Het verhaal van een naaimachine en impostor syndrome.

 

Hoi. Ik ben Charly en ik heb impostor syndrome.

Groep: Hoi Charly!

Ken je dat, dat gevoel dat je maar nep doet? Dat je eigenlijk niet zo goed bent als mensen denken? Gefeliciteerd! Dan hoor je bij een verrassend grote groep mensen. Vooral vrouwen, maar er zitten ook genoeg anderen bij. Ik ben er absoluut een van. Pff, wat zeg ik, ik ben die ene vaste klant in de groep, diegene die er zo vaak is dat ze meubilair is geworden.

Oh, en verder kan ik niet naaien. (Met lappen stof en naalden enzo. In bed doe ik het heel aardig) Op het eerste gezicht zijn dat twee ongerelateerde onderwerpen, maar vandaag bouwen we een bruggetje.

Ik voel me een oplichter.

Eerst even een stukje educatie. Wat is impostor syndrome nou eigenlijk. Hier staat een uitleg, maar kort door de bocht is het dat idee dat je maar doet alsof en het gevoel dat mensen elk moment kunnen uitvinden dat je eigenlijk maar nep bent. Uiteraard moet het niet echt zo zijn. Doe je een Leo van Catch me if you can dan ben je gewoon een impostor, zonder syndroom.

Voor mij betekend het dat ik me vaak nog een jaar of zestien voel. Geen volwassene, maar een kind wat doet alsof. Het is soms moeilijk om mijzelf als schrijver en fotograaf serieus te nemen. Terwijl ik ergens ook best weet dat ik niet uit mijn nek sta te lullen.

Impostor syndrome komt erg vaak voor, zoals ik al zei vooral onder vrouwen. Best begrijpelijk, als je opgroeit in een maatschappij die je constant verteld dat je minder bent en jouw prestaties devalueert. Uiteindelijk ga je dat geloven, al is het alleen maar onderbewust.

Kleren maken met mijn moeder.

Mijn moeder kon wel naaien. Als kind had ik best veel zelfgemaakte kleren. Was ik nog trots op ook. Ik heb een hele warme herinnering aan een mooi blauw jurkje met witte print.

Toen ik wat ouder was wou ik het ook graag leren. Moeders en ik hebben samen het een en ander in elkaar geprutst, maar wat vooral bleek is dat ik er geen talent voor heb. Ik kon geen overzicht houden en had moeite met secuur werken. Al snel bleven de projectjes liggen.

Jaren later heb ik dezelfde naaimachine in huis waar mijn moeder ooit achter zat. Het ding stond heel lang stof te vergaren. Ik wil nog steeds graag leren naaien, maar het bleef te moeilijk, te beangstigend zelfs.

Deze week ben ik echt begonnen. Ik heb het ding van de plank gepakt en ben gaan prutsen. Het resultaat zijn twee broekjes voor mijn dochter. Echt, het meest simpele patroon dat je kan voorstellen, maar ik heb ze gemaakt en ze zien er best leuk uit. (Mits je de binnenkant niet bekijkt dan.)

Hoe komen we er aan en hoe komen we er weer af?

Ik ben vijfendertig en om me heen zie ik een constante stroom van mensen die jonger, mooier en succesvoller zijn dan ik. Soms in het echte leven, maar vooral online. Iedereen is geweldig, iedereen kan alles heel goed, leercurves bestaan niet en zwakheden worden verstopt. Maar met mijn eigen fouten wordt ik dagelijks geconfronteerd. Automatisch ga ik mijn leven naast dat van een ander leggen en meestal kom ik niet heel goed uit die vergelijking. Alleen van mijn meest dierbare vrienden mag ik de angsten en het falen zien. En dan nog oordeel ik zoveel vriendelijker over een ander dan over mijzelf.

Vandaar dat ik vandaag over het naaien praat. Niet omdat ik wil laten zien dat ik het kan, maar juist omdat ik wil laten zien dat ik het niet kan. Niet echt goed in ieder geval. Ik ben het aan het leren. Op dit moment kan ik met een hoop moeite iets in elkaar zetten. Maar verwacht geen rechte zomen ofzo. (En over enge dingen als ritsen en mouwen wil ik het nog niet hebben)

Ik leer, ik faal en ik doe mijn best om weer op te staan. Mocht je me over een jaar of wat spreken, en mocht ik dan zo ver zijn dat ik redelijk moeiteloos een leuk jurkje in elkaar draai, weet dan dat daar een flinke leercurve aan vooral ging. Zo’n langzaam stijgende.

Op jouw beurt wil ik dan iets van je vragen. Zou je, naast alle gave en geweldige dingen, ook eens de keer willen delen dat je op je bek ging? Of toen er iets moeilijk voor je was? Beter nog, zullen we met elkaar delen dat ook de dingen waar we goed in zijn nog wel eens eng zijn?

Hoi, ik ben Charly en ik heb impostor syndrome. Bij elk blog wat ik schrijf ben ik bang dat het vreselijk is. Bij elke foto die ik neem denk ik dat het prutswerk is. Maar dat zie je aan de buitenkant niet.

Tien seks tips voor hippie ouders

Seks na de bevalling, ofwel post mortem….eeeeeehhh, post partum seks. Moeilijk zat voor een middle of the road ouder, maar wat moet de hippie met draagzak, voedingsbh en co sleeper beginnen?

Niet iedere ouder heeft er meteen weer zin in, maar we gaan hier even uit van moeders en vaders die wel weer eens uitkijken naar een potje horizontale tango. Heb je dat niet, dan lees je maar lekker mee als voyeur. Ben je toch nog een beetje geil bezig.

Tip 1: Verwacht verandering.

Vrolijk en onbezonnen zweefde je over festivals. De vrije liefde stroomt en je doet wat je wil, met wie je wil en wanneer je wil. Eeeennnn, dan krijg je een kind. Geweldig, prachtig, transformerend…. en erg lastig om omheen te plannen.

Ga nou niet zitten verwachten dat je leven teruggaat naar hoe het was. Adoptie nagelaten kan dat nu echt niet meer. Er komt wel een nieuw soort normaal. Die ga je vinden en daar ga je aan wennen. Duurt wel even. Stel je verwachtingen bij, of loop teleurgesteld rond. Jouw keus.

Tip 2: Verwacht verandering.

Nee, ik haper niet. Maar naast de verandering in je leven, gaat je lijf ook veranderen. Al die uren waarop je de exacte tantrische handelingen hebt ontdekt die je naar extase leiden…..mag je dus mooi opnieuw doen.

Het is niet zo gek dat een vagina veranderd nadat er een kind uitgekomen is. Maar zelfs bij een keizersnede is niets hetzelfde. De gevoelige plekjes op je lijf verplaatsen, of willen nu anders gestimuleerd worden.

Ook bij de mannelijke ouder zijn er verschillen. Zijn testosteron nivo past zich aan, zeker als er veel wordt gedragen en samen geslapen. Dat is een goed iets, het helpt hem om een beter vader te zijn. Maar het kan ook gevolgen hebben voor de seks drive en de behoeften tijdens intieme spelletjes.

Aangezien dit toch wel gaat gebeuren zou ik het als positief zien. Je hebt de kans om elkaar opnieuw te leren kennen. Wie weet wordt je weer helemaal opnieuw verliefd. Klinkt niet verkeerd toch?

Tip 3: Zoek je plekje.

Hoe klein dat kind ook is. Je huis is ineens vol. De logeerkamer is een kinderkamer geworden, die je niet gebruikt, want jouw bed is nu ook het kinderbed. In de huiskamer ligt speelgoed, een kast vol met draagdoeken (want het plan om er maar eentje te kopen bleek wel heel snel uit het raam) en een wasrek met katoenen luiers.

Er gaat een grapje rond in hippie kringen: “Co sleepers do it everywhere”. En dat is waar. Als het je eenmaal lukt om de kleine een keertje wel te leggen tijdens een slaapje, begint een soort speurtocht. Welk oppervlak is vrij genoeg om op te vrijen? De bank is een goede (hou die in gedachten als je op bezoek komt bij hippie ouders), maar een stevige stoel kan ook. Of de wasmachine, of in de douche, of op het kleed, of….nou ja, je snapt het al. Het hele huis is vrij spel! Wel even opletten op die ellendige duplo blokjes, die doen pijn aan je rug.

Tip 4: Zoek een oppas.

Het vereist wel wat planning en de spontaniteit is er een beetje af, maar een Nookie Nanny (niet mijn woord, ik wou dat ik het kon claimen, maar ik heb het ergens op Facebook gehoord) kan heel handig zijn voor je seksleven.

Roep dat je echt de was moet doen en bind de draagzak met baby om oma heen. Vind ze vast leuk. Zeg haar zeker een uur te gaan lopen. Laat die was maar liggen, oma weet wel wat je aan het doen bent. Ze is ook jong geweest. Doe de deur dicht, kijk elkaar aan en sprint naar het bed.

Tip 5: Put the baby down!

Ik ben enorm voorstander van continu huidcontact in het eerste half jaar. Ook tijdens het slapen wil je kroost bij je zijn, en dat is niet alleen normaal, dat is zelfs heel belangrijk. Maarrrrrr! Na een paar maanden kan je tijdens een dutje wegsluipen. Liggend voeden helpt hier enorm bij. Als echt diepe slaap eenmaal optreed, koppel dan los en rol als een ninja. Let op! Nog niet helemaal weg gaan. Nu merk je of jouw kleine er ok mee is. Komt er na een minuut of wat nog geen reactie, dan heb je prijs. Sluip naar beneden en bespring je partner. Ben je alleen? Lieverd, dat hoeft een potje goede seks niet in de weg te staan. Masturbeer een heerlijk eind weg.

Tip 6: Voorbereiding in je voorspel.

In het pre baby tijdperk had je tijd om in de stemming te komen. Mediteren terwijl je elkaar in de ogen staart, chakra massages, wierook branden, alles kon. Nu weet je nooit wanneer die gouden kans gaat komen en als het er is, heb je geen idee hoe lang het duurt. Maar om nu van nul naar neuken te gaan in twee seconden?

Voorspel hoeft niet altijd direct voor het vrijen. Het kan de hele dag door. Stuur elkaar eens een leuk appje, fluister wat in een oor. Zoen elkaar tijdens de afwas. (Waarna je peuter uiteraard onmiddellijk tussenbeide komt.)

Zolang je allebei duidelijk hebt dat dit flirten in principe los staat van de eigenlijk daad, kan het de hele dag door. Mocht er dan een moment komen, dan heb je niet veel nodig om, eehh, in actie te komen, zeg maar.

Tip 7: Hou rekening met de borsten.

Borsten veranderen. Je hele leven door, maar zeker na een baby. Als de dames vroeger een onderdeel waren van het seksspel, ga er niet meteen vanuit dat dat hetzelfde blijft. Voor een borstvoedende ouder voelt het wel anders als er gemiddeld 100 keer per dag een kind aan hangt.

Communicatie mensen! Vraag het even. Probeer eens wat(met toestemming), overleg met elkaar en geef eerlijke feedback. Misschien moet het anders, misschien kan het even niet meer, misschien moet het harder, of zachter of alleen links. Kwestie van samen ontdekken.

Enne, ja, er kan melk uitkomen tijdens de seks. Niet moeilijk over doen. Als partner weet je zo wel zeker dat je goed bezig bent, het komt namelijk door flinke opwinding (wat gestuurd wordt door hetzelfde hormoon als de toeschietreflex). Seks is sowieso plakkerig en hopelijk nat. Nu gewoon wat meer.

Tip 8: Bemoei je ermee.

Zeker bij de hippie kan de band tussen moeder en kind heel sterk zijn. Samen zijn ze werkelijk een dyade. Voor de partner kan het lastig zijn om daar tussen te komen.

Niet jaloers gaan doen, niet gaan eisen. Dat werkt averechts. De truc is om juist te gaan steunen. Ten eerste creëer je dan warme gevoelens naar elkaar. Je weet wel, van die gevoelens waardoor vonken overslaan. Ten tweede sta je dichter bij elkaar als je samen gefocust bent op hetzelfde (je kind dus). Zo werk je naar een gezamenlijk doel, en daar komen dan weer die fijne kriebels van.

Wat ben je liever? Een jaloerse, afstandelijke partner? Of een warme, betrokken ouder? Precies, dat dacht ik al. Dus leer een draagdoek knopen en een luier vouwen. Wie weet komen die knooptechnieken nog eens van pas. (Snappie? Ja? Wink, wink, nudge, nudge? Oh, ok. Ik bedoel bondage ja!)

Tip 9: Geef het tijd.

En nu praat ik niet alleen tegen de partner. Beide ouders doen er goed aan om even geduld te hebben. Ten eerste kan het zijn dat je fysiek moet herstellen van de bevalling, maar meer nog dan dat, je moet je comfortabel gaan voelen in je nieuwe rol.

In de eerste weken met mijn eerste kind was ik trots als ik ons beide voor twee uur s’middags had aangekleed. Ik maakte me echt zorgen hoe dat dan moest als ik weer ging werken. (En is dat niet de meest stomme term ooit. “weer ging werken”, alsof wat ik op dat moment deed geen werk was. Maar goed, ik dwaal af. Terug naar seks)

Voor een kind zorgen is een skill, best nog een ingewikkelde ook. En net als met elke andere skill gaat dat in het begin wat moeizaam en na een tijdje echt heel makkelijk. Wanneer je weer zin hebt om naast het oefenen van nieuwe skills wat anders te doen met je partner is voor iedereen verschillend. Al bespring je elkaar zodra je de kraamverzorger uitzwaait. Ik vind het prima. Maar als dat niet zo is, heb geduld. Wacht met zorgen maken totdat een luier verschonen niet meer op een millitaire operatie lijkt.

Tip 10: Waar je kind bij is.

Eeennnn, als uitsmijter worden we lekker controversieel. Het is echt, echt, echt ok om seks te hebben op dezelfde kamer waar je baby ligt te slapen. Sterker nog, als het bed groot genoeg is, hoef je niet verder dan de andere kant.

Ik beloof je dat de kleine er geen trauma aan overhoudt. Als ze je kunnen zien douchen, poepen en snurken, dan is een vrijpartij, terwijl ze slapen en dus feitelijk niets zien, echt ok. Sterker nog, normale intimiteit meemaken tussen je ouders is nodig om later zelf intieme relaties aan te gaan.

Juist het kind wat als baby slapend de geluiden heeft gehoord en misschien het bed wat voelde bewegen, zal later niet geshockeerd zijn als zij eens per ongeluk binnen loopt. Volwassenen die zeggen door hun ouders getraumatiseerd te zijn zullen ofwel als baby apart geslapepen hebben, ofwel blootgesteld zijn aan echt grensoverscheidend gedrag.

Vanaf een bepaalde leeftijd is het niet meer ok. Geen idee welke precies. Dat voel je wel aan denk ik. Rond diezelfde leeftijd zullen ze ook om een eigen kamer gaan vragen (nee, niet om weg te komen van hun seksverslaafde ouders, gewoon, omdat elk gezond mens dat op een gegeven moment doet) dus dan is het hele probleem opgelost.

Wie heeft er een hechtingsprobleem?

Zeker binnen de AP/NP/CC (oftwel gewoon hippie ouders) beweging wordt er veel over hechting gepraat. Het is belangrijk, duurt een leven lang maar gebeurt vooral in de eerste jaren en vraagt tijd en energie van ouders. Maar wat gebeurt er nu als die hechting niet goed verloopt? Als het zo belangrijk is maar nog niet veel gedaan wordt, waarom zien we dan geen samenleving van psychopaten om ons heen?

Om maar meteen de knuppel in het hoenderhok te gooien…dat zien we dus wel. Ik praat nu over de westerse wereld en met name Nederland. Dat is namelijk de samenleving die ik zie en waar ik het beste voor kan spreken. En om maar even kort door de bocht te gaan; we zijn met z’n allen hartstikke ziek. Ik durf best te gokken dat ongeveer 99% van de Nederlandse bevolking een hechtingsprobleem heeft. Jij, ik, de buurvrouw en je oma, het gaat met vrijwel niemand echt goed.

Maar waar zijn die mensen dan? Ik zie ze niet hoor?

Snap ik best. Maar dat is een mooi gevalletje van door de bomen het bos niet meer zien. De symptomen van een hechtingsprobleem zijn zo veelvoorkomend dat we ze voor normaal aanzien.

Wat zijn de symptomen?

In het meest ernstige geval spreken we van een hechtingsstoornis. Dan praat je over een volwassene met een onvermogen om een liefdevolle relatie met een ander aan te gaan. Dan is er in de vroege jeugd vaak sprake geweest van misbruik of ernstige verlating.

Maar daar gaat het nu niet alleen over. Ik praat vandaag over de hechtingsstoornis light, wat ik dus maar een hechtingsprobleem noem. En wat stiekem helemaal niet zo ´light´ is.

Hoeveel mensen ken je met relatie problemen? Vreemdgaan, liegen, jaloezie? Wie heeft er allemaal constant bevestiging van buitenaf nodig? (Hoe graag wil jij dat je partner regelmatig zegt dat je er leuk uit ziet?) Wat dacht je van eetproblemen, body issues, homofobia, burn-out, depressie, angsten en slaapproblemen?

Kijk eens naar hoe we kinderen behandelen? Waarom vinden we het raar als ze borstvoeding krijgen? En normaal als ze in hun eentje liggen te huilen?

Keer het eens om. Hoeveel mensen ken je die echt gelukkig zijn? Niet Facebook gelukkig, maar echt. Dat is zeldzaam.

Ik sta hier niet te beweren dat elke depressie veroorzaakt wordt door een moeder die je niet genoeg knuffels gaf, maar ik denk dat de wortel voor wat er mis is met onze samenleving te vinden is in de manier waarop we met onze kinderen omgaan.

Eigenlijk kan ik het heel kort zeggen. Hoe kan je in vredesnaam denken dat een samenleving die mensen als Trump, Wilders en Thierry Baudet aan de macht hebben gestemd normaal is? En ik heb het niet alleen over degenen die hun rode vakje hebben aangekruist, maar ook over de rest van ons, die het accepteert dat ze macht hebben. Dat is toch, als we even heel eerlijk zijn, hartstikke ziek?

Moet ik dan boos worden op mijn ouders?

Nee, alsjeblieft, ga dat nou niet doen. Laat me even voor mij en mijn moeders spreken, want jouw gezin ken ik niet.

Ik geef onmiddellijk toe dat ik bij de 99% hoor. Ik ben onzeker, heb veel foute relaties gehad, zoek nog steeds bevestiging bij mijn partner en droomde toevallig vannacht nog dat de beste vent vreemd ging. Ik heb een depressie en een burn-out overleefd. Ik heb echt wel een hechtingsprobleem. Maar dat is niet de schuld van mijn moeders.

Beide grootse dames komen uit een streng gezin. Bij een van de twee was het zelfs ronduit liefdeloos. Het is niet mijn verhaal om hier te vertellen, maar ik kan wel zeggen dat ze affectie heeft gegeven die ze nooit zelf heeft ontvangen, en dat is een bijna onmogelijke prestatie.

Met alle kennis, liefde en steun die ze hadden, hebben ze ongelofelijk goed hun best gedaan. Ik had een prettige, warme en veilige jeugd. Mijn hechtingsprobleem komt niet door hun, ik ben in staat om van anderen te houden en door mijn problemen heen te werken dankzij de liefde die ze gaven.

Het heeft geen zin om met de geweldige visie van achteraf te gaan roepen dat de vorige generatie het anders had moeten doen. Als je net als ik liefde hebt gehad, wees dan dankbaar. Je hebt naar alle waarschijnlijkheid meer gekregen dan je ouders hebben ontvangen. Mocht je niet zoveel geluk hebben gehad, dan hoop ik dat je, net als mijn moeder, genezing vindt en het toch kan geven.

Maar hoe komt het dan wel?

In dit stukje heb ik daar al eens wat over verteld. Heel kort; beschaving gebeurde. Kleine, hechte gemeenschappen vielen uiteen in geïsoleerde gezinnen waar de opvoeding door Den Wetenschap van vervelende mannen werd gedicteerd. We verloren de wijsheid die we duizenden jaren lang van ouder op kind doorgaven.

We zijn ervan terug aan het krabbelen, elke generatie lijkt het ietsjes beter te doen dan de vorige. Maar het gaat langzaam, er is zoveel kennis en vertrouwen verloren geraakt. En hoewel het intermenselijk contact langzaam verbeterd, raken we het contact met de natuur steeds meer kwijt. Dat is een groot probleem.

Ok, hoe lossen we het dan op?

Door meer te geven aan je kinderen dan je zelf hebt ontvangen. Door je eigen wonden te helen en ze zo niet meer door te geven. Door te leren van volkeren die niet zo stom zijn geweest als wij.

Draag je kinderen, voed je kinderen, slaap naast ze en heb geduld met ze. Op een dag zijn ze groot, op hun beurt ook weer imperfect, maar beter dan wij waren. Dan is het hun beurt om ons te verbeteren.

Eet een veganist ook zoetigheid?

Toen ik, jaaaren geleden, veganist werd dacht ik nooit meer kon snoepen. Zeker koek en gebak zijn meestal niet plantaardig. Het voelde als een behoorlijke opoffering, maar ik had het er ruimschoots voor over. Daarbij, er zou ook een voordeel aanzitten. De kilo’s zouden moeiteloos van me af vallen terwijl ik geniet van simpel voedsel als salades en…gras?

Ooooohhh mens…wat zat ik verkeerd.

Hieronder een allesbehalve complete lijst van makkelijk verkrijgbare veganistische zoetigheden. Dit zijn mijn favorieten, er zijn er nog veel meer.

Koek.

Om te beginnen: Oreo’s. Jup, je hoort me goed, oreo’s zijn vegan. Niet alle soorten, dus wel even goed lezen. Maar de klassieke zijn altijd veilig. Verder ben ik echt gek op de Robuuste Koeken van Lu. Deze speculaasjes zijn super, maar deze stroopwafeltjes zijn verslavend.

Met het idee dat ze een soort van niet al te ongezond zijn (ik houd mijzelf graag voor de gek), zijn dit de standaard koekjes die we in huis hebben. Maar voor de uitzondering hebben we soms ook deze kokoskoekjes.

Ken je van die likkoekjes nog? Van vroeger? Dit is de grotemensen versie. Koffie likkoekjes. Het is mij letterlijk nog niet gelukt om het pak open te maken en niet in een keer op te eten…..

Oh, en of het koekjes zijn weet ik niet, maar mag ik het even hebben over de Clif bar? Absoluut geweldig om mee te nemen zodat je wat achter de hand hebt (en ze vervolgens toch meteen op te eten).

Snoep.

Al je even voorbij het gelatine schap loopt, is er keuze zat! Harde snoepjes zijn vaak vegan. De Napoleon zure kogels bijvoorbeeld. Maar als je die zachte dingen mist, Goody is een geweldig merk met veel plantaardige keuze.

Zure matten vond ik vroeger echt geweldig! Dat je kaken ervan in de kramp schieten.

Verder eet ik niet zoveel snoep meer eigenlijk. Maar het is er echt, in vrijwel elke winkel. Let even op Schellak (E904), dat is een glansmiddel gemaakt van insecten, Bijenwas (E901), ook gebruikt als glansmiddel en Karmijn(zuur) (E120), een rode kleurstof gemaakt van luizen.

Gebak.

Even eerlijk, gebak is wat moeilijker. Daar is echt wat minder van in de supermarkt. De enige die ik ken zijn deze spijsbroodjes. Er zijn verspreid door Nederland meerdere gespecialiseerde winkels die echt heerlijk plantaardig gebak verkopen, maar dat is wel even een stapje verder dan de buurtsuper.

Ook kan je heel makkelijk zelf iets maken.

Toetjes.

Yessss, hier kunnen we weer los! Plantaardige toetjes zat! Vla? Het is er. Yoghurt? Hoeveel smaken wil je? Kwark? Jup, en nog lekker ook.

En effe…als je ietsjes meer tijd heb…mag ik dan heel ouderwetse griesmeelpudding aanraden? Gewoon aanmaken met sojamelk. En dan uitkijken dat je je niet misselijk eet.

IJs.

Er is ook ijs. En niet alleen waterijs, nee, roomijs. Of sorbetijs. IJs zat! (Maar echt, probeer dit roomijs. De eerste keer dat ik het at….foodgasm.)

Chocolade.

Om maar met het slechte nieuws te beginnen…niet alle pure chocolade is vegan. Maar, veel wel. Kwestie van even achterop de reep kijken. Maar er is meer dan alleen donker. De pecan kokos reep van Tony Chocolonely wordt ook nog eens ethisch geproduceerd.

Er woedden heftige debatten of witte chocolade wel chocolade mag zijn. Uiteraard moet je, voor eeehhh, onderzoek, uitgebreid proeven. Deze is vegan en erg lekker. Maar als je liever melkchocolade hebt, hier is ie.

Maar wat je ook doet, blijf weg van de Vego reep (verkrijgbaar oa bij Ekoplaza). Die is veel te lekker en voor je het weet ben je verslaafd. Er zijn online hulpgroepen.

Keuze zat!

Er is echt zoveel meer plantaardige zoetigheid te koop dat je zou denken. Veel producten zijn bewust diervriendelijk. Veganisme is ‘on the rise’. Maar veel andere zijn eigenlijk per ongeluk plantaardig.

Uiteindelijk maakt het niet uit waarom, het enige wat uitmaakt is dat een ethisch dieet niet in de weg staat van jouw suikercoma. Snoep ze!

Zeven cosmetische producten die ik niet meer nodig heb. (En waarom ik een stinkhippie ben.)

Uiteraard blief je als vrouw een dikke badkamer kast vol cosmetische spulletjes te hebben en uiteraard ben ik weer lekker tegendraads en blief ik dat niet. Hieronder een lijst van zeven producten die ik vroeger wel gebruikte, maar nu niet meer.

En even voor alle duidelijkheid, ik ben er niet tegen ofzo. Het is best mogelijk dat jij heel blij bent met een of meer van de dingetjes op mijn lijst. Go jij! Dit is mijn persoonlijke ervaring die ook nog eens veranderd met de jaren. Wie weet hoe mijn badkamer er over een jaar of tien uit ziet?

Wat ik natuurlijk wel hoop is dat je eens kritisch nadenkt over de cosmetica die je in huis haalt. Heeft het echt nut voor je? Wordt je er blij van? Of koop je het omdat je dat zo gewend bent geraakt? Ik wil iedereen aanmoedigen om eens te kijken wat er gebeurt als je iets weglaat. Je zou zomaar verrast kunnen zijn.

Maar goed, komt ie. Mijn lijst van zooi die ik gelukkig niet meer mijn huis in sleep:

1, Deodorant.

Daar is het ooit mee begonnen. Deo. Gebruikte ik vroeger best veel, want ik had het idee dat ik niet fris rook. We zijn het allemaal wel eens vergeten op te doen. Dan loop je een dag lang te stressen (of ben je erg blij dat een collega wat mee heeft).

Toch merkte ik op dat ik op die ‘vergeetdagen’ minder onfris rook. Bleek dat het niet mijn eigen lichaamsgeur is die ik vervelend vond, maar de reactie van zweet en deo-chemicaliën. Een schoon lijf ruikt wel, maar stinkt niet. Dus hield ik er op een dag gewoon mee op om die spuitbus onder mijn armen af te vuren. Dat is nu al jaren geleden en ik voel me er nog steeds heel prettig bij.

Natuurlijk ga ik hier niet beweren dat ik altijd naar roosjes ruik. Als ik een verkoudheid onder de leden heb, drie dagen geen douche heb gezien en lekker aan het stressen ben dan is een veilige afstand van een paar meter erg aan te raden. Maar dat wordt echt niet beter door er de chemische geur van Ilang Ilang op te spuiten.

Overigens dep ik op de bovengenoemde dagen wel eens wat Appelciderazijn (of ACV in hippie kringen) op mijn oksels (wat een vies gevoel roept dat woord eigenlijk op he…oksels. Terwijl het ook maar gewoon een lichaamsdeel is. Oksel…oksel…oooookssssel…als je het een paar keer zegt wordt het echt een raar woord. Sommige mensen kunnen er ook niet tegen als je het zegt…oksel. En omdat dat grappig is, bij deze: oksel, oksel, oksel, oksel. Alsjeblieft). Dat houdt de geurproducerende bacteriën in toom.

2, Shampoo.

Jaaaaren geleden eens gepraat met een vrouw die een prachtige bos rode krullen had. Toen ik haar complimenteerde over haar haar vertelde ze me dat ze geen shampoo gebruikte. Alleen warm water om te wassen.

Ik zocht wat online en vond de Noo-Poo methode. Daar zijn tegenwoordig twee stromingen in, nu wordt er ook wel baking soda gebruikt, maar toen was het nog gewoon niet wassen.

De eerste weken waren even doorkomen. Mijn hoofdhuid was er aan gewend om elke dag geheel ontvet te worden. Dus er werd elke dag een flinke lading nieuw smeer geproduceerd. Gelukkig is mijn lijf goed in aanpassen en kwam de boodschap na een week of vier aan. Mijn haar werd minder vet en kreeg diezelfde, prachtige, krul die ik bewonderd had in de aanstichter.

Jarenlang heb ik het zo gedaan. Eens in de zoveel tijd (paar weken ofzo?) spoelde ik mijn haar met azijn. Wordt het lekker zacht van. En een of twee keer per jaar moest er wel zeep aan te pas komen. Maar dat was omdat er dan echt troep in mijn haar zat van een of ander festival.

Overigens is dit niet handig als je gel, wax of andere smeersels in je haar smeert. Maar vaak blijkt dat ook niet meer nodig. Mijn haar zat vanzelf goed. Mocht je je verder afvragen waarom ik in de verleden tijd praat..ik was mijn haar weer met zeep. Puur omdat ik locks heb (beter bekend als dreadlocks, maar dan hoort het bij een religie, bij mij is het een uiterlijk ding). Die moeten vetvrij zijn, anders doen ze het niet zo goed. Ik hoop dat ik als mijn locks ‘volwassen’ zijn (zo heet het als ze na een aantal jaar niet meer zo veranderen) de zeep weer af te kunnen bouwen.

3, Douchegel.

Tja, toen ik eenmaal wist dat ik geen shampoo nodig heb voor schoon haar, trok ik die conclusie al snel door naar de rest van mijn lijf. Je hebt geen zeep nodig om je armen, benen en romp schoon te maken. Ook hier is warm water voldoende. Je lijf is redelijk zelfreinigend.

We hebben ook het idee dat er ‘iets’ op onze huid zit wat er per se elke dag afgeschrobd moet. Dat valt eigenlijk best mee. Ja, we zitten vol bacteriën, maar dat is ook een beetje de bedoeling. Dat is je microbioom en die heb je nodig om gezond te zijn.

Zweet, stof en straatvuil spoelt ook met water weg, zeker met warm water. Mijn huid werd een stuk blijer toen ik ophield haar elke dag te strippen.

Ik heb er wel een flinke uitzondering op. Mijn handen. Die was ik vaak en met zeep. Met je handen raak je zowel eten als echt vieze dingen aan (poepluiers enzo). Historisch gezien heeft het wassen van je handen geleid tot een grote verbetering in de algemene gezondheid. Dus mocht je me tegenkomen, geef gerust een handje, die zijn schoon.

4, Make-up.

Toegegeven. Deze hoort er misschien niet helemaal bij. Er zijn best veel mensen die geen make up dragen. Om het nog erger te maken draag ik het zo af en toe wel. Toch wil ik het er eventjes over hebben.

Vroegâh, droeg ik elke dag make up. Veel ook. Vooral foundation. Ik had namelijk het rare idee dat ik echt afzichtelijk was zonder. Gelukkig is die fase over, wat een gedoe was dat zeg!

Make-up is leuk. Er is niets inherent mis aan het dragen ervan. Waarom ik het noem is omdat er wel iets mis was met de reden dat ik het droeg. Mijn huid was echt niet mooier met een laag pleister. Ook nu heb ik wel eens een plekje of puistje. (Wie zei er ook al weer dat die dingen na de pubertijd weg gaan. Dan ben ik verdorie wel een hele oude puber!)

Mijn eigen huid is goed genoeg, ik ben mooi genoeg. Er hoeft niets meer verstopt te worden. Als ik daar zin in heb, die ene keer per jaar dat ik uitga ofzo, dan is het best leuk om mijn gezicht te versieren. Maar dat is een heel andere inslag.

5, Smeersels.

Bodylotion, dagcrème, nachtcrème, handcrème, voor elk deel van je lijf bestaat wel een smeersel. Liefst met rare ingrediënten (nuuuu met isideeeerend extract van de lovo bloem) en belachelijke beloftes (je neus wordt kleiner in sleeechts drrrie dagen).

Eerlijk, met dit soort dingen heb ik nooit veel opgehad. Ergens in de heftigste puberfase nog wel wat geprobeerd met het bekende anti-puist spul. (Bestaat dat nog?) en iets wat mijn huid langzaam een beetje kleur moest geven (en laten straaaalen als goud in de zon). Het werkt allemaal niet echt.

Acne heeft vooral te maken met wat je eet, een bleke huid krijgt kleur in de zon en rimpels krijgen we toch wel. Wie zegt dat dat überhaupt erg is!

Als mijn huid droog is gebruik ik wat kokosvet. Gewoon dat spul wat je ook door je eten kan gooien. Olijfolie is ook prima. En ja, ik doe het nog op mijn gezicht ook. Alles wat ik smeer moet ook eetbaar zijn. Waarom zou ik het via mijn huid in mijn lijf willen als het via mijn mond niet kan?

Ik heb echt nog nooit ook maar een enkele serieuze aanwijzing gezien dat die dure crèmmetjes het beter doen dan gewoon kokosvet. En dat is een stuk goedkoper.

6, Gezichtsreiniger.

Als je vanalles op je gezicht smeert, moet het er natuurlijk ook weer vanaf. Verder wordt er gedaan alsof je hoofd elke dag een laag straatvuil opdoet. Ik denk dat dat wel meevalt. Tenzij je in afval gaat rollen natuurlijk, in dat geval….kan je nog steeds gewoon zeep gebruiken.

Persoonlijk verhaaltje: Tijdens mijn eerste zwangerschap was mijn huid echt boos op me. Echt van die ongesteld acne, maar dan erger en 40 weken lang. Na er eerst vanalles aan te willen doen, bleek het beter te werken als ik de boel gewoon met rust liet. Die filosofie is er een beetje in gebleven.

Ik heb het al eerder genoemd, maar je huid is in principe zelfreinigend. Veel meer dan warm water vind ik niet echt nodig. Zeker geen tonics, reinigers of micellair water (wat dat ook weer mag zijn). Als mijn huid vies voelt, pak ik de vertrouwde fles ACV en een watje. (Even afspoelen erna met water, anders ruik je wat zuur.) Als de boel onrustig is, kan ik dat eigenlijk altijd wel herleiden tot stress, tijd van de maand of suiker gegeten. (Of gewoon alledrie. Dat je van je PMS in de stress schiet en dat oplost met de robuuste koeken van Lu.)

7, Zonnebrandcrème.

Tot nu toe was het allemaal wel tam. Geen deo en geen zeep, ok, dan vind je me misschien een stinkende hippie, en dat mag. Maar als je verteld dat je geen zonnebrand gebruikt, ook niet voor je kinderen, dan worden er nog wel eens mensen boos. Toch doen we het niet meer. Dit is de tweede zomer zonder, en dat gaat heel goed.

In dit artikel wordt het wat uitgebreider uitgelegd, maar in het kort komt het er op neer dat de zon niet gevaarlijk is, verbranden in de zon is gevaarlijk. Dat kan je ook op andere manieren vermijden. Door vroeg in het jaar al naar buiten te gaan bouw je een kleurtje op, dat beschermt. Ook moet je niet gaan liggen bakken. Eigenlijk is een SPF crème wat dat betreft zelfs gevaarlijk. Het geeft een schijnveiligheid waardoor we onverantwoord gedrag gaan vertonen.

Met mijn niet ingesmeerde lijf en gezin zijn we erg bewust van wat we doen. Er gaat op tijd een shirtje aan en in de middag blijven we liever in de schaduw. Leuke bijkomstigheid is dat vooral mijn dochter een prachtig kleurtje krijgt. Ziet er mooi uit, zo’n gebruinde peuter.

De rest van de wereld.

Dit is wat nu voor mij werkt. Ik voel me er prettig bij en mijn portemonnee ook. Mocht je me nu erg raar vinden, bedenk dan eens dat het overgrote deel van de wereld al deze dingen niet gebruikt. We denken in onze drukke westerse wereld wel eens dat wij de norm bepalen, maar dat klopt niet. Er zijn heel veel mensen die helemaal prima leven zonder de wekelijkse trip naar het Kruidvat.

Als de seks niet werkt, man vs vrouw.

Seks, hartstikke leuk joh! Een van mijn favoriete bezigheden. Het is gezellig, gezond, je verbrand wat calorieën en je kan lekker blij van elkaar worden. Maar soms werken de onderdelen niet. Dat is enorm frustrerend en er zit helaas ook een aardig stigma aan. Nou ja, dat wil zeggen, bij mannen dan hè…bij vrouwen is het zo allejezus veelvoorkomend dat we het normaal zijn gaan vinden.

De gestoorde erectie.

Als er bij de seks een piemel gebruikt wordt, en als die op het gewenste moment niet overeind komt, dan heet dat een erectie stoornis. En dat is heel erg. Dan ben je geen man meer. Want elke man kan altijd en overal een erectie krijgen. …../sarcasme.

Even zonder dollen, het gebeurt elke man wel eens. Dan behoor je als partner heel lief en begripvol te doen. En terecht hoor. Het is ook echt niet leuk. Toch word ik er boos om, maar wacht even voor je kwaad op me wordt, ik leg het zo uit. Nu staan we te kijken naar een denkbeeldige slappe piemel. Beetje teleurgesteld enzo.

Uiteraard is er dan van enige vorm van intimiteit geen sprake meer. Nou ja, het gewonde ego mag wat geknuffeld, maar niet teveel en als partner heb je met je geile bui mooi het nakijken.

Heb je als piemelbezitter echt pech dan gebeurt het vaker. Dan schraap je al je moed bij elkaar en ga je naar de huisarts. Die heeft alle begrip en een aantal behandel opties voor je. Van therapie gaan we via een blauw pilletje naar een implantaat met een pomp. En dat zijn alleen nog maar de meest bekende behandelingen. Kortom; er is heel wat aan te doen en je staat er niet alleen voor.

De droge doos.

Vagina bezitters ervaren veel, veel vaker problemen. Ik kan geen duidelijke cijfers vinden, maar zo’n 75% van vrouwen wordt herhaaldelijk genoemd. Ook vind ik vaker dat 20% nooit klaarkomt tijdens de seks.

En dan komt het moment dat ik boos wordt. In vrijwel elk informatief stuk gericht op vrouwen staat, en flink bovenaan ook, dat veel vrouwen best tevreden zijn, zonder penetratie of zonder orgasme.

Kutverdulleme! Stelletje patriarchale, neerbuigende klootviolen! Dat maakt me zo pissig!

Natuurlijk zijn er vrouwen die prima tevreden zijn met seks zonder coïtus of orgasme. En daar is echt niets mis mee. Dat is niet waar ik op flip. Nergens in een folder, informatie pagina of wat dan ook ben ik tegen gekomen dat mannen maar tevreden moeten zijn met een slappe lul of zonder orgasme! Niemand die tegen hun zegt dat veel mannen “andere manieren vinden om seksueel genot te ervaren”!

Een vrouw die tevreden is zoekt niet snel naar informatie over seksuele disfunctie! En zo’n flauwe alinea zorgt er mooi wel voor dat je je niet serieus genomen voelt!

“Veel dove mensen vinden het wel rustig om niets te horen.”

Kan je het voorstellen! Wat een onzin.

Als je je dan door al die kleinerende taal heen worstelt en eens met je huisarts gaat praten heeft ie een stuk minder opties voor jou dan voor de piemel die net kwam. Grofweg heb je de keuze tussen therapie of bekkenbodem fysiotherapie. (En even tussendoor; dat laatste is een geweldige optie. Ook voor mannen.) Er is gewoon geen onderzoek naar pillen, poeders of procedures voor vrouwen.

Voor de duidelijkheid. Ik vind dat er bij mannen ook heel wat minder vaak naar het blauwe pilletje en cohorten gegrepen mag worden. Mijn punt is dat er voor mannen een scala aan mogelijkheden wordt ontwikkeld, en voor vrouwen niet. Dat zegt iets over hoe we vrouwelijke seksualiteit inschatten.

De orgasme race.

Op zoek naar cijfers voor dit stuk, kwam ik deze studie tegen. Dat was het moment dat ik even opstond en heeeeel rustig moest ademhalen. Hier is kort de conclusie:

Heterosexual men were most likely to say they usually-always orgasmed when sexually intimate (95%), followed by gay men (89%), bisexual men (88%), lesbian women (86%), bisexual women (66%), and heterosexual women (65%).

Ok, mannen komen vaak klaar. Yay voor hun, het is ze gegund. Maar even het stukje over de vrouwen. Lesbische vrouwen ervaren 86% van de vrijpartijen een orgasme, hetero vrouwen slechts 65%…….

Even voor de duidelijkheid, er is echt geen fysiek verschil tussen een lesbo of hetero doos. Lollepotterij laat geen orgasme knop groeien. (tip: die zit er al) Het verschil is de man. Zodra er een man meedoet komen vrouwen aanzienlijk minder klaar. Lijkt mij makkelijk opgelost, we worden lekker allemaal pot.

Ok, ok, dat is flauw. Ik hou zelf ook wel van een piemel op z’n tijd. Leuk speelgoed enzo. Ook vind ik het echt te kort door de bocht om nu mannen de schuld te gaan geven van het orgasme probleem. Dan zou het een en ander met een paar sekslessen toch opgelost moeten zijn.

Waar zijn de oorzaken?

Even in de samenvatting: vrouwen ervaren veel meer seksuele problemen dan mannen, maar mannen worden er veel serieuzer in genomen. Ook komen vrouwen veel minder klaar dan mannen, zeker als ze dat samen met een man proberen.

De eerste zin is een symptoom, de tweede een gevolg. Maar waar ligt de oorzaak dan?

In de totaal verschillende manier waarop we piemels en vagina’s bekijken. Echt vanaf dag een gaan we er anders mee om. Neem nou de terminologie. Piemel is een leuk woord, maar er is geen vrouwelijke tegenhanger. Bij vagina hoort penis. Bij kut hoort lul. Er is geen leuk, niet medisch woord voor een vagina.

(En nee, voorbibs, spleetje, doosje, hoehoe en plassertje zijn geen opties. Dat zijn eufemismes. Mag een vagina alsjeblieft gewoon een vagina zijn?)

Dan komt de seksuele voorlichting. Meisjes krijgen echt een andere boodschap mee dan jongens. En natuurlijk de media. De constante voorstelling van vrouwenlijven als objecten, de boodschap dat je lijf imperfect is en vies.

Maar goed, hier is er nog geen verschil tussen de geaardheden. Iedereen krijgt dezelfde boodschap mee. Wat zeker verklaard waarom er een verschil in orgasmes is tussen mannen en vrouwen, maar niets zegt over het verschil in partner.

De invloed van de porno industrie.

Porno. Seksfilmpjes en de hele cultuur er om heen. We zijn intimiteit zo goed gaan verbergen dat voor vrijwel iedereen porno de eerste en soms zelfs de enige plek is waar we seks zien gebeuren. Het percentage porno actrices die een orgasme hebben op film? Ik weet van geen onderzoek maar ik kan het gokken, 1% misschien? En de acteurs? 100%.

We weten ook allemaal hoe zo’n toneelstuk eindigt. Met een cumshot. Het sperma vliegt door de lucht en het doek mag dicht. Klaar! Want het onheilige idee dat je door gaat nadat de piemel zijn kunstje heeft gedaan is uiteraard belachelijk.

Het consumeren van porno vormt ons beeld van seks. Het schept verwachtingen. Zelfs de mensen die het nooit kijken worden beïnvloedt door de cultuur die het creëert. Ik ben absoluut geen tegenstander van seksfilmpjes, maar ik zou graag een wezenlijke verandering zien in de manier waarop seks in beeld wordt gebracht.

Hoe krijgen we de vrouw klaar?

Tja, en nu? Wat kan je met deze kennis? Niet veel eigenlijk. Of nu ja, een beetje dan.

Tenzij overheden besluiten dat porno vanaf heden verplicht vrouwvriendelijk is zal verandering lang duren. Uiteindelijk houdt dit onderwerp samen met heel veen andere feministische problemen. Het gaat om hoe we de vrouw zien, hoe we haar als volledig wezen ervaren. Er is een omslag in ons denken voor nodig. En ik zeg heel bewust ons. Ook vrouwen zitten vaak in een zeer patriarchaal denkpatroon. Hoe kan het ook anders, als je daarmee omringt opgroeit.

Open praten over seks helpt. Met elkaar, maar ook op een leeftijdsadequate manier met kinderen. Vertel bij de voorlichting ook eens over genot. Het overgrote deel van de vrijpartijen gaan niet over voortplanten, maar over plezier. Een open, echt en prettig gesprek over seks is een prachtige tegengewicht voor de porno cultuur. Let’s talk about sex!

Verzin een naam voor de vagina en benoem haar. (En ja, ik weet dat vagina eigenlijk het het binnenste deel is. Vulva is een prachtige optie die ook nog eens klopt. Ik ben gewoon ooit gewend geraakt aan het woord vagina) Ze mag er zijn, ze mag genoemd worden, besproken, geprezen en geliefd. Onze vagina’s zijn geweldige organen. Sterk en zacht en een letterlijke poort naar leven en genot.

Lieve vrouw.

Lieve zuster. Lieve minnares. Geliefde vrouw die niet klaar komt maar dat wel graag zou willen. Ter afsluiting wil ik nog even met je praten. Zeggen dat ik van je hou, van jou en van je vagina. Ik wou dat ik een toverstok voor je had. Poef! Orgasme!

In plaats daarvan heb ik begrip. En een enkel advies, met de disclaimer dat het geen tovermiddel is, alleen mijn eigen ervaring.

Het gebeurde pas toen ik losliet, toen ik oprecht werd tijdens seks. Geen nep gedoe, geen verwachting om aan te voldoen. Pas toen ik het heerlijke, dierlijke egoisme van seks omarmde, kwam ik klaar.

Dat is heel wat makkelijker opgeschreven dan gedaan. Het was een reis van jaren voor mij. Het gaat over echt jezelf zijn en van jezelf houden. En ik snap dat je dat misschien al wel allemaal doet, en het echt probeert en dat het frustrerend genoeg toch niet werkt.

Kom hier. Kusje op je doos. Ik hou van je.

Ik kan niet slapen naast mijn kind.

Wat nu als je totaal gelooft in de waarde van co-slapen, maar zelf niet slaapt naast je kind? Dat je daar dan ligt, wakker van elk geluidje, langzaam wegglijdend in een zombie staat.

Ben je dan een slechte moeder? Of moet je dan je kind toch maar naar een eigen kamer verbannen? (spoiler: nee)

Het gebeurt nog best vaak. Dat een vrouw zich heilig voorneemt om elke nacht heerlijk naast haar kindje in slaap te vallen. Om dan in de realiteit wakker te liggen luisteren naar elk kuchje. Hoe komt dat toch?

Je eigen jeugd.

Ooit was jij zelf die baby. Toen was je klein, met kleine teentjes en kleine haartjes. Naar alle waarschijnlijkheid hield jouw moeder net zoveel van jou als jij van jouw kind. En juist omdat ze van je houdt volgt jouw moeder het dringende advies op wat ze van alle experts hoort. Ze legt je in een eigen kamertje om je te leren slapen in isolatie en stilte. Misschien ging het makkelijk, misschien was het moeilijk, maar uiteindelijk heb je leren slapen in een stille kamer op een stil bed.

Wakker worden.

Wat ik ook vaak hoor is dat kinderen ‘te vaak’ wakker worden naast de ouder. In een eigen kamer wordt er langer doorgeslapen. Hier wordt een fundamenteel verkeerde aanname gedaan; dat vaak wakker worden ongewenst is.

Baby’s zijn er niet voor gemaakt om diep te slapen. Het is de bedoeling, en heel belangrijk, dat ze na elke slaap cyclus even (half) wakker worden. (Een slaapcyclus van een baby duur zo ongeveer 50 tot 90 minuten.) Na wat geruststellende input (de aanwezigheid van de moeder, een aanraking of van voeding) begint de volgende slaap cyclus.

Bij afwezigheid van de ouders kan een kind onnatuurlijk diep gaan slapen. Voor de baby is afwezigheid van de ouders namelijk een noodsituatie en in nood kan je als kleintje maar beter heel stil zijn.

Het risico van te diep slapen is dat de ademhaling heel soms stopt. Dat noemen we dan wiegendood. Verder is het voor de ontwikkeling van de hersenen belangrijk om een zeer regelmatige toevoer van voeding te krijgen. Ik snap dat het frustrerend is dat je kind een klein slokje neemt en weer gaat slapen. Dat kan voelen alsof je voor de gek wordt gehouden. Maar dat kleine slokje is hartstikke belangrijk.

Langer slapen is dus geen betere slaap. Veilige slaap is betere slaap en kinderen zijn veilig bij hun ouders.

Ik lig wakker. En nu?

Het is heel, heel moeilijk om de gewoonte van een stille kamer af te leren. De behoefte aan nachtelijke rust zit zo diep als maar kan. Het helpt om je te realiseren waar het vandaan komt. Volhouden helpt ook. Het is geen leuke gedachte, maar uiteindelijk slaap je echt wel. Je kan ook aan tussen oplossingen denken. Als het echt niet gaat om elke nacht naast je kindje te liggen, is afwisselen met je partner een betere keus dan het kind op de eigen kamer.

Het is niet helemaal hetzelfde, maar ik heb altijd enorme problemen gehad met inslapen. Uren lag ik te lezen of te woelen in de hoop dat slaap kwam. Soms kwam de ochtend zelfs eerder. Uiteindelijk heb ik voor mijzelf een oplossing gevonden. Ik sliep namelijk te veel. Vroeger waren we er van overtuigd dat iedereen echt acht uur slaap nodig heeft, tegenwoordig weten we dat dat per persoon verschilt. Als ik acht uur ga slapen, dan slaap ik de volgende dag niet meer.

Dus zette ik mijzelf op slaapdieet. Op twaalf uur mocht ik naar bed, om zes uur stond ik op. Ongeacht hoeveel ik eigenlijk sliep. Allejezus wat was dat zwaar. Ik liep er de eerste week bij als een zombie. De tweede week ging het iets beter, ik begon sneller in slaap te vallen. Ergens in de derde week was het over. Ik had mijzelf een nieuw slaappatroon aangeleerd wat beter bij mij past. Ik zal nooit zo iemand worden die gaat liggen en slaapt. (Echt…..Officier Pappa kan dat dus…soms kijk ik er naar met een mengeling van boosheid en afgunst.) Maar ik doe er nu ook geen uren meer over. Met hoogstens een half uurtje slaap ik.

Hou vol!

Ik heb geen idee waar het vandaan komt, maar ik hoor vaker dat het drie weken duurt om een nieuw patroon te leren. Gun jezelf minimaal die drie weken. Sterker nog, gun jezelf 30 dagen. Maak een kalender aan, hou het stug vol. Best kans dat je voor de 30 dagen op zijn geen last meer hebt van die snurkende baby naast je. (Baby’s kunnen zo ontzettend lief snurken! Jammer dat het bij vaders dan weer minder schattig klinkt)

Als het echt te zwaar is, doe dan wat je kan. Wees creatief, verzin oplossingen, schakel je partner en desnoods de hele familie in. Je bent een cyclus aan het doorbreken hier. Want ooit is ook jouw kind groot en best kans dat je dan oma word. En jouw grote kind, die ooit gewend is geraakt aan jouw nachtelijke geluiden (oh ja…jij maakt ze ook. En voor wie het niet weet, mamma’s snurken heel lief. Het klinkt als roosjes die langs een gouden harpje gehaald worden…echt waar!) zal het veel makkelijker hebben dan jij het had. Dus lieve, oververmoeide ouder, hou vol! Doe het voor je kleinkind.

Het is niet erg! Of hoe we de gevoelens van kinderen ontkennen.

Als je met enige regelmaat rond kinderen hangt hoor je af en toe de zin: “Het is niet erg.” Meestal voorafgegaan door iets wat in de ogen van dat kind wel degelijk erg is en gevolgd door een onzinnig advies als “gewoon weer opstaan.”

Dat is best wel stom gedrag eigenlijk. Ja, ik snap dat we het heel normaal vinden, maar stel je eens voor dat we het bij een volwassenen doen? Ooit gezien hoe we reageren als er iemand van zijn fiets af donderd? Dan staan we er allemaal bezorgd omheen.

Of stel je voor dat je je beste maatje belt om te klagen over die vervelende collega, en dat je dan te horen krijgt dat je “gewoon morgen weer naar je werk gaan, niets van aantrekken.” (In dat opgewekte rotstemmetje wat we reserveren voor kinderen.)

Dat doen we niet, of althans, dat doen we niet bij volwassenen.

Andere vormen.

Subtieler is het als we meningen en voorkeuren gaan ontkennen. Dat een kind aangeeft niet naar een afspraakje te willen. “Ja maar liefje, dat vond je vroeger wel leuk hoor. Ga nu maar, het zal vast wel meevallen.”

Als je daar over nadenkt is dat echt een hele onveilige opmerking. Wat we in essentie zeggen is dat hun gevoel naar een ander er niet toe doet. Dat ze niet op hun instincten mogen vertrouwen.

Ook heb je de:

“Dit vind je wel lekker”

“Het wordt vast leuk”

“Je hoeft niet bang te zijn” (Dat is echt zo’n klassieker.)

“Dit zou jij leuk moeten vinden”

“Ja maar daar hou je toch van”

Allemaal manieren om over de gevoelens en beleving van een kind heen te praten. Allemaal dingen die echt totaal onacceptabel zijn om bij volwassenen te doen. (Ja, totdat je echt goed oud bent, dan mag het schijnbaar weer wel.)

Wat dan wel?

Maar wat zeg je dan wel? Hoe krijg je dan je kroost zover dat ze vrolijk doen wat jij bedacht hebt?

Nou…niet dus.

Soms is het wel erg, en dat mag dan ook best gezegd worden. Je krijgt echt geen kleinzerig kind als je na een val iets zegt als “Och lieverd, ik zag dat je viel. Kan ik je helpen?” Maar heel misschien krijg je er wel een kind met wat empathie van. Kunnen we wel wat meer van gebruiken, als samenleving.

En om het rijtje maar af te gaan, wat dacht je van:

“Ik zou het leuk vinden als je het proeft.”

“Kan je me vertellen wat je niet leuk vindt? Misschien kunnen we samen een oplossing vinden.”

“Dat kan inderdaad best spannend zijn, vroeger was ik ook wel eens bang.”

“Zullen we dan iets anders vinden wat je wel leuk vindt?”

“Sorry, wist niet dat jouw smaak weer veranderd was. Zullen we een oplossing verzinnen?”

Laatste tip.

Even een uitsmijter. Waar ik dan wel weer voorstander van ben is na een valpartij even wachten met reageren, twee tellen maar. Kleine kinderen doen namelijk iets heel handigs. Als ze schrikken kijken ze meteen naar het gezicht van de meest vertrouwde volwassene. Daar zien ze hoe ze ‘behoren’ te reageren.

Oftewel, als de peuter haar teen stoot en jij kijkt meteen alsof je de ambulance gaat bellen, ja, dan gaat de sirene af. (flauw!) Blijf je kalm en zo neutraal mogelijk, dan heeft de gewonde peuter de kans om zelf even te bedenken wat ze er eigenlijk van vinden. En dan ga je rustig en empathisch om met die reactie.

Ik heb twee moeders; vragen aan de dochter van een lesbisch stel.

Ik als peuter, met moeders en baby zusje.

Ik heb dus twee moeders. Maar ik heb ook een moeder en een vader. Heel tegenstrijdig allemaal. Als mensen naar mijn familie vragen is mijn reactie steevast “Heb je even?”.

Ok, kort overzicht: Ik ben de dochter van een lesbisch stel. Dat was heel leuk. Minder was het toen ze uit elkaar gingen (heel vriendelijk en ik was al een puber, dus uiteindelijk viel het best mee). Eentje bleef alleen, de ander ging (voor de afwisseling) maar eens aan een vent. Die man is dus mijn vader geworden.

Een aantal jaar geleden is mijn moeder (degene zonder vent) overleden. Dat was niet fijn, gaan we nu niet verder op in.

Verder heb ik het een en ander aan zussen, geen enkele gelijk en allemaal anders aan mij verwant. Gaaf joh!

Hoe dan ook, ik kreeg en krijg vaak vragen over mijn ouders. Het leek me dus wel leuk om de meest gestelde op een rij te zetten. Met antwoorden natuurlijk, anders heb je er nog niets aan.

 

Was je ene moeder eerst met een man getrouwd?

Nee.

Hoe hebben ze elkaar dan ontmoet?

Het is een vrij traditioneel verhaal eigenlijk. Ze werkten op dezelfde plek (kindertehuis). Toen is er iets gebeurt met rozen en chocolade en de relatie was een feit. Precies weet ik het niet, ik was er niet bij. Ik ben pas geboren nadat ze een aantal jaar bij elkaar waren.

Hoe ben je dan verwekt?

De ene vrouw wou zwanger worden, de ander niet. Dus dat kwam wel mooi uit. Via kunstmatige inseminatie en een donor kwam ik er. Ik weet wie mijn donor was, maar heb geen contact meer met hem.

Wie is dan je echte moeder?

Dat vind ik altijd de meest vervelende vraag. Ik snap wel wat er mee bedoeld wordt hoor, maar de vraagstelling is nogal kwetsend. Ze zijn namelijk beide mijn echte moeder. Ze waren er bij toen ik mijn eerste adem nam, ze hebben mijn vieze billen verschoond, ze zijn s’nachts wakker geweest en hebben mij mijn eerste woordjes horen zeggen.

Maar goed, wat er gevraagd wordt is wie mij gedragen heeft en hoe je dan die andere kan aanduiden. De niet zwangere moeder wordt vaak de mee-moeder genoemd. Dat vind ik een mooie term. Voor de ander kan je biologische moeder gebruiken. Wie wie is, is in deze context niet belangrijk.

Miste je dan geen vader?

Nou, eeehh, nee. Niet echt nee. Ik ben opgegroeid met twee geweldige ouders, die er altijd voor me zijn en ontzettend veel van me houden. Ik heb het geluk gehad van een prachtige, warme en rijke jeugd. Dat dat helaas een privilege is, was ik me al heel jong van bewust. Dat er in ons huis toevallig geen piemelbezitter woonde was voor mij maar een kleinigheid.

Heb je er dan niets aan over gehouden?

Jawel hoor. Een diep besef dat wat anderen raar vinden meestal heel gewoon is voor de mensen die het meemaken. Dat ‘raar’ dus eigenlijk niet echt bestaat.

Verder kan ik vragen naar iemands moeder en eigenlijk beide ouders bedoelen. Het heeft wat langer geduurd voordat “vader” in mijn spreektaal kwam. Oh, en ik noem mijn ouders bij hun voornaam. Dat is geen teken van afstand, dat is gewoon praktisch. Vroeger riep je “mamma” als het niet uitmaakte en een naam als je een specifieke ouder nodig had.

Ook zou het zomaar kunnen dat mijn feministische inslag iets te maken heeft met opgroeien tussen sterke vrouwen.

Was er een verschil tussen je moeders?

Ja, natuurlijk was er een verschil. Het zijn twee heel verschillende vrouwen. Ze hadden beide een geheel eigen manier van moeder zijn, wat elkaar heel mooi aanvulde. Maar dat is eigenlijk niet wat hier gevraagd wordt. In de lompere vorm wordt me gevraagd of ik toch niet van de een meer hou dan van de ander. Niemand die dat ooit zou vragen bij hetero ouders, maar goed.

Mijn biologische moeder zei het altijd heel leuk tegen mij en mijn zusje: “Ik hou van jullie allebei het meeste.” Er is, in dit soort situaties, geen rangorde. Je houdt van elk van je kinderen met heel je hart en zo houden je kinderen van jou.

Wie was ‘het mannetje’?

…..ja….die vraag dus. Mensen die een cisgender hetero gecentreerd wereldbeeld niet los kunnen laten. Of even in simpele woorden…ze waren beide ‘het vrouwtje’, dat is namelijk het punt van een lesbische relatie.

Door mensen in dit soort categorieën weg te zetten ga je voorbij aan hun unieke persoonlijkheden. Dat is totaal los van hun geaardheid en met wie ze samen leven. Ook in hetero relaties zou er veel gewonnen worden als we die rollenpatronen weglaten.

Wat vond je er van om zo op te groeien?

Ik kijk enorm goed terug op mijn jeugd. Ik heb niets gemist en veel gekregen. Dus ja, ik ben er enorm voorstander van als twee mensen, ongeacht hun geslacht, in liefde een kind krijgen als ze dat willen. Het idee dat een kind een vader en moeder nodig heeft is totale onzin. Een kind heeft een stam nodig, mensen die dichtbij staan en blijven. Wie die mensen precies zijn maakt echt geen reet uit.

Het enige waar ik op tegen ben, en gelukkig gebeurt het niet meer, is anonieme donatie. Ik heb van dichtbij gezien dat het belangrijk is om te weten waar je in genetisch opzicht vandaan komt. Hoe die behoefte zich uit is voor iedereen anders, maar elk kind hoort zelf die keuze te hebben.

Aan de volgende generatie.

Als laatste wil ik me richten tot het jonge homo stel. Twee mensen die misschien overwegen om kinderen te nemen.

Laat je vooral niet aanpraten dat je iets verkeerd doet of je kind iets ontzegd. Hou van elkaar en hou van de kinderen die komen, hoe ze dan ook komen. Dat is uiteindelijk het enige wat er toe doet.

Hoe ga je om met bedtijdstress?

Zeven uur is kinder bedtijd. Door heel Nederland voltrekt zich dan hetzelfde ritueel. Kinderen protesteren en stellen uit waarna ouders tot hun grote frustratie vrijwel de hele avond boven spenderen .

Ik hoor veel moeders klagen dat hun kleine kind niet wil gaan slapen om zeven uur, of in ieder geval niet in de daartoe aangewezen kamer. Er wordt vaak om raad gevraagd. Wat is nu de grote truc om de ellende rond bedtijd op te lossen?

Nou…eeehh…wat dacht je van het afschaffen van het hele concept?

Elk mens, groot of klein, wil op een gegeven moment gaan slapen. Dat gebeurt helemaal vanzelf. Kinderen hebben echt geen instinctieve hekel aan slaap. Waar ze weerstand tegen hebben zijn de moderne, westerse, ideeën van waar, hoe en wanneer die slaap zich nu moet afspelen.

Ik heb het op een gegeven moment los gelaten. Moet ik ook bekennen dat ik nogal een hekel heb aan boven zitten wachten op een kind wat maar niet gaat slapen. Dus deed ik dat gewoon niet meer. Ergens midden in een depressie stopte ik met mijn kinderen naar bed brengen. (Depressies kunnen verrassend leerzaam zijn. Alles wat ballast is valt van je af.) Het resultaat was dat ze, helemaal vanzelf, op de bank in slaap vielen. Na een tijdje kon ik ze dan makkelijk naar boven tillen.

Met de jongste begin ik er helemaal niet aan. Ze heeft geen bedtijd. Ze is bij me en valt vanzelf in slaap. Er zit nooit dwang achter. En nu heb ik een peuter die totaal geen hekel heeft aan slaap. Ik kan met haar overleggen wat ze wil, ze geeft het vanzelf aan. Na twee kinderen die bij het woord “slaap” in totale staking gingen is dat best wel een opluchting.

Veiligheid.

Veiligheid is wel een puntje waar je op moet letten. Een bank is nogal een gevaarlijke plek voor baby’s om te slapen. De kussens en kieren maken het best een risico ding.

Het is dus zaak een veilige slaapplek te creëren in de woonkamer. Wij hebben dat gedaan door deze bank te nemen. Dat is stiekem een bed. Ook super handig als je schoonmoeder komt logeren.

Maar je kan ook een los ledikant matras in de kamer leggen, of zo’n hippe strecher die ze bij kinderdagverblijven gebruiken. Of je houdt je kindje lekker op schoot, dat is namelijk een ontzettend goed excuus om je partner voor alles te laten lopen. Wel van te voren goed plassen.

School.

Toen mijn oudste twee naar school gingen, gooide dat wel een spaak in het wiel. Van nature gingen ze wat later slapen dan optimaal voor een school ochtend. We hebben toen wel weer een bedtijd ingesteld. Maar we blijven er erg relaxed onder. Ik eis ook nooit dat ze gaan slapen. Het enige wat moet is op bed liggen en een beetje rustig doen.

Een kind van vier is ook een stuk prettiger op bed te leggen dan een baby. Met mijn vier jarige zoon kon ik praten, uitleggen waarom het beter is. Tegen een dreumes kan je lullen als Brugman (hahaha, wie weet die nog?) maar ze doen toch lekker wat ze zelf willen (en terecht).

Aangezien ik goede hoop heb om de jongste het school systeem te besparen, ben ik heel nieuwsgierig hoe ze zich gaat ontwikkelen wat bedtijd betreft. Ik heb vooralsnog geen plannen om daarin te gaan sturen. Het lijkt ook totaal niet nodig.

Oh, en mag ik even, heel even, klagen? Het is toch hemeltergend dat we, met al onze moderne vaardigheden, kennis en 24 uurs economie, nog steeds uitgaan van een werk en schooldag die rond 8 uur begint.

Het zou niet eens moeilijk zijn om een school te ontwerpen waar kinderen in hun eigen ritme kunnen werken. Kwestie van digitaal inloggen wanneer je binnen komt en lekker aan je eigen werk. Maar nee! Zeker de helft van de kindertjes zit s’ochtends met een slaaphoofd in de kring. Lekker nutteloos.

Me time!

Nou goed, daar ging het hier niet over. Het ging over bedtijd. En dat je dat eigenlijk prima los kan laten.

Nou, ik heb s’avonds echt even wat ‘me time’ nodig hoor. Ik wil ook met een wijntje op de bank mijn serie kijken.

Ah, ja. Dat had ik kunnen verwachten van je. Maar ok, ik snap het wel. (Ook al heb ik echt een grondige hekel aan te term ‘me time’. Als er ooit een woord verbannen mag……)

Ik wil ergens op de dag ook even zitten met een kop thee en een serie (ik ga na een enkel glas wijn al op tafel dansen). Maar weet je, dat kan ook heel goed met een slapende peuter naast je. Eigenlijk valt zo’n kleintje vrijwel altijd om een schappelijke tijd in slaap. Zeker als er geen druk achter zit. En zolang je geen horror serie kijkt kan je het begin best samen doen. Ik geloof dat de intro van Star Trek zo ondertussen een slaapliedje is voor mijn dochter.

En af en toe houd ze het echt lang vol. Kan. Is op zich wel eens jammer. Maar het grote voordeel is dat ze dan s’ochtends weer wat langer blijft liggen. Dan is die serie ook wel leuk (yay! voor Netflix)

Als het je lukt om al die verwachtingen los te laten, het idee van hoe en wanneer een kind hoort te slapen, dan win je een hele hoop in vrijheid en ontspanning. Zeker s’avonds.

Als er nu iemand nog een oplossing vind voor de stress met avondeten, dan ben ik helemaal gelukkig.