Perfect opvoeden

perfect

Die moeder van mij hè, die zei laatst iets slims. Doet ze ook zo af en toe, niet te vaak. (grapje mam, hou van je).

Je hoeft het niet perfect te doen, je moet het gewoon niet verkloten.

Sowieso een pracht zin. Toepasbaar op vrijwel alles, maar in context nog veel mooier. We waren namelijk aan het praten over het opvoeden van kinderen. Of nee, nu moet ik eerlijk zijn, we waren aan het praten over hoe ik mijn kinderen opvoed.

Mijn moeder is mijn grootste fan, van haar heb ik heel veel van mijn denkbeelden geleerd. Maar laatst had ze een klein puntje kritiek op me wat heel diep binnen kwam. Ze zei dat ik de lat zo ontzettend hoog leg, dat ik zo fel kan zijn in mijn wens het perfect te doen. Dat dat dus niet altijd nodig is. En verdomt, ze heeft gelijk.

Het is iets wat ik ook vaak om me heen zie. Moeders die zichzelf veel kwalijk nemen, eindeloos twijfelen over de kleinste dingen. Doen we Rapley of de Kleintjes methode? Attachement parenting of Onvoorwaardelijk Ouderschap? Keuzes die heel dicht bij elkaar liggen, en eigenlijk allemaal wel goed zijn. Maar zo voelt dat soms niet. Het nadeel van goed ingelezen zijn is de keuzestress. Het idee dat de verkeerde beslissing tot een volledig ontaard kind leidt.

Hier maak ik mij zelf ook schuldig aan (vandaar de liefdevolle vermaning van mijn OG moeder). Met name naar mijn twee oudere jongens kan ik me flink schuldig voelen. Ik ben het niet meer altijd eens met de keuzes die ik maakte toen ze klein waren. Soms betrap ik me er op dat ik hun persoonlijkheid zit uit te pluizen om te herleiden welke ‘fouten’ komen door de ‘fouten’ die ik toen maakte…….ja…niet echt het meest gezonde gedrag.

Dus bij deze nogmaals, voor mij en voor jou (say it with me!):

Je hoeft het niet perfect te doen, je moet het gewoon niet verkloten.

Kinderen zijn heel flexibel. Uit behoorlijk slechte omstandigheden komen toch liefdevolle, prachtige mensen tevoorschijn. De geest past zich aan.

Ja, ik blijf mijn best doen. Ik wil ze de beste kansen geven, ik wil leren en vertellen. Maar ik moet ook onthouden dat het ok is. Ik ben best goed bezig, ik heb drie geweldige kinderen die het prima doen. Zolang ik oprecht van ze hou, en geen rare dingen doe, komt het wel goed met ze.

Bij deze mijn voornemen: af en toe laat ik die stomme lat gewoon lekker voor wat ie is en drink ik een kopje thee, op de bank, met drie kinderen om me heen. En als ze geluk hebben lees ik ook nog wat voor ook.

 

 

 

Consternatie!

vaderVoor vrijwel alle ouders de bekende afspraak. Het consultatieburo. Binnenkomen, kind uitkleden, wegen, meten en even wachten. Op de arts of de verpleegkundige. Die jou en jouw kind eens even lekker gaat beoordelen.

Vroeger was dat niet zo. Heel vroeger leefden we in stamverband. Tot de industriële revolutie was het helemaal niet nodig dat een  vreemde arts een nog veel vreemder oordeel uitsprak over je kind. Toen had je je eigen moeder dichtbij, en je tante, je oudere zus en de wijze vrouw verderop aan het pad. Je had een stam.

Die stam was heel belangrijk. Van generatie op generatie werd zo de kennis doorgegeven hoe we onze kinderen veilig en gezond houden. Jonge ouders werden zo opgevangen door de meer ervaren leden.

Tja, toen moest het leven anders. Het hoeksteen gezin werd uitgevonden. Pappa, mamma en twee blakende kinderen, anders niets. Oma mocht best op bezoek, maar niet te vaak en bemoeien werd niet op prijs gesteld.

Op het altaar van de stad, de fabrieken en het gemak hebben we onze oude kennis opgeofferd. Daar kan ik behoorlijk droevig over worden. In een paar generaties hebben we uitgeveegd wat we in duizenden jaren hebben verzameld.

Zo bleef de moeder alleen achter. Zonder kennis, ervaring of hulp. En aldus werd het consultatieburo geboren. Een prachtig idee eigenlijk. In het begin alleen toegankelijk voor de sociaal zwakkeren, maar al snel een hulp voor alle lagen van de bevolking.

In theorie zou het consultatieburo de verdwenen stam deels kunnen vervangen. Een plek waar ouders advies krijgen en elkaar kunnen ontmoeten. Waar praktische hulp te vinden valt en waar de kinderen gezien worden.

Beetje jammer dat het in de praktijk vaak heel anders gaat…

Een constante wisseling van gezichten, slechte opleiding, weerstand tegen nieuwe inzichten en het niet volgen van de eigen richtlijn maakt het geheel een nogal vervelende ervaring voor de meeste ouders. Of je goede raad krijgt hangt erg af van wie er tegenover je zit, en aangezien dat nogal….flexibel is, weet je nooit wat je kan verwachten. Het is niet ongewoon om bij twee opeenvolgende afspraken tegengesteld advies te krijgen.

En zo is het consultatieburo van prachtig idee verworden tot een in mijn ogen zelfs gevaarlijke instantie.  Ik vraag me zelfs ernstig af of het hele concept wel te redden valt.

Het probleem is dat we verliefd zijn geworden op protocollen.

De groep werd steeds groter, de leiding steeds centraler, en dus moeten er dingen vastgelegd worden. Dan ga je een protocol schrijven.  Dat zijn mooie dingen, die protocollen. Voor fabrieken, voor productie en voor de wetenschap. Maar niet voor mensen!

Protocollair gestuurde zorg gaat over de groep. Er wordt een gemiddelde genomen en dat wordt toegepast op iedereen. Gemiddeld genomen hebben we 8 uur slaap nodig, 2000 of 2500 calorieën per dag, lusten we pannekoeken, is koffie niet goed voor je en drink je 6 glazen water.  Toch durf ik te wedden dat minstens èèn van die adviezen voor jou niet werkt.

Komt er nog bij dat een deel van de protocollen van het consultatieburo nogal…..zal ik heel politiek zeggen dat ze discutabel zijn? Zo adviseren ze tegen bed sharing (en daar heb ik een mening over) en vinden ze 4 maanden oud genoeg voor bijvoeding (WHO en UNICEF denken daar toch echt anders over).

Maar gelukkig houden niet alle medewerkers zich aan de richtlijn….nee, er wordt vaak genoeg ‘advies op maat gegeven’…. (voel je het sarcasme? Ik wel namelijk). Leuke opmerkingen als “de borstvoeding bevat nu niet meer genoeg ijzer/voedingsstoffen/calorieën/magisch poeder waardoor elk kind hetzelfde groeit.” en “Het is nu tijd om je kind s’nachts te laten huilen, anders ben je niet sterk genoeg.” leveren ellende op maat. Bah!

En mag ik even, gewoon heel even, uit mijn panty springen over die groeicurve? Die ellendige, kl*te groeicurve! Dat ze dat ding toch vandaag nog uit het raam flikkeren! (Ja ziet u, ik ga soms een beetje schelden als me iets aan het hart gaat. En dit gaat me aan het hart)

Ok, uitleg. Er bestaat een gevaar aan het meten en wegen van kinderen. Aan het doen van tests überhaupt. Het gevaar is namelijk dat je een uitslag krijgt en dat je daar dan iets mee moet.

In een ideale wereld zou die kutcurve een hulpmiddel zijn, iets wat op de achtergrond aanwezig is en wat we vooral gebruiken op het moment dat het fout gaat.

In de praktijk staren artsen meer naar de lijntjes dan naar het kind zelf. Maar dan echt! Dat er daar een blije moeder met een lachend en vrolijk kind heerlijk onbezorgd binnenkomen, om totaal bezorgt weg te gaan omdat “het lijntje afbuigt”. Dat is toch onzin! Waar was er ooit een moeder die dacht dat haar kind totaal gezond was en het mis had? Dat bestaat niet!

Het grote gevaar van al die cijfers en testjes en lijntjes en metingen is dat ouders wordt geleerd dat ze niet op hun instincten kunnen vertrouwen. En dat vind ik dus heel gevaarlijk.

We moeten terug. Terug naar de stam. Terug naar verbinding. Naar een plek waar we voor elkaar zorgen en kennis van generatie op generatie overdragen. En wat mij betreft is daar best een plek voor de wijkverpleegkundige, voor een gebouw waar we komen en praten en vooral, luisteren. Maar niet zoals het nu gaat en al helemaal niet met dat groeiboekje.

 

Tepels

_dsc0015

Recentelijk weer het verhaal gehoord van een moeder die ergens is weggestuurd omdat ze haar kind wou voeden. Nou vind ik dat voeden overal moet kunnen waar moeder en kind mogen zijn, maar deze vrouw zat snotverdulleme in een strandtent! Waar mannen topless binnen kunnen sjouwen, maar gutegutegut, er zal eens een vrouwentepel te zien zijn. Oh wacht, zelfs dat kan wel. Op het strand zelf wordt ook nu nog wel eens door vrouwen met de borsten bloot gelegen. Dus een zonnende borst zien tijdens het eten van dure patat kan wel, maar een voedende borst mag niet?

Zullen we het beestje gewoon eens bij de naam noemen? We draaien hier al heel lang omheen hè?

Dit is gewoon discriminatie. Ja, echt. Kijk, dit is wat het college van de rechten van de mens als definitie geeft:

Discriminatie is het ongelijk behandelen, achterstellen of uitsluiten van mensen op basis van (persoonlijke) kenmerken. Er kan bijvoorbeeld onderscheid worden gemaakt op afkomst, sekse, huidskleur, seksuele voorkeur, leeftijd, religie, handicap of chronische ziekte.

Nou, even analyseren: iemand wegsturen terwijl anderen mogen blijven zitten is uitsluiten. De moeder in het voorbeeld werd uitgesloten van het deelnemen aan een maaltijd. Het onderscheid werd gemaakt op sekse. Mannentepels worden gewoon getolereerd.

Discriminatie dus, en dat mag niet.

Blootlopen overigens ook niet hoor, en na wat gestoei met het Nederlands wetboek kom ik er niet goed uit of topless nu onder bloot valt. In de praktijk lijkt dat voor vrouwen wel te gelden en voor mannen niet. Probeer als volwassen vrouw maar eens in alleen een heren zwembroek een zwembad binnen te komen……

En mag ik dan nog even iets uitleggen over het mechanisme van borstvoeden? Want ik heb het idee dat dat niet altijd begrepen wordt. Ok, gaan we.

Doe je shirt uit en bekijk je tepel. De melk komt uit te bovenkant, uit dat hele korte brandslangetje zeg maar. Ga nu eens naar de spiegel en vind je mond. Doe maar open. Kijk daar gaat melk in. Oftewel: de mond van de baby gaat over de tepel heen! Savvie?

Nou heb ik een hekel aan het concept ‘discreet voeden’. Daar gaan we later wel eens op in. Maar ik wil het verschil even benadrukken:

Een mannentepel, volledig onbedekt en trots rondparaderend, is helemaal prima.

Een vrouwentepel, met een baby er omheen, is op de een of andere manier zo walgelijk dat andere mensen er tegen beschermd moeten worden!

Ik ben daar zo klaar mee! Zo gruwelijk klaar mee! Die onzinnige patriarchale onderdrukking van het vrouwenlichaam! Moet je bij mij echt niet mee aankomen. Klote tepel politie!

Het is discriminatie, en het moet nu maar eens over zijn. De Calvijnse onzin waarbij willekeurige delen van een lichaam als eng worden gezien is oud, stoffig, gedaan en heel, heel schadelijk.

Maar ja, wat doen we er aan?

Om te beginnen hoop ik dat voedende vrouwen zich niet meer laten wegsturen. Maar dat is nog niet zo makkelijk. Jaren geleden gebeurde het mij ook. In het moment ben je zo verbouwereerd….

Ook hier hebben we ons dorp nodig. Zie je ooit een vrouw die lastiggevallen wordt, sta dan op! Maak geluid! Sta haar bij!

Net als met alle pestkoppen houdt het pas op als we er samen voor gaan staan.

_dsc0021

De juf woont op school.

_dsc0091

Kleine kinderen denken altijd dat de juf (of meester) op school woont. Ik ben een juf geweest en het is ontzettend vreemd voor een kind van een jaar of vier om je dan in de supermarkt tegen te komen. Ze kunnen je niet plaatsen. De juf hoort op school, of in het zwembad (ik was badjuf.)

Bovenstaande heeft niets te maken met waar ik over wil schrijven, maar in mijn vreemde hoofd hoort het bij elkaar. Misschien vinden we nog een verband.

Waar ik dan wel weer over wil praten is de obsessie die we hebben met lesgeven. Het idee dat een kind niets leert tenzij we ze daartoe dwingen. Op een school, door een juf, of een meester.

Terwijl datzelfde kind de eerste vier jaar overvloedig bewijs heeft gegeven zelfstandig te kunnen leren. Draaien, kruipen, lopen, rennen, klimmen, springen, minstens één taal en een groot assortiment feiten over de wereld worden zonder lessen, boeken, lokalen of rapporten eigen gemaakt. Zijn lezen, schrijven en wiskunde zulke andere vaardigheden?

Meer en meer denk ik dus van niet. Na een kind bijna zien breken door het schoolsysteem ben ik me eens goed gaan inlezen. Hoe is het ontstaan? Waarom? En heeft het nog wel bestaansrecht?

Een paar goede boeken en heel, heel veel artikelen later is mijn antwoord nee. Nee, ons huidige schoolsysteem heeft geen bestaansrecht meer. Het is een zichzelf in stand houdende instantie die zijn doel volledig voorbij streeft.

Zie het zo. Je bent juf, of meester. Je staat daar voor een klas en daar wordt je voor betaald. Uiteraard vind je dat je dus ook iets moet doen voor je geld. Dus doe je dat. Opdrachten en leerstof en oh zo leuke leerzame spelletjes worden bedacht. Dat moet natuurlijk wel bijgehouden dus men verzint testen, rapporten en voortgangsgesprekken.

Als dan blijkt dat met al die moeite de resultaten niet naar wens zijn doe je meer. Meer opdrachten, meer leerstof, langer in de kring. Duwen en trekken en praten en schrijven. Meer en meer en meer en meer. Een ellendige draaimolen waar je niet van af kan stappen.

Maar wat als je dat nu toch deed, dat afstappen? Wat als je zou vertrouwen. Gewoon vertrouwen dat een kind, een mens, leren kan. Dat we niets meer nodig hebben dan een rijke omgeving. Boeken, papier, bouwmateriaal, inspiratie. Wat zou er gebeuren als we geloven dat elk kind, op een geheel eigen en unieke manier, vanzelf leert lezen, schrijven, optellen, delen?

Tja. Wat moet je dan als juf. Waarom ben je dan nog meester? Hoe moet je je bestaansrecht dan verklaren en wat moet je met al die leuke leerbladen?

Uiteraard is dit allemaal al eens uitgeprobeerd. Wat blijkt? Kinderen leren heel prima zelf.

Er zijn, verspreid over de wereld, een aantal scholen waar er geen les wordt gegeven, maar wel wordt geleerd. Er zijn, ook verspreid over de wereld, gezinnen waar aan Unschooling gedaan wordt. Deze kinderen gaan niet naar school maar leren op een natuurlijke manier binnen het gezin. En wat blijkt? Kinderen uit beide categorieën komen prima terecht. Ze leren vanzelf en worden prima volwassen leden van onze maatschappij. Vaak erg zelfstandig, niet heel volgzaam, maar wel heel gemotiveerd.

Kinderen zijn van nature nieuwsgierig. Ze willen leren, ze willen alles weten soms tot vermoeidheid van de ouders. Maar iedereen leert op een eigen manier en in een eigen tempo. Op een school wordt meestal geen gehoor gegeven aan dat eigen tempo. Er wordt van te voren bepaald wanneer, op welke manier en hoeveel de lesstof aangeboden wordt. Het kind wat daarvan afwijkt functioneert niet. En als je maar vaak genoeg te horen krijgt dat je het niet kan, hoe lief dat ook gezegd wordt, ja, dan ga je dat best geloven.

Ik heb zo’n kind. Een geweldig, leergierig, slim, sociaal kind maar anders-dan-anders kind. Samen spenderen we uren met het uitzoeken hoe de wereld werkt. Hij houdt van machines, kristallen en filosofie. We hebben diepe gesprekken. Maar zijn eerste school snapte hem niet en kon hem geen lesgeven. Nu zit hij op een betere school en het gaat al wat vooruit. Maar het blijft een compromis, hoe erg hij en zijn juffen ook hun best doen. Helaas kan een kind in Nederland, als het eenmaal aan een school is begonnen, geen vrijstelling meer krijgen. (Dat is kort door de bocht, maar daar komt het voor ons op neer)

De juf woont op school omdat school voor een kind niets te maken heeft met de echte wereld. In de supermarkt is een kind druk bezig met leren, op school wordt gereproduceerd.