Hoe kan je een peuter driftbui voorkomen?

Ha!!! Mijn eerste clickbait! Want dit stuk gaat lekker helemaal niet over het voorkomen van driftbuien. Het gaat over artikelen die wel beweren dat dat kan, en wat ik daarvan vind (spoiler: onzin, dat vind ik er van. Schadelijke onzin. Maar later meer daarover).

We kennen ze vast allemaal wel. Die opvoed tijdschriften en websites die schrijven dat als je hún stappenplan volgt dat jouw satansgebroed veranderd in het lieve engeltje waar je volgens pinterest recht op hebt. Die stappen vallen in drie categorieën: onhaalbaar (zorg dat je nooit, maar dan ook nooit haast hebt.), onzinnig (zorg dat je kind zijn lievelingskleur aan heeft) en ok, dit is wel handig (geef je kind keuzes).

Uiteraard beweert ieder artikel weer wat anders en kan je jezelf tureluurs stappen voordat je beseft dat het niet werkt.

Tja, en dan? Nou dan heb je dus af en toe een boze peuter. En die boze peuter gebeurt dus ook af en toe op een wel hele publieke plek (Hallo Jumbo!).

Punt van die artikelen is dat ze verwachting scheppen. De verwachting dat een boze peuter niet hoeft, dat je, mocht jouw peuter dus een keer uit haar romper schieten, het eigenlijk jouw schuld is, want er was immers een stappenplan.

Volwassenen.

Even iets heel anders. Er zijn ook opvoedtijdschriften voor volwassenen. Zo noemen we ze niet natuurlijk, maar tijdschriften voor hippe vrouwen en fitte mannen zijn dat stiekem wel. Toch staan daar niet zo veel artikelen in over het voorkomen van driftbuien bij jezelf. Wel eens iets over het belang van je gevoelens uiten, of even lekker afreageren. Grappig, dat we bij onszelf het belang zien van boze gevoelens op een veilige manier uiten…..

Ik heb ook wel eens een driftbui. Meestal zo tegen het einde van de dag, als ik al iets te veel gedaan heb en nog vanalles moet. Of als er iets gebeurt waar ik echt niet tegen kan. Dan ben ik wel eens boos, en dat moet er uit. Maar bij ons heet dat dan anders, want driftbui klinkt nogal…nou, denigrerend eigenlijk.

Kinderen.

Grofweg rond het tweede levensjaar is er een periode waar het begrip van taal vele malen groter is dan het vermogen om taal te uiten. Oftewel, ze begrijpen je, maar kunnen zich niet begrijpbaar maken. Kan je je voorstellen hoe frustrerend dat is? Bedenk maar eens hoe vervelend het kan zijn om niet op een cruciaal woord te komen.

Komt nog eens bij dat rond diezelfde tijd de passieve fase van een kind over is. Ze willen actief zijn, eigen keuzes maken, zelf ontdekken. Dat past helaas niet in onze wereld. Want we moeten dingen doen, en we vinden alles eng en het moet er ook nog een beetje leuk uitzien ja!

Kortom: we willen vanalles van een kind wat geheel begrijpt, maar nog niet duidelijk kan maken, dat haar behoeftes echt heel ergens anders liggen. En zie dan nog maar eens rustig te blijven als peuterende wereldburger.

Mijn stappenplan.

Ik stel voor dat je niet uit alle macht gaat proberen om driftbuien te voorkomen. Niet dat je het moet gaan uitlokken ofzo. Het is echt wel handig om wat mee te bewegen met je kind. Hoe minder star je bent, hoe minder er is om tegen af te zetten.

Maar als we nu eens met zijn allen gaan accepteren dat mensen soms gewoon boos zijn, of verdrietig, of gewoon ontzettend teleurgesteld? En dat die gevoelens er soms op een onhandige plek uit komen.

Bij deze heb ik ook een stappenplan. Wat te doen bij een driftbui?

Stap 1: Bedenk of je dit een vreemde is of een bekende.

Stap 2: Als het een bekende is, begin met troosten, als het een vreemde is, bied hulp aan.

Dat is het, er is geen stap drie en dit plan werkt voor alle leeftijden en in alle situaties.

Het probleem van al die opvoedblaadjes is dat ze een verwachting van perfectie wekken. Waarbij dan ook nog eens een standaard wordt gecreëerd die lang niet altijd klopt.

Artikelen zijn hartstikke leuk en soms ook heel behulpzaam. Ik schrijf ze immers zelf. Maar persoonlijk zie ik liever een stuk over hoe ik mijn peuter kan helpen met haar emoties, dan hoe ik ze kan voorkomen.

 

Wanneer is vaste voeding belangrijk voor een baby?

Nou…niet. Je bent, volgens onze normen, een baby van je eerste tot je driehondervijfenzestigste dag. En in die tijd is vaste voeding niet echt belangrijk. Melk wel, liefst uit een borst.

Maar op welk punt moet je je zorgen gaan maken? Wanneer hoort je dreumes of peuter een bord leeg te eten? Want er zit nogal een verschil in het moment dat kinderen daar zin in hebben.

Eerst even een disclaimer: Ik ben geen lactatie kundige, geen voedingsdeskundige en zeker geen arts. Ik ben een moeder van de zeer geïnformeerde soort. Met name dit stuk is mijn mening, mijn observatie van drie eigen en heel veel dichtbij staande kinderen. Waar ik een bron heb geef ik een link. Het is aan jou, lieve lezer, om lekker zelf uit te zoeken hoeveel van wat ik roep toepasbaar is op jouw leven en gezin. (Is het dat niet eigenlijk altijd?)

Mijn eigen ervaring.

De kinderen van  mijn zus zijn echte eters. Vanaf de introductie van vast voedsel (wat overigens heel netjes via de methode van Stefan Kleintjes ging) stouwen ze lekker wat weg.

Mijn eigen jongste dochter niet. Ook zij kreeg meteen stukjes en vond dat heel erg leuk, maar het stouwen bleef uit. Op dit moment is ze bijna twee en tot een paar weken geleden haalde ze ongeveer 90% van haar voeding bij mij. Nu lijkt ze de vaste voeding wat belangrijker te vinden en is het misschien 50/50. Ze houdt zich wat dat betreft dus niet echt aan ‘de regels’ (wat die dan ook mogen zijn).

Toch zijn al deze kinderen prima gezond. Zowel de neefjes als mijn dochter vallen ruim onder het ‘Hollands welvaren’.

Hoe zit dat dan? Hoe kan dat, als je bang wordt gemaakt dat je kind niet genoeg krijgt?

Nogmaals, dit is mijn conclusie. Ik kan er niet echt onderzoek naar vinden.

Ik denk dus dat het niet echt uitmaakt. Dat kinderen prima zelf weten wat ze doen. Dat, zolang een gezond kind vrij toegang heeft tot de borst, je je echt geen zorgen hoeft te maken over de hoeveelheid die ze eten.

In mijn omgeving zijn er meer kinderen die het regelen zoals mijn dochter. Lekker lang, lekker veel melk, en daar helemaal prima op groeien. Geen tekorten, geen achterstand, lekkere vetjes om te zoenen en de kleertjes raken op een mooi tempo te klein. Als het echt zo essentieel zou zijn dat kinderen met een jaar drie aardappels, twee boterhammen, een appel en een boon per dag verwerken, waarom zijn al die kinderen dan zo gezond?

Hoe zit dat dan met ijzer?

Jaaa, dat kan allemaal wel. Maar na zes maanden is de ijzer voorraad van je kind op hoor. Ze moeten dan echt ijzer hebben hoor!!!!!!

Oh hoi, ben jij er ook weer? Leuk! En dit keer breng je een belangrijk punt op.

Echt? Oh…eeehhh….ok. Nou, geen dank dan maar. En nu? 

Nu ga ik iets vertellen over bevallingen. Dat heeft er namelijk mee te maken. Bevallingen en bekkens.

Ons bekken in namelijk smal. Dat moet wel, anders kunnen we niet rechtop lopen. Het moet ook stevig zijn, er steunt nogal wat op. Het gat in het midden moet niet te groot. En dat is lastig bij bevallen. Want een baby moet er wel door passen.

Dat heeft tot een aantal compromissen geleid. De welbekende losse schedelplaten bijvoorbeeld. Ook worden onze baby’s eigenlijk prematuur geboren. Het vierde trimester is echt een ding. Verder wordt tot 1/3 van het bloed van de baby in de placenta bewaard tijdens de geboorte. Hartstikke slim allemaal.

Maar wat doen we? Baby geboren, hup! Navelstreng doorknippen! Lekker handig, dan kan je meteen vanalles doen. Maar niet handig voor de baby dus. Door deze grote aderlating (en dat is het) worden veel baby’s geboren met een te lage Hb waarde. Dat gaat even goed (soort van, waarom denk je dat geelzucht zo’n probleem is), maar met een maand of zes wreekt zich dat.

Dus wat zeggen de heren artsen? Baby’s worden geboren met een ijzervoorraad voor zes maanden. Want wij doen uiteraard niets fout! Het ligt aan die baby’s, en hun moeders. Aan die enge vrouwen lijven! Ingrijpen! Protocol! Sectioooooooooooooooo…!!!!! (Ok, dat is hoe het gaat in mijn hoofd…in het echt is het vast wat subtieler, maar niets minder patriarchaal en schadelijk)

Als de navelstreng ongestoord mag uitkloppen (en dat duurt langer dan een minuut of drie) dan start de kleine het leven met een volledige hoeveelheid bloed, en dus ook ijzer. Dan is er geen sluimerend tekort en dus ook geen haast met aanvullen.

Whodunit?

Even iets heel anders. Ken je van die detective series? Ik ben er geen fan van, maar Officier Pappa wel dus ik zie ze ook zo af en toe. Als er dan een misdaad wordt gepleegd kijken ze altijd naar de partij die er voordeel bij heeft. Daar vind je meestal de schuldige (degene die erft ofzo).

Wie heeft er nu voordeel bij de mythe dat een kind zo snel mogelijk moet gaan eten? Juistem! De producenten van speciaal baby eten! Super handig, een onzinnig product uitvinden (want we hebben net zoveel nut aan baby eten als aan baby wc papier) en er dan vervolgens een enorme markt voor creëren. Baby potjes, peuter melk, groei maaltijden. Allemaal onzin! Maar ja, aan borstvoeding valt niet genoeg te verdienen en een dreumes die af en toe wat van vaders bord pakt is nu eenmaal geen brave consument.

Voedingswaarde.

Maaaaarrrrrrr! Na een tijdje verliest je melk voedingswaarde. Dan is het niet meer genoeg. 

Nope. dat is niet zo. Na het verdwijnen van colostrum veranderd de melk niet significant van samenstelling, ongeacht hoe lang je voed (wel in de details, om beter afgestemd te zijn op het kind wat drinkt, maar dat heeft geen negatieve invloed op de kwaliteit of voedingswaarde). Sterker nog, op geen punt in de ontwikkeling van een mens heb je ineens iets nodig wat niet in moedermelk zit. Ik wil zelfs beweren dat, zolang je lactose in lactase kan omzetten, een volwassene prima kan leven op borstvoeding. Het is niet efficiënt voor de ene volwassene om alle calorieën te eten voor de andere, maar het kan.

In concusie.

Is jouw kindje gezond? Groeit ie lekker, lacht ze vaak? Leert ze nieuwe dingen en willen er mensen in zijn wangen knijpen? Maak je dan geen zorgen. Of je kleintje nu met zeven maanden een boterham wegwerkt, of als peuter nog voornamelijk aan de borst hangt. Ik stel dat kinderen heel goed zelf weten wat ze doen en in de afwezigheid van dwang en drang, heel prima groot worden, op hun eigen manier.

 

Het verhaal van Sam

Vandaag wil ik een verhaal vertellen. Een droevig verhaal en hoewel ik het dit keer verzin, gebeurt het ook echt, overal om ons heen.

Ons verhaal heeft een heldin nodig. Ik zie haar al voor me, niet lang, een beetje klein zelfs, met kort blond haar, fijne trekken en een smalle bouw. Zullen we haar Sam noemen? Ze is 25 jaar en pasgetrouwd.

Sam zit tegen een deur aan, de binnenkant van een deur. Op de grond. Ze huilt. De kamer is donker, er staat een bed, mooi opgemaakt, en een kast. Sam bonkt op de deur “Laat me er uit!” De deur zit op slot.

Voetstappen op de trap, een sleutel in het slot. Midas komt binnen, de man van Sam. Hij is lang en donker, met prachtige bruine ogen. Het licht van de gang schijnt op haar gezicht, ze kijkt hoopvol. Maar Midas niet. Hij kijkt afkeurend. “Samantha, ik heb uitgelegd dat het zo moet. Jij slaapt hier. Je moet hier blijven, de hele nacht.”

“Ik wil bij jou zijn” roept ze “Ik wil bij jou slapen”

Midas zucht. “Dat kan niet. Dat is niet goed voor je. Ik weet wat goed voor je is. Luister nu naar me en ga slapen. Ik kom niet meer boven.”

Hij sluit de deur. Ze hoort zijn voetstappen weer op de trap.

Sam huilt. Ze schreeuwt en bonkt tot haar handen en stem kapot zijn. Midas komt niet meer terug.

Uiteindelijk is ze stil. Dit was niet hoe het zou zijn. Haar huwelijksdag was zo mooi, hij was zo knap. Iedereen was blij. De eerste nacht thuis sliepen ze wel samen, dat was heerlijk. Overdag was Midas zo vriendelijk voor haar. Maar deze avond liet hij haar de kamer zien, en sloot haar op. Ze heeft geen idee wat er nu gaat gebeuren, geen idee wat er van haar verwacht wordt, wat er met haar prachtige echtgenoot is gebeurt.

Uiteindelijk valt ze in slaap. Voor de deur, op de grond.

De volgende ochtend wordt ze wakker in bed. Hij heeft haar in bed gelegd en zit nu op de rand, hij lacht. “Ik ben trots op je Sam, je was uiteindelijk stil. Dat heb je goed gedaan.”

Nu weet Sam echt niet meer wat ze moet denken. Heeft ze het gedroomd? Ze lacht voorzichtig terug. Midas geeft haar een knuffel. “Ontbijt staat beneden liefje. Ga lekker douchen.”

De dag is leuk. Ze richten samen het nieuwe huis is. Midas is weer de vriendelijke, lieve man van de bruiloft. Langzaam gaat ze geloven dat het niet echt was.

Na het avondeten ruimen ze samen de keuken op. Midas gaat op de bank zitten, Sam kruipt tegen hem aan. Na een tijdje staat hij op. “Zo, bedtijd.”

Sam is niet echt moe, het is vrij vroeg, maar ze wil haar droom van gisteravond graag uitwissen door dicht tegen hem aan te slapen. Ze loopt mee naar boven.

Hij loopt naar de kamer met het kleine bed. “Welterusten Sam.” Hij kust haar. “Nee.” zegt ze. “Niet hier. Ik wil bij jou slapen.”

Midas kijkt droevig. “Lieve Sam, ga je nu weer moeilijk doen? Dit is jouw kamer. Elke nacht.” Snel loopt hij weg en sluit de deur.

Sam huilt. Weer zit ze voor de deur, weer bonkt en schreeuwt ze.

Midas komt elke tien minuten kijken. Net als de eerste avond doet hij de deur open, kijkt hij streng en zegt dat ze moet gaan slapen. Na een paar keer zegt hij dat hij niet meer komt.

Weer slaapt Sam voor de deur.

Zo gaat het keer op keer. Overdag is Midas zorgzaam en lief, maar s’nachts sluit hij haar op.

Sam probeert met hem te praten, maar dan wordt hij alleen maar boos. Ze probeert met anderen te praten, maar die zeggen dat het goed voor haar is. Ze prijzen Midas.

Uiteindelijk probeert Sam weg te lopen. Ze komt niet ver. Twee agenten vinden haar en brengen haar terug naar Midas. Ze geven hem een preek dat hij beter op moet letten. Die avond krijgt Sam zelfs geen eten. De rest van de week is hij heel streng, ook overdag.

Langzaam geeft ze op. Ze roept niet meer, ze bonkt niet meer. Vanbinnen is er iets stuk gegaan. S’nachts gaat ze liggen in het bed. Soms slaapt ze, soms niet. Geluid maakt ze niet meer. Ook niet als haar hart bonkt van eenzaamheid.

Overdag lacht ze, net als Midas. Iedereen prijst haar, en hem. Een gehoorzame vrouw is het hoogste doel, zo wordt gezegd.

Het deel van Sam wat stuk is wordt hard. Een glasscherf in haar ziel, waar ooit zoveel zachtheid was.

Overal ter wereld worden vrouwen mishandeld. Maar voor wie dat nog dacht, dit gaat eigenlijk helemaal niet over huwelijks geweld. 

Vervang “echtgenoot” en “man” door “vader” of “moeder”. Zie Sam eens als een kind. 

Als het niet ok is voor een volwassene, waarom vinden we het dan wel ok voor een kind, een baby, die haar ouders zo hard nodig heeft?

Cry it out* wordt nog steeds veel gebruikt als methode om kinderen te laten slapen. Het is bewezen schadelijk, zowel voor de fysieke als emotionele ontwikkeling

*(Ik wou hier een link toevoegen naar een pro CIO pagina. Voor de volledigheid zeg maar. Ik ben driekwart door een stuk gekomen, heb nu buikpijn, tranen in mijn ogen en een kloppend hart. Zoveel wreedheid naar een baby kan ik niet aan. Er is altijd een alternatief! Kijk eens hier. En als er echt niets lukt, stuur me maar een bericht. Ik luister en help.)

Is kinderopvang schadelijk?

Dit is weer een van die onderwerpen waar mensen flink boos over worden: de vraag wie er nu het beste voor een kind kan zorgen. Is het eigenlijk wel ok om je kind naar een opvang te sturen?

In mijn jonge jaren was ik leidster op een kinderdagverblijf. Dat was heel mooi werk. Ook zijn mijn twee oudste kinderen naar een crèche geweest. In die tijd vond ik dat een goed KDV echt wel wat toevoegt aan het welzijn van de kinderen.

Ja…je ruikt het al hè…ik ben van mening veranderd. En dat is geen populaire mening.

Kort antwoord: een baby of jong kind hoort bij de ouders of andere geliefde volwassene te zijn, niet in een bedrijf waar ze het product zijn.

Even over dat laatste stukje, want ik voel de boze opmerkingen al hangen, er zijn echt wel hele goede kinderdagverblijven. Mooie plekken die oprecht het beste met de kinderen voor hebben. Maar, en daar kom je niet onderuit, in de grond zijn het allemaal bedrijven. Met personeel en met een winstoogmerk.

In theorie.

Lees dit stukje eens over hechting. Even heel kort; in de eerste levensmaanden kiest een kind de primaire hechtingsfiguur. Daarna komen de secundaire, die zijn ook heel belangrijk. Het verlies van de primaire hechtingsfiguur is verwoestend, het verlies van een secundaire is altijd pijnlijk en schadelijk als het teveel gebeurt. Het is absoluut onvermijdelijk dat een kind de leidster als hechtingsfiguur kiest aangezien ze een groot deel van de dag alleen zijn met deze volwassene. Tot die lieve leidster een andere baan krijgt, of op een andere groep gaat staan, of op een andere dag gaat werken of…..je snapt het wel.

Er zijn ook meerdere studies die het naar een opvang gaan koppelen aan problemen later. Dat is, gezien de eerder genoemde hechtingstheorie, niet verrassend, maar wel heel ernstig.

In de praktijk.

Ok, tot zover de theorie. Er is namelijk ook een praktijk. Heel vaak is er geen andere optie. De tijd dat moeders de vrouw thuis kan zijn is voorbij, en eerlijk gezegd vind ik ook echt niet dat moeders maar altijd thuis moeten zijn.

Laat ik dit ook even heel duidelijk stellen: ik vind niet dat je een slechte ouder bent als je je kind naar een opvang brengt! Het is soms echt niet anders, je kan ook niet van lucht leven.

Wat vind ik dan wel?

Ik vind dat hechting de basis legt voor een gezond mens, en daar willen we er meer van. Wij zijn een samenleving van totaal onthechte individuen. Eigenlijk is iedereen diep beschadigd.

Onze kinderen verdienen beter. Wij hebben de plicht om de schade die ons is toegebracht niet over te brengen aan de volgende generatie. Ik zie een wereld waarin de ouders ondersteund worden om zelf voor hun kinderen te zorgen. Dus niet alleen kinderbijslag, maar ook een thuisblijfpremie. En begrip, een hele bak begrip.

Niet de individuele moeder moet de verantwoording dragen, wij als maatschappij moeten zo veranderen dat het mogelijk wordt voor ouders om zelf voor hun kinderen te zorgen.

….dat klinkt zo logisch hè…dat ouders zelf voor hun kinderen kunnen zorgen. Toch gebeurt dat niet.  In het gemiddelde gezin wordt het kind vanaf een maand of drie ondergebracht bij anderen, steeds wisselende anderen. Van leidster tot schooljuf. Het is een zeer beschadigende staatsopvoeding die een kind totaal gebroken de volwassenheid in duwt.

Maar ik ging over de toekomst praten, en over de praktijk. Wat moet er nu precies anders.

In de toekomst.

Zoals elke verandering begint het van binnen. Als we de waarheid omarmen dat ouderschap de meest belangrijke taak is van een ouder (inkoppertje) dan volgt de uiterlijke verandering vanzelf. En ik bedoel niet de laffe tegeltjeswaarheid waar we ons nu mee zoet houden. Ik bedoel dat je het echt weet, voelt en leeft. Dat je als baas, docent, beleidsmaker of oude vriend echt snapt dat de jonge ouder nu wel iets beters te doen heeft.

Vanuit de overheid komt juist de tegenovergestelde boodschap. Waar dat nodig is wordt kinderopvangtoeslag uitgekeerd zodat een ander voor je kind kan zorgen, maar in gezinnen waar een ouder thuis blijft wordt flink meer belasting betaald.

Ik ben niet tegen de kinderopvangtoeslag hoor, maar waarom geen financiële steun voor de ouder die thuis blijft, in het belang van de volgende generatie?

Die verandering van denken en doen vereist wel een hoop, zeker omdat het gevraagd wordt van mensen die zelf vaak ook niet goed gehecht zijn. Het is ook iets wat we niet morgen even kunnen fixen helaas.

En wat dan in het heden?

Even op micro nivo. Terug naar dat jonge gezin. Wat kan je nu doen? Wel, je kan proberen de schade te beperken.

De eerste overduidelijke oplossing is er naar streven dat er altijd een ouder is. Dat vereist soms behoorlijk wat creativiteit, zowel qua planning als qua financiën. Probeer te zien dat er veel mogelijke strategieën zijn. Minder werken, thuis werken, de baby mee naar werk, rare uren (en zo dus langs elkaar) werken of een razend succesvol blog beginnen. (pompompiedom….let maar niet op mij)

Toch is dat echt niet altijd mogelijk. Soms moet er gewoon gewerkt worden, want onder een brug woont het slecht. Wees je er dan van bewust dat diegene die voor jouw kind zorgt een secundaire hechtingsfiguur wordt. Als het altijd dezelfde, liefdevolle, volwassene is kan de schade heel flink meevallen.

Uiteraard is dan familie de eerste keus met vaak oma vooraan in de rij. Toch wil ik ook even een lansje breken voor de gastouder. Een goede gastouder, waar het kind in ieder geval tot de schoolgang terecht kan, kan een hele waardevolle aanwinst zijn. Omdat het één consequente verzorger is (in tegenstelling tot de eeuwig wisselende leidsters) kan een gezonde hechting plaatsvinden. De gastouder wordt eigenlijk deel van het gezin.

In conclusie.

Door zo kinderen op te voeden die beter gehecht zijn dan wijzelf, die het beter hebben en beter doen, creëren we een generatie die zichzelf op hun beurt weer kunnen overstijgen. Het gehechte kind van nu is morgen een beleidsmaker. Zo kruipen we langzaam terug uit het gat wat we, uit naam van de vooruitgang, voor onszelf gegraven hebben.

Ik wil eindigen met de boodschap waar ik ook mee begon: hoewel de huidige manier van opvang van en omgang met kinderen mijns inziens schadelijk is, richt ik mijn boosheid niet, nooit, op de individuele ouder die onder gegeven omstandigheden haar of zijn best doet. Wel ben ik boos op de samenleving die zo met onze meest waardevolle leden omgaat. Een samenleving waar we allemaal deel van uit maken, die wij samen hebben gecreëerd, maar ook samen kunnen veranderen.