Over mannen die mijn clitoris ontdekken.

Vrouwenlijven! Anders dan een mannenlijf en dus eng en onbekend. Ik kan er elke keer weer nijdig over worden als de een of andere wetenschapper iets ‘ontdekt’ aan een vrouwenlijf. De clitoris, g spot en het vermogen om te ejaculeren (squirten dus) worden bij tijd en wijle gevonden en weer verloren door het patriarchisch bastion der wetenschap.

Verder hadden ze het ook gewoon aan een paar vrouwen kunnen vragen hoor. Maar ja, wie zijn wij nu helemaal? Slechts het lijdend voorwerp in de ontdekkingstocht van de man. Bah!

De clitoris.

Dat ie er is daar zijn we het nu eindelijk wel over eens. Vroeger was dat wel anders. De clit is herhaaldelijk ‘gevonden’ door een verbijsterde man (wat zit daar nou?) om vervolgens toch maar weer uitgewist te worden. Zelfs in hedendaagse anatomische tekeningen is dit orgaan niet altijd aanwezig of correct afgebeeld.

Pas in 1998 (!) beschreef Helen O’Connel het volledige orgaan. 1998 mensen! Dat is maar twintig jaar geleden. Er zijn nog te veel mensen die denken dat een clit een klein knopje is. De technologie om te kijken was er al decennia, als je ontleden erbij trekt zelfs al eeuwen, maar de wil en de interesse was er gewoon niet.

Oh, en dan het leukste. Nadat dus bleek dat de clitoris eigenlijk best wel op het mannelijk orgaan lijkt, willen sommige mensen het de “vrouwelijke penis” noemen. Want een onderdeel van een kut moet natuurlijk naar een mannenlijf vernoemd worden! Stelletje idioten! Het is een clitoris, die hoort bij een vagina, een vulva. Het is kutverdomme geen mislukte penis! Ja!

(Ennnnnn hier ga ik even een kopje thee drinken)

De g spot.

Tot op de dag van vandaag wordt het bestaan ervan ontkend. Ik vind dat echt belachelijk. Laten we wel wezen, er zijn vrouwen die niets met dat plekje hebben. Er zijn ook zat vrouwen die niet klaar komen door penetratie. Daar is niets mis mee. Er zijn ook zat mannen die niet klaarkomen door prostaat stimulatie, die vinden we ook niet defect.

Maar om nu te beweren dat de g spot niet bestaat en het vaginaal orgasme een mythe is!? Dat irriteert me mateloos. Alsof je beweert dat de neus niet bestaat omdat sommige mensen geen reukvermogen hebben.

Ik heb een g spot, kan haar zo aanwijzen. Als ze genoeg aandacht krijgt volgt een orgasme. Me dunkt dat dat bewijs genoeg is. Het is niet nodig om in een laboratorium het bestaan van een lichaamsdeel aan te tonen, het volstaat om een aantal vrouwen te vragen of ze het hebben.

Dat er daarna misschien eens een studie naar gedaan wordt is prima, maar het bestaansrecht van de g spot is nicht im frage!

Ejaculeren.

Dit is de grootste controverse. Ejaculeren is altijd het terrein van piemels geweest, het idee dat een vagina dat kan is schijnbaar heel eng voor de eerdergenoemde pikken. Dan zijn ze niet meer de enige. Dus moet het belachelijk gemaakt of gebagatelliseerd.

Het is urine, roepen de onderzoekers. Of er zit urine in. Of het bestaat gewoon niet. Of er zijn een paar vrouwen die ‘echt’ ejaculeren en de rest is maar nep.

Kijk. Ik kan niet voor veel vrouwen spreken. Ik weet wat mijn lijf doet en ik heb in mijn leven een aantal vrouwen van zeer dichtbij meegemaakt. Urine heb ik nog nooit gevonden en als moeder van drie kinderen weet ik echt wel wat plas is en wat niet. Het enige wat ik er over kan zeggen is dat het bij mij hetzelfde ruikt als toen mijn vliezen waren gebroken. Het lijkt nog het meest op vruchtwater, qua geur dan.

Die drang om het vrouwelijk ejaculeren te ontkrachten irriteert me mateloos. Waarom? Wat kost het een piemel om toe te geven dat vagina’s hetzelfde trucje kunnen? Of zijn ze bang dat we de penis vanaf nu de “mannelijke vulva” gaan noemen?

Het is mijn lijf!

Ik vraag me wel eens af waarom ik zo boos word over dit soort dingen. Nadat er zo lang amper onderzoek is geweest naar vrouwenlijven, wat er onder andere toe heeft geleid dat westerse geneeskunde is gebaseerd op mannen, is het positief dat er meer naar het vrouwelijk geslacht gekeken wordt.

Punt is dat het nu vaak op een betuttelende manier gedaan wordt. Het is totaal belachelijk dat een deel of functie van mijn lijf, wat ik je makkelijk kan laten zien, ontkend of zogenaamd ‘ontdekt’ wordt. Je hebt het niet ontdekt, het zat er altijd al en de bezitters ervan hadden het je zo kunnen vertellen.

Op deze manier wordt het vrouwelijk lijf weer een autonomie ontkend. Wij vagina bezitters weten echt wel wat ze doet of niet doet. Mijn orgasme bestaat ook zonder dat een wetenschapper het gekwantificeerd heeft. Erger dan dat, het bestaat nog steeds als een wetenschapper het niet kan vinden.

Eeuwenlang hebben mannen, en nu het patriarchale wetenschap systeem, het vrouwenlijf willen opeisen. Soms om het weg te stoppen en soms om het te claimen. Daar heb ik dus echt genoeg van! Het is, voor eens en voor altijd, mijn lijf! Ik vertel je zelf wel wat het doet, hoe het klaarkomt en wat er uit komt.

Tien vragen die iedereen durft te stellen aan de ouders van veganistische kinderen.

Ik voed mijn kinderen veganistisch op. Dat is niet bepaald de norm in Nederland (of, jammer genoeg, waar dan ook) en daarom krijg ik er heel veel vragen over. Meestal komen die vragen uit oprechte bezorgdheid, onwetendheid of nieuwsgierigheid en probeer ik er geduld mee te hebben.

In mijn gezin zijn we al heel wat jaartjes veganistisch dus de nodige antwoorden komen redelijk vlot uit mijn mouw. Toch lijkt het me wel handig om de tien vragen die ik het meest hoor even op een rijtje te zetten. Ik ben gelukkig bij lange na niet de enige vegan moeder en het is altijd fijn om een linkje achter de hand te hebben voor nieuwsgierige of gewoon bemoeierige mensen.

Is een veganistisch dieet wel gezond voor kinderen?

Ja.

Oh, wacht, uitleg. Oké, komt ie. Even buiten mijn eigen kinderen genomen, die prima gezond zijn, en alle andere plantaardige kindjes die ik ken, en dus ook prima gezond zijn, zijn er ook officiële instanties die er wat over te zeggen hebben.

Het voedingscentrum vind ook dat we plantaardig moeten gaan eten, maar voor kinderen vinden ze het spannend. Niet zonder professioneel advies, zeggen ze.

Hier, hier en hier zie je onderbouwing die wat minder angstig is. En eigenlijk zeggen ze allemaal hetzelfde. Een goed uitgedacht plantaardig dieet is geschikt voor kinderen. Het voorzichtige voedingscentrum struikelt nogal over dat “goed uitgedacht”stukje, maar dat is lang zo eng niet als het lijkt. Elk dieet dient goed uitgedacht te zijn. Dat is een beetje het hele idee van opvoeden, dat je je verdiept in de keuzes die je maakt voor je kinderen. Dat je een beetje nadenkt over wat je in ze stopt, zeg maar.

Kortom, als je je kroost alleen friet met cola en oreo’s (allemaal veganistisch) geeft dan is dat een slecht idee. Net zoals een kind opvoeden op kipnuggets en milkshakes. Een gevarieerd en gezond plantaardig dieet is helemaal prima voor elke levensfase.

Moet je een kind niet zelf laten kiezen als ze groot genoeg zijn?

Dit is eigenlijk een hele rare vraag, maar op zich best te begrijpen.

Het is begrijpelijk omdat mensen vaak totaal vanuit hun eigen wereldbeeld redeneren. Hun dieet is normaal en die van mij heel vreemd. Waarom dring ik dat toch op aan mijn onschuldige kinderen?

Het punt is dat we hoe dan ook keuzes maken voor onze kinderen. Dat hoort er nu eenmaal bij, sterker nog, dat is de bedoeling van opvoeden en zo.

Ik geef mijn kinderen mijn normen en waarden door. Dat doet iedereen. Later zullen ze daar hun eigen weg in vinden, maar voor nu maak ik de keuzes waarvan ik denk dat die het beste zijn. Of dat nu gaat om een school, kleding of wat ze eten.

Wat eten veganistische kinderen dan?

Sla, en gras en soms wat noten. Oké, dat is flauw. Maar dat is vaak wel het stereotype van een plantaardig dieet. Gelukkig niets van waar. Ik heb er al eerder wat over geschreven, kijk maar eens hier, en hier.

Mocht je even geen zin hebben in linkjes, bij deze een samenvatting. Eigenlijk alles wat iedereen eet. Spaghetti, aardappels, pizza, soep, boterhammen, vla, pannenkoeken. Heel gewoon eigenlijk.

Vaak zijn de dierlijke ingrediënten, zoals room of vlees, gewoon vervangen voor een vegan versie. Die zijn tegenwoordig overal te koop. Of je past het recept iets aan. Linzen doen het heel goed als gehakt in een lasagna bijvoorbeeld.

Een boterham met pindakaas was altijd al geschikt, patat ook en havermoutpap kan je maken met sojamelk. Eigenlijk is het niet zo anders.

Binnen het veganisme zijn er natuurlijk ook verschillende diëten. Ik kijk altijd met enige jaloezie naar deze filmpjes, van een gezin wat voornamelijk raw eet. (Ongekookte groente, fruit, noten en zaden.) Twee gezonde kinderen en de derde onderweg. Ziet er niet verkeerd uit.

Ja, maar ze moeten toch melk drinken?

Vanaf de jaren 50 hadden we een melk overschot in Nederland. De zogeheten melkplas. Die moest opgedronken en daarom werd koemelk gepromoot als gezond en nodig. In mijn jeugd was dat met die witte motor slogan, maar eerder kon je als kind zelfs badges verdienen voor op je jas.

Ondertussen zijn we daar wel wat voorbij. De overheid promoot koemelk niet meer en schoolmelk wordt steeds zeldzamer. Wel blijft melk zijn gezonde imago houden.

Beetje jammer alleen dat er niets van waar is. Hier staat het allemaal wat uitgebreider, maar het komt er op neer dat je, als je klaar bent met je eigen moedermelk, geen enkele noodzaak hebt aan de melk van een andere soort.

Voor sterke botten zijn andere bronnen van calcium meer geschikt. Broccoli of sesamzaadjes bijvoorbeeld. Als je uit gewoonte een wit, romig drankje wil drinken dan zijn er overal zat vervangers te krijgen. Met toegevoegd calcium als je dat wilt. Denk maar aan sojamelk, havermelk, rijstmelk, amandelmelk en kokosmelk.

Wel even een puntje: als het gaat om een zuigeling, een baby van onder een jaar, dan zijn gewone plantaardige melkvervangers niet geschikt! Die kinderen hebben borstvoeding nodig. Als dat er niet is dan zijn er vervangers op basis van soja of rijst. Dat zijn gespecialiseerde producten en dat is absoluut niet wat je in de supermarkt kan kopen.

Ja, maar soja is toch hartstikke slecht?

Er is al een tijdje een soort paniek reactie aan de gang. Soja zou ontzettend slecht voor je zijn, jongens worden er meisjes van of zo. Uiteraard bestaat een veganistisch dieet uit niets dan soja…..zucht…

Kort antwoord: tenzij je er toevallig allergisch voor bent is soja echt prima en gezond.

Lang antwoord: eeehhhh, kijk dit filmpje maar even. Legt het beter uit dan ik kan en alle bronnen staan er bij vermeld.

Mocht je na al die informatie nog steeds bang zijn voor sojabonen? Nou, dan eet je ze toch niet. Het is ook echt prima te doen om een soja vrije vegan te zijn.

Maar de traktaties op school dan?

Mijn kinderen hebben een bakje op school. Daar heb ik een hoop onverantwoord lekkers in gedaan. Kwestie van een paar minuten door de supermarkt zoeken en ik had een hele voorraad aan per portie verpakte suikerige onzin.

Als er sprake is van een traktatie dan pakt de juf dat bakje er bij en mag mijn kind daar iets uitzoeken. Simpel als dat.

Voordat je roept hoe zielig dat is, er zitten in elke klas tegenwoordig wel een paar kinderen met een apart bakje. Of dat nu vanwege een allergie of levensovertuiging is, een uitzondering is het allang niet meer. Sterker nog, ik hoor vaak dat de andere kinderen jaloers zijn op wat die van mij krijgen. Ik doe ook wel een beetje mijn best om echt lekkere (en dus totaal ongezonde) dingen er in te doen. Beetje een trots dingetje.

Kunnen jullie nog wel buiten de deur eten?

Ja joh. Kwestie van met je bak saaie sla in de tuin gaan zitten. Oke, dat is flauw. Maar alle gekheid op een stokje, daar maakte ik mij ook ooit zorgen over. Blijkt totaal onnodig. Er zijn zoveel restaurants met een plantaardige optie op het menu en waar ze dat niet hebben willen ze het meestal wel voor je maken. Kwestie van van te voren bellen en beleefd vragen.

Oh, en aangezien we het over kinderen hebben; de McDonald’s heeft patat en een vegaburger die geheel plantaardig is. (Ja, de patat is echt oké, ja, de saus op de burger ook en nee, het is niet hypocriet voor een veganist om bij de Mac te eten. De AH verkoopt meer vlees.)

Wat kinderen betreft is er eigenlijk overal wel een bord patat, vega loempia (wel even naar ei vragen) of simpele spaghetti te krijgen. Dus zelfs met die familie uitjes gaat het prima.

Hoe zit dat dan met de kinderboerderij of de dierentuin?

Nou, daar gaan we dus liever niet naartoe. Het maakt niet uit hoe lief een instelling voor hun dieren zijn, het blijft gevangenschap en uitbuiting en dus niet veganistisch verantwoord.

In plaats daarvan gaan we liever naar de binnenspeeltuin, buitenspeeltuin, pretpark, strand, museum, bioscoop, tentoonstelling, workshop, kinderbouwplaats of een van de honderd andere opties. Er zijn ruim voldoende leuke dingen te doen waar geen winst gemaakt wordt over de ruggen van dieren.

Hoe ga je om met verjaardagen?

Beetje een tweedelige vraag. De verjaardagen van mijn kinderen zijn makkelijk. Dan bepaal ik wat er gebeurt en wat er gesnoept wordt. Veganistische taart maak ik zelf maken of kan ik (en dat is waarschijnlijker want ik ben ontzettend lui) bestellen bij een vegan bakkerij.

Als de verjaardag van een ander kind is dan praat ik van te voren met de ouders en geef ik een cupcake mee voor bij het taart moment. Nooit een probleem geweest en nog geen klachten over gehad.

En dat ondervoede kind dan wat laatst in het nieuws was?

Elke keer als er zo’n artikel rond gaat leren mijn kinderen een paar nieuwe scheldwoorden. Ik kan er zo pissig om worden! Je laat snotverdulleme toch je kind niet ondervoed raken!? Het is zo overduidelijk dat het mentaal zieke ouders zijn. Dit soort gevallen gaan over verwaarlozing en niet over een plantaardig dieet. Er zijn helaas ook veel kinderen die wel dierlijke producten eten en toch mishandeld worden.

Om het maar even in het belachelijke te trekken; we verbieden het gebruik van bezems niet omdat er eens een kind mee geslagen is. Zo is het ook niet de schuld van broccoli dat een kind niet genoeg te eten kreeg.

Het is totaal mogelijk en niet eens erg moeilijk om een kind gezond plantaardig eten te geven. Maar je moet het wel geven. Als je het rare idee hebt dat een baby kan overleven op amandelmelk dan moet je je hoofd laten onderzoeken.

Lieve bezorgde mensen.

Omdat veganisme nog relatief onbekend is hebben de meeste mensen er geen duidelijk beeld van. Als het dan om kinderen gaat is dat een beetje eng en dat snap ik wel. Mocht je dit als bezorgd familielid of vriend lezen, bedenk alsjeblieft dat een vraag nooit verkeerd is, maar je wel even moet nadenken over je toon. Houd het open, beleefd en luister ook echt naar het antwoord. Dan kan ik je bijna beloven dat de plantaardige ouder die voor je staat best even de tijd wil nemen om je van informatie te voorzien.

Mocht je nu meer willen weten over veganisme in het algemeen? Kijk dan eens hier, of hier, of zelfs hier.

De vijf fases van vermoeidheid voor moeders.

Moeders zijn moe. Zit em in de naam denk ik. Of nee, eigenlijk zit het vooral in de belachelijke hoeveelheid werk die ze doen. Hoe dan ook, het eindresultaat is moe, heel moe.

Omdat ik graag dingen op een rijtje zet en ook omdat ik uitgebreide persoonlijke ervaring heb met moe (en moeder) zijn, presenteer ik bij deze de vijf fases van vermoeidheid voor moeders.

Voordat je boos wordt, dit gaat dus even alleen over moeders. Dat betekent natuurlijk niet dat vaders niet moe zijn, ik zie er verdacht veel met wallen lopen. Ze zijn alleen anders moe en ik ben geen vader dus ik heb geen idee hoe dat bij hun gaat. Ik ben namelijk veel te moe om me daar in te gaan verdiepen.

Fase 1, De slechte nacht.

Dit is het eerste stadium. Je was redelijk uitgerust en nu heb je een slechte nacht gehad. Dat is best kut, maar niet onoverkomelijk.

Je denkt terug aan alle doorgehaalde nachten in je jeugd. Toen ging het zo makkelijk, en zo lang geleden is dat nu ook weer niet. Beste beentje voor enzo.

Innerlijke monoloog: Dit ben ik wel gewend. Een enkel nachtje krijgt mij er niet onder……..is het al avond?

Fase 2, De Chagrijn.

Na een paar slechte nachten verlies je het vertrouwen. Er drijft een donderwolk boven je hoofd en de wallen onder je ogen zijn vervelend zichtbaar. Dit is het stadium waarin mensen je vragen of alles wel oké is. Die mensen weten niet dat ze met hun leven spelen.

Een eventuele partner krijgt de volle lading. Want die lag verdorie vannacht lekker te snurken! Of ie wel weet wat voor opofferingen jij maakt! Niet dat je nu waardering wil want de hele wereld moet van je af blijven, ja!

Innerlijke monoloog: Dit is kut, alles is kut, iedereen is kut, het verkeer is kut en als je nu niet heel snel je schoenen aandoet dan loop je maar naar school!

Fase 3, Het verbeten doorzetten.

Na woede komt een soort acceptatie. Omdat je nu eenmaal niet echt kan gaan moorden (Hoe zouden die gevangenis bedden slapen?) zet je je goede muts maar weer op en probeer je verder te gaan. Je praat jezelf moed in en zoekt in online moedergroepen naar begrip.

Dit is ook het gevaarlijke moment waarop je schuin naar de ritalin van je kind gaat kijken. Zou je? Nee! Dat doe je niet. Toch?

Innerlijke monoloog: Ik kan dit. Komt goed. Waar is de koffie eigenlijk? Voor moeders hoort dit er nu eenmaal bij. Oh, ja, lekker. Koffie. Vannacht gaat het vast beter….of volgende week. Doe mij nog maar een bakkie koffie.

Fase 4, De laatste, manische, opleving.

Ineens heb je al de energie. Hoeveel? Alles! In een wanhopige poging tot overleven schraapt je lijf alle beetjes energie bij elkaar om in een laatste uitbarsting naar buiten te komen. Je bent er plots van overtuigd dat slaap eigenlijk een commerciële programmering is vanuit de overheid om bedden te verkopen.

Dat laatste klinkt niet raar in je hoofd en dat is precies waarom je je zorgen moet maken. Maar dat doe je niet. Jij vliegt!

Innerlijke monoloog: Ouderraad? Ja! Leuk! Slaap doe ik niet meer aan, da’s achterhaald joh. Ik moet eerst nog even de ramen zemen en de belasting doen en dan de kinderen naar zwemles brengen. Was er niet ergens in een of ander gebergte een man die al tien jaar niet meer sliep? Eeeeeven de was ophangen hoor. Ik denk gewoon echt dat ik aan twintig minuten per dag genoeg heb.

Fase 5, De Mombie.

De mombie is een zombie, maar dan een moeder. Hoewel je nog loopt en er af en toe geluid uit je komt, lijk je verder niets meer op de functionerende vrouw die je ooit was. Met een schuifelende gang sleep je jezelf door het minimum aan dagelijkse taken. De kinderen eten koekjes en chips omdat je de discussie niet meer aan kan en dat weten ze.

Dit is de laatste fase voor een totale ineenstorting. Je hebt geen weet meer van hoe je ooit was, geen hoop voor de toekomst. Je huid is grijs omdat je wallen nu je hele gezicht hebben overgenomen. Op het schoolplein sta je zachtjes wiegend naast de andere mombies. Niemand weet waarom maar mombies staan het liefst bij elkaar. Niet dat je praat ofzo. Men denkt dat het een natuurlijke verdediging is tegen fase 4 moeders en de mythische uitgeruste moeder. (Niemand heeft haar ooit gezien maar iedereen kent de legende.)

Innerlijke monoloog: ……….

De nachtelijke stadia.

Overigens gelden de bovenstaande stadia alleen overdag. De nachten zijn simpel, dan zijn er maar twee fases.

Het eerste uur: Met liefde kijkend naar je kind terwijl je geniet van dit stille moment samen.

Alles daarna: Boos naar het plafond staren terwijl je luistert naar de diepe slaap ademhaling van je partner en langzaam steeds verder wegzakt in een wazige staat van gekte.

Het failliet van vroeg- en voorschoolse educatie (VVE).

Onze kinderen moeten slimmer, sneller en vooral beter! Wat nou gemiddelden, iedereen moet excellent! Dus is het logisch om zo vroeg mogelijk te beginnen. Hoe meer tijd je spendeert aan leren, hoe meer je leert, dat is logisch.

Daarom is vroeg- en voorschoolse educatie uitgevonden, VVE in het kort. Om al die arme kindjes die een achterstand hebben zo snel mogelijk in het gareel te krijgen. Omdat we niet op de kraamkamer kunnen beginnen stellen we de lessen uit tot de peutergroep. Maar dan moeten we ook los.

Eerst even kijken of een kind wel een achterstand heeft is natuurlijk onzin. Meer leren is altijd beter dus alle kinderen doen mee. Jantje, Marietje, Hadassa en Chen, gezamenlijk aan het VVE infuus. Achteraf wordt er vergaderd over hoe we nog meer kinderen aan de VVE krijgen. Want het is een geweldig initiatief en het is totaal niet nodig om te kijken of het wel nut heeft. Klopt zichzelf met een vette bonus op de rug.

Wat is VVE?

Voelen we het sarcasme mensen? Het druipt over je scherm. Ik zal meteen maar bekennen dat ik geen voorstander ben van het VVE programma. Maar wat is het nu eigenlijk?

VVE is het idee dat we sociale, taal- en andere leer achterstanden gaan opvangen door kinderen zo vroeg mogelijk lesjes te geven. Dat gebeurt via verschillende programma’s, maar in de praktijk moet je vooral denken aan leidsters die educatieve spelletjes doen.

Klinkt best leuk toch? Punt is dat het hele concept gebouwd is op een aantal flinterdunne aannames en dus als een kaartenhuis in elkaar stort.

Ten eerste het idee van een achterstand. We roepen allemaal dat elk kind op een eigen tempo leert, maar in de praktijk maken we daar toch grafiekjes, tabellen en gevolgen van. Dat eigen tempo heeft een harde grens bij een (vaak nog erg jong ingeschat) gemiddelde. Daar klopt dus niets van. Door een gemiddelde als een grens te gebruiken zet je de helft van je deelnemers buiten spel.

En voordat je gaat roepen, natuurlijk zijn er kinderen met een werkelijke achterstand. Kinderen die, als ze zo doorgaan, straks niet kunnen functioneren als volwassene. Vaak komen ze uit ernstig disfunctionele gezinnen of is er sprake van een handicap. In ieder geval zijn ze heel zeldzaam. Daar is heel andere begeleiding voor nodig dan een juf die liedjes zingt.

Ten tweede toont het een compleet onbegrip van hoe kinderen eigenlijk leren. Het klassieke beeld van de leerling die oplet en de leraar die iets uitlegt gaat misschien op voor volwassenen, maar een kind is echt een ander soort wezen. De hersenen van een kind zijn nog in ontwikkeling en worden dus anders gebruikt dan de hersenen van een volwassene. Vooral op dit punt ga ik straks dieper op in.

De resultaten van VVE.

Nu zijn we al een tijdje bezig met VVE en kunnen we dus lekker resultaten meten. Waar het gaat om academische kennis is dat nog best makkelijk. Hier bijvoorbeeld, en hier en hier. Het zijn flinke lappen tekst, maar de conclusie is hetzelfde. Vroege educatie heeft een marginaal positief effect op taal- en rekenvaardigheden maar een negatief effect op motivatie en probleemoplossend denken. Het positieve effect op de vaardigheden verdwijnt na een paar jaar weer, de negatieve effecten zijn blijvend.

“Vroege educatie levert een marginaal positief effect op taal- en rekenvaardigheden maar heeft een negatief effect op motivatie en probleemoplossend denken. Het positieve effect op de vaardigheden verdwijnt na een paar jaar weer, de negatieve effecten zijn blijvend.”

Zelfs de enige studie die ik kon vinden die positief is over VVE steunt heel zwaar op zelf rapportage door pedagogisch medewerkers, toont ook een heel klein positief effect en kijkt niet naar de lange termijn gevolgen.

Kortom, VVE werkt niet en heeft zelfs een negatief effect. Ik, in mijn naïviteit, verwacht dan een hele harde “oeps” en snelle aanpassing van het beleid. Helaas, pindakaas, wij van WC-eend blijven WC-eend adviseren en de educatieve stoomwals stoomt door.

Naar school met vier jaar.

Sterker nog. Dat eerste onderzoek waar ik naar link bedoeld met vroege educatie zelfs alles voor het achtste levensjaar. Het is even zitten, maar ik kan je echt aanraden om het door te lezen. Geschreven in 1973 maar juist nu ontzettend relevant. Het kijkt op een multidisciplinaire manier naar de ontwikkeling van kinderen.

Zelfs met vier jaar naar school gaan lijkt helemaal niet zo’n goed idee. De hersenen zijn nog niet aan formele educatie toe. (Nee, ook niet als dat ‘spelenderwijs’ gaat.) Eerst moet de fundering gemaakt worden en dat gebeurt het beste thuis.

Ook hedendaagse onderzoeker Peter Gray is niet gecharmeerd van vroege educatie. Dit is een goed leesbaar artikel er over en hier gaat hij dieper in op het waarom er van. In het kort stelt hij dat als je een kind te jong dwingt om iets te doen waar ze nog niet aan toe zijn, dat niet alleen inefficiënt leren tot gevolg heeft, maar ook verlies van motivatie en een laag zelfbeeld.

Kinderen die laat beginnen met het leren van academische vaardigheden (rond de tien jaar of zelfs later) halen dat in razend tempo in. Binnen een jaar rekenen, lezen en schrijven ze net zo goed als kinderen die vroeg begonnen zijn, maar dan wel met behoud van hun natuurlijke nieuwsgierigheid en motivatie.

Kortom, we kunnen niet alleen dat hele VVE-programma overslaan, maar zelfs de complete onderbouw. Maar ja, dan moet het systeem op de schop en dat willen we niet. In onze actie gerichte cultuur vinden we het veel te eng om op natuurlijke ontwikkelprocessen te vertrouwen. Ontspannen en genieten van hoe een kind groeit durven we niet meer. Het moet gecatalogiseerd, gestandaardiseerd, beoordeeld, bevorderd en daarmee uiteindelijk compleet verknald.

Hoe werkt het dan wel?

Als ik het voor het zeggen had, dan was school altijd optioneel en vooral bedoeld voor die gezinnen die, door werk of eigen onvermogen, niet in staat zijn hun kind een rijke leeromgeving te bieden. (Dus gewoon een gemiddeld gezin waar ganzebord gespeeld en voorgelezen wordt, zeg maar.)

Wat er dan aan opvang of school georganiseerd wordt zou rekening moeten houden met de ontwikkel fases van een kind. Het is totale onzin om iets te forceren waar ze gewoon nog niet aan toe zijn.

Van nul tot twee jaar vindt de eerste hechting plaats. Kinderen horen dan thuis en daar zou onze maatschappij in moeten faciliteren. Ik bedoel, het gaat alleen maar over de basis ontwikkeling van de volgende generatie hè… best belangrijk enzo.

Van twee tot tien komt de volgende fase. De opbouw, zeg maar. Het moment waarop een kind werkt aan socialisatie, het zelfbeeld, motorische vaardigheden en de hersenen structuur geeft. Gray noemt het de intellectuele fase. Nu wordt er hard gewekt aan het raamwerk waar straks al die kennis in kan.

Overigens zijn er best kinderen die al eerder interesse tonen in bijvoorbeeld lezen of rekenen. Dat is prima. Interesse betekent dat ze er klaar voor zijn. Zolang je maar niets pusht.

Met ongeveer tien jaar begint de academische fase. Nu is het vat klaar en kan er kennis in. Hoeft niet in een schoolsetting, maar het kan wel. Nogmaals, je hebt geen MRI nodig om te weten in welke fase je zit, dat weet je kind zelf prima. Zolang jij af en toe een boek leest waar ze bij zijn, vragen ze helemaal vanzelf hoe dat lezen nu eigenlijk werkt. Of leuker nog, ineens blijkt dat ze al kunnen lezen. Op dezelfde manier waarop een dreumes ineens kan opstaan en weglopen, kan een kind uit het niets een boek pakken en gaat lezen. Gaaf toch!

Kortom.

Het school- en kinderopvangsysteem is ooit vast met goede bedoelingen opgezet, maar past totaal niet bij wat we nu weten van de ontwikkeling van kinderen. Dus is het tijd voor verandering. Als ik mijn zin krijg dan breken we het complete bouwwerk af, om de boel van de grond af aan opnieuw op te bouwen.

Niet alleen heeft VVE geen enkel nut, zelfs de complete onderbouw doet meer schade dan goed. We gaan de verkeerde kant uit mensen! Niet eerder, maar later. Niet meer maar juist minder. We missen vertrouwen in de vermogens van onze kinderen. Dat mag van mij in rap tempo weer terug komen. Sta op die rem en gooi het stuur om. Luistert u, minister van onderwijs?

Kusje er op!

Dat je kind dan valt, huilend naar je toe rent en na een kusje op de pijnlijke plek vrolijk weer weghuppelt. De grootste tovertruc in opvoedland, een kusje als pijnstiller. Het lijkt totaal belachelijk en toch werkt het voor klein en soms zelfs groot zeer.

Volgens mij is het ook heel universeel, iets van alle tijden en culturen. De vorm veranderd misschien een beetje, een aai er op, even blazen, maar het principe blijft gelijk. Ik ken bijvoorbeeld een gezin waar ze “een koekje er op” doen. Zo wordt een zielige knie op verschillende manieren magisch opgelost door liefhebbende ouders. Wat is dat toch?

Is het aanstelleritus?

Er zijn ouders die beweren dat de pijn dan niet echt was. Als het met een imaginaire oplossing verdwijnt dan zal het leed ook wel ingebeeld zijn. Een voorbeeld van hoe die gemene kinderen hun ouders manipuleren door verdriet te veinzen.

Ik doe altijd heel erg mijn best om dat soort ouders geen klootviolen te vinden. Naar alle waarschijnlijkheid zijn ze zelf ook zo opgevoed en weten ze gewoon echt niet beter. In het kader van karma slik ik mijn oordeel maar weer in.

Kinderen manipuleren namelijk niet. In ieder geval niet op de negatieve manier waarop we de term zien. Verdriet is altijd echt verdriet, ook als het snel over is. Bij jezelf schrijf je een plotse vlaag van melancholie ook niet af als nep of betekenisloos.

Dat een kind gedrag vertoont om een bepaald effect te bereiken maakt het geen manipulatie, eerder communicatie. Een baby die huilt om aandacht of veiligheid is niet anders dan een volwassene die vraagt om een knuffel.

Is het dan een placebo effect?

Eeeehhhh, nee. Niet helemaal nee. Dat gezegd hebbende vind ik dat veel dingen die wij onder een placebo effect scharen dat helemaal niet zijn. Het placebo effect gebeurt wanneer iemand zo veel vertrouwen heeft in een geneesmiddel of behandeling dat die een positief effect heeft, terwijl de behandeling of pil niets doet op het fysieke vlak.

De lijnen worden vaag hier, toegegeven, maar ik denk dus werkelijk dat een kusje of dergelijke behandeling géén placebo is. Dat het wel degelijk een fysieke uitwerking heeft.

Begrijp me niet verkeerd, het placebo effect is een krachtig en vaak positief iets. Toen ik me jaren geleden eens heel ellendig voelde omdat ik een drankje te veel gedronken had op een festival, overtuigde een vriend me er van dat als ik een zoet broodje zou eten, ik me beter zou voelen. Het werkte en toen ik hem later naar een uitleg vroeg gaf hij toe dat het een placebo ‘pil’ was. Toch was ik blij met mijn behandeling, ik was immers van het nare gevoel af.

De mens als sociaal dier.

Even een tussenstukje wat uiteraard achteraf belangrijk gaat blijken. De mens is een sociaal dier. Wij horen in groepen te leven en zelden alleen te zijn. Een enkel mens had gedurende het grootste deel van onze evolutie weinig kans op overleven. De banden binnen een groep zijn belangrijk en dienen dan ook sterk te zijn.

Ons naakte lijf kent weinig gereedschappen (klauwen bijvoorbeeld) om mee te overleven, behalve ons brein. Het is onze intelligentie die ons een gevaarlijke soort maakt. Maar ook die stelt weinig voor als we alleen zijn. Het denkvermogen geeft ons de mogelijkheid tot grotere samenwerking en dat geeft weer eindeloos veel opties. Het is de hele reden waarom we een taal hebben ontwikkeld.

Het is niet een grote gedachtesprong dat we bij gebrek aan een sociale band stress ervaren en juist daartegenover bij aanwezigheid van die band rustig en veilig zijn. Met alle lichamelijke gevolgen van dien.

De helende band.

Van alle sociale verbintenissen die we aangaan is de ouder-kind band de meest diepgaande. Wanneer we klein en hulpeloos zijn zien we onszelf als één met de primaire hechtingsfiguur. (Meestal de moeder, maar niet altijd.) Naarmate we ouder worden veranderd de dynamiek, maar niet de kracht en diepgang. Als tragisch voorbeeld zie je hoe moeilijk kinderen van disfunctionele ouders het hebben om los te komen.

Kortom; een kind wat zich gekoesterd weet in de liefde van haar ouders voldoet aan een diepe, instinctieve, voorwaarde om veilig te zijn. Het kusje wat we geven is niet zomaar een kus, het is de uiting van een verbintenis en alles wat daarmee samen gaat. Het is een korte manier om over te brengen dat je veilig bent, geliefd, sociaal, gesteund en onderdeel van een groter geheel. De stresshormonen die zijn ontstaan na de schrik en pijn verdwijnen en daarmee ook het nare fysieke gevoel. Het kusje er op heeft zijn werk gedaan, het kind is bevestigd in haar plaats en het spelen kan weer verder gaan.

Volwassenen uit verbinding.

Zijn we eenmaal groot, dan leven we helaas niet meer zoals het hoort. We hebben onze stam ingeruild voor een relatief klein gezin. Te klein om echt aan onze sociale behoefte te voldoen. We staan uit verbinding met een hoop ellende als gevolg.

Ik wil nu niet beweren dat mensen die in een stam leven nooit ongelukkig zijn, maar de enorme hoeveelheid depressies, burn-outs en aanverwante ellende die wij meemaken is geheel uit proportie. Zonder de hechte groep staat ons lijf in stress modus. Er is continu gevaar want een mens alleen kan niet. Zelfs al heb je het geluk om een hele fijne partner te hebben, dan spenderen we het grootste deel van de dag apart!

Natuurlijk worden we dan ziek! De arrogante, moderne, mens die denkt het voor elkaar te hebben. Met vaatwasser, spelcomputer en vakantie naar de zon. Dat is niet zoals het hoort, dat is juist wat ons zo ellendig maakt. En maar neerkijken op de ‘onbeschaafde’ mensen, denkende dat wij de top van evolutie zijn.

Weet je wat ik nodig heb? Een stamgenoot die mij een kusje er op geeft. Een kusje op mijn ziel.

Recept: ongekookte bloemkool.

Vroeger hield ik niet van bloemkool. Dat smaakt naar oude sokken en voelt als rotte drab in je mond. Bah! (Is dat even een leuke manier om een recept te beginnen…) Ik zie mijzelf nog zitten aan tafel, klein stronkje op mijn bord, uiteraard al lang koud, te onderhandelen met mijn moeder hoeveel ervan ik toch echt op moest eten.

Laatst vroeg Officier Pappa of ik misschien niet meer elke week een grote stronk bloemkool wil kopen. Niet dat ie het niet lekker vindt, maar hij had er nu wel even genoeg van. Je kan wel zeggen dat mijn mening over bloemkool is omgeslagen.

Het grote moment kwam ruim tien jaar geleden. Ergens las ik een recept over bloemkool uit de oven. Klonk wel leuk dus ik ging het proberen. Lieve mensen, vanaf dat moment heeft een bloemkool in mijn huis nooit meer kokend water gezien. Het verandert alles!

Het is het kookproces wat die viezezweet smaak naar boven brengt. Gebakken bloemkool (en dat kan in pan en oven) smaakt een beetje notig en fris. Geen vleugje sok te bekennen!

Het originele recept zei dat de kool in plakken, bedekt met een beetje olie, peper en zout, in de oven mocht. Dat blijft een geweldig idee. Maar vandaag wil ik mijn eigen variatie ervan delen. Het gaat sneller en levert een gezonde eenpansmaaltijd op. Beetje in het kader van januari en gezond worden en zo.

Omdat ik het meestal voor mijzelf als lunch maak, zijn de hoeveelheden voor één persoon. Verdubbel naar wens.

Je hebt nodig:

  • Van een flinke bloemkool ongeveer een kwart. (Als je zo’n biologisch, dynamisch, superieur kleintje neemt mag ie er helemaal in.)
  • Een half blik kikkererwten.
  • Een eetlepel kummel zaadjes
  • Geraspte verse gember naar smaak.
  • Zout
  • Peper
  • Olie

Vervolgens doe je:

De bloemkool mag in kleine roosjes in een hete pan met olie. Ik breek ze altijd met mijn handen. Ben je meteen een stukje frustratie kwijt. Dan de kikkererwten erbij. (Goed uit laten lekken, anders spettert het zo.) Zet de pan op middelhoog vuur. (Op middelhoog elektriek? Iets met modern koken.)

Nu heb je een minuut of vijf om naar de wc te gaan. (Oké, om aan de eisen van je peuter te voldoen die op de bank zit te roepen dat ze een boterham wil…..en appelsap….en een koekje. Naar de wc ben je al jaren niet meer geweest en zeker niet alleen.)

Als de bloemkool een beetje kleur krijgt, gooi je de rest van de ingrediënten er bovenop. Door elkaar husselen, deksel op de pan en je hebt weer een minuut of vijf voor jezelf. (Whahahahaha!)

Als je dan klaar bent met het opdweilen van de appelsap heb je een gezonde, warme en best lekkere lunch voor jezelf. Ik eet het zo, maar je kan het oppimpen met sweet chilisaus (niet zo gezond, wel lekker), rijst (dan heb je meer een avondmaaltijd) of geraspte Wilmersburger kaas (nogmaals, niet heel gezond, maar zoooooo goed).

Waarom eet ik dit?

Gezond eten betekent voor mij heel voorzichtig zijn met koolhydraten. Niet dat die per se slecht zijn hoor, alleen de geraffineerde vorm (witmeel) is voor iedereen verkeerd. Mijn lijf wordt nogal enthousiast van koolhydraten. In combinatie met een berg vezels is het prima (fruit) maar van granen, suikers en aanverwanten ga ik los. Dan krijg ik enorme honger en eet ik veel te veel. Hier wordt dat proces in detail uitgelegd, mocht je geïnteresseerd zijn. Let wel op dat deze meneer het eten van vlees promoot. Daar ben ik het dan weer niet mee eens. Er zijn gezondere bronnen van proteïne (zoals de kikkererwten dus) die wat leuker zijn voor de dieren die je niet opeet.

Overigens is low carb wat voor mij werkt. Ik ken andere mensen die juist op een tegenovergesteld dieet gezond en fit zijn. Hier wordt weer iets heel anders beweerd. Ik heb echt geen idee wat waar is. Ik weet wat werkt voor mijn specifieke lichaam; een plantaardig dieet met onbewerkt voedsel wat vooral vezels, proteïne en goede vetten bevat. Van het stukje “plantaardig en onbewerkt” durf ik keihard te beweren dat iedereen er blij van wordt (inclusief andere diersoorten en onze planeet) maar hoe jouw verdeling van macronutriënten moet zijn zal je zelf moeten uitvogelen.

Eet smakelijk!

Mijn kind is een slechte slaper!

Ik hoor nog wel eens ouders zeggen dat hun jonge kind een “slechte slaper” is. Dat kan, die bestaan, ik ben er zelf eentje. Maar in dit geval blijkt vrijwel altijd dat het kind eigenlijk helemaal geen slechte slaper is maar gewoon een jong kind. Dus had ik het idee om op een rijtje te zetten wat allemaal normaal slaapgedrag is voor jonge kinderen.

Eerst even een disclaimer. Dat het gedrag van jouw kind normaal is betekent niet dat het makkelijk voor je is en ook niet dat je er niets aan kan of moet doen. De manier waarop wij als soort leven is namelijk niet normaal. We horen in stamverband lief, leed en gebroken nachten met elkaar te delen. Een gezin is teveel werk voor maar twee (of zelfs een enkele) volwassene. Soms moet je roeien met de riemen die je hebt, in je eentje, midden in de nacht, op een grote boot, met een gebroken roeispaan….ok, je snapt het idee wel.

De onderwerpen die ik wil behandelen zijn:

  • Laat naar bed gaan.
  • Aan de borst/wiegend/met hulp van ouder in slaap vallen.
  • Korte dutjes doen overdag.
  • Vaak wakker worden ‘s nachts.
  • Lang wakker zijn in de nacht.
  • Naast de ouder willen slapen.

Mocht je haast hebben; dit is allemaal normaal gedrag. Geen zorgen maken, gaat vanzelf over, ongeacht wat je schoonmoeder, buurvrouw of het consultatiebureau zegt.

Laat naar bed gaan.

We hebben vaak het beeld dat brave kindjes om zeven uur ‘s avonds zoet naar bed gaan. Schattig idee, maar daar klopt mooi niets van. Het is nergens op gebaseerd. Nou ja, niet op enige biologische, psychologische of sociologische waarheid. Wel op een raar cultureel idee dat kinderen de ouders niet tot last mogen zijn.

Natuurlijk bestaan er kinderen die strak na Sesamstraat omvallen, maar zeker tussen de één en drie jaar zit de beruchte laat naar bed fase. Die kinderen blijven nog wel eens net zo lang op als jij. Is niet erg, ze krijgen echt wel genoeg slaap. Als het dutje overdag wegvalt en de wekker in de ochtend vroeg gaat krijg je je avond weer terug. Nou ja, de meeste avonden dan. Ok, sommige, sommige avonden kan je op de bank zitten. Beloofd.

Aan de borst in slaap vallen.

Dit vind ik eigenlijk de raarste van allemaal. We vinden het doodnormaal om een baby met allerlei lichaamsfuncties te helpen. Niemand die zegt dat een kleintje wat nog niet de eigen boterham smeert een slechte eter is, maar als ze niet zonder hulp in slaap vallen worden ze slechte slaper genoemd.

Het is normaal dat een kind de eerste jaren hulp nodig heeft om de weg naar dromenland te vinden. De borst is daar uitermate geschikt voor. Daar zitten namelijk stofjes in die een kind tevreden en slaperig maken. Goh…waar zou dat nou voor zijn?

Maar ook wiegen, zingen, lopen, dragen of wat je ook doet is normaal. Ik garandeer je dat ze uiteindelijk zelf naar bed lopen. Geen puber die nog in de draagdoek moet.

Korte dutjes doen overdag.

Nog zo’n leuke. Het concept dat een baby per dutje minstens een uur of twee moet slapen. Geen idee wie dat verzonnen heeft maar het slaat echt nergens op.

Nogmaals, natuurlijk zijn er kinderen die vanzelf lang tukken. Prima, mits aan een paar voorwaarden is voldaan. (Niet ingebakerd, ouder dichtbij, geen slaaptraining.) Maar de snelle slapers zijn ook oké.

Iedereen heeft een slaapcyclus. Daarmee bedoelen we de verschillende slaapfases die je doormaakt. Als je klaar bent met het rijtje heb je een cyclus volbracht. Bij een volwassene duurt dat ongeveer anderhalf à twee uur. Bij een pasgeboren kind ongeveer veertig minuten. Na zo’n cyclus word je half of helemaal wakker.

Bij dutjes is het heel gewoon als een baby na èèn slaapcyclus klaar is. Dat hoeft niet precies veertig minuten te zijn, iedereen is anders. Drie keer een half uurtje per dag slapen is net zo goed als één keer anderhalf uur. En nu niet gaan miepen als jouw kind twee van die korte dutjes doet. Het is een voorbeeld, in principe kan je een baby de slaap zelf laten regelen.

Vaak wakker worden ‘s nachts.

Zelfde verhaal, weer die slaapcycli. Een baby die in lichte slaap verkeert (wat een aantal keer per nacht gebeurt) heeft jouw hulp nodig om weer in diepe slaap te komen. Jij bent volwassen en draait je gewoon om. Mogelijk herinner je je niet eens meer dat je (half)wakker bent geweest. Een baby of jong kind kan dat nog niet. Die maken een tussenstop via borst, fles of knuffels.

Ook dat is heel normaal, zo normaal zelfs dat we er trucjes voor geëvolueerd hebben. Borstvoedende en samen slapende moeders komen vaak automatisch in hetzelfde slaapritme als hun kind. Dat je dus allebei tegelijk in die ondiepe slaap fase zit. Komt bij dat zowel moedermelk drinken als de dispenser zijn je slaperig maakt. Zo zakken jullie makkelijk weer weg.

Dat allemaal gezegd hebbende; een kind wat vaak wakker wordt ‘s nachts kan wel kneiter zwaar zijn. Wij zijn de waakzame slaap, die eigenlijk de norm is voor onze soort, vergeten. We hebben aangeleerd dat alleen acht uur coma goed is en verder niets. Klopt weinig van, maar het is een heel proces om jezelf weer een ander slaapritme aan te leren.

Ook wil ik herhalen dat je dit niet alleen hoort te doen. Aan twee tot vier voedingen per nacht kan je wennen. Maar die elk-uur fase is veel te zwaar in je eentje. Dan hoor je overdag bij te slapen terwijl je stamgenoot voor de kleine zorgt.

Lang wakker zijn in de nacht.

Vrijwel elke ouder kent deze wel; kinderen die midden in de nacht ineens klaarwakker zijn. Daar sta je dan met je wazige hoofd, in de woonkamer, met een kind wat per se een puzzel wil maken. Zelfs dat is normaal gedrag, echt waar. Oké, het is ontzettend ouderwets, maar vroeger zeer in de mode.

Voor dat er kunstmatig licht was waren de nachten een stuk langer en een stuk rustiger. Er zijn vrij veel aanwijzingen dat mensen in twee delen sliepen, eerste slaap en tweede slaap werd dat genoemd. Hier lees je daar meer over, absoluut fascinerend.

Wat jouw kind doet is een terugval naar dat instinctieve gedrag. Kan je niet veel mee wanneer je in het maanlicht beneden zit, maar goed, in ieder geval de geruststelling dat jouw kleine geen monster is ofzo.

Hou de kamer zo donker mogelijk, hou de activiteit rustig en wissel af met een partner als het vaker gebeurt. (Ik besef me dat niet iedereen die luxe heeft en dat vind ik heel erg. Als ik kon kwam ik je persoonlijk helpen.) Meestal verdwijnt het gedrag vanzelf weer. Mijn escape als ik het echt niet meer trok was een filmpje opzetten en er naast slapen (oké, doezelen, maar beter dan niets). Een scherm verlengt wel de tijd dat ze wakker blijven, maar het is beter dan een kind uit het raam gooien. (Dat is een grapje! Niemand doet dat echt…we denken er alleen soms aan…heel even..en hebben er dan meteen spijt van.)

Naast de ouder willen slapen.

De nacht is gevaarlijk. Of nochtans, dat was het gedurende het grootste deel van onze evolutie. Baby’s zijn nog niet up to date met de laatste ontwikkelingen. Huizen, verwarming en de afwezigheid van roofdieren enzo. Eenzaam in de nacht zijn ze heel letterlijk doodsbang.

Daarbij hebben ze nog gelijk ook. Zelfs in onze moderne slaapkamers is het niet veilig voor een kind alleen. Een kind wat haar temperatuur en bloedsuikers nog niet zelf kan reguleren. Een kind wat een warme deken nog niet af kan schoppen en bij misselijkheid niet zelf een emmer kan pakken. Een kind wat een nog onvolwassen ademhalingscentrum heeft en dus zonder de externe prikkel van een volwassen ademhaling ineens kan ophouden met die enigszins belangrijke activiteit.

Onze jongen weten heel goed waar ze veilig zijn; in de armen van een ouder. Ja, ook bij dutjes. Een baby die alleen maar knuffelend wil slapen heeft het heel goed gezien. Natuurlijk snap ik dat dat lastig kan zijn. Als je zelf slaapt gaat het wel, maar overdag en in de vroege avond heb je ook nog andere dingen te doen.

Probeer prioriteiten te stellen. De was is dat niet. Waar je niet onder uit komt (oudere kinderen of je eigen mentale gezondheid bijvoorbeeld) is goed op te lossen met een draagdoek. Of maak een veilige slaapplek in de woonkamer. Dan kan je die serie kijken met je kind naast je. (Let op! Een bank is geen veilige slaapplek voor een baby. Ook niet als je er bij bent.)

Er bestaan ook echte slechte slapers.

Al het bovenstaande gedrag is totaal normaal, gezond en vaak zelfs nuttig. Als een vuistregel kan je er van uitgaan dat een blij kind wat goed ontwikkelt geen problemen heeft. Nogmaals, ook heel normaal slaapgedrag kan kneiterzwaar zijn voor de ouders. Het grote verschil zit hem in de aanpak. In de bovenstaande gevallen kan je beter je eigen verwachtingen en omstandigheden aanpassen. Heel kort door de bocht, laat de consultatiebureau ideeën los en regel hulp zodat je bij kan slapen. Lang door de bocht lees je hier.

Dan zijn er ook kinderen die echt slecht slapen. Vrijwel altijd gekenmerkt door huilen. Kinderen die duidelijk wel willen slapen, maar dat niet kunnen. Die pijn hebben of een ander ongemak. Ik wil daar een stuk over schrijven, sterker nog, ik ga daar een stuk over schrijven, maar niet nu. Dat verdient meer aandacht dan een korte paragraaf.

Wie slaapt er nu slecht?

Het komt er op neer dat in vrijwel alle gevallen het niet de kinderen zijn die slecht slapen, maar wij. Ten eerste omdat wij rare ideeën hebben over hoe slaap nu moet en ten tweede omdat wij door al onze moderne gewoontes ook echt slecht slapen. Dat is een geruststelling, er is namelijk niets mis met je kind, maar het is ook balen, want uiteindelijk zit je wel met je dooie hoofd aan de ontbijttafel.

Het is tijdelijk. Het gaat over. Ik durf zelfs te beweren dat je deze dagen gaat missen…als ze puber zijn…en tot ver in de dag in hun bed liggen meuren.

Welterusten.

Boef en de Kelder.

Ik ging het niet doen, ik was absoluut van plan om me in te houden met dat hele Boef verhaal. Een jong, dom pikkie die nu keihard de gevolgen voelt van zijn stomme uitspraken. Maar toen ik vanochtend mijn computer opstartte kwam ik dit tegen…..

Ik zou uit eigen ervaring willen zeggen: veel vrouwen dringen bij mij aan verkracht te worden.

Een uitspraak van Jort Kelder in zijn eigen radioshow. Waar ze dus juist gingen praten over dat Boef figuur. Hier zie je de uitspraak in context. Meneer had snel door wat ie zei en probeerde het terug te nemen. Hij had het “hard ingezet”.

….Duuuuusssssss. Maar verder hebben we het goed hier hoor. Verder is het feminisme klaar in Nederland, hebben we gelijke rechten enzo. Kutverdomd klotemannetje! Van de pot gepleurde idioot! Klein, miezerig lulletje dat ie is! Ik kan daar zo pissig, zo giflink om worden.

Zelfs de uitleg van zijn belachelijk uitspraak maakt het alleen maar erger. Vrouwen worden seksueel assertief en daar wordt hij “bang van”. Achossie, arme vent die maar achterna gezeten wordt door hitsige dames. Op de een of andere manier geloof ik er niks van. Wat hij eigenlijk bedoelt is dat de assertieve vrouw haar plaats moet kennen. Dat ze afwachtend dient te zijn totdat dit heerschap haar eert met zijn aandacht. De lul.

Maar goed, de volgende die zegt dat we in 2018 nu eens klaar moeten zijn met dat hele #MeToo en feminisme enzo kan je deze eikel onder de neus douwen. We zijn er nog niet mensen, we zijn er nog lang niet. Want deze meneer is geen uitzondering. Correctie, beide heren zijn geen uitzondering. Een jong jochie wat zich stoer waant en een oude blanke vent die zich onkwetsbaar waant. Ik kan er op een willekeurige zaterdag middag zo een hele bende voor je uit de supermarkt trekken. De een bij de energydrinks en de ander bij de dure koffie, maar van hetzelfde laken en pak.

Ga je schamen Kelder. Dit was je kans om een positief geluid te zijn en je hebt het grondig verpest. In plaats daarvan heb je pijnlijk duidelijk gemaakt hoeveel werk er nog te doen is. En de Boef mag terug naar zijn moeder. Hopelijk kan ze hem nog wat manieren leren.

Het eigenaarschap van het orgasme.

Januari staat algemeen bekend als de saaiste maand van het jaar. Een uitgelezen moment om eens over seks te praten, of specifieker, orgasmes. Die zijn namelijk nogal oneerlijk verdeeld tussen penis en vagina bezitters en daar kan ik me best boos over maken. Heb ik ook gedaan, hier. Lees dat even, dan zijn we bijgepraat.

Voor de luie mensen onder ons (ik zie je!) wil ik nog even een stuk uit een onderzoek quoten. Komt ie:

Heterosexual men were most likely to say they usually-always orgasmed when sexually intimate (95%), followed by gay men (89%), bisexual men (88%), lesbian women (86%), bisexual women (66%), and heterosexual women (65%).

Daar kan ik flink opgewonden over raken en totaal niet op een leuke manier. Het voelt als een genormaliseerd onrecht. Wat blijkt, ik ben niet de enige die er brood in zag.

De oplossing van Durex.

Durex, het bekende merk voor condooms, vond het ook maar niets, of zag er op z’n minst een onaangesproken markt in. Dus deden ze dit. (Ga maar even kijken, is een leuk filmpje, maar niet geschikt voor op werk enzo.)

Maar Dolle Moeder, hoor ik je roepen, daar moet je toch hartstikke blij mee zijn? Was jij het niet die in je vorige stuk klaagzong dat er geen opties zijn voor de orgasmeloze vagina?

Eeeeeh, ja, dat klopt. En ik ben er ook wel een soort van blij mee. En ook een soort van helemaal niet. Dat is nu juist waar ik het gezellig over wil hebben.

Het is absoluut een teken dat wij als samenleving het vrouwelijk orgasme in beeld krijgen als een belangrijke gebeurtenis. Yay, vooruitgang! En mijn naïeve zelf wil heel graag geloven dat de intenties van dit bedrijf in essentie goed zijn. Dat ze vrouwen gewoon orgasmes gunnen. (En zichzelf daarmee ook wat geld. Oh oeps, heb ik dat gezegd?)

Voor mannen die vrouwen orgasmes geven.

Het grootste punt waar ik tegenaan loop is een van de taglines. “Voor mannen die vrouwen orgasmes geven.” Ik vermoed een beetje dat ze hem snel hebben verwijderd, want na een enkele reclame op tv vind ik hem nergens meer. Wel in hun shop de leuke zin: “Het grootste voordeel hiervan is dat alle mannen vanaf nu fantastische orgasmes aan de vrouwen kunnen geven met de Durex Orgasm’Intense Condooms.”

Nou, en dan word ik dus pissig. Snap je waarom? Zal ik wat uitleg geven?

Het kutconcept dat een orgasme iets is wat een actieve man aan een passieve vrouw geeft! Dat je daar dan ligt te wachten op die ene droomprins die jouw kittelaar wel kan vinden! Kloterig, patriarchaal, neerbuigend, betuttelend gedoe! Het is mijn orgasme ja! Daar zorg ik zelf wel voor!

(Momentje, ik ben momenteel niet alleen in huis en men begint me raar aan te kijken. Ik zet even een kopje thee, zo terug..)

Wie zorgt er nu voor het orgasme?

Seks is ingewikkeld, zeker op het morele vlak. Honger bijvoorbeeld is dat niet. Als ik honger heb sta ik op en eet ik wat, daar ben ik zelf voor verantwoordelijk. Ik kan mijn partner vragen om een boterham voor me te smeren, maar ik kan niet van hem verwachten dat hij zonder enige communicatie van mijn kant weet dat ik wat wil en hoe dik de pindakaas dient te zijn. Het blijft overduidelijk een behoefte die ik zelf dien te vervullen.

Seks doe je (masturberen uitgezonderd) samen. Het is een spelletje waarbij je gezamenlijk aan een leuke uitkomst werkt. In theorie dan. In de praktijk heeft jarenlange onderdrukking de vrouw ervan overtuigd dat zij een passief vat dient te zijn. Het is haar partner die haar vult met genot of kind. De gedachte is dat we zo ondertussen verder zijn dan zulk achterlijk gedachtegoed, maar het duurt generaties lang voordat een ingesleten patroon weer uit slijt.

Het beste wat mij overkomen is qua seks is een relatie met iemand die passief was. Verder was het best wel een lul en was de seks echt niet geweldig, maar door zijn passiviteit kwam ik uit de mijne. Ik ging nadenken over wat ik zelf wil in plaats van me voegen naar de behoeftes van een ander. Daar heb ik nog steeds profijt van.

Seks is een samenspel, een dans, een kunstwerk wat je twee (of meer, woohoo!) mensen creëert. Hoe mooi het resultaat is hangt af van de klik tussen de dansers, maar ik neem verantwoordelijkheid voor mijn choreografie.

Genoeg eufemismen, hoe werkt dat dan in de praktijk?

Ok, ten eerste; mam, ik weet dat je mijn blogs leest, maar sla dit stuk even over, wil je?

Ja….is ze weg? Ok, dan kunnen we praten. Ik wil absoluut niet beweren dat ik de ultieme seks guru ben. Het is vooral iets wat ik graag doe en vaak over nadenk. Wel denk ik dat iedere ‘echte’ sekspert het eens is met wat ik voorstel.

Eigenaarschap nemen over je orgasme valt of staat met communicatie. Op een leuke manier duidelijk maken wat je lekker vindt. Dat kan beginnen met sexting…ik ben sowieso enorm fan van sexting. De absoluut beste manier om je dag wat leuker te maken en een uitgelezen kans om te vertellen waar je zin in hebt.

Doe je eenmaal de horizontale tango dan is het tijd om meer directe feedback te geven. Nee, niet als een drilinstructeur. (Behalve als dat je kink is. In dat geval, go for it!) Meer positieve bevestiging en fijne hints.

“Ja, dat voelt goed”

“Doe dat vorige nog eens?”

“Harder/zachtjes/iets hoger” enz

en hopelijk

“Ja! Ga door! Waag het niet om op te houden!”

Het is dan aan je speelmaatje om wat met die informatie te doen, dat stukje heb je niet in de hand. Wat iemand goed maakt in bed is niet een repertoire aan technieken maar communicatieve vaardigheden. De wil om je partner echt waar te nemen en daar wat mee te doen.

Het verschil tussen de vagina en de penis.

Tot nu toe ging het over mannen en vrouwen omdat ik over een sociologisch probleem praat. Het gaat niet om welke onderdelen je hebt, maar om de seksuele boodschap die je mee hebt gekregen (Vrouw is passief, man is actief en daarmee verantwoordelijk). Toch is er ook een vervelende mythe rond de hardware.

Het idee is dat een penis makkelijk klaar komt en een vagina niet. Het vagina orgasme is moeilijk en ongrijpbaar en eigenlijk is het dus de schuld van de bezitter van de vagina dat er zo weinig orgasmes gebeuren. Wanneer je als man de onbedwingbare vagina tot orgasme weet te brengen dan ben je ‘een echte vent’. Dat soort toxisch geneuzel zeg maar.

Verrast het je nog als ik zeg dat daar geen reet van waar is? Op deze pagina wordt gesproken van een gemiddeld verschil van een minuutje ofzo. De penis is net iets sneller, maar niet heel veel. Nou ja, tijdens masturbatie dan hè. Komt er een ander bij kijken dan duurt het een stuk langer. Maar dat heeft dus te maken met al die mythes enzo. Het ligt niet aan de vagina, maar aan de mindset van de mensen die er mee bezig zijn. Concreet gesproken; als je aan een passieve clitoris gaat likken met het idee dat het heel moeilijk gaat zijn, dan is dat ook zo.

Voor alle duidelijkheid; dit zijn gemiddelden. Er is echt niets verkeerd aan om langer bezig te zijn, ook als je het zelf doet. Het kan leuk zijn om het met een partner juist langzaam aan te doen. Mensen…het is geen race.

Het probleem met het penis orgasme is dat we het zien als het absolute doel van seks, het probleem met het vagina orgasme is dat we het zien als iets moeilijks en zeldzaams. Kunnen we als nieuwjaarsvoornemen niet collectief besluiten dat we deze stomme patronen nu eindelijk gaan afbreken?

Kom ze.

Een gezond dieet beginnen.

Tja, en dan is het straks nieuwjaar en dan heb je van die nieuwjaarsvoornemens. Statistisch gezien zal je willen afvallen, of gezond worden, wat meestal redelijk hand in hand gaat.

Mag ik, voordat je een duur sport abonnement afsluit, heel even mijn mening spuien? Ik beloof je dat het een lieve mening is.

Voordat we van start gaan wil ik duidelijk maken dat ik geen professional ben wat betreft voeding, wel wat betreft sport, maar ik wil nu juist het stukje eten bespreken. Ik weet best waar ik het over heb, maar ik heb geen duur diploma om in je gezicht te zwaaien. (ok, dat is niet waar, ik heb een heel duur diploma maar daar staat fotograaf op en daar hebben we nu even niets aan.)

Waarom een grote verandering niet werkt.

Hoe het meestal gaat is dat je ergens in december omlaag kijkt naar je pepernoten buik en besluit dat je er nu echt iets aan gaat doen. Na de oliebollen ga je alleen nog maar gezonde dingen eten en raak je van je lang-zal-ze-leven geen koekje meer aan.

De eerste januari ga je dan dapper de kastjes langs en verdwijnen alle chips resoluut in de vuilnisbak, waarna je vol goede moed een cracker met een slablaadje weg kauwt. Dat hou je een week of drie vol om dan te realiseren dat het echte leven geen inspirerende montage heeft en het harde werk vooral heel saai is. Waarna je jezelf maar beloont met een koekje…of zeven. Bekend?

We zijn niet gemaakt voor grote, plotselinge veranderingen. Onze psyche gedijt op bekende patronen en wijkt daar niet graag van af. Tel daarbij de intens verslavende werking van suiker (en de enorme verkrijgbaarheid van suikerige producten) bij op en je snapt waarom het zo irritant moeilijk is.

Eigenlijk hebben we ook niet echt een heel goed idee wat gezond eten nu precies is. Chocoladekoekjes zijn het niet, dat is duidelijk, maar moet je nu paleo, low fat, calorieën tellen of had Sonja Bakker toch gelijk?

Wat zegt de wetenschap?

Ok, de grote, heilige wetenschap zal het antwoord toch wel weten? Hoe val je nu echt af? Daar is vast onderzoek naar gedaan toch?

Eeeeh, ja, op zich wel. Maar het spreekt zichzelf zo tegen. Punt van onderzoek is namelijk dat het duur is. Dus moet iemand het betalen en dat gaat de overheid niet zijn. Die hebben toch heeeelemaal geen belang bij gezonde burgers? (Voelen we het sarcasme allemaal druipen?)

De meeste wetenschappelijke onderzoeken worden betaald door bedrijven die een product willen ontwikkelen. Een bedrijf wat suikerige dieetrepen maakt zal liever geen resultaten zien die suiker aanwijzen als de schuldige. Die roepen dat vet je vet maakt. Maar een dieetpillen pusher heeft andere belangen, en een maagband producent wil weer iets anders. Het is best klote, maar wetenschap is behoorlijk bevooroordeeld.

Het beste wat ze kunnen zeggen is dat elk dieet werkt, min of meer, omdat je op gaat letten op wat je eet. Maar het is ook allemaal vrij tijdelijk. Veruit de meeste mensen komen weer aan wat ze met een dieet kwijt zijn geraakt. Duusssss, je bent best wel genaaid, zeg maar.

Het Dolle Moeder dieet.

Nou, en daar kom ik dus met een voorstel. Het Dolle Moeder dieet. Wat dus vooral geen dieet is. Die werken niet, dat hebben we net vastgesteld.

Wil je een permanente verandering van je lijf, dan zal je dus een permanente verandering moeten maken in hoe je leeft. Niks geen dieet van zes weken, maar iets wat je echt voor altijd vol kan houden.

Dat gaat niet snel, in het begin riep ik al dat wij als soort niet zo gediend zijn van het stuur resoluut omgooien. Kleine stappen en geduld werkt beter.

Wat ik wil voorstellen is om in januari te beginnen, maar dan niet door te schrappen. Begin eens andersom, met wat je wèl eet. Zoek fijne, gezonde recepten en producten op. Probeer dingen uit en raak gewend aan water drinken. Pas als je een mooi repertoire hebt kan je de ongezonde dingen gaan schrappen.

Door de focus te leggen op wat je wel mag, ipv wat je niet mag doe je twee dingen; ten eerste vermijd je de cracker met sla. Je gunt jezelf tijd om met lekker en voedzaam eten te oefenen. Ten tweede ga je vanzelf toch al wat vervangen. Als je een heerlijke maaltijdsalade voor lunch hebt gegeten is er minder plek voor de witte boterhammen met kleffe kaas.

Na een tijdje kan je dan regels opstellen voor jezelf en bepalen wat je niet mag. Ik ben zelf nogal fan van een cheat dag. Niet dat je je meteen elke zondag moet volproppen, maar het idee dat je echt nooit, nooit, nooit meer vanille ijs mag eten is zo ontmoedigend.

Het idee is dat je langzaam patronen op gaat bouwen, zodat je er aan went en het onderdeel van je leven wordt. Nadruk op langzaam. Als de experimenteer fase afgelopen is kan je beginnen met snacks en drinken vervangen. Dat zijn meestal de grootste boosdoeners. Wanneer je gewend bent aan fruit, noten en water, dan begin je aan de lunch. Zo kan je verder tot je al je eetmomenten hebt aangepast.

Ik weet dat ik het nu nogal vaag zeg. Punt is dat er geen universele methode is. Het is een concept wat aangepast dient te worden aan het individu. Maar voor de duidelijkheid pruts ik aan het einde van mijn geklets een tabelletje in elkaar. Als overzicht, zeg maar.

Wat is gezond eten dan?

Dan volgt nog de hamvraag; wat is gezond eten dan precies? Omdat ik geen zin heb om een kookboek te schrijven, heb ik een makkelijke vuistregel bedacht. Eet zo min mogelijk producten met een ingrediënten lijst. Koop alles zo dicht mogelijk bij zijn natuurlijke vorm. Dus aardappels in plaats van aardappelkroketjes, tomaten in plaats van pastasaus en water of thee in plaats van limonade of frisdrank.

Als je een ingrediënten lijst niet kan vermijden, kijk dan goed wat er op staat. Zijn het dingen die je oma zou herkennen als voedsel dan is het goed, klinkt het als een chemisch experiment, dan liever niet. (Overigens zeg ik hier niet dat dingen met een moeilijke naam per se slecht voor je zijn, maar als vuistregel kom je zo wel bij gezonder eten.)

Het idee is dat je dan voedsel eet waar ons lijf op gemaakt is, wat we, min of meer, al duizenden jaren eten en niet wat de afgelopen decennia in een laboratorium is gemaakt.

Als je dat ongeveer aanhoudt, het kan weerstaan om overal suiker op te gooien en regelmatig van je luie reet af komt, dan zal het wel goed komen met je. Bodybuilder wordt zo niet, maar gezonder wel. Maar nogmaals, niet alles in één keer willen doen. Het heeft even geduurd voordat het er aan zat, dus het mag even duren voor het er af is.

Tabelletje en samenvatting:

Eerste maand (januari bijvoorbeeld). Experimenteren. Nog niet schrappen maar recepten zoeken en uit proberen.
Tweede maand. Snacks en drinken vervangen.
Derde maand. Lunch en ontbijt vervangen.
Vierde maand. Avondeten vervangen.
Voor altijd. Zo doorgaan. Dit is geen dieet, dit is je leven.

Regels: Zo min mogelijk ingrediëntenlijsten, zo veel mogelijk zelf maken en nergens zoetmakers (ja, alle) overheen gooien. Per week heb je één cheat dag waarbij je gematigd mag zondigen. Ergens in de derde of vierde maand zoek je een sport die je leuk vind, blijf die doen totdat je viral gaat als dansende bejaarde.