Feminist, de man

Ik ben een feminist.

In mijn vorige stuk heb ik uitvoerig beschreven waarom. Heb ik voorbeelden gegeven hoe vrouwen, vandaag de dag, in ons vooruitstrevende land, behandeld worden. Maar dat was vanuit mijn perspectief. Mijn ervaringen.

Nu wil ik proberen de andere kant te belichten. De mannelijke kant.

Dat is moeilijk, want ik ben geen man, heb wat dat betreft geen ervaringen vanuit de eerste hand. Wat ik heb zijn observaties en gesprekken. Toch wil ik het proberen, omdat ik denk dat ik een waardevolle bijdrage kan leveren aan dit deel van de conversatie.

Het zijn namelijk niet alleen de vrouwen die benadeeld worden door een patriarchale maatschappij. Ook mannen lijden er onder. Dat is iets wat vaak weggezet wordt. De man wordt, in dit vraagstuk, weggezet als de dader, en voor de dader kennen we geen medelijden.

Wat vergeten wordt is dat ten eerste de meeste mannen geen bewuste daders zijn. Waar ze het probleem in stand houden, doen ze dat vaak zonder het überhaupt te realiseren.

Ten tweede zijn zelfs bewuste daders vaak ook slachtoffer. Iedereen wordt liefdevol geboren. Pas als die liefde misbruikt wordt komt er haat.

Ik spreek nog wel eens over toxic masculinity, het idee dat mannen zich op een bepaalde manier moeten gedragen en verhouden tegenover vrouwen Spoiler; niet heel leuk.

Als je door het leven gaat als James Kirk en Bond dan zal je er niet veel last van hebben. Alleen is het merendeel van mannen helemaal niet zo. Ze hebben emoties en willen die ook nog wel eens uiten, ze zijn soms ook onzeker, niet allemaal de sterkste en gelukkig niet zo vechtlustig. Ook een man wil verleid worden, zich mooi voelen, gewaardeerd worden, huilen, nee kunnen zeggen tegen seks en bevestigd worden in zijn vermogen om te zorgen.

Maar ja, dan ben je een mietje, geen echte man, meer een wijf eigenlijk. Mannelijkheid als constant ideaal, als schild en vlag die je hoog houdt. Zo zou ik geen man willen zijn.

In mijn leven heb ik gehoord dat vrienden “ballen moeten tonen.” en “geen mietje moeten zijn” maar wel “een vent”

Toen mijn zoon drie was, hield hij van roze. Was dat zijn lievelingskleur. Toen hij vier was werd hem op school grondig duidelijk gemaakt dat roze voor meisjes is. Nu is hij bijna acht en houdt hij zich angstvallig ver van alles wat meisjesachtig is.

Een geliefde vertelde ooit over een seksuele gebeurtenis in zijn verleden. Wat hij vertelde was verkrachting. Iemand die zijn huis binnendrong terwijl hij sliep. Zelfs hij kon dat niet zo zien en ik had het hart niet om er over te beginnen.

Meerdere mannen hebben, in het donker, in mijn armen gelegen, in tranen over de onzekerheden die ze meedragen. Of hun penis wel voldoet, of hun karakter wel genoeg is, waarom ze toch altijd als minder gezien worden. (Ik val nooit op alfa mannen.)

Tijdens zwemlessen ontelbaar vaak gezien dat de tranen van een jongen afgekapt worden. Soms door de leraar, soms door de vader.

Jongens leren schaamte voor hun eigen erectie.

Het gaat door en door en door. Mannen en vrouwen, samen gevangen in een ziek systeem. Daders en slachtoffers door elkaar.

Ik ben een feminist. Omdat ik een dochter heb en soms bang ben voor haar toekomst, maar ook omdat ik twee zoons heb, en nu al zie wat het systeem met ze doet.

 

Feminist, de vrouw

Ik ben een feminist.

Is dat nog een verrassing? Ik ben de Dolle Moeder juist omdat ik mij identificeer met de Dolle Mina’s. Met een flinke portie humor mag ik graag op de barricades staan.

Een dikke honderd jaar geleden was het gevaarlijk om je een feminist te noemen. Vrouwen als Wilhelmina Drucker (waar de Dolle Mina’s naar vernoemd zijn) en Nellie van Kol streden in de eerste feministische golf voor basis rechten. Stemrecht, recht op eigen bezit….dat soort frivole dingen….

Nu, drie golven later, wordt het weer onkies geacht om jezelf als feminist neer te zetten. Je bent dan een mannen hatende feminazi die ook nog eens lelijk is, en stom, en liegt, en gewoon heel erg eng ja!

Dussss.

In Nederland hebben vrouwen het een stuk beter dan in zeg…..India, of Irak. En even eerlijk, hier hebben vrouwen inderdaad op papier dezelfde rechten als een man….oh, behalve als het gaat om tepels natuurlijk. Dan even niet.

Punt is dat er veel mensen zijn die denken dat we klaar zijn. Feminisme is niet meer nodig. Vrouwen mogen stemmen, werken, huizen bezitten en hebben recht over hun eigen lichaam….oh…wacht even….als je gaat bevallen wordt dat laatste al weer heel wat minder.

Maar! Het gaat goed hier. Het glazen plafon is stuk, toch? Vrouwen staan aan de top in Nederland…..oh, wacht even…dat staan we helemaal niet.

Toen ik een tiener was mocht ik graag uit gaan. Dansen enzo. Op een doorsnee avond werd ik een keer of wat bij mijn borsten of billen gegrepen door mensen die daar geen toestemming voor hadden. Op een doorsnee avond werd ik minstens een keer slet of hoer genoemd. Op een doorsnee avond hielp ik eigenlijk altijd wel een vriendin om van ongewenste attenties af te komen. En om het nu helemaal erg te maken…waar ik uitging was een relatief veilige, relatief vrouw vriendelijke omgeving.

Toen ik te maken kreeg met seksueel geweld en daarover probeerde te praten ben ik niet geloofd. Werd er tegen mij gezegd dat mijn kleding me net zo schuldig maakte.

Toen ik de eerste keer zwanger was is mij herhaaldelijk gevraagd hoe ik dat straks ging doen “met de baby en werk.” De vader heeft die vraag niet één keer gehad.

In een werkomgeving is mijn stem te vaak verloren gegaan terwijl een man serieus genomen is.

In de trein, in de stad, op een perron, in een horeca gelegenheid heb ik me onveilig gevoeld.

In meerdere relaties is mij verteld, door mijn partner, dat ik geen feministische lectuur moet lezen omdat ik daar zo ‘opstandig’ van wordt.

Er is mij verteld door mannelijke vrienden, aardige, weldenkende mannen, dat vrouwen in Nederland het prima hebben. Dat ik dingen verzin. Dat het allemaal onzin is. Dat zij toch immers niets verkeerd doen.

Ik ben achterna geroepen, genegeerd als ik praat, uitgescholden, aangevallen, en monddood gemaakt…omdat ik er uit zie als een vrouw.

En nu de grap…de grote clou. Ik ben echt heel doorsnee. Dit is niet uitzonderlijk, ik heb geen speciaal doelwit op mijn hoofd. Dit zijn de standaard ervaringen van een vrouw in Nederland. Dit is doodnormaal.

Maar ja…we zijn klaar hoor. Feminisme mag over zijn, we kunnen de strijdbijl begraven want vrouwen hebben gelijke rechten. Verdomme! Wat kan ik daar kwaad om worden. Dat niet eens opzettelijke, patriarchale toontje. Dat een blanke, cisgender, niet arme, gezonde hollandse vent mij eens even gaat vertellen dat mijn ervaringen er niet toe doen. Dat hij de wereld beter ziet dan ik, dat het niet bestaat want hij maakt het nooit mee.

……en dat zijn de ‘good guys’. Dat zijn geen verkeerde mannen. Ze zien het gewoon niet en zijn het niet gewend om het woord van een vrouw te geloven.

Daarom ben ik een feminist. Omdat we echt nog niet klaar zijn. Omdat het pas over is als ik, midden in de nacht, dronken en zonder shirt, op een perron kan staan en niet bang hoef te zijn.

 

 

Mijn kind wil niet opruimen!

Vroeger gaf ik zwemles. De ene dag waren de kinderen drukker dan de andere. Hoort er bij. Maar er waren ook dagen dat de kinderen over een grens gingen. Een destructieve soort drukte. Sommige collega’s konden daar flink over klagen. De term ‘rotkinderen’ viel echt wel eens. Toch zijn er ook andere onderwijzers, degenen die beseffen dat de onrust vanuit de volwassene stroomt.

Als ik zo’n groep had ging ik bij mijzelf te rade. Meestal was ik moe, of domweg geïrriteerd. De oplossing is dan om iets te gaan doen waar ik zelf ook blij van wordt. Iets geks of iets wilds. Desnoods even een paar keer zuchten en proberen te ontspannen. Hielp altijd.

Zo gaat het ook als ouder. Waar je vind dat een kind gedrag moet aanpassen, durf dan eens naar jezelf te kijken. Meestal draag jij die spanning mee. In ieder geval ligt de oplossing bij jou.

Wat kan je in jezelf veranderen om een verandering in je kind teweeg te brengen?

Dat gaat dieper dan niet willen opruimen. Het is een tactiek waar je altijd weer op terug kan vallen. Het plaatst je naast je kinderen, in plaats van tegenover elkaar.

Qua opvoeding zit ik stevig in de Continuüm Concept/Attachement Parenting hoek. Opvoeden vanuit verbinding dus.

Punt waar ik flink tegenaan loop is dat vrijwel alles wat er over geschreven is over jonge kinderen gaat. Van geboorte tot een jaartje of vier.

Het idee lijkt te zijn dat de boel dan wel mooi op de rails staat. Als je alles volgens plan hebt gedaan dan heb je een zelfstandig, meewerkend, geweldig, nooit zeurend kind en dus totaal geen behoefte meer aan opvoedhulp.

Nou, mooi dat dat bij ons dus niet zo gaat.

Mijn twee jongens zijn nu zeven en acht (ok, bijna acht en bijna negen) en het gaat niet makkelijk, zeker niet vanzelf en ze werken dus echt niet altijd mee. (Vooral als er haast is. Kinderen ruiken haast.)

Bij deze dus een praktisch stukje gericht op oudere kinderen.  En met de hele grote disclaimer dat dit de theorie is en dat ik ook wel eens het praktijkexamen verpruts (vooral in de supermarkt…op vrijdag…als het druk is en ik moe ben).

Ken je dat? Kamer een bende, overal speelgoed en een kind wat echt niet, nooit, never niet gaat opruimen.

Als je niet wil omkopen met beloning en niet wil straffen of schreeuwen, wat doe je dan? Dan kan je nog zoveel onvoorwaardelijk begrip hebben, op een gegeven moment moet dat gvrdrdddmmmde speelgoed opgeruimd want je moet naar bed! (momentje…ik tel eeeeven tot tien)

Dan ga je corrigeren. En de truc is om dat vanuit verbinding te doen. Je stuurt je boodschap als het ware over de band tussen jou en je kind. Dan ga ik ervan uit dat je jezelf al in een rustige en positieve bui hebt gedwongen. (ok, niet echt dwingen, het moet wel oprecht zijn. Maar het is soms gewoon ontzettend moeilijk)

Te zweverig? Snap ik. Nu concreet.

Van te voren

Dit is het voorwerk. Dit heb je allang gedaan. De band met je kind sterk en oprecht houden. Niet te verwarren met houden van. Je kan heel veel van iemand houden zonder een oprechte band te hebben.

Het gaat over hoe je je kind ziet. Of je een persoon ziet, iemand die voelt en denkt net als jij. Iemand die ook wel eens een slechte dag kan hebben. En dat je vervolgens rekening houdt met die informatie.

In het moment

Vanuit contact corrigeren. Liefst zo letterlijk mogelijk. Een hand op de schouder of even op schoot. “Lieverd. Ik snap dat je je speelgoed niet op wil ruimen, ik vind het ook nooit zo leuk. Maar het is belangrijk. Zo zorgen we voor onze spullen.”

Nou ja, en dat herhaal je dus eigenlijk totdat de boel een beetje opgeruimd is.

Korte versie voor haast: “Lieverd, ik snap je. Het moet toch echt nu. Ga je je speelgoed opruimen?”

Vraag het gewoon

Voordeel van oudere kinderen is dat ze actief mee kunnen denken. Vraag eens, op een rustig moment, hoe je kind aangesproken wil worden. Jij stelt de randvoorwaarden (dat het speelgoed wel opgeruimd moet) en zij vullen in. Werkt verbazend goed.

 

Uiteraard kan je de actie vervangen door bijna alles. Tanden poetsen, aankleden, wat er maar moet en niet lukt. Probeer dingen samen te doen als dat kan. Jij vind de afwas ook minder erg als er iemand helpt.

Mensen denken nog wel eens dat een opvoeding zonder straffen een opvoeding zonder corrigeren is. Dat klopt, mijns inziens, niet. Waar dat nodig is stuur je bij, in contact en met respect.

 

 

Ziektebeeld: waarom zijn we bang om ziek te zijn?

Mijn dochter is ziek.

Ja, is wel vaker gebeurt hoor. Af en toe wat gesnotter hoort erbij. Maar dit keer heeft ze kinkhoest, en wat blijkt? Dat hoor ik dus heel erg te vinden…

We zijn nu een paar dagen met het avontuur bezig dus ik kan je nog niet echt veel vertellen over het verloop. Ja, ze hoest veel, beetje een inkopper, had ik eigenlijk wel verwacht. Wat ik dan weer niet zo zag aankomen is hoeveel mensen gechoqueerd door en zelfs boos op me zijn. Want ik vind het dus niet erg dat ze kinkhoest heeft.

Nou, en dat hoort niet. Als ik de reacties zo merk hoor ik nu buiten mijzelf van angst en zorgen te zijn, naar de dokter te rennen en te vrezen voor haar leven.

Af en toe (ok, best regelmatig) kom ik van die sociale mores tegen die ik niet begrijp. Als kind had ik altijd het gevoel dat iedereen een bekend spel speelde maar ik als enige de regels niet wist. Blijkt dat wel meer mensen dat hebben en met de jaren worden de spelregels min of meer duidelijk. Maar nog steeds zijn er af en toe van die dingen. Ziek zijn bijvoorbeeld.

Kijk, mijn hobby is het ook niet. Ik kan best kleinzerig zijn af en toe. Maar ik weet dat er ten eerste altijd een reden is dat je ziek bent en ten tweede dat je eigen houding veel invloed heeft op het verloop.

Bij kinderen is er nog een interessant verschijnsel. Meestal maken ze na het doorlopen van een ziekte een sprong in hun ontwikkeling. Kunnen of begrijpen ze ineens iets nieuws. Dit idee komt uit het antroposofisch gedachtegoed. Daar ben ik het niet altijd mee eens, maar dit is iets wat ik herhaaldelijk zelf heb mogen zien.

Zowieso word na het doorlopen van een aantal kinderziektes een sterke weerstand tegen die ziekte opgebouwd. Of dat in het geval van kinkhoest tijdelijk of permanent is zijn de meningen over verdeeld, maar lang is het wel.

Komt ook nog eens bij dat er tijdens het doormaken van de ziekte een intuïtief proces start waarbij zieke en verzorger naar binnen keren, op elkaar afgestemd raken. De buitenwereld wordt tijdelijk minder belangrijk ten gunste van de band tussen twee (of meer) mensen. In ons huis gebeurt dat nu ook. Officier pappa is meer thuis, gesprekken hebben meer betekenis en beide voelen we onze dochter heel goed aan. Wel kan zo’n verdieping alleen ontstaan waar er rust is. Als je angstig bent mis je dit voordeel.

Uiteindelijk zit er natuurlijk iets diepers achter. De angst die we hebben voor ziektes is dezelfde angst die we hebben voor bevallen, en voor de dood. We hebben vaak geen echt contact meer met ons lichaam, laat staan met de geest. Geen idee meer van onze eigen kracht. Het is dan ontzettend verleidelijk om de verantwoordelijkheid buiten onszelf te zoeken. De dokter die je verteld wat er met jouw eigen lijf aan de hand is. De pillen, zalfjes en poeders die het weer beter gaan maken. Heel vreemd als je er over nadenkt. Overigens vind ik zeker dat geneeskunde nut kan hebben. Maar waar we de leiding neerleggen buiten onszelf vind ik dat we verkeerd bezig zijn.

Mijn dochter is ziek, maar ze is ook sterk. Ik weet dat er erge dingen kunnen gebeuren, maar ik weet ook dat ze niet minder gebeuren als ik angstig ben. Ik vertrouw liever in haar lijf, mijn kracht en de liefde in ons gezin.