Waarom ik overdag op de bank hang (en me daar nog schuldig over voel ook).

Moeders zijn over het algemeen goed in een hoop dingen. Boterhammen smeren, troosten, kinder conflicten oplossen en je schuldig voelen. Zeker dat laatste, dat is echt een speciaal talent. Er zullen vast wat geweldige vrouwen aan die ellende ontstegen zijn, maar de meeste moeders zitten bij tijd en wijle propvol schuldgevoel.

Dat de kinderen er niet als fotomodelletjes bij lopen, dat de lunch geen bento box is, dat je zelf niet als een kekke mamma op het schoolplein staat of dat je huis niet magazine ready is.. Kortom; dat je niet genoeg doet.

Vroeger had ik naast moeder zijn ook een andere baan. Ik mocht lekker in een zwembad werken en dat vond ik heel leuk. In een aantal mappen kon ik heel duidelijk teruglezen wat mijn taken waren, hoe ik die diende uit te voeren en wanneer ik daarmee klaar was. Ik had er lol in om altijd net wat meer te doen dan er op papier stond. Als ik dan een dag wat minder deed voelde ik me daar totaal niet schuldig over en wanneer de dienst er op zat kon ik lekker naar huis.

Mijn bekentenis.

Ik moet jullie iets bekennen. Overdag, als alleen ik en de peuter thuis zijn, zit ik wel eens op de bank. En dan niet even, nee, soms wel twee uur, of (gasp!) drie. Niet dagelijks hoor, dat lukt bij lange na niet. Er zijn nog best wat dagen bij dat ik amper tijd heb om eten in mijn mond te proppen (voor de peuter het steelt). Toch gebeurt het wel eens, dat we zo samen hangen, ieder achter een scherm.

Daar kan ik me erg schuldig over voelen. Alsof ik mijn werk niet doe. Vroeger in het zwembad kon je geen minuut teveel op de wc zitten, laat staan uren rond hangen. Ik word dus regelmatig geplaagd met gedachten over wat ik allemaal wel niet gedaan kan krijgen als ik thuis net zo hard doorwerk als ik in het zwembad deed.

Het helpt als ik mezelf even herinner aan de verschillen. Want naast wat ik dus soms wel doe (bankhangen overdag) zijn er ook een hoop dingen die ik niet doe.

  • Om vijf uur klaar zijn.
  • Überhaupt ooit klaar zijn.
  • Ononderbroken slapen (ik heb al bijna drie jaar achter elkaar nacht dienst).
  • Na het eten de rest van de avond lekker zitten.
  • Een maaltijd lang blijven zitten.
  • Een uur waarin niemand me aanraakt.
  • Extra betaald worden voor avond- en nachtdiensten. (Hahaha! Dat is een grap. Ik word überhaupt niet betaald.)

Oh, en die bankhangtijd mag dan wel lang duren, er gebeurt wel een hoop tussendoor. Tenzij er sprake is van een dutje sta ik alsnog zo om de tien minuten op om aan de een of andere absoluut zeer dringende peuter eis te voldoen. (Een speelgoedje oppakken wat ze voor haar voeten heeft laten vallen ofzo.)

Nu ik er even over nadenk, ik doe helemaal niet niks. Ik beperk me dan tijdelijk tot de taak van opvoeden en laat alleen de huishoudelijke taken voor wat ze zijn. Soort van pauze achter je buro zeg maar.

Kan het ook anders?

Ik heb het in het verleden ook wel eens anders geprobeerd. Dan ging ik dus wel de hele dag door en mocht ik van mijzelf niet langer dan een kwartiertje gaan zitten. Soort toegeven aan dat schuldgevoel.

Grote grap; mijn huis werd er dus amper schoner van. Ja, de keuken kastjes glommen ietsje meer, maar de vloer lag nog net zo vol met speelgoed en koekkruimels. Die worden er namelijk sneller gedeponeerd dan dat ik ze kan weghalen.

Weet je wat ik er wel van kreeg? Een burn-out, dat kreeg ik.

Geestelijke gezondheid.

Dus probeer ik een soort balans te vinden. Genoeg in het huishouden doen om niet te vervuilen, genoeg buitenshuis doen om niet te vereenzamen en genoeg bankhangen om niet gek te worden.

Het lukt niet altijd hoor, dat evenwicht. Ik sla nog al eens de ene of andere kant op door. Maar goed, dat is ook een soort van balans…toch?

Geen klootzak zijn; een handleiding.

Na smeerlap Weinstein hebben onze zuiderburen nu ook een echte, eigen, tv viezerik. Bart de Pauw stuurt al jaren gore smsjes naar vrouwelijke collega’s en wordt daar nu mee geconfronteerd. Tot grote ontsteltenis van mijnheer heeft zijn smeerlapperij nog gevolgen ook en is hij nu zijn baan kwijt. Voorzichtig durf ik te hopen dat het tij gaat keren. Dat we, eindelijk, grensoverschrijdend gedrag gaan aanpakken. En dat maakt nogal wat reacties los.

Droevige reacties van mensen die aan de ontvangende kant hebben gezeten, hoopvolle reacties van mensen die het niet meer pikken en dan de…nou ja….klagende reacties van mannen die liever niet op hun woorden willen letten.

“Je kan ook niets meer zeggen.” en “Moet ik nu op elk woord gaan letten?” Dat soort geneuzel, zeg maar.

Vandaag wil ik deze heren van een reactie voorzien. En die kan best kort: Ja.

Ja, het is inderdaad de bedoeling dat je let op wat je zegt en doet. Daar ben je namelijk verantwoordelijk voor. Heel gek dat.

Nu snap ik dat dat nieuw is voor de heren, maar gelukkig is de kennis in onze samenleving ruim aanwezig. Mocht je moeite hebben met het idee dat je geen ongepaste grapjes en opmerkingen meer kan maken, wend je dan tot een vrouw. Maakt niet echt uit welke, misschien liever eentje die je in het verleden niet hebt beledigd…dus…je moeder ofzo.

Vrouwen letten al lang op.

Zie je, vrouwen zijn al sinds jaar en dag gewend om alles wat ze zeggen of doen op een gouden schaaltje te leggen. Te vriendelijk tegen je mannelijke medemens? Dan ben je aan het flirten en heeft hij alle recht om je te stalken. Doe je te koud dan ben je weer een Bitch. Ergens in het midden moet je dus zijn.

Zelfs als je dan dat fijne, ongrijpbare, middelpunt hebt gevonden, kan je daar niet te lang blijven. Dan heb je namelijk als vrouw een man in de friendzone gezet. (Nu dacht ik dat dat de bedoeling was bij vrienden, maar ja, ik heb een vagina dus wat weet ik er nu van.) De friendzone is een vreselijk plek waar mannen zitten die seks willen met vrouwen die dat niet willen. Dat de betreffende vrouw reageert met vriendelijkheid in plaats van een ferme afwijzing is natuurlijk ontzettend vervelend voor de betreffende man. Dan heeft hij een platonische vriendin en dat was niet de bedoeling.

Oh, maar die afwijzing brengt wel een risico op verbaal of fysiek geweld. Dan ben je immers weer een Bitch. Niet afwijzen is ook weer geen optie. Dan ben je een slet en dat is ‘asking for it’. Voor wat? Verkrachting. Gezellig hè?

Wat doe je aan?

Kleding is weer zo’n puntje. Als vrouw dien je niet alleen constant uiterst bewust te zijn van alles wat je zegt, inclusief lichaamstaal. Ook je kleding is weer zo’n koorddans act.

Niet te kort, niet te lang. Niet te sletterig, niet te preuts. Volgens de laatste mode, maar je moet wel bescheiden blijven. Oh, en natuurlijk op elke gelegenheid exact de geschikte outfit. En nooit twee keer hetzelfde, dat kan echt niet.

Het maakt als vrouw niet uit wat je zegt of doet, het is je uiterlijk waar je op afgerekend wordt. Mannen niet, die kunnen een carrière doorkomen op een enkel pak.

Hoewel onderzoek echt al heel, heel lang heeft uitgewezen dat seksueel geweld niets met uiterlijk te maken heeft, wordt nog steeds van vrouwen gevraagd wat ze aan hadden toen ze werden misbruikt. Verder zijn kledingregels op scholen en in bedrijven vrijwel altijd geschreven voor vrouwen. De boodschap is duidelijk en elke meid staat elke ochtend kritisch voor haar kledingkast.

Wat moeten mannen doen?

Voordat je schrikt, mijn klagende vent. (Klagende vent, wat heeft u nu geleerd!?) Het is absoluut niet nodig dat jij je aan dezelfde, onmogelijke, standaarden houdt. Echt, niemand die dat van je verwacht. Die ellende is gereserveerd voor mensen van de vrouwelijke overtuiging.

Wat je dan wel moet doen? Ok, komt ie: geen ‘grapjes’ maken over vrouwen, toestemming vragen voor alle seksuele handelingen en ophouden als iemand dat van je vraagt. That’s it. Daar komt het op neer. Er zijn zeker punten te verdienen met extra details, maar als je je aan die drie kernpunten houdt dan ben je geen viezerik en gaat het helemaal goed komen.

Ik snap dat je dan op je woorden moet letten. Ik snap zelfs dat je nog af en toe de fout in gaat. Daar heb ik zelfs een plan voor opgesteld. Let op, het is nieuwe kost voor je; sorry zeggen en het niet weer doen. Ik weet…ik weet…dat is totaal onbekend. Verantwoordelijk zijn voor je eigen gedrag is eng, maar ik beloof je, er staat een grote beloning tegenover. Geen egoïstische klootzak meer zijn.

Tadaaaaaaa!

(Oh, en willen de mannen die nu heel hard roepen dat dit niet over hen gaat en dat dit een hetze is en dat ik heeeel oneerlijk ben naar alle mannen toe even dit stukje lezen? Dank je)

Mijn zelf-maak werkt bij alles smeersel recept.

Ken je dat? Dat er ineens een gek plekje op je kind of op jezelf zit? Geen idee wat het is en zeker geen idee wat je er aan kan doen. Ga je naar de dokter, dan krijg je een vaag smeerseltje waarvan je eigenlijk niet goed weet wat het is en hoe het werkt. Oh, en meestal werkt het ook niet zo heel goed.

Dit is mijn smeerseltje. Het werkt bij vrijwel alles en je weet precies wat er in zit. Ik ga zelfs een goede poging doen om je uit te leggen waarom het werkt. En om het helemaal leuk te maken kost het je minder tijd en een stuk minder geld dan een doktersbezoek.

Waar is het voor?

Alle gekke, jeukende, pijnlijke, rode, getatoeëerde, droge of anderszins ongewenste plekken op je huid. De enige voorwaarde is dat de huid dicht moet zijn. Niet gaan smeren op een open wond. Wachten tot er een goede korst op zit en dan mag je los.

Wat heb je nodig?

Een pot kokosvet. Het goede spul. Staat iets van “extra vergine” of “extra vierge” op. Het hoort nog naar kokos te ruiken en als het goedkoop was dan is het verdacht.

Tea tree olie. Nogmaals, goed spul graag. Anders heb je alleen het geurtje en daar doen we het niet voor.

Een aloë vera plant of een tube aloë vera gel. Ik heb een flinke voorkeur voor de plant aangezien je weer niet precies weet hoe die gel is gemaakt.

Optioneel: moedermelk. Als je het direct van de bron kan krijgen is het een super booster. Alleen niet gebruiken wanneer je een schimmel vermoed. Die vindt de suikers in de melk namelijk erg lekker.

Hoe maak je het?

Meng in een potje ongeveer twee eetlepels kokosvet (in de winter eerst even laten smelten) met zes druppels tea tree olie en een eetlepel aloë vera. Het komt niet heel nauw en uiteraard kan je meer of minder maken. Dit zijn zo ongeveer de verhoudingen.

Als je het hebt kan je een spuit moedermelk recht uit de bron in je potje mikken.

Nou, en dan ga je mengen. Eeeennn, dan is het. Als je een min of meer homogeen, maar enigszins slijmerig prutje hebt, dan kun je vrolijk smerend los.

Zonder moedermelk is het een week of twee houdbaar in de koelkast. Met melk een week (ook in de koelkast) maar de effectiviteit gaat dan wel snel achteruit. Als ik moedermelk gebruik doe ik het er meestal bij op mijn hand, vlak voor gebruik.

Waarom werkt het?

Kokosvet bevat Laurinezuur, wat leuk spul is om bacteriën, virussen en schimmels mee te bevechten. Het lost de buitenkant van de micro organismen op, wat niet goed voor ze is, maar wel leuk voor jou. Verder kan het de huid zacht en soepel houden zonder af te sluiten, wat wel gebeurt bij smeersels op basis van minerale olie (vaseline, zeg maar).

Ook tea tree olie heeft een sterk antibacteriële, anti virale en anti schimmel werking. Dat komt vooral door terpineen-4-ol (geen idee hoe je dat uitspreekt joh. Maar het is leuk spul en zit in tea tree olie dus). Het is wat te sterk om zo onverdund op je huid te mikken, dus ideaal om te verwerken in een smeersel.

Aloë vera is leuk spul. Ik kan niet precies vinden wat het actieve deel ervan is, oftewel, het onderzoek spreekt elkaar nogal tegen. Toch heb ik zelf best vaak gezien hoe goed het werkt. Het helpt je huid genezen, zowel bij (dichte) wondjes als bij een verbrande huid.

Moedermelk is echt fantastisch. Ondanks wat mensen tegenwoordig denken is de primaire functie ervan niet voeding (ondanks dat het die rol toch ontzettend goed vervuld) maar bescherming. Kort door de bocht is het anti-alles-wat-je-kwaad-doet. In eerste instantie natuurlijk voor onze kinderen en van binnenuit, maar ook in te zetten op de huid.

Zo bij elkaar gemengd krijg je een krachtige zalf die helpt tegen, nou ja, vrijwel alles dus. Super handig en veel beter voor je dan de dokter versie. Smeer ze!

Boek: Over giraffen, jakhalzen en geweldloze communicatie.

Een paar maanden geleden was ik eens op een beurs. Misschien ken je ze wel, van die beurzen voor hippie ouders. Met workshops, lezingen en zalen vol stands waar je meer geld kan uitgeven dan je van te voren had afgesproken. Nu is dat vrij standaard voor een beurs, maar hier ging het dan om stands met draagdoeken (die je dan zo lekker kan voelen), lezingen over attachement parenting en onder ander een workshop over geweldloze communicatie.

En vooral dat laatste trok me wel. Ik had er al over gehoord en het is zeker een vlak waarin ik wat ontwikkeling kan gebruiken. (Vooral ‘s ochtends..als we haast hebben…en er weer eens een schoen kwijt is. Beetje zoals dit.)

Dus zit ik daar braaf op te letten tijdens de uitleg en kocht ik zelfs achteraf het boek. Grappig genoeg niet eens een dik boek, vrij dun zelfs. Ik was sceptisch dat zo’n nieuw concept in zo weinig pagina’s behandeld kon worden.

Overigens, het gaat om dit boek. De Giraf en de Jakhals in ons, door Justine Mol. En daar wil ik dus vandaag een recensie over schrijven. Voor de duidelijkheid; als je via de link (deze link) het boek besteld dan kost het jou niets meer en krijg ik er een paar centen voor. En dat is handig, want dan kan ik pannenkoeken maken voor mijn kinderen. Doe het voor de pannenkoeken.

Het boek.

Mevrouw Mol legt ons uit (via een leuk beeldend verhaal) dat wij allemaal een giraf en een jakhals in ons hebben. De giraf is rustig, liefdevol, begripvol. De giraf vertaald en begrijpt en heeft geduld. De jakhals is het tegenovergestelde. Hij komt voor ons op, wordt boos, maakt heel duidelijk waar je grenzen liggen en hoe je gevoel zit.

De truc, zo wordt ons uitgelegd, is beide kanten de ruimte geven. Je kan niet alleen een giraf zijn en van alleen jakhalzen wordt iedereen ongelukkig. Het is luisteren naar de agressieve kant door een filter van de geduldige kant.

Mol neemt ons mee in voorbeelden waar het soms wel of juist niet handig is om een bepaalde kant naar voren te roepen. Ook krijg je een hoop praktisch tips om met je giraf en jakhals om te gaan. Het boek leest vlot, wordt niet saai (wat mij te vaak gebeurt in zelfhulp boeken) maar weet wel de benodigde informatie over te brengen. En daar ben ik nog best van onder de indruk.

Mijn favoriete stuk is waar je wordt aangeleerd om een situatie van vier kanten te bekijken. De buitengekeerde jakhals (het oordeel wat je hoort van een ander), de binnengekeerde jakhals (het oordeel wat je hebt over jezelf), de binnengekeerde giraf (begrip hebben voor jezelf) en de buitengekeerde giraf (je verplaatsen in de ander).

Ja, dat is in het begin echt ontzettend langzaam en onhandig. Ik oefen nu vooral nog bij online gesprekken, omdat je daar makkelijk tijd kan nemen om te antwoorden. Maar het gaat steeds sneller en het idee is dat je het uiteindelijk vanzelf doet.

Mijn mening.

Mocht het nog niet duidelijk zijn, ik ben best enthousiast over dit boek. Het heeft absoluut een ‘zweverige’ inslag in de zin dat het gevoelens een stem geeft. Maar de werkwijze is heel praktisch en de toepasbaarheid is groot. In mijn eerste onhandige pogingen merk ik al dat je veel meer tot elkaar komt, in plaats van te verzanden in een “welles-nietes” strijd.

De verschillende aspecten van een mens zo simpel uitbeelden (met twee dieren) lijkt in eerste instantie bijna kinderlijk. Maar het mooie van kinderlijke concepten is dat we het allemaal snappen. Jip en Janneke taal, zeg maar.

Ken je de uitspraak dat als je iets niet uit kan leggen aan een zesjarige, je het concept eigenlijk zelf niet snapt? Justine Mol snapt waar ze het over heeft en weet het in duidelijke taal uit te leggen.

Het enige wat ik echt niet voor mekaar krijg is midden in een ruzie mijn handen op mijn hoofd te leggen en “giraffenoren” te maken. Ik kan me echt helemaal voorstellen dat een conflict dan snel ontaard in gegiechel, maar mijn trots staat me nog wat in de weg. (Om eerlijk te zijn, ze suggereert dat met je handen even in een andere kamer te doen, maar nog steeds zie ik mijn boze zelf niet zo zitten.) Ik heb duidelijk nog wel wat te leren, maar uiteindelijk ben ik ook nog maar een baby girafje, dus wie weet wat nog komt.

Hoe dan ook, ik vind het een aanrader die je zo wegleest en waar je nog wat aan hebt ook.

Enthousiast geworden? Hier kan je bestellen. Giraf ze! (Maar vergeet je jakhals niet.)

#MeToo

Er gaat op het moment een nieuwe # rond op social media. Met #MeToo geeft iemand aan seksueel geweld te hebben ervaren. Er wordt verder geen onderscheid gemaakt in vormen en gradaties.

Uiteraard is dit een antwoord op de ellende met Weinstein. Een manier om duidelijk te maken dat zijn houding en daden geen incident zijn maar een ziekte die heel diep verspreid is in onze samenleving. Shockerend veel mensen krijgen wel eens zo’n engerd voor de kiezen. Zeker de opmerkingen en aanrakingen zijn zo belachelijk veelvoorkomend dat het vaak afgedaan wordt als normaal gedrag. (Wat het snotverdomme niet is!)

En hoewel deze actie me diep raakt is het net niet helemaal waar ik het over wil hebben. Er is al ontzettend veel over gezegd en beter dan ik dat kan. Waar ik nu over wil praten is een reactie die ik al een paar keer heb gezien; de verontwaardigde man. De man die diep beledigd uitroept dat hij zoiets toch niet doet en dat dit neerkomt op verbaal geweld jegens zijn geslacht. Oftewel; the nice guy.

Er bestaan aardige mannen.

Laten we eerst even vaststellen dat er absoluut mannen bestaan die andere mensen met oprecht respect behandelen. Ze zijn er, ik ken er een paar, het is helaas wel een minderheid. Maar..ze bestaan.

Laten we dan ook wel even eerlijk toegeven dat zelfs die geweldige mannen profiteren van het systeem wat iedereen die geen cisgender man is onderdrukt. Ook al doe je er niets mee, als man heb je betere kansen, hoe lief je ook bent.

En zullen we dan meteen ook even vaststellen dat niets in deze # beweging mannen aanwijst als de dader. Mag ik even zeggen dat ik het best raar vind dat deze lieve mannen zich zo sterk aangesproken voelen? Als #BlackLivesMatter weer eens (heel terecht) langskomt ga ik toch ook niet hard roepen dat ik als blanke niet racistisch ben? Dan houd ik mijn mond, want dit gaat niet over mij.

Dit gaat niet over jou.

En daar komen we bij de kern van de zaak. Nice guys, luister goed; #MeToo gaat niet over jou. Ik ben echt blij dat jij geen klootzak bent, maar je verdient geen lintje voor normaal gedrag.

Deze actie gaat over seksueel geweld, in alle vormen. Dit gaat over het monster uit de schaduw halen, over de enormiteit van het probleem zichtbaar maken en overlevenden laten zien dat ze niet alleen zijn. Ben je geen onderdeel van het probleem, dan past je nederigheid en dankbare stilte. Een poging doen om ook dit verhaal weer om jou te laten draaien spreekt van een ego waar je misschien even mee aan de slag moet.

Toon politie.

En dan als uitsmijter, omdat ik het niet laten kan, even een antwoord op de kritiek dat dit niets oplost en dat we toch maar lief tegen elkaar moeten zijn.

Kop dicht, dat is tone policing.

Natuurlijk gaat een # niet in een keer het immense probleem van seksueel geweld oplossen. Niets kan dat. Daar zijn veel stappen en helaas ook veel tijd voor nodig. Dit maakt een begin, dit is een kleine beweging in de juiste richting. Iets zichtbaar en bespreekbaar maken is noodzakelijk om een verandering te bewerkstelligen. Noem het een interventie.

De hele “dit is niet gepast” en “we kunnen elkaar beter knuffelen” houding is een manier om ook deze pijn onder het tapijt te houden. Overlevenden hinderen in het uitspreken betekent dat je het probleem in stand houdt.

Je hoeft er niet aan mee te doen, je hoeft er het nut niet van in te zien, maar je moet de stemmen die nu opgaan wel de ruimte en het respect geven wat ze verdienen. Soms doe je dat het beste door gewoon zelf stil te zijn.

#MeToo

10 Mythes over slaap en kinderen, deel 2.

Zo, na een week wachten is hier eindelijk deel twee. Mocht je het eerste deel gemist hebben, begin dan hier met lezen, anders val je er zo middenin. Maar goed, bij deze dus; die volgende vijf mythes over kinderen en slaap. Dit keer gaat er zelfs eentje over jou! (Spoiler, de laatste.)

6, Een kind hoort van zeven tot zeven te slapen.

Er gaan van die tabelletjes rond waarin je mooi kan opzoeken hoe veel en hoe laat je kind hoort te slapen. Heel Hollands is van zeven uur ‘s avonds tot zeven uur ‘s ochtends. En dan het liefst aan één stuk uiteraard.

Ook hier gaan we totaal voorbij aan de individualiteit van elk mens en de verschillende behoeften van elk gezin. Niemand roept dat elke volwassene om tien uur naar bed hoort te gaan en om zes uur op moet. De een is een nachtuil en de ander een ochtendmens. Grappig genoeg werken kleine mensjes ook zo.

Daarbij zou het bij ons wel erg jammer zijn als de koters strak om zeven uur op stok liggen. Officier Pappa komt vaak pas rond die tijd thuis. Dan zien ze hem dus alleen in het weekend. (Wie is toch die man die op zondag altijd de tofu komt snijden?) Niet heel bevorderlijk voor de band en zo.

Hoewel je ook best kan zeggen hoeveel slaap iemand ongeveer nodig heeft, is dat ook maar een gemiddelde. Het ene kind heeft met een jaar echt wel zestien uur slaap nodig, maar het andere kan met een uur of twaalf af. Dat scheelt zo maar een flinke dut. Nergens is er enig bewijs dat die slaap zich tussen hele specifieke uren moet afspelen. Zolang het grootste deel ergens in de nacht gebeurt mag er flink wat variatie in zitten.

7, Na een bepaalde tijd heeft een kind geen voeding meer nodig in de nacht.

Ook weer zo eentje die neerkomt op doorslapen. In het begin hebben alle baby’s nachtvoedingen nodig, maar weer zijn er allerlei mensen die je zeggen wanneer dat nu eens over moet zijn. Als je langer dan een bepaald aantal weken of maanden je kind in de nacht van melk voorziet doe je het verkeerd. Dat kind houdt je voor de gek en je moet als ouder nu maar eens duidelijk gaan maken dat jij wel even bepaald wat hun lichaam nodig heeft.

Echt, hoe meer van dit soort onzin ik opschrijf hoe sarcastischer ik word. Kan ik niets aan doen, het is sarcasme of huilen en tranen zijn niet goed voor mijn toetsenbord.

Een kind kan om verschillende redenen wakker worden ‘s nachts. Zeker met borstvoeding koppel je ze eigenlijk automatisch aan. Maar stel nu dat je kleintje wakker wordt omdat het koud is, is het dan verkeerd om er een tepel bij te houden?

Nou, nee dus. Het mooie van borstvoeding is dat een kind zelf de controle houdt en dat het meerdere functies naast voeding heeft. Een hongerige spruit zal flink drinken, maar een koter met koude voeten wat minder. Het kind dat van diepe naar ondiepe slaap navigeert neemt misschien een enkel slokje en valt weer weg. Je mag er gewoon op vertrouwen dat je kleintje zelf weet wat ze nodig heeft en dat ook zelf regelt. Als ze vol zitten kan je duwen wat je wilt, maar die tepel komt er echt niet in hoor.

Er is ook geen bepaalde leeftijd waarop ze ‘s nachts geen honger meer hebben. Dat verschilt gewoon enorm per kind en per fase waar ze in zitten. Die ontwikkeling is nu eenmaal niet voorspelbaar en zeker niet lineair. Maar ik beloof je dat het helemaal vanzelf gaat. Geen puber die nog nachtvoedingen wil.

Ik ben me er erg van bewust dat ik het nu niet over fleskinderen heb. Hoewel ik weet dat ook die kinderen op hun eigen tempo ontwikkelen en verschillende behoeften hebben, weet ik gewoon niet hoe dat dan moet met een fles. Maar ook daar denk ik dat je niet een enkele regel kan maken die voor iedereen geldt.

8, Een papfles helpt met doorslapen.

Dit is de laatste over doorslapen. (Beloofd.) Het idee dat als je een baby vlak voor het slapen gaan heel vol propt met zware voeding ze dan langer stil blijven. Zodra er enige wallen onder je ogen verschijnen (en dat is enigszins onvermijdelijk) komt dit advies je van alle kanten tegemoet. Iedereen lijkt het er over eens, er wordt zelfs reclame voor gemaakt (van die pyjamapapje onzin) dus dan moet het wel waar zijn toch?

Eeehhhhhhhuuuuhhhhuhuh…nee.

Ten eerste even het boerenverstand er bij. Heb je zelf wel eens een grote maaltijd te laat in de avond gegeten? Weet je nog hoe je in bed lag? Niet echt lekker he? Onrustige nacht, last van je maag en rare dromen. Het toeval wil dat baby’s en peuters best wel op jou lijken, we zijn immers allemaal mensen. Hele grote kans dat ook een klein mens niet lekker slaapt op een volgepropte maag.

Niet overtuigd? Boerenverstand niet genoeg voor je? Ik geef je groot gelijk. Bij deze dan een stukje wetenschap…en nog wat, en hier nog een. Oh, en een leuk artikel wat het samenvat. Geen zin om wetenschappelijke lectuur door te pluizen? Komt hier de samenvatting: het maakt geen donder uit wat je een kind voert, ze worden ongeveer even vaak wakker ‘s nachts. De enige verschillen zijn dat moeders die exclusief borstvoeding geven gemiddeld 40 minuten meer slaap krijgen in een nacht en dat kinderen die overdag en in de avond vol gepropt worden een groter risico op obesitas hebben. (Goh…hoe zou dat nu komen?)

9, Een kind moet op een stille kamer slapen.

Sssssssttt! De baby slaapt! (Op harde fluistertoon lezen.)

Het idee is hier dat een baby op een geluid (en soms ook licht) dichte kamer hoort te liggen en het hele huis er omheen moet sluipen. Het minste geluidje maakt de kleine wakker.

Het valse van deze mythe is dat ie zichzelf waarmaakt. Als je een kind leert onder stille omstandigheden te slapen, wordt het vanzelf nodig. Maar van nature hebben baby’s echt geen stilte nodig om te slapen. Sterker nog, dat werkt averechts. In de buik was het ook niet stil. Een moederlijf maakt een hoop geluid en een zwangere vrouw gaat niet op de slaapkamer zitten zodra de baby even niet schopt. Er is geen enkele reden dat dat aan de andere kant van de vagina ineens anders moet.

Natuurlijk kan een kind schrikken van een plots hard geluid. Maar zal ik je eens wat verklappen, waar ze wakker van worden is vrijwel altijd jouw reactie op het geluid, niet het lawaai zelf. (Ja, er zijn uitzonderingen. Nee, dat zijn er niet zo veel als je denkt.) Als je het voor elkaar krijgt om geen schrik reactie te vertonen, blijft de kleine meestal door tukken.

Bekende geluiden zijn prettig, een soort white noise. Het gezin wat draait, stemmen die rustig praten, verkeer terwijl je buiten loopt. De meeste kinderen slapen er juist goed op. Als je je baby vanaf het begin gewoon tussen de dagelijkse geluiden laat slapen geef je ze zelfs een heel mooi kado mee. Als volwassene kunnen ze dan ook door luide buren en toeterende auto’s heen slapen, en daar ben ik best jaloers op.

10, Je hebt acht uur ononderbroken slaap nodig om een goede nachtrust te hebben.

We kennen allemaal de oude slaap adviezen wel. Acht uur slaap anders gebeuren er vreselijke dingen. En dan moet je vooral dóórslapen. Een paar keer naar de WC en je bent de volgende dag een zombie.

En voor veel volwassenen klopt dat, maar dat is niet omdat we dat vanuit onze biologie nodig hebben. Net als met in stilte slapen is het aangeleerd gedrag. Omdat we liefdevol of streng hebben geleerd om lange stukken stil op onze kamer te liggen, zijn we het nodig gaan hebben.

Maar als we terug gaan naar onze voorouders, niet eens zo heel lang geleden, dan zien we een heel ander beeld. Voordat we elektrisch licht hadden sliepen we waakzaam en naar alle waarschijnlijkheid in twee delen.

Waakzaam omdat we op onze omgeving moesten letten. Even een oog open om het (haard)vuur aan te porren, even half wakker om te kijken wat daar beweegt om dan zonder moeite weer verder te slapen.

En ja, er zijn aanwijzingen dat we in twee delen sliepen. Dat we bij zonsondergang een eerste blok maakten, om dan een paar uur wakker te zijn alvorens het tweede deel te slapen. Hier wordt dat uitgebreider verteld.

Het idee dat je acht uur in coma moet klopt van alle kanten niet en baby’s weten dat nog heel goed. Maar ja, wat moet je als geslaaptrainde volwassene?

Het goede nieuws is dat elke training ook weer omgekeerd kan. Slecht nieuws is dat het vooral doorzetten betekend. Het is ellendig zwaar in het begin, maar uiteindelijk wen je er weer aan om een paar keer (half) wakker te worden in de nacht. Zeker als je kindje naast je ligt en makkelijk kan aankoppelen.

Zijn er meer mythes?

Zo, hèhè, we zijn er door heen. Dat waren de tien grote mythes die ik ken over het slaapgedrag van kinderen. Maar misschien weet jij er nog meer. Vertel!Ik wil ze graag horen. Roept jouw buurvrouw, schoonmoeder of huisarts iets wat ik niet heb genoemd? Wat is jouw favoriete slaap mythe? Ik lees ze allemaal in bed en val dan heerlijk in slaap.

10 mythes over slaap en kinderen, deel 1.

Er gaan altijd verhalen rond over wat een baby wel of niet hoort te doen qua slapen. Nu weet een baby volgens mij zelf heel prima wat ze wel en niet hoort te doen, maar daar is de buurvrouw, je schoonmoeder of zelfs het consultatiebureau het niet altijd mee eens.

Hier zijn tien van die onzin verhalen bij elkaar. Makkelijk om uit te printen en onder bemoeierige neuzen te duwen. Of gewoon om je eigen zelfvertrouwen een boost te geven.

1, Een baby moet wakker maar moe in bed gelegd worden.

Volgens deze mythe is er een soort gouden moment waarop een baby heel moe is, maar nog wel wakker. Een goede ouder herkent dat moment natuurlijk direct en legt haar kleintje vredig in de wieg, alwaar dit engeltje heerlijk inslaapt.

Ennnn, iedereen met een kind weet dat de realiteit heel anders is. Een moe maar wakker kind in een bedje leggen is meestal gegarandeerd een huilbui. Dat ‘gouden moment’ bestaat helemaal niet. Baby’s willen op een ouder of verzorger slapen en dat is echt heel normaal. Dan horen ze dezelfde geruststellende geluiden als in de buik, blijven ze heerlijk op temperatuur en worden ze door de ademhaling en beweging zachtjes gewiegd.

Overdag biedt een draagdoek de mogelijkheid om je handen vrij te houden en hier zie je hoe je ‘s nachts veilig samen kan slapen.

2, Een baby moet bij de eerste tekenen van moeheid naar bed.

Het idee is dus dat je je baby intens in de gaten houdt, om dan bij het eerste gaapje of wrijfhandje de kleine in bed te mikken. Als je dat niet doet verandert jouw lieve kind in een soort monster omdat ze over haar slaap heen is. En dan ben je dus een slechte ouder.

In het echt is ieder kind anders. Er zijn vast wel baby’s waarbij dit een nodige actie is. Maar ga eens na hoe vaak je zelf gaapt. Is dat altijd omdat je moe bent? Ik gaap namelijk best regelmatig en het zou lastig zijn om in bed gekiept te worden omdat de kamer een beetje muf was.

Ook zijn er zat kinderen die echt niet van die tekenen gaan vertonen hoor. Als je geluk hebt kiepen ze gewoon om en als je pech hebt krijg je dan totaal zonder waarschuwing zo’n ik-ben-moe-en-hyper kind. Gezellig.

Zelf doe ik mijn kinderen altijd bij de laatste tekenen van moeheid naar bed. Dat moment net voordat ze spontaan omvallen. Als ik het eerder probeer heb ik ten eerste vaak een vals alarm en ben ik ten tweede uuuuuren bezig, en daar heb ik toevallig een hekel aan. Het komt er op neer dat wat dit betreft elk kind anders is en elk gezin andere behoeften heeft. Maar dat bekt dan weer niet zo lekker.

3, Vanaf een bepaalde leeftijd hoort een kind door te slapen.

Tegenwoordig zijn we het er wel over eens dat een baby vers uit de buik ‘s nachts nog wel wat aandacht mag, maar volgens de mythe houdt dat al snel op.

Iedere ‘expert’ geeft je een andere tijd, maar na een aantal maanden of soms zelfs weken hoort het nachtelijk ontwaken wel over te zijn. Is dat niet zo dan heb je het helemaal verkeerd gedaan en is jouw kind een Slechte Slaper (que dramatische muziek).

Uiteraard klopt hier ook niets van. Er is geen leeftijd waarop doorslapen een must is. Sterker nog, de meeste volwassenen doen het niet eens. Even naar de wc, een slokje water, heel normaal allemaal. Het verschil is dat wij oud genoeg zijn om zelf in onze behoeften te voorzien. Een klein kind is dat niet en dus hebben ze je even nodig. De ervaring leert dat hoe minder je je er tegen verzet, hoe makkelijker het gaat (maar nu ga ik wel kort door de bocht, lees voor meer tips eens mijn stuk over slaapproblemen). Op een gegeven moment, helemaal vanzelf, hebben ze je niet meer nodig ‘s nachts. Dat duurt wel een jaar of vier, vijf (gok ik dat het gemiddelde zo is) maar na de eerste twee jaar wordt het meestal veel minder.

4, Je moet een kind leren zelfstandig in slaap te vallen.

Deze hangt erg tegen het “wakker maar moe” verhaal aan. Het idee dat een kind zelfstandig in slaap hoort te vallen en als dat niet vanzelf gaat je dat moet aanleren. Dat aanleren bestaat er dan vooral uit dat je het kind alleen op een kamer de boel laat uitzoeken. Bij een ouder kind kan je dan ook nog gaan omkopen met stickers en dergelijke.

De grap is dat het juist omgekeerd werkt. Zelf gaan slapen is een van die non-dingen die bij opvoeden hoort. Daarmee bedoel ik de dingen waar je juist niets mee moet doen, dan komen ze vanzelf goed. Dingen als lopen en zo.

Als een kind altijd veilig bij een ouder of verzorger in slaap mag vallen, dan gaan ze slaap associëren met leuke dingen. Knuffelen, aandacht, liefde. Dat soort gedoe. Gaan slapen wordt een prettige bezigheid die ze naar verloop van tijd zelf gaan doen. Je wordt op een gegeven moment gewoon de kamer uitgestuurd.

Als je een kind gaat dwingen wordt bedtijd een naar ding. Wanneer slapen samen gaat met verlating, harde woorden of hoge eisen, dan is de associatie negatief en gaan ze zich verzetten. Best logisch eigenlijk. Dat gedrag kan heel lang voortduren. Eigenlijk wel een leven lang. De ouders merken er misschien niet meer zo veel van, maar er zijn echt zat volwassenen die een hekel hebben aan naar bed gaan, moeilijk inslapen en hun bedtijd lang uitstellen.

5, Je mag een kind na bedtijd nooit uit bed halen.

Als je het dan compleet verprutst hebt als ouder en een Slechte Slaper hebt gecreëerd dan mag je dat kind bij het nachtelijk waken niet uit bed nemen. Dan hebben ze namelijk gewonnen en doen ze nooit meer wat je zegt. Laat je ze in bed dan zou je ze leren dat de nacht voor slapen is en dat dat in bed gebeurt.

Uiteraard ga je zelf wel even naar beneden als je ‘s nachts wakker wordt. Voor het eerdergenoemde glaasje water en wc bezoek. Soms zelfs even zitten op de bank als je slecht hebt gedroomd. Ik ben zelf een vrij slechte slaper en weet heel goed dat het geen zin heeft om in bed te blijven liggen draaien. Even er uit geeft een reset, waarna je sneller weer in slaap valt.

Natuurlijk geldt hetzelfde ook voor kinderen. Dat zijn ook gewoon mensen, al vergeten we dat wel eens. Even een knuffel op de bank kan wonderen doen. En bij een nachtmerrie is het zelfs belangrijk om een kind uit de situatie te halen. Ik ga dan met ze naar beneden en doe alle lichten aan, anders blijven ze bang.

Als je samen slaapt is het hele ‘in bed blijven’ idee nog onzinniger. Meestal liggen daar namelijk ook anderen, een partner of meer kinderen. Het heeft echt geen enkel nut om het hele gezin maar wakker te maken uit een raar principe.

De volgende vijf.

Ja, en nu verwacht je nog vijf van die mythes van me. Die komen ook, maar niet nu. Zie je, dit stuk is best wel monsterlijk lang geworden, dus hak ik bij deze de boel in twee.

Volgende week, zelfde tijd, zelfde blog, nog vijf van die ontzettend vervelende verhalen over kinderen en slapen. Tot dan!

Zeven cosmetische producten die ik wel nodig heb. (En waarom ik nog steeds een stinkhippie ben.)

Een tijdje geleden heb ik een stuk geschreven over zeven cosmetische producten die ik niet meer nodig heb. En dat was best een leuk stuk. Maar het is dan weer niet zo dat ik nooit iets op mijn huid smeer. Ik gebruik wel wat spulletjes om mijn leuke lijf wat leuker te maken.

Bij deze dus zeven producten die ik cosmetisch gebruik. (Hoewel sommige meer onder het kopje ‘voedsel’ vallen.) Dit is wat voor mij werkt, op dit moment in mijn leven. Of het ook voor jou de heilige graal is weet ik niet, moet je maar uitproberen. Zelfs bij mij zal het nog wel eens veranderen. Het mooie is dat geen van deze dingen makkelijk kwaad kunnen. Tenzij je de rotte pech hebt om ergens allergisch voor te zijn kan je veilig smeren en vaak zelfs eten. Voordeel als je net als ik kinderen hebt die graag potjes openmaken.

Oh, full disclosure. Als je via mijn linkjes iets besteld, dan krijg ik daar een paar centjes voor. En dat is leuk, want dan kan ik de verwarming af en toe aan zetten en hoeven mijn kinderen geen vijf truien te dragen in de winter. (Grapje! Niet meteen de kinderbescherming bellen.) Wel zijn het echt de spullen die ik thuis heb staan en blij mee ben.

1, Kokosolie.

Heel populair onder vieze stinkhippies. En eigenlijk gewoon iedereen die het zat is om een afvalproduct van benzine op je lijf te smeren. (Oh, wist je dat nog niet? De meeste commerciële smeersels zijn gemaakt met minerale oliën. En die komen van aardolie. Lekker hè)

Kokosolie kan je gebruiken om in te bakken, maar er is online ruzie of dat nu goed is of niet. Ik heb geen idee, niet in verdiept eigenlijk. Wij bakken in olijfolie. (En ja, daar is ook ruzie over. Echt waar, ik heb geen idee meer wat nu goed is buiten olie die verkregen wordt door een zeldzaam bloemblaadje uit te persen met behulp van eenhoorns. Wat meer kost dan vloeibaar goud.) Wat ik met kokosolie doe is smeren. Onze huid, haren en bij de peuter ook billen krijgen regelmatig een lekkere laag. Wel het goede spul nemen dat nog naar kokos ruikt. Ja, dat is duur. Is ook een stuk beter voor je. Je doet redelijk lang met een pot.

Bij tijd en wijlen stop ik het spul ook in mijn mond. Ongeveer een eetlepel vol. En dat blijft daar dan een tijdje. Heet oil pulling en helpt met een gezonde mond en tanden.

Als ik mijn smeersel wat wil upgraden meng ik de kokosolie met iets. Tea tree en lavendel olie bijvoorbeeld. Werkt goed bij geïrriteerde huid. Als je het hebt kan je er ook wat moeder melk doorheen doen. Dan is het super om wondjes te genezen.

Het mag ook in vagina’s en op de penis. Na of tijdens enige activiteit of bij jeuk. Let dan wel op dat condooms er gaatjes van krijgen. Geen goede combo dus.

2, Appel(cider)azijn.

Appelazijn of appelcider azijn (wat hetzelfde is) heeft best wel veel toepassingen binnen de zelfzorg. Kijk maar even op het internet of je er iets mee kan. Als ik alles ga opnoemen wordt dit artikel een boek.

Zelf slik ik er elke dag een lepel van door. Ja, dat is echt enorm vies. Ik neem er gauw een slok water achteraan. Maar het helpt mijn darmen gezond te houden (ja, dat is belangrijk), is preventief tegen een blaasontsteking (waar ik snel last van heb) en helpt me met afvallen. (Ik wil niet zozeer dun zijn, maar fit. En een hoog vet percentage werkt dat tegen)

Het is een goede gezichtsreiniger. Dagelijks vind ik wat te heftig voor mijn huid, maar zo net voor ik ongesteld wordt helpt het om de pukkels in toom te houden.

Ook mag het op warme dagen onder mijn armen. Het is een goede deo. (De geur vervliegt snel. Hoop ik dan. Wie weet ruik ik wel naar een augurk.) Niet aan te raden als je net geschoren hebt.

3, Tea tree olie.

Tea tree olie is geweldig spul om mee te ontsmetten. Het bestrijd zowel bacteriën als schimmels, dus je kan er veel kwaaltjes mee te lijf. Handig als je actieve kinderen hebt.

Bij dreads is het ook fijn voor je hoofdhuid. Die kan wel eens wat geïrriteerd raken omdat er veel gewicht aan hangt. Een soak met tea tree doet wonderen.

En uiteraard de bekende acne plekjes (wat nou jeugdpuistjes, stomme dingen gaan nooit over) worden ermee aangestipt.

Oh, en als het huis muf ruikt is een drupje tea tree, lavendel en munt olie in een brander hartstikke handig. Ruikt het net alsof je een uur hebt staan poetsen. (Ok, het is echt wel eens schoon bij mij hoor. Maar gewoon niet altijd. Daarbij, het hebben van kinderen brengt onvermijdelijk…geurtjes mee. Is nu eenmaal zo.)

4, Scheren met suiker (en olie).

Kan ik snel over zijn, want daar heb ik al een blog over geschreven. Ga maar lezen en kom dan terug. Tot zo!

5, Dr Bronner’s vloeibare zeep.

Geen idee wie Dr Bronner is, maar ze maken hele fijne zeep. Ik gebruik het als shampoo, (ja, dat gebruikte ik eigenlijk niet. Maar anders werken locs niet. Je haar moet droog zijn) maar je kan het echt overal voor gebruiken. Tot afwasmiddel aan toe. (maar dat lijkt me wel wat duur)

Ik heb het nu al een paar maanden en ben bijna op een kwart van een fles. Moet je wel even bedenken dat je locs (dreadlocks) niet elke dag wast. Omdat ik veel sport doe ik het nu zo’n drie keer per week. Maar toch, best zuinig nog.

6, Weleda tandpasta.

Ik gebruik zelf de Ratanhia tandpasta en de kinderen poetsen met deze. Uiteraard maakt een echte hippie zelf haar tandpasta (ja, dat kan), maar dat durf ik niet helemaal. Mijn gebit is niet super sterk dus vind ik het hier eng om de norm helemaal los te laten. (Lekker hypocriet hè.)

Wel zit er geen fluor in, dus mag ik mijn hippie kaart houden.

Wat ik fijn vind aan de kinder versie is dat er geen vies, zoet smaakje aan zit. Het proeft heel zacht en iets zoetig, maar het zijn niet de chemische aardbeien van dat Nijntje spul. Zo wordt (is mijn idee) de overgang naar ‘grotemensen’ tandpasta uiteindelijk makkelijker.

7, Rozenbottel olie.

Rozenbottel olie of rozenbottelpit olie (is hetzelfde) is een recente ontdekking voor mij, maar ik ben er behoorlijk blij mee.

Ik hint er hierboven al naar, maar mijn huid denkt momenteel dat we vol in de pubertijd zitten ofzo. Heeft een reden, lang verhaal. Korte versie heet bijnieruitputting of adrenal fatigue. (ja, ik weet dat het omstreden is of het überhaupt bestaat. Dit is mijn leven en ik diagnosticeer lekker hoe ik zelf wil.)

In een flinke zoektocht naar wat nu echt werkt kwam ik op retinolzuur uit. Dat is ook wat er in de medicinale crèmes zit die een arts kan voorschrijven. De enige natuurlijke en veganistische bron die ik kon vinden zijn de pitten van een rozenbottel.

Niet het goedkoopste spul, maar ik meng het met kokosolie en mensen…het werkt! Ik kan je zeggen, het is best een opluchting om er niet steeds als een omgekeerde vliegenzwam bij te lopen.

Naar zeggen doet het ook veel goeds voor littekens en rimpels, maar aangezien ik beide niet vervelend vind om te hebben heb ik het daar ook niet echt voor uitgetest. Als mijn kraaienpootjes ineens verdwijnen laat ik het je weten.

Dat was het.

Qua dagelijkse of wekelijkse producten die ik graag mag gebruiken ter bevordering van mijn stralende zelf is dat het wel. Een paar keer per jaar heb ik zin in make-up, maar dat is vrij standaard spul. Niet echt blog-waardig. Verder ben ik er ook niet enorm goed in dus een beauty blogger ga ik nooit worden.

Maar nu ben ik eigenlijk wel nieuwsgierig. Wat gebruik jij qua cosmetische spulletjes? Wat is jouw favoriet? Wie weet kunnen we van elkaar leren.

Vijf dingen die je een ouder kado kan doen, in plaats van badschuim.

Ouders. Een eeuwig vermoeide groep mensen. Het opvoeden van kinderen is nooit bedoeld om maar met twee mensen te doen, je hebt er echt een dorp voor nodig. Toch zijn er eindeloos veel gezinnen waar twee en soms zelfs maar één volwassene dapper doorploeteren.

Op moederdag, vaderdag en verjaardagen nemen deze helden met een dankbaar gezicht wat kadootjes in ontvangst. Een lekker geurtje, bubbels voor het bad en soms zelfs een mooi sieraad. Dat zijn echt wel prima dingen om te geven hoor. Uiteindelijk gaat het om de gedachte die er achter zit. Maar vandaag wil ik eens wat andere suggesties doen. Hier is een lijst van vijf dingen die veruit de meeste ouders van jonge kinderen stiekem veel liever hebben dan een Fa douche pakket.

1, Een maaltijd waarbij je niet hoeft op te staan.

Kinderen hebben een ingebouwde sensor voor ouders die even gaan zitten, zeker als er eten in het spel is. Al zijn ze nog zo zoet boven met de lego aan het bouwen, de seconde dat je met je thee en boterham in een stoel ploft, staan ze voor je neus. Uiteraard met een grote variatie aan verzoeken waar je onmiddellijk aan moet voldoen.

De avondmaaltijd zou in theorie beter moeten zijn. We zitten immers nu allemaal aan tafel met hetzelfde doel. De realiteit is echter anders. Er moet van alles gesneden worden, uit de koelkast gepakt en er zijn discussies die juist dan op ruzie uitlopen. Als er een jong kind in het spel is zit er meestal een volwassene met de kleine spruit op schoot, om graaivingers heen wanhopig te proberen wat voedsel in haar mond te krijgen.

Nodig deze mensen eens uit (ja, het hele gezin, dat overleef je wel). En spreek van te voren af dat jij degene bent die opstaat. Of beter nog, ga bij ze langs, geef de ouders een bon voor een restaurant en doe een heldhaftige poging om de kinderen een gezonde maaltijd te laten eten.

2, Een weekend rust en uitslapen.

Het was toevallig laatst vrijdag en ik had een gesprek met de docent van mijn zoon. Aan het einde verzuchtte ze blij dat het nu wel lekker weekend was. Dat was even schakelen. Deze geweldige vrouw verdient uiteraard twee dagen rust, maar het concept is mij nu al zo lang vreemd dat ik even moest denken om haar te begrijpen.

Weekend is voor ouders vooral een tijd van tekenfilms en kinderen die koekjes willen. Het voordeel is dat je niemand naar school hoeft te brengen. (Tenzij je de pech hebt dat je kroost getalenteerd is, dan ben je alsnog taxi naar een club, les of bijeenkomst.) Het nadeel is dat buitenspelen uit de mode is en er naar jou wordt gekeken voor vermaak.

Vraag of de oudere kinderen een keer een weekend bij jou mogen logeren. Vanaf een jaar of vier gaat dat echt lekker. Doe het helemaal goed door ze op vrijdag al uit school te halen. Plan een weekend vol met uitstapjes, films en creatieve activiteiten. Doe voor de goede orde een poging om ze iets anders te voeren dan chips en patat.

Hele jonge kinderen kunnen niet zo lang bij hun ouders weg zijn, maar al neem je maar de helft van de druktemakers mee, je helpt al een hele boel. Voor extra punten kan je een oma of opa inschakelen om in datzelfde weekend een paar lange wandelingen met de kleinste te maken. Let wel op dat dit nogal eens voor gezinsuitbreiding een maand of negen later kan zorgen.

3, Een avond om een favoriete serie te binge-watchen.

Iedereen heeft het over de geweldige finale van de een of andere serie, maar ouders van jonge kinderen staan er vaak beteuterd bij. Ze zijn nog niet verder gekomen dan aflevering drie. Wel kunnen ze Dora ondertussen woord voor woord opzeggen.

Tegen de tijd dat iedereen in bed ligt heeft een ouder met geluk, ok, met heel veel geluk, een uurtje voordat ze zelf van vermoeidheid omvalt. Oh, en in dat uur moet je ook nog een keer of drie naar boven voor het een of ander. En misschien ook de baby voeden die naast je ligt.

Geef ze jouw sleutel, je Netflix password en pas een avond op. Ja, dat is zwaar. Zeker als er een kleintje is. Hou er rekening mee dat ze in slaap vallen en je ze wakker moet bellen.

Weet je wat, maak er een binge middag van. Dan kan jij wandelen met de kinderen en kunnen zij een paar uur kijken. Zoek van te voren uit waar de goede speeltuinen in de omgeving zijn. Bij slecht weer pak je een binnenspeeltuin. Bereid je goed voor met schone kleren (ook voor jou), billendoekjes (ook voor jou en niet per se voor billen. Meer voor plakkerige vingers enzo) en pijnstillers. (Alleen voor jou. Het geluidsniveau is niet normaal daar.)

4, Taart (of ander lekkers) wat je niet hoeft te delen.

Weet je nog dat ik vertelde over die sensor die kinderen hebben als een ouder gaat zitten? Die slaat dus op tilt als er lekkers in het spel is. Het maakt niet uit waar je kind is, als er taart is staan ze met open mond voor je neus. Ik ben er van overtuigd dat ze zelfs op school kunnen zijn, om dan toch plotseling naar huis te teleporteren.

Ik kan soms echt dromen van een goed stuk taart. Liefst chocolade en dan echt heel luxe (en vegan, maar ja, dat ben ik). En dat je dan kan zitten, ook nog met een grote kop thee (hey, droom groot) en totaal ongestoord het hele ding tot de laatste kruimel weghappen.

De realiteit is helaas meer dat je zelf hoogstens een hap binnen krijgt, terwijl je je bord hoog houdt, en er kinderen huilen.

Om dit als kado te geven heb je twee opties. Of je komt binnen met twee taarten. Een voor de volwassenen en een voor de kinderen. Nadeel is dat je ten eerste bestormd wordt, ten tweede de kinderen veel taart moet voeren om de ouders te ontzien en ten derde er altijd een kind is dat liever de grotemensentaart heeft.

Het is waarschijnlijk makkelijker om een bon te kopen voor taart en thee bij een leuk cafeetje en op de kinderen te passen. Geef de bon wel sneaky en zorg dat er geen afbeelding van taart op staat..en dat ie niet naar taart ruikt. Weet je, voor de zekerheid, doe het ding maar in een waterdichte enveloppe….they know….

5, Slaap. Gewoon slaap.

Het ding waar je de eerste jaren als ouder absoluut, zonder twijfel en met grote voorsprong het meest behoefte aan hebt is slaap. Ononderbroken slaap. Dat je als een zeester in bed kan liggen stinken. Urenlang.

Een nacht overnemen gaat erg lastig. Het verschilt van gezin tot gezin en hoe dicht je bij ze staat. Oma kan dit eerder aanbieden dat een oude klasgenoot, zeg maar. Wel kan je dutjes of een uitslaap moment regelen. Sta een keer belachelijk vroeg op in het weekend, zodat je om een uur of zes voor de deur kan staan (wel effe van te voren afspreken natuurlijk). Neem de kroost over en schrik niet van de twee zombies die je vrienden elke ochtend zijn. Stuur ze liefdevol weer naar bed terwijl jij hun nakomelingen een paar uur vermaakt. Zo vroeg in de ochtend is er nog niets open, dus dat doe je ofwel in hun woonkamer, of in die van jou. Zet een film op voor oudere kinderen, knuffel met de kleintjes. Kijk uit voor de lego.

Het dorp dat we nodig hebben.

Ik ben me er van bewust dat vrijwel al deze kado’s neerkomen op oppas zijn. Punt is dat we dat nodig hebben. Ik zeg het zo vaak dat ik wel een gebroken plaat lijk, maar het is nooit de bedoeling geweest om kinderen met maar twee volwassenen op te voeden. We horen in stamverband met elkaar te leven en zo samen de lasten te dragen. Dit is waarom ouders er zo vaak als zombies bij lopen. En dat is waarom we jou nodig hebben. Jij bent onze stam, de extra handen waar we wanhopig op zitten te wachten. Geloof me, we hebben je een stuk harder nodig dan een douchepakket…of een boekenbon.

Zijn we telefoonzombies geworden?

De zombie apocalyps is hier! Dom vooruitstarend beweegt de massa zich voort, met schuifelende voeten en lege blik gericht op een klein scherm. Het was al voorspeld en nu gebeurt het, smartphones eten onze hersens op! Ren voor je leven!

Ok, maar ff serieus. Er wordt nogal veel kritiek gegeven op mensen die zich vermaken met hun zakcomputer (aka de smartphone). We zouden geen contact meer hebben met elkaar en niet meer op of om kijken. Als je kinderen hebt is het uiteraard helemaal erg! Ouders die langs de speeltuin verdiept zijn in Facebook in plaats van de capriolen van hun kind. De horror!

Ja, zie je, en daar kom ik dan weer met mijn menig. Ik vind dus dat het allemaal wel meevalt. Of beter gezegd, dat het ten eerste lang zo erg niet is als wordt beweerd en ten tweede nog een doel heeft ook. Maar dan wil ik het eerst even over de geschiedenis hebben, en prikkels.

Vroeger was alles beter.

Prikkels. Vroeger hadden we er daar niet zo veel van. Vroeger zat je met je reet op de grond een mand te vlechten met dezelfde twintig tot vijftig personen om je heen die je je hele leven zag. Als je opkijkt zie je natuur, wat hutten en wat spulletjes. Af en toe gebeurt er wat, maar dat is ook snel weer over. Het leven is niet saai, maar wel bekend. Je maakt lol, liefde en je deelt wat je hebt.

Even later gingen we in steden wonen. Daar zijn al meer van die prikkels. Er dendert een kar voorbij, stemmen roepen hard en je ziet veel mensen die je niet kent. Het is nog wel te doen, maar echt wel anders.

Met de uitvinding van de print pers worden boeken en kranten voor steeds meer mensen beschikbaar. Er wordt zelfs lezend over straat gelopen. Men spreekt wel van een invasie der stommen. Verdiept in dat boek, zonder contact te maken met een ander. De schedel inhoud zal nog rotten! (Herkenbaar?)

Nu is het anders.

En dan is het ineens nu. Nu is alles anders. Om je heen een nooit aflatende barrage van kleuren en geluiden. Toeters, reclame, muziek en geuren. Meer en meer en meer en meer. In je leven mag je heel blij zijn als je een mens of vier weet te behouden. De rest komt en gaat, een constante stroom van onbekenden die vrienden worden, om dan weer als vreemden weg te gaan.

We zijn niet gemaakt voor zoveel prikkels. Onze hersenen slaan op tilt. We hebben wel een systeem voor paniek situaties, maar dat is nooit bedoeld om als OS te draaien. (Operating System, voor de technycapten onder ons. Windows, zeg maar)

Ik denk dat we daarom in die telefoon zitten. Puur afsluiten. Even alleen de prikkels die je kiest, in plaats van degenen die worden opgedrongen. Zo is het in ieder geval voor mij. Zijn we op vakantie, op een plek waar het groen is en rustig, dan taal ik amper naar dat gekke ding. Maar in de stad, pffff, ja dan heb ik het ook nodig. Een soort pauze knop.

Ouders die op hun kinderen letten.

Ik noemde het net al even, maar vooral ouders krijgen kritiek als ze niet constant adorerend naar hun kroost staren. Maar weet je, die kroost heeft dat helemaal niet nodig. Willen ze ook niet. Kinderen horen lekker buiten het zicht van volwassenen te experimenteren. Kan je je voorstellen dat je manager de hele tijd meekijkt? Dan wordt je helemaal kriegel!

Komt er bij dat het juist ouders van jonge kinderen zijn die die uit-knop hard nodig hebben. De mandenwever uit ons eerdere voorbeeld had een hele stam om samen de kinderen mee op te voeden. Dat hebben wij niet. Nu wordt alles wat ooit met twintig man werd gedaan van twee oververmoeide zombies gevraagd (of zelfs van maar eentje). Geen wonder dat dat niet gaat.

Natuurlijk moet je vaak genoeg opkijken om op het ergste gevaar te letten. Twee van mijn kinderen zijn weglopers en daar heb ik zeker de helft van mijn grijze haren mee verdiend. Maar je kan echt wel even een spelletje spelen, of op instagram ofzo.

De verdwijning van echt contact.

Ik hoor nogal eens roepen dat mensen geen echt contact meer hebben door de digitale revolutie. Dat we niet meer met elkaar praten. Daar wil ik even wat kritische punten bij neerzetten.

Ten eerste hebben we inderdaad minder echt contact. Maar dat heeft niets met smartphones te maken. Ik zei het net al, vroeger bleef je stam min of meer intact gedurende je leven. Soms ging er iemand dood, soms werd er iemand geboren en heel soms was er wat migratie. Maar dat was langzaam. Nu is dat compleet anders. De hele dag zitten we tussen vreemden. Zelfs onze collega’s kennen we niet echt goed en we verwachten zeker niet dat ze ons hele leven bij ons blijven.

Op al dat komen en gaan is onze psyche niet ingericht. Het doet wat met je om constant in mensen te investeren om ze dan weer te verliezen. Kort gezegd, met vreemden praten kost energie waarvan het erg onwaarschijnlijk is dat je het terug krijgt. We doen het wel, maar selectief en zeker niet elke treinreis.

En dan het digitale contact. Wie heeft er eigenlijk bepaald dat dat niet echt is? Ik heb mensen in mijn leven die ik zelden of zelfs nooit in het echt zie, maar waar ik toch veel mee praat en mijn leven mee deel. Waarom zou dat niet waardevol zijn?

Zelfs mijn beste vrienden spreek ik veel vaker over de app dan dat ik ze zie. Als we het van bezoekjes alleen moeten hebben zou er niet veel over blijven van de vriendschap. Toch kan ik bij ze terecht als er iets is en wordt ik vrolijk als ik over hun dag lees.

En dan de social media. Absoluut een compleet andere manier van contact. Als ik iets post is dat algemeen gericht, niet naar een enkel individu. Ik vertel iets zonder een specifiek antwoord te verwachten. Toch is het waardevol. Zonder social media zou ik me niet betrokken voelen bij het leven van mijn nicht aan de andere kant van de wereld. Zelfs mijn zus woont nu op een tropisch eiland. Op Facebook zie ik haar leven voorbij komen en zo mis ik haar een stukje minder.

Verslaafd.

Wel ben ik de eerste die toegeeft dat ik bij tijd en wijlen wat tè verslaafd ben aan mijn telefoon. Het blijft belangrijk om het ding af en toe neer te leggen. Hoe die balans zit in je eigen leven moet je zelf bepalen en dat is niet altijd makkelijk.

Maar het beeld wat je ziet in de trein, speeltuin of op straat is een momentopname. Je weet niet hoe diegene haar leven heeft ingedeeld. En je weet al helemaal niet wat ze doen op dat ding. Dus probeer niet te oordelen. In deze gestoorde wereld zoeken we houvast. Soms zijn we dat voor elkaar, en soms zijn dat de vrienden die in de digitale wereld wonen.