, om dan weer als vreemden weg te gaan.

We zijn niet gemaakt voor zoveel prikkels. Onze hersenen slaan op tilt. We hebben wel een systeem voor paniek situaties, maar dat is nooit bedoeld om als OS te draaien. (Operating System, voor de technycapten onder ons. Windows, zeg maar)

Ik denk dat we daarom in die telefoon zitten. Puur afsluiten. Even alleen de prikkels die je kiest, in plaats van degenen die worden opgedrongen. Zo is het in ieder geval voor mij. Zijn we op vakantie, op een plek waar het groen is en rustig, dan taal ik amper naar dat gekke ding. Maar in de stad, pffff, ja dan heb ik het ook nodig. Een soort pauze knop.

Ouders die op hun kinderen letten.

Ik noemde het net al even, maar vooral ouders krijgen kritiek als ze niet constant adorerend naar hun kroost staren. Maar weet je, die kroost heeft dat helemaal niet nodig. Willen ze ook niet. Kinderen horen lekker buiten het zicht van volwassenen te experimenteren. Kan je je voorstellen dat je manager de hele tijd meekijkt? Dan wordt je helemaal kriegel!

Komt er bij dat het juist ouders van jonge kinderen zijn die die uit-knop hard nodig hebben. De mandenwever uit ons eerdere voorbeeld had een hele stam om samen de kinderen mee op te voeden. Dat hebben wij niet. Nu wordt alles wat ooit met twintig man werd gedaan van twee oververmoeide zombies gevraagd (of zelfs van maar eentje). Geen wonder dat dat niet gaat.

Natuurlijk moet je vaak genoeg opkijken om op het ergste gevaar te letten. Twee van mijn kinderen zijn weglopers en daar heb ik zeker de helft van mijn grijze haren mee verdiend. Maar je kan echt wel even een spelletje spelen, of op instagram ofzo.

De verdwijning van echt contact.

Ik hoor nogal eens roepen dat mensen geen echt contact meer hebben door de digitale revolutie. Dat we niet meer met elkaar praten. Daar wil ik even wat kritische punten bij neerzetten.

Ten eerste hebben we inderdaad minder echt contact. Maar dat heeft niets met smartphones te maken. Ik zei het net al, vroeger bleef je stam min of meer intact gedurende je leven. Soms ging er iemand dood, soms werd er iemand geboren en heel soms was er wat migratie. Maar dat was langzaam. Nu is dat compleet anders. De hele dag zitten we tussen vreemden. Zelfs onze collega’s kennen we niet echt goed en we verwachten zeker niet dat ze ons hele leven bij ons blijven.

Op al dat komen en gaan is onze psyche niet ingericht. Het doet wat met je om constant in mensen te investeren om ze dan weer te verliezen. Kort gezegd, met vreemden praten kost energie waarvan het erg onwaarschijnlijk is dat je het terug krijgt. We doen het wel, maar selectief en zeker niet elke treinreis.

En dan het digitale contact. Wie heeft er eigenlijk bepaald dat dat niet echt is? Ik heb mensen in mijn leven die ik zelden of zelfs nooit in het echt zie, maar waar ik toch veel mee praat en mijn leven mee deel. Waarom zou dat niet waardevol zijn?

Zelfs mijn beste vrienden spreek ik veel vaker over de app dan dat ik ze zie. Als we het van bezoekjes alleen moeten hebben zou er niet veel over blijven van de vriendschap. Toch kan ik bij ze terecht als er iets is en wordt ik vrolijk als ik over hun dag lees.

En dan de social media. Absoluut een compleet andere manier van contact. Als ik iets post is dat algemeen gericht, niet naar een enkel individu. Ik vertel iets zonder een specifiek antwoord te verwachten. Toch is het waardevol. Zonder social media zou ik me niet betrokken voelen bij het leven van mijn nicht aan de andere kant van de wereld. Zelfs mijn zus woont nu op een tropisch eiland. Op Facebook zie ik haar leven voorbij komen en zo mis ik haar een stukje minder.

Verslaafd.

Wel ben ik de eerste die toegeeft dat ik bij tijd en wijlen wat tè verslaafd ben aan mijn telefoon. Het blijft belangrijk om het ding af en toe neer te leggen. Hoe die balans zit in je eigen leven moet je zelf bepalen en dat is niet altijd makkelijk.

Maar het beeld wat je ziet in de trein, speeltuin of op straat is een momentopname. Je weet niet hoe diegene haar leven heeft ingedeeld. En je weet al helemaal niet wat ze doen op dat ding. Dus probeer niet te oordelen. In deze gestoorde wereld zoeken we houvast. Soms zijn we dat voor elkaar, en soms zijn dat de vrienden die in de digitale wereld wonen.

Ik ben oud! En dat is best leuk.

Ik ben oud. Niet rollator-oud, maar dan toch zeker wel middelbare-leeftijd-oud. Ik ben nu vijfendertig, maar mijn volgende verjaardag komt er alweer snel aan. En voor wie leeftijd maar een cijfer vindt, ik heb grijze haren, rimpels, kraaienpootjes, uitgezakte delen en als je goed kijkt ook van die vlekken op mijn handen. Niet bepaald jong meer te noemen.

Nu wil het toeval dat ik ook van de vrouwelijke overtuiging ben, dus behoor ik dat oud worden heel erg te vinden, zo veel mogelijk uit te stellen of toch in ieder geval hard te ontkennen. (“Je bent zo oud als je je voehoelt!!) Mensen van de mannelijke overtuiging hoeven dat uiteraard niet. Die worden ‘silver foxes’. Hypocriet much?

Zoals de titel van dit stuk al verraad doe ik dus niet mee aan die ongein. Dat hele oud worden bevalt me tot nu toe wel, ook de fysieke manifestaties daarvan. Mijn lijf is in continue flux en daarom nooit saai. En wie heeft er bepaald dat grijs haar niet mooi is?

Goed voorbeeld doet goed volgen.

Nu heb ik ook twee hele mooie voorbeelden gehad in mijn jeugd. Mijn eigen moeders, echte dolle moeders pur sang. Twee geweldige potten die lekker samen uitzakten. Niet dat het uiterlijk geen rol speelde. Het haar zat goed, de kleren leuk en van de een heb ik een voorkeur voor dure sieraden geërfd. Maar het vlotgekapte grijze haar werd niet geverfd, de rimpels niet dichtgeplamuurd en de borsten niet omhoog getakeld.

Ik heb het voorrecht gehad om op te groeien met twee grootheden en daar ben ik dan ook dankbaar voor. Hun leefwijze heeftg prachtige sporen achtergelaten op mijn ziel. Ze hebben me acceptatie en verwondering geleerd.

Maar een goed voorbeeld is niet genoeg. Onderzoek wijst uit dat een zeventien jarig meisje gemiddeld is blootgesteld aan 250 000 beelden van beauty campagnes. Biedt daar maar eens weerstand tegen.

Onze jeugdcultuur.

Reclame verteld veel over een cultuur. Niet over hoe ze zijn, maar wel over wat ze willen. Een blik op onze reclames verteld je vooral dat we jong willen zijn. De jeugd als ideaal. Gek eigenlijk, dat is lang niet altijd zo geweest. In tijden waar het een privilege was om oud te worden, werd ouderdom geëerd. Nu niet meer. Nu moet alles strak, glad en stralend. Nou ja, als je vrouw bent dan. Dat hadden we al vastgesteld.

Als vrouw tel je mee zo ongeveer vanaf je zestiende tot je dertigste levensjaar. Een paar jaar ben je ‘on top’ om dan aan de grote aftakeling te beginnen. Je wordt afgeschreven, mag hopen dat je een man en carrière hebt verzekerd, want op je mooie snoetje krijg je niets meer. Het grote smeren der ouderdomscremmetjes is begonnen.

Dat is heel fijn, al drie smeersels. Ja, niet voor het smerend voorwerp, maar wel voor de economie. Behoorlijk wat mensen verdienen behoorlijk wat geld aan de rimpelangst van langzaam verouderende dames. Zo ook producenten van haarverf en make-up.

Het is ook fijn voor het patriarchaat. Je weet wel, die groep mensen die vinden dat vrouwen niet mee tellen. Een korte houdbaarheidsdatum betekent dat je mensen die jij zo toevallig ongewenst vindt lekker snel kan afschrijven.

Verwondering van verandering.

Ik schreef het eerder al, mijn lichaam is continu in flux. Altijd al zo geweest. Alle lichamen zijn dat. Een van de meest geweldige mindfucks die je jezelf kan geven is naar een heel oud iemand kijken, zo eentje die al echt goed aangerimpeld is, en je dan realiseren dat ze ooit een baby’tje is geweest. Omgekeerd werkt ie ook. Dat jouw kindje ooit hoogbejaard zal zijn, en hoe dat er dan uit ziet.

Maar goed, ik dwaal af. Lichamen veranderen. En dat vind ik eigenlijk wel leuk, ook als het mijn exemplaar betreft. Ik merk dat ik met verwondering naar het proces kan kijken. Ik ben best wel trots op mijn grijze haren, ze staan mooi.

Niet dat ik zo’n heilig ‘mijn lichaam is een tempel’ boontje ben hoor. Na jarenlang zeer fysiek actief te zijn geweest zit ik nu al een tijdje wat meer dan me lief is op mijn gestaag groeiende reet. Die verandering vind ik dan weer wat minder. Ik zie mijn lijf graag als sterk en fit. Maar het proces van ouder worden vind ik dan toevallig wel leuk.

Los van de normen.

Ik merk dat ik zo met de jaren langzaam los kom van de opgelegde schoonheidsnorm. Van een zelfbewuste tiener die niet zonder een dikke laag make-up naar buiten durfde ben ik nu een vrolijk uitgezakt middelbaar wijf. Zo eentje die rustig met raar haar en zonder bh de kinderen naar school brengt. Elk jaar laat ik weer wat los.

En ik schrijf er dan misschien over alsof ik het wiel heb uitgevonden, maar het meest geweldige is dat ik bij lange na niet alleen ben. Ik zie ze steeds meer. Vrije vrouwen. Wild grijs of wit haar, een eigen kleding stijl en een sterke blik. Dat is nou een norm waar ik wel bij wil horen.

Het geeft me hoop voor de toekomst. Zie je, ik heb een dochter. Ook zij gaat oud worden (hello mindfuck!) en ik gun haar plezier in dat proces. Ik gun haar wapperende grijze haren in de wind, heel veel lachrimpels en mooie, bruine vlekken op haar handen. Ik gun haar vrijheid.

Discreet voeden. De zin en onzin van tepelangst.

Discreet voeden. Nooit gedacht dat ik zo’n diepe haat voor een term kon hebben. Ergens van binnen smeult een boos kooltje, wat na een opmerking snel ontvlamt. Discreet voeden is een irritante klote term die zo snel mogelijk uit onze spreektaal verwijderd mag worden.

Even voor degenen zonder (jonge) kinderen. Discreet voeden slaat dus op borstvoeding geven, en dan wel op zo’n manier dat niemand er aanstoot aan kan nemen. Want er zal toch snotverdulleme eens een klein beetje vrouwenborst te zien zijn! Dat kunnen we niet hebben, in onze degelijke maatschappij!

Wat dat betreft lijkt het een beetje op discreet kleden en discreet gedrag. Beide termen waar niemand ooit aan voldoet en dus mooi ingezet worden om vrouwen mee te onderdrukken. Want niet discreet zijn is toch een duidelijk teken dat je een losgeslagen hoer van Babylon bent, ofzo.

Anyhow, terug naar tieten, en de functie waar ze voor bedoeld zijn. Het van melk voorzien van een jong kind. En aangezien die jongen kinderen op de meest onhandige tijden voeding, troost of geruststelling nodig hebben gebeurt dat nog wel eens in het openbaar. Waarna nogal eens geroepen wordt dat dat uiteraard moet kunnen, mits het maar discreet gebeurt!

Real life borstvoeden

Eerst dan even dit; hoe denk je dan in vredesnaam dat borstvoeden er uit ziet? Heb je ook maar een flintertje besef van de mechanica van een borst en een baby? Want die baby zit dus voor die tepel waar je zo bang voor bent. Of nee, beter gezegd, die baby zit er om heen. Als je al gaat staan staren (lekker onbeleefd) zie je dus vooral de achterkant van een baby hoofd. Bij mijn weten is daar niets engs aan.

Ik vraag me eerlijk gezegd wel eens af hoe indiscreet voeden er dan uit ziet? Misschien een vrouw die, midden in een restaurant, hard roept “ Daarrrrr komt de tiet!” om vervolgens al haar kleren uit te trekken en iedereen te bespuiten met haar melk? Want elke, absoluut elke, vrouw die ik ooit heb zien voeden (en dat zijn er toevallig best veel, ik ga in van die kringen om weet je) trekt wat kleding opzij en koppelt het kind aan. That’s it. Gevaar voorbij.

Jaaaaaa, maar wat als dat kind loslaat!? Dan zie je toch echt een tepel hoor!!1!!1

Hoi. Welkom. Ga even zitten en blaas uit.

Ja, dat kan gebeuren ja. En als je dan echt goed oplet kan je inderdaad even een tepel zien…soms…niet echt goed…maar ja, het kan. Is dat zo erg?

Tepelangst en mannentepels.

Weet je waar je nog meer tepels kan zien? In het zwembad, en op het strand, en eigenlijk overal als het warm is. Mannentepels wel te verstaan. Want daar zijn we niet bang voor. Terwijl ze in close up echt niet te onderscheiden zijn van vrouwentepels. Zelfde ding, ander sociaal stigma.

Het zijn maar tepels hè. Een stukje lijf wat we allemaal hebben. Net als een mond of een hand of…nou ja..bijna alles eigenlijk. Het is echt totale onzin dat we vrouwentepels zo censureren en de mannelijke exemplaren vrij rond laten lopen. Maar verder is het feminisme klaar hoor….we hebben echt wel gelijke rechten in Nederland….(sarcaaaaaaasme).

Het is, mijns inziens, echt wel heel, heel erg hoog tijd dat we die borstenfetish loslaten. Andere culturen vinden ons er maar raar om, en daar hebben ze gelijk in. Het is een willekeurig lichaamsdeel wat niet meer met seks te maken heeft dan de eerdergenoemde mond of hand. En die verstoppen we ook niet.

Discreet voeden.

Maar je kan toch gewoon een dekentje er over heen hangen? Hoe moeilijk is dat nou? Is het zo erg om je een beetje aan te passen?

Ja.

……Oh, wil je meer uitleg? Nou, ok dan.

Ja, het is echt zo erg om je een beetje aan te passen. Want waar houdt het op? Want nu zijn het borsten, maar straks zijn het ogen, neuzen, haar en het hele vrouwenlijf. Ik vind het vreemd dat dezelfde mensen die moslima’s uit een burqa willen dwingen andere vrouwen wel willen bedekken. Dat is toch scheef? Waarom mogen mensen niet gewoon zelf beslissen wat ze wel of niet bedekken? En als we dan echt als maatschappij vinden dat bepaalde delen bedekt moeten zijn, dan moet het gelijk zijn voor alle leden. Niet de ene helft alleen het kruis en de andere helft veel meer. Dat is discriminatie (maar dat doen we niet in Nederland hoor….oooooh nee).

Zo’n dekentje lost niets op. Veel vrouwen kunnen er totaal niet mee uit de voeten en al zou het voor absoluut iedereen makkelijk zijn, het is moreel verkeerd. Dus ja, een vrouw vragen om haar uiterlijk aan te passen ter geruststelling van een ander is altijd verkeerd.

Eerste disclaimer.

Overigens ben ik niet tegen het gebruik van dekentjes, borstvoedingskleding of borstvoedingsruimtes. Ik vind heel sterk dat een moeder kan voeden waar ze wil en hoe ze dat wil. Als jij je prettiger voelt met een doek of in een pashokje, dan ben ik de eerste die dat hokje voor jou gaat opeisen. Ook de andere kant op wil ik geen vrouwen vragen hun uiterlijk aan te passen. Daarom ben ik ook voorvechter van het recht op een burqa, niqab of hijab als iemand daar voor kiest. Zelfbeschikkingsrecht is echte zelfbeschikking, niet het recht om mij na te doen.

Tweede disclaimer.

Er zijn ook mannen die voeden. En die hebben ook elk recht om te voeden hoe en waar ze dat willen. Ik praat nu over cisvrouwen omdat dat is wat ik ken. Ik weet vrijwel niets van wat voedende transmannen meemaken. Maar dat betekent niet dat hun strijd minder belangrijk is of dat ze niet horen bij de groep van voedende ouders. Het betekent alleen dat ik geen uitspraken wil doen over dingen waar ik niet genoeg van weet.

Feministische conclusie.

Uiteindelijk denk ik dat het hier helemaal niet gaat over de manier waarop vrouwen borstvoeding geven. We zijn als maatschappij lang niet zo bang voor borsten als we doen voorkomen. Borsten zijn hartstikke welkom…zolang we ze lekker kunnen objectiveren en seksualiseren.

Deze ‘strijd’ tegen indiscreet voedende moeders is gewoon de zoveelste manier om vrouwen tam te houden. Een bekende tactiek om iemand psychologische schade te doen is constante kritiek geven. Zorgen dat ze niets goed kunnen doen. Dan wordt het slachtoffer snel depressief en heel onzeker. Dan kan je heel makkelijk de baas spelen. En is dat niet wat we als maatschappij met vrouwen doen?

‘Discreet voeden’ is het zoveelste wapen in de strijd om vrouwen klein te maken. Eerst pakken ze je op je uiterlijk. Te dik, te dun, te mooi, te lelijk, te lang te kort en nooit genoeg. Ben je eenmaal moeder dan loop je kans om daar geen fluit meer om te geven (leuke bijwerking van slaapgebrek) dus moet je ergens anders mee beheerst worden. En daar komen de ‘mommy wars’ vandaan.

Indiscreet voeden als feministisch gebaar…ik vind het wel wat.