Ja maar wat eet zo´n veganist dan?

This slideshow requires JavaScript.

Dat ik een veganist ben is oud nieuws. Ik eet en leef nu al zo’n zes jaar plantaardig. Stiekem zou ik het best leuk vinden als de rest van de wereld met me mee zou doen. Gezellig plantjes eten.

Overigens zou onze aarde, de dieren en de hongerlijdende medemens dat ook wel waarderen.

De gekte is dat vrijwel niemand graag dieren laat martelen, de aarde misbruikt of hun eigen lichaam ziek maakt. Eigenlijk hebben we bijna allemaal dezelfde waardes.

Een deel van het probleem is de vraag “Maar wat eet je dan?” En laat die vraag nu makkelijk te beantwoorden zijn. Hieronder links naar mijn favoriete producten, recepten en tips. Hierboven een diashow van heerlijk eten, allemaal plantaardig en gemaakt door verschillende veganisten.

Vleesvervangers

Eerst maar even het makkelijkste onderwerp. Wat ligt er op je bord naast de aardappels en groente? Nou, deze kipstukjes bijvoorbeeld. Of een lekkere burger. Deze schnitzel mag ik ook graag weghappen. Mijn partner, de Officier, is nogal weg van deze kroketten. Hij maakt er met dit bladerdeeg vaak broodjes van.

In een pita, met wat sla en saus, zijn deze shoarma stukjes heel geliefd. Enne, voor de bacon liefhebbers….alsjeblieft.

Oh, en een favoriet in ons huis: sudder(geen)vlees. Als kind was ik daar echt gek op. We noemden het “Val-Dood-Vlees (omdat de draadjes van het vlees omvallen als ze heel goed gaar zijn). Voor de luie vegan, koop dit, als je meer tijd hebt kan je het maken van seitan. Dat spul in een potje, de meeste supermarkten hebben het wel. Gewoon klaarmaken zoals je moeder dat vroeger deed. (Met een halve fles wijhijnnnn!)

Zuivelvervangers

Pfffff, hoeveel keus wil je? Vrijwel elke supermarkt heeft een ruime selectie aan sojamelk, rijstmelk, havermelk, amandelmelk, kokosmelk en speltmelk. Ook nog in verschillende smaakjes. Dit is mijn persoonlijke favoriet (omdat ie naar de Yokidrink smaakt die ik vroeger kreeg) en deze schijnt ook enorm lekker te zijn.

Room om mee te koken? Is er. Voor in de koffie? Is er ook. Voor op je toetje? Ook geen probleem.

“Ok, tot nu toe vind ik het wel prima. Maar ik kan echt niet zonder kaas hoor. Echt niet.”

Oh hoi, ben jij er ook weer, denkbeeldige helft van een conversatie. Leuk.

Kaas is voor de meeste mensen het moeilijkst om op te geven. Heb ik toch even goed nieuws voor je: plantaardige kaas in verschillende smaken en vormen! En mocht je deze variant niet lekker vinden, er zijn er nog veel meer. Voor de luxe poppetjes, kijk eens hier.

Yoghurt voor het ontbijt, met smaakje als je wilt. Vla als toetje. Dit is de favoriet van mijn kinderen.

Ben ik iets vergeten? Oh ja, op brood smeer je bijvoorbeeld dit, of deze, die smaakt echt naar roomboter.

Ook handig

Het bladerdeeg, de croissants en de pizza van Tante Fanny. Deze mayonaise, deze koeken en gistvlokken om oooooveral overheen te strooien (geeft een lekkere, hartige smaak).

Recepten

“Dat klinkt allemaal wel leuk hoor, maar hoe moet je dat dan klaarmaken? Ik wil gewoon mijn boerenkool!”

Nou, dan kijk je hier.

Nog een paar recepten? Deze heb ik allemaal wel eens gemaakt en ik vond ze geweldig! Uiteraard is er nog heel, heel veel meer te vinden, maar dit zijn mijn favorieten:

Soep vooraf, lekker makkelijk. Dan kan je deze Cottage pie maken, of, als je je uit wil sloven, deze rollade (ok, deze heb ik niet zelf gemaakt, de Officier deed het. Maar ik heb hem wel echt zelf opgegeten.)

Als toetje kan je cupcakes maken, of een appel-walnoot cake. (Of gewoon allebei, ik oordeel niet). En dan als klap op de vuurpijl serveer je sterke koffie met een zelf gemaakt kaasje.

Ja, of je zit gewoon op de bank, in je pyjama en dipt dit helemaal in je eentje op. (schuldig!)

Winkels

“Ja maar waar haal je al dat spul dan? Ik heb geen vegan winkel in de straat hoor.”

Nou gewoon, bij de supermarkt. Ik winkel bij de Jumbo, dus de meeste dingen die ik aanraad vind je daar. Ekoplaza heeft ook leuke dingen. Maar je kan ook vanuit je luie stoel bestellen.

Hier bijvoorbeeld, of hier, en hier, oh en hier ook.

 

Conclusie

Kijk, ik snap best dat je zojuist niet al die linkjes uitgebreid hebt bestudeert. Maar ik hoop dat je een idee krijgt hoe makkelijk het is om plantaardig te eten.

De eerste keer boodschappen doen is wel even lastig, maar als een moeder die, iets te regelmatig, op vrijdagmiddag, op het laatste moment, met drie wilde kinderen, in de supermarkt nog even een maaltijd bij elkaar verzint…….het went echt best snel.

 

 

 

Kindertaal

centjes

Ik doe meestal mijn best om niet al te veroordelend in het leven te staan. Je kent het verhaal van een ander niet en je weet niet waarom ze iets doen.

Toch heb ik wel een paar pet peeves waar ik zo nu en dan stiekem best fijn over kan oordelen. Te oude kinderen in een buggy is er daar èèn van, maar niet  waar ik het nu over wil hebben.

Laatst gebeurde het weer. Ik was met mijn dochter op stap, zo’n plek waar kinderen kunnen spelen en ouders thee en koffie kunnen drinken. Toen hoorde ik het: “mamma moet nog even centjes betalen.”

Uuuuuggghhhh, aaaarrrrrr, bahbahbahbah. Nagels over een schoolbord voor mij.

Het kind waar tegen gesproken wordt was ergens tussen de twee en basisschool leeftijd. De moeder ergens middelbare leeftijd, geen idee of dat relevant is. Wat die moeder deed is iets wat we allemaal wel kennen, waar we ons misschien allemaal wel eens schuldig aan maken en iets waar ik een grondige hekel aan heb.

Kindertaal.

Het idee dat je je woorden en zinsstructuur moet  versimpelen anders snapt je kind je niet. Heb je al door dat ik het daar niet mee eens ben?

Even iets anders. Toen Lilly een maand of tien oud was vroeg ik haar eens of ze de prullenbak dicht kon doen. Ze had hem immers zelf open gedaan. Dat vroeg ik op dezelfde manier waarop ik het aan een volwassene zou vragen. Gewoon, met de woorden “wil” en “je” en “de prullenbak” en “dichtdoen”.

En wat denk je, ze draait zich om en doet de prullenbak dicht.

Vandaag was ik met diezelfde dochter en een leeftijdsgenootje van haar op stap. Wat mij opviel is dat dat leeftijdsgenootje echt wel beter praat dan mijn dochter. Vind ik niet verrassend en ook niet erg. Al mijn kinderen praten wat langzaam in het begin. Om maar even aan te geven dat mijn dochter echt geen taalkundig wonder is.

Punt van dit verhaal is dat kleine kinderen vaak veel meer taal begrijpen dan ze kunnen vertellen. Het irriteert me eigenlijk behoorlijk als die kinderen dan zo simpel benaderd worden. Alsof ze dom zijn.

En ik snap ook echt wel dat die moeder van de centjes het niet verkeerd bedoelt. Vast een heel lief mens. Die haar dochter hartstikke slim vind. Punt is dat wij als volledige samenleving kinderen als minder zien, niet gelijkwaardig aan volwassenen. Dat merk je dus onder andere in de manier waarop we tegen ze praten. Ooit de gelijkenissen opgemerkt in hoe we tegen dieren praten?

Even voor de volledigheid. Ik ben er ook wel eens schuldig aan hè. Het zit nu eenmaal diep in onze gebruiken verankerd.

Er zijn culturen waar kinderen anders worden gezien. Niet als klein, kwetsbaar en onaf, maar als sterke en emotioneel volwaardige leden van de groep. Die mensen praten eigenlijk heel normaal met hun kinderen. Nu kon ik geen onderzoek of bron vinden, maar ik heb zo het sterke vermoeden dat die kinderen qua taal veel beter leren dan de onze.

Daarbij gaat het mij niet eens om hoe snel taal geleerd wordt. Punt is dat je met die tutteltaal nogal een boodschap meegeeft. Je zegt het kind eigenlijk dat ze minder is, niet hetzelfde als de mensen tegen wie je wel normaal praat. Nog een punt is dat als je zo’n boodschap vaak genoeg herhaalt, een ander dat gaat geloven. (Dat is precies hoe reclame werkt).

Ik doe bewust moeite om normaal tegen mijn kinderen te praten. Dat lukt best aardig en ze praten toch wel heel leuk terug.

Laatste, kleine, zijspoor.  Ik zie overigens wel verschil tussen familiewoorden en kindertaal. Zo noemt Lilly Sesamstraat (waar ze gek op is) nu “JaJa” en dat nemen wij over. Hartstikke schattig natuurlijk.

Verschil is dat het hier vanuit het kind komt. Het is geen boodschap die ik haar opleg, ik ga mee in haar wereld. Klein verschil, groot effect.

Maar goed, nu moet ik even mijn kop thee betalen, met mijn pinpas, niet met centjes.

Een uitweg uit depressie

1656190_240584312793866_2073644896_n

Ergens rond het jaar 2010 ben ik depressief geweest. En omdat ik nooit iets half doe was ik dan ook maar meteen echt kneiterdepressief. Om even aan te geven; ik was er van overtuigd dat ik nog een half jaar te leven had en dat vond ik eigenlijk wel een opluchting. Als moeder van (toen nog) twee jonge kinderen ben je dan echt heel ver weg.

2010 Is een hele tijd geleden. Het is een tijdje heel goed met me gegaan, maar het gaat de laatste tijd een stuk minder. In het kader van eerlijkheid…ik heb dus nu een burn out.

Geen paniek, ik ben ok. Gek genoeg brengt de depressie van ooit dit in perspectief. Hoe klote ik me nu ook voel, het is niet zo erg als toen en dat heb ik ook overleefd.

Toch denk ik de laatste tijd veel na over 2010 en de tijd daarna. Ik ben er uit gekomen, maar hoe ook al weer? En gaan die trucjes me nu ook helpen?

In dit stuk wil ik de uitgang die ik vond met jullie delen. Misschien vooral voor mijzelf, misschien ook wel omdat ik weet dat er nog mensen rondlopen in het donker.  Punt is alleen, dit was mijn uitgang, mijn genezing. Die van jou kan er heel anders uitzien. Maar jouw verhaal kan ik niet vertellen, het mijne wel.

Hulp

Ik zocht hulp. De professionele soort. Het ellendige van depressief zijn is dat een geliefde je niet kan helpen. Het is teveel en depressies zijn ook nog eens besmettelijk.

Hulp zoeken was niet makkelijk. Het was zelfs gevaarlijk moeilijk. Ik kwam op wachtlijsten, werd afgewezen en kwam in eerste instantie bij een behandelaar die totaal niet geschikt voor mij was. Ik zal nooit snappen waarom we zo omgaan met mensen die doodziek zijn. Kan je je voorstellen dat je met kanker niet terecht kan bij een ziekenhuis?

Medicatie

Toen ik eenmaal een goede behandelaar had gevonden werd ik aan de antidepressiva gezet. Dat was niet leuk en niet makkelijk, maar voor mij wel nodig. Het is niet voor iedereen en de bijwerkingen zijn echt flink klote, maar die rotpillen hebben me wel gered.

Komt wel een heel venijnig puntje bij kijken. Het duurt gemiddeld vier weken voordat antidepressiva gaan werken…en in die weken wordt de depressie vaak erger.

….het was erg….het was echt heel erg….

Mijn moeder maakte met mijn vrienden een rooster zodat ik nooit alleen was. Zo erg was het.

Tot op een dag het licht aanging. Ineens, zomaar. Ik stond op en was ok. Nou ja, een soort van ok. Je goed voelen van pillen is niet echt goed, het is een suikerspin. Lekker, zoet, maar chemisch en nep en niet fijn voor elke dag. Maar alles, alles was beter dan in het donker zitten.

Ik kon een therapie sessie doorkomen zonder de hele tijd te huilen. Ik voelde me niet meer zo vreselijk dood van binnen. Ik was er weer.

Toch is dit niet de uitweg waar ik het over had. Die is veel langer, duurde jaren, en had niets te maken met pillen. De antidepressiva waren pijnstillers waardoor ik kon functioneren. Maar daar onder was nog steeds de duisternis.

Het grote gevaar van de huidige behandelingen is dat ze vaak hier stoppen. Pilletje er in en het poppetje loopt weer. Dat is niet ok, je bent er nog niet, nog lang niet.

Hardlopen

Ik ging hardlopen. Buiten, alleen. Kleine stukjes eerst. Op het strand want dat was vlakbij werk toen.

Voelen dat ik beter werd, langer kon rennen, was enorm helend. Een lichamelijke metafoor voor het helen van mijn geest.

Ik kocht echte hardloopschoenen en merkte hoe belangrijk die zijn. Ik maakte voor het eerst een runners high mee. Liep ik daar, in de herfst, in een bos, armen wijd, voor het eerst sinds heel lang echt gelukkig.

Door het hardlopen kon ik stoppen met de medicatie, wat wel heel fijn was. Een van de bijwerkingen is het vermogen verliezen om een orgasme te hebben. Dat was…frustrerend…om het zachtjes te zeggen.

Jarenlang heb ik drie a vier keer per week een flink stuk gehobbeld. Niet dat ik er goed in ben hoor. Daar gaat het ook niet om. Aan mijn kinderen heb ik altijd verteld dat ik een wedstrijd loop niet met anderen, maar met mijzelf. Dat ik win als ik het volhoud, of zelfs beter doe dan de vorige keer.

Zonnebank

Ja echt…zonnebank. Fantaseer even met me mee: je ligt, in een prachtig schone omgeving, met fijne muziek, ongeveer 20 minuten niets te doen terwijl je lijf een enorme boost vitamine D aanmaakt. Oh, en je krijgt achteraf complimenten. Het werkt.

Ik bedoel, je moet niet elke dag gaan, het zijn de jaren 90 niet meer. Maar een paar keer per maand is wel heel fijn.

 

Tijd

Therapie, pillen, rennen en een hoogtezon hebben heel, heel veel verschil gemaakt. Toch heb ik nog jaren rond gelopen met het plan om niet verder te leven dan 65. Ik was niet meer zo vreselijk ongelukkig, maar doodgaan leek me toch een heerlijke opluchting. Het was mijn pensioenplan, zeg maar. Dan zijn de kinderen groot en mag ik eindelijk voor mijzelf kiezen.

Ik kan je niet precies zeggen wanneer dat plan is verdwenen. Na een jaar of drie, vier, was het weg.

De huidige geestelijke gezondheidszorg lijkt heel erg gefocust op de korte termijn. Je hebt een probleem, krijgt een diagnose en met hoogstens een sessie of 12 wordt je geacht weer beter te zijn.

Zo werkt het niet. In ieder geval niet voor mij. De weg terug was lang, jarenlang. Ik weet nog dat ik tijdens het dieptepunt echt alle hoop, zelfs alle wil, om beter te worden kwijt was. Ik hield vol, met de vreemde, cynische, gedachte dat aangezien iedereen zei dat het beter zou gaan, het wel lullig was als ik zou opgeven en dan zou blijken dat ze gelijk hadden. (Geen idee hoe dat dan had moeten blijken hoor, maar goed, logica is geen onderdeel van een depressie)

Als je dit leest, en als je er nog middenin zit. Hou vol. Je hoeft het niet te geloven, je hoeft het niet eens te willen. Hou gewoon toch maar vol. Gewoon omdat.

De foto bovenaan dit stuk heb ik geschoten tijdens mijn depressie. Een visuele uitwerking van hoe ik me voelde op dat moment. Ik verdween.

Erectie angst!

erectie_1

Toen ik een tiener was sliep ik eens met een jongen in een bed. Ik had geen relatie met hem, we hadden geen seks, we sliepen gewoon samen in een bed omdat er na een feestje niet genoeg bedden waren.

Hij vroeg of het ok was dat hij zijn broek uit deed. Vond ik best normaal, een spijkerbroek slaapt niet heel lekker. Verlegen legde hij uit dat ik dan wel eens zijn erectie kon voelen. Op dat moment leerde ik twee dingen: 1, ik heb geen enkel probleem met erecties en 2, mannen krijgen schijnbaar de boodschap dat ze dat wel moeten hebben.

Jaren later werd ik naturist. Heerlijk, die vrijheid. Maar toch zijn er veel regels. Mijn vriend van toen was in die cultuur opgegroeid en vertelde me hoe het moest. Onder andere dat mannen daar geen zichtbare erectie mogen hebben. Hij had een hoop trucjes om dat te vermijden.

Mannen mogen geen erectie hebben. Of nee, mannen behoren complete controle te hebben over hun erectie. De penis behoort te presteren tijdens de seks, maar rustig te blijven in beschaafd gezelschap. En als je dat niet lukt ben je een perverseling.

Ik ben, in ieder geval wat mijn lichaam betreft, een vrouw. Ik heb geen penis en weet niet hoe het voelt als ie stijf wordt. Ik weet wel dat mannen om allerlei redenen een erectie kunnen krijgen. Opwinding, hitte, volle blaas, spanning of gewoon zomaar. Het betekend eigenlijk niet echt iets. Toch worden ze er hard op afgerekend. Jongens wordt verteld dat ze zich moeten schamen.

Een oud klasgenoot vertelde me ooit wat het betekend als een jongen in de klas zijn trui op een bepaalde manier naar beneden trekt. Dat het daarom handig is om een trui met zakken te dragen. Uit aangeleerde schaamte voor hun erectie moeten ze dus hun kleding aanpassen. Goh…dat doet me denken aan meisjes die worden verteld dat hun borsten te groot zijn om een v hals te dragen….hoe boos worden we daarover als dat weer eens in het nieuws is? (En terecht trouwens.)

Uiteraard zijn er mannen die ongepaste dingen met hun erectie doen. Die hem laten zien of er aan zitten waar dat niet hoort. Dat is niet ok. Maar dat is ook echt iets heel anders dan een man die toevallig een bobbel in zijn broek heeft.

Meer dan dat is het niet hè, een bobbel. Gewoon een tijdelijke ronding in een broek. Waarom moeten mannen zich daarvoor schamen? Waarom wordt elke stijve gelijk gesteld aan een potloodventer?

Als we af willen van toxic masculinity moeten stoppen met schaamte aanleren voor een lichaamsdeel. Als we willen dat mannen hun penis niet meer als wapen zien, moeten wij stoppen met hem zo behandelen.

Kan je je een wereld voorstellen waarin mannen een gezonde, zelfs liefdevolle, band hebben met hun pik? Lijkt mij geweldig! Maar dan moeten we dus echt stoppen met schaamte aanleren, met eisen dat jongens hun erectie kunnen domineren.

Wat mij betreft is het hoog tijd dat Willie eens bevrijd wordt. Het is namelijk best een heel leuk ding hoor, zo’n pielemuis.

 

Nawoord:

Als beeld voor dit stuk had ik het plan om de foto’s van mijn blog over vagina’s te hercreëren, maar dan met een penis natuurlijk. 

De foto’s eenmaal op mijn laptop zag ik een probleem. Gevoelsmatig klopt het niet om een foto van een erectie te plaatsen. 

Uiteindelijk ben ik er niet helemaal uit waarom niet. Het voelt te agressief. Mijn theorie is dat een penis nog te vaak als letterlijk of metaforisch wapen gebruikt wordt. Dus zit ik nu toch ook met een  restrictie en dat vind ik niet leuk. 

Wat vinden jullie? Had ik de foto kunnen plaatsen denk je? Wat had je er van gevonden als je onder aan dit stuk geconfronteerd werd met een erecte penis? En als ik bovenaan een waarschuwing geplaatst had? Maakt dat het anders?